domein

Erfgoed

Laatste update: 1 december 2020
Auteur: Rogier Brom

N.B. Deze pagina is nog in ontwikkeling, en zal in de loop van 2021 verder worden uitgebreid en geactualiseerd. De huidige tekst is een bewerking van de artikelen ‘Erfgoed heeft behoefte aan betrokkenheid: van overheid én samenleving’ en ‘Het museum als ontmoetingsplek’ die eind 2019 verschenen in De Staat van Cultuur 4. Op enkele punten is de informatie hieruit aangevuld met recentere data en enige (voorlopige) inzichten over de impact van de coronacrisis op de erfgoedsector.

1. Trends en ontwikkelingen

Omschrijving erfgoed

Erfgoed is een groot veld en de term omvat dan ook een veelvoud aan objecten en activiteiten in het culturele leven. Binnen de landelijke cultuurmonitor hanteren we hierbij een vierdelige indeling: roerend, onroerend, immaterieel en born digital erfgoed. Waar over de eerste twee categorieën al geruime tijd gegevens worden verzameld, is dat bij het immateriële en het digitale erfgoed nog minder het geval.

Immaterieel erfgoed omvat cultuuruitingen die niet tastbaar zijn, maar die een gemeenschap een gevoel van identiteit en continuïteit geven; het wordt steeds opnieuw vormgegeven in samenhang met maatschappelijke veranderingen en in interactie met de sociale omgeving (Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland 2019). De verschillende vormen van dit erfgoed, de netwerken die eromheen bestaan en de wijze waarop dit wordt geborgd voor de toekomst, worden door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) bijgehouden.

Voor het digitale erfgoed worden vanuit onder andere het Netwerk Digitaal Erfgoed inspanningen geleverd om indicatoren te ontwikkelen voor zowel bestaand erfgoed dat is gedigitaliseerd, als het digitale cultureel erfgoed dat geen analoog equivalent kent.

Erfgoed en corona

De Rijksdienst Cultureel Erfgoed verzamelt informatie over de impact van corona op de erfgoedsector. De coronabeperkingen hebben tot gevolg dat veel monumenten hun deuren moesten sluiten of geconfronteerd werden met grote beperkingen. Dit heeft voor instellingen en organisaties in de erfgoedsector groot inkomensverlies tot gevolg. Tal van activiteiten zijn afgelast en konden alleen in aangepaste vorm doorgang vinden. Voor publiekstoegankelijke monumenten is daarom een leenfaciliteit opengesteld, mede om te zorgen dat het onderhoud van monumenten niet in gevaar komt.

De museumsector wordt eveneens hard getroffen. De beperkingen hebben in 2020 enorme gevolgen voor de bezoekersaantallen en de inkomsten maar zullen ook in de jaren erna doorwerken. Programmering van tentoonstellingen op lange termijn is uiterst onzeker in de huidige situatie, waarbij onder andere internationaal bruikleenverkeer op moeilijkheden stuit. De Museumvereniging meldt in november dat 10 procent van de musea verwacht binnen een half jaar te moeten sluiten. Nog eens 25 procent vreest eenzelfde lot binnen 12 maanden (Museumvereniging 2020). Hier speelt mee dat bij een groot deel van de musea de eigen inkomsten van groot belang zijn. Vooral bij de grote musea is de afgelopen jaren een flinke stijging in eigen inkomsten te zien en zij hebben daar hun bedrijfsvoering op ingericht. Met de daling van bezoekers en het grotendeels wegvallen van inkomsten vanuit bijvoorbeeld verhuur in 2020, zal een groot deel van deze eigen inkomsten verdwijnen. De museumvereniging toont aan de hand van cijfers over de eerste helft van 2020 dat bij haar leden de eigen inkomsten minimaal 133 miljoen euro dalen. In de tweede helft van het jaar zal dit nog verder dalen (Moll et al. 2020). Er wordt weliswaar door de overheden veel steun aangeboden maar deze komt niet gegarandeerd op de juist plek terecht. Daarom pleit de Museumvereniging voor een doeluitkering van het rijk aan de gemeenten en het niet-verrekenen van de noodsteun met uitgekeerd NOW-gelden (Museumvereniging 2020). Hoe de situatie zich vanaf 2021 weer herstelt is hoe dan ook onzeker.

Maatschappelijke functie

In de Erfgoedwet wordt cultureel erfgoed als volgt gedefinieerd: ‘uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden’ (Bussemaker 2015). Daarmee is het erfgoed een fluïde geheel en open voor interpretatie. Het heeft ook een sterke koppeling met de samenleving omdat daar objecten en tradities erfgoed kunnen worden. Dit sluit aan bij de nadruk op betrokkenheid van erfgoedgemeenschappen in het verlengde van het Verdrag van Faro. De definitie betekent echter ook dat het perspectief op erfgoed vatbaar is voor maatschappelijke en politieke veranderingen.

In 2019 publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Denkend aan Nederland. In deze bundel gaat het SCP op zoek naar de Nederlandse identiteit. In het tweede hoofdstuk komt ter sprake dat de culturele identiteit – met betrekking tot het (cultureel) erfgoed – gewoonlijk gedefinieerd wordt door te verwijzen naar gemeenschappelijk erfgoed. ‘Het culturele erfgoed is dan het grondbestanddeel van de groepsidentiteit’ (Beugelsdijk et al. 2019, H2, 26). Kort daarna waarschuwen de auteurs dat identiteit en identiteitsbesef groepsgebonden zijn en dat het belangrijk is om de ogen open te houden voor het bestaan van meervoudige identiteiten binnen een land. Dé nationale culturele identiteit staat dan ook niet vast, maar is een interpretatie van en keuze uit het culturele erfgoed. Tegelijkertijd geeft de Nederlandse Unesco Commissie aan dat de omgang met erfgoed beter afgestemd zou moeten worden op de behoeften in de samenleving van vandaag en morgen (Nederlandse Unesco Commissie 2017). Er bestaat dus een sterke wisselwerking tussen het erfgoed en de samenleving. 

Om de band tussen erfgoed en de samenleving goed te houden is het van belang dat hierin actualisering mogelijk is. Dit gaat echter niet zonder slag of stoot. Afgelopen september stopte het Amsterdam Museum met het gebruik van de term ‘Gouden Eeuw’ om de 17de eeuw aan te duiden. De redenering dat de term niet de lading dekt van wat er in deze periode naast voorspoed, vrede en rijkdom plaatsvond, viel niet bij iedereen in goede aarde (zie bijvoorbeeld Jaeger 2019).

Musea als meerstemmige ruimtes

De afgelopen decennia hebben musea ingrijpende veranderingen doorgemaakt in hun praktijk en in de principes die ten grondslag liggen aan hun functioneren. Vandaar het streven om  de museumdefinitie van ICOM uit 2007 te herzien (ICOM 2019). Deze werd in 2007 aangepast om de term ‘immaterieel’ toe te voegen zodat duidelijk werd dat musea zowel materieel als immaterieel erfgoed omvatten (Museumvereniging 2019). De verschuiving naar een nadruk op de sociaal-maatschappelijke functie gaat hand in hand met een groeiende aandacht voor immaterieel erfgoed in de afgelopen jaren. Musea zijn steeds meer laboratoria voor dialoog rondom bijvoorbeeld roerend en immaterieel erfgoed, waarbij ze een sociale rol spelen in de samenleving (Zeijden et al. 2018). De in 2019 voorgestelde (concept)definitie van ICOM beoogt te beantwoorden  aan de trend dat musea in toenemende mate publieke ruimtes worden met een sociaal-maatschappelijke functie. Musea zouden ‘democratiserende, inclusieve en meerstemmige ruimtes voor kritische dialoog’ zijn, ‘participatief en transparant’, en in actief partnerschap werken met diverse gemeenschappen (ICOM Nederland 2019). Na een hevige discussie op de ICOM-wereldconferentie van 2019 is het voorstel echter verworpen en niet duidelijk is hoe en wanneer de definitie alsnog zal worden aangepast.

Het bovenstaande neemt niet weg dat ook in Nederland de ontwikkeling zichtbaar is naar musea als meerstemmige ruimtes. Dit sluit aan bij de doelstellingen die in de museumwereld worden nagestreefd aan de hand van de vernieuwde Code Diversiteit & Inclusie, waarbij het meerstemmig presenteren van de collectie – dat wil zeggen vanuit meerdere perspectieven of verhalen –vanaf de cultuurplanperiode 2021-2024 een vereiste is voor gesubsidieerde musea.

Koloniale collecties

De adviescommissie Nationaal Beleidskader Koloniale Collecties kwam in oktober van dit jaar met een advies voor beleid rondom de teruggave van gestolen erfgoed (Raad voor Cultuur 2020). Het advies – gevoed door vele gesprekken met herkomstlanden en Nederlandse musea – laat zich in de kern gemakkelijk samenvatten: als een land een kunstvoorwerp terugvraagt, en het staat vast dat er sprake is van onvrijwillig bezitsverlies, dan moet er onvoorwaardelijke teruggave plaatsvinden. Als een land een teruggaveverzoek doet zonder dat er sprake is van onvrijwillig bezitsverlies, dan moet een onafhankelijke adviescommissie een afweging maken tussen de belangen van het herkomstland en de beschermwaardigheid voor Nederland. Daarbij is het belangrijk om herkomstonderzoek uit te voeren, om zo goed mogelijk vast te stellen hoe een stuk in Nederlandse handen is gekomen. Idealiter wordt dit onderzoek uitgevoerd door een nog op te richten expertisecentrum.

Druk op de collectietaak

De Erfgoedinspectie waarschuwde in 2016 dat de personele capaciteit voor beheer en behoud van museale rijkscollecties onder druk staat (Raad voor Cultuur 2018, 24). De Museumvereniging onderbouwt deze observatie met cijfers over 2018: van alle functiecategorieën blijkt de werkdruk het sterkst gestegen onder personeel dat werkt met de collectie of wetenschappelijk onderzoek doet. De werkdruk stijgt hier met 34 procent tussen 2013 en 2018, terwijl die gemiddeld bij al het museumpersoneel naar schatting met 17 procent per jaar stijgt. Die hoge werkdruk bij collectie en wetenschap komt volgens de Museumvereniging doordat de personeelssterkte is gedaald, maar ook de omvang van de collectie en het bruikleenverkeer zijn toegenomen (Leguit et al. 2019).

Volgens de Raad voor Cultuur kan die druk verder verklaard worden door bezuinigingen en de ambitie van musea om meer bezoekers te trekken: dientengevolge wordt er binnen het beschikbare budget van musea meer geïnvesteerd in publieksactiviteiten en uiteindelijk op de collectietaken bezuinigd (Raad voor Cultuur 2018). De druk om hogere bezoekersaantallen te halen kan (deels) verklaard worden door een maatschappelijke druk die musea ervaren. Die nadruk op publieksactiviteiten gaat ten koste van de collectietaken en werkt een laagdrempelige, grootschalige en publieksvriendelijke programmering van tentoonstellingen in de hand (ibid.). Minister Van Engelshoven heeft daarom op advies van de Raad voor Cultuur de publieksactiviteiten van musea in de Erfgoedwet ondergebracht, net als de taken voor behoud en beheer (Engelshoven 2019). Dit houdt in dat 29 via de Erfgoedwet aangewezen musea die een rijkscollectie beheren, hun financiering voor collectiebehoud en -beheer én publieksactiviteiten niet meer aan hoeven te vragen via de vierjaarlijkse regeling van de BIS, maar hierop structureel gefinancierd zullen worden (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2019).

2. Wat willen we verder weten over de erfgoedsector?

In het licht van het bovenstaande is uiteraard van groot belang de impact van de coronacrisis op de erfgoedsector de komende jaren zo scherp mogelijk in beeld te krijgen en te blijven monitoren, zowel wat betreft de financiële positie van de sector als de werkgelegenheid, de collectievorming, de programmering en de betrokkenheid van publiek, vrijwilligers en de samenleving in bredere zin.

Belangrijk is ook het streven naar meerstemmigheid en inclusie te volgen. In hoeverre lukt het om ook in deze moeilijke omstandigheden te werken aan een breder publieksbereik, ook op regionaal niveau. Heeft in de erfgoedsector heeft in 2020 een versnelling plaatsgevonden op het gebied van digitale programmering? Hoe ontwikkelt deze zich verder en wat is hiervan de impact op het publiek?

Tenslotte is de verwachting dat de omgevingswet in januari 2022 in werking zal treden. Voor het cultureel erfgoed is het van groot belang dat het wordt meegenomen in de vorming van (regionale) omgevingsvisies. In welke mate is dit het geval en wat is de plek voor het erfgoed in de langetermijnvisies binnen de uitvoering van de omgevingswet?

We zoeken de samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) om de gegevens in de monitor zo goed mogelijk af te stemmen op de Erfgoedmonitor. Vanuit de Erfgoedmonitor meet de RCE een aantal vaste indicatoren op het gebied van archeologie, monumenten, historisch landschap, musea en collecties. De erfgoedmonitor signaleert ook trends en ontwikkelingen op het gebied van immaterieel en mobiel erfgoed.

3. Meer weten over de erfgoedsector?

Als onderdeel van de cultuurmonitor ontwikkelt de Boekmanstichting een database waarin een groot aantal cultuurcijfers op een gemakkelijke manier is terug te vinden. Wanneer deze is afgerond en ontsloten is, zal op deze plek een koppeling naar deze database worden opgenomen.

4. Literatuur