domein

Theater

Auteur: Maxime van Haeren
Laatste update: 30 november 2020

N.B. Deze pagina is nog in ontwikkeling, en zal in de loop van 2021 verder worden uitgebreid en geactualiseerd. Onder het domein theater vallen in dit artikel ook de andere scenische podiumkunsten dans, muziektheater, cabaret en kleinkunst. De huidige tekst is een bewerking van het artikel ‘Kijkend naar de toeschouwer’ dat eind 2019 verscheen in De Staat van Cultuur 4. Op enkele punten is informatie hieruit aangevuld met recentere data, ontwikkelingen en enige (voorlopige) inzichten over de impact van de coronacrisis op de theatersector.

1. Trends en ontwikkelingen

Het jaar 2020 staat in het teken van de coronacrisis. Die heeft verregaande en dramatische gevolgen voor onder andere theaters, gezelschappen en makers. Hieronder worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de theatersector besproken aan de hand van beschikbare informatie: dat wil zeggen dat de hiervoor gebruikte data voornamelijk tot en met 2019 lopen. Waar mogelijk wordt er aangevuld met meer recente inzichten. 

Diversiteit en inclusie worden nog belangrijker

Diversiteit en inclusie vormen een rode draad door de beleidsperiode 2021-2024, waar het onderschrijven van de Code Diversiteit en Inclusie (CDI) een vereiste is voor subsidieverstrekking (Engelshoven 2019). De theatersector moet een afspiegeling van de hele samenleving worden, inclusief minderheden die nu nog ondervertegenwoordigd zijn. Verschillende ondersteunende initiatieven waren in 2019 reeds in het leven geroepen, zoals stimuleringsprijs voor diversiteit en inclusie The Next, en stimuleringsprogramma Theater Inclusief (Beeckmans 2019; Theater Inclusief 2019).

In 2020 heeft de Black Lives Matter-beweging verdere aanleiding gevormd voor de theatersector om het gebrek aan diversiteit en inclusie te agenderen: in juni onderschreven meer dan 600 kunstprofessionals de open brief Wij zien jullie, witte kunst- en cultuursector. Waar met de CDI naar de vier P’s van programma, personeel, publiek en promotie wordt gekeken, zet deze brief – samen met andere geluiden uit de sector – eerder institutioneel racisme centraal en roept op om juist op plekken van macht en positie plaats te maken voor mensen met een (cultureel) diverse achtergrond.

In zijn advies aan minister Van Engelshoven over toekenning van subsidies in de periode 2021-2024 schrijft de Raad voor Cultuur naar aanleiding van de door instellingen ingediende aanvragen: ‘wat betreft de Code Diversiteit en Inclusie is er nog een wereld te winnen. (…) De reflectie en omgang met de code is zelden compleet en diepgaand’ (Raad voor Cultuur 2020a). Vooral andere kunstsectoren wordt daarbij bekritiseerd, terwijl een aantal succesvolle praktijkvoorbeelden uit de theatersector worden genoemd, waaronder Club Guy & Roni, Het Nationale Theater, HNTjong, HipHopHuis, Likeminds, Toneelgroep Oostpool en Tweetakt (ibid.). Desalniettemin valt er in de theatersector nog steeds een grote slag te slaan voor diversiteit en inclusie. De Raad signaleert verder dat er vaak meer inspanningen worden verricht op gebied van programma en publiek dan op gebied van personeel en partners. Daarnaast werken de meeste instellingen langs een beperkt aantal dimensies aan diversiteit: ze focussen vooral op culturele en etnische afkomst, en in mindere mate op gender (ibid.).

Druk op bezoekersaantallen beïnvloedt programmering inhoudelijk

De meeste podia dekken een belangrijk deel van hun begroting met gemeentelijke subsidies (Herpen 2017). Zo bestond in 2017 de totale omzet van VSCD-theaters voor 39 procent uit gemeentelijke subsidies (VSCD 2019). Gemeenten stellen bij het verstrekken van subsidies echter eisen aan de bezoekersaantallen. Ook om verder uit de kosten te komen zijn voldoende ticketverkopen voor veel podia belangrijk. Een gesignaleerd gevolg van die nadruk op het aantal bezoekers – die toenam na de bezuinigingen onder Halbe Zijlstra en bijgevolg de druk op eigen inkomsten verhoogde – is dat podia veiliger gaan programmeren: voorstellingen met een grote kans om veel bezoekers te trekken krijgen vaak voorrang op de meer experimentele en dus risicovolle programmering (Raad voor Cultuur 2018, 67).

In 2020 zijn theaters vanwege de coronamaatregelen gesloten geweest, of hebben maar zeer beperkt hun programma kunnen draaien. Dit betekent voor 2020 en mogelijk ook voor een fors deel van 2021 een grote daling van de bezoekersaantallen, met grote consequenties voor de inkomsten, de werkgelegenheid en programmering. De exacte omvang van de daling zal blijken uit de jaarcijfers over 2020, evenals het effect van de steunmaatregelen van de overheden.

Tegelijk ontstonden er tijdens de eerste en tweede lockdown tal van online initiatieven vanuit theaters en makers, om mensen thuis alsnog van theater te kunnen laten genieten. Denk hierbij aan ITA’s Decamerone, het spraakmakende digitale NITE hotel van Club Guy en Roni, Thuis Theater Utrecht, of #TROOSTPOOL, podium voor de nieuwe verbeelding van Toneelgroep Oostpool.[1] 

Maatschappelijke functie van het theater neemt toe

Een andere inhoudelijke trend, die ook relateert aan de vele online initiatieven sinds corona, is dat het theater in toenemende mate maatschappelijk geëngageerd is. Theaterpodia en -festivals zijn al een aantal jaren in steeds vaker een huiskamer en uitvalsbasis voor culturele en maatschappelijke initiatieven (NAPK et al. 2015). ‘Zeker in een tijd van grote maatschappelijke veranderingen, zowel lokaal, nationaal als globaal, hebben theatermakers en hun publiek behoefte om zich tot die ontwikkelingen te verhouden. Voorstellingen vertrekken vaker vanuit maatschappelijke onderwerpen en minder vanuit de klassieke canon’, schreef de Raad voor Cultuur in 2018. ‘Schouwburgen vormen steeds vaker een “publieke ruimte” in de stad, in plaats van een “ruimte” waar voorstellingen kunnen worden gezien. We kunnen vaststellen dat er in de theatersector als geheel een grote behoefte is om meer mensen van dat maatschappelijke belang bewust te maken’ (Raad voor Cultuur 2018, 6). Volgens de Raad heeft theater daarbij een verantwoordelijkheid om zélf de inclusie van de hele samenleving te bevorderen, maar ook een verantwoordelijkheid om educatie over en aandacht voor belangrijke maatschappelijke onderwerpen als diversiteit en duurzaamheid te genereren (ibid.).

Vraag naar publieksonderzoek en data over impact

Bovenstaande data geven een beknopt inzicht in de verdeling van het aantal bezoeken aan verschillende soorten scenische podiumkunsten. Er leven echter nog veel vragen over publiek in de theatersector. Zeker met het oog op nieuw gestelde doelen in het bereiken van een divers en inclusief publiek uit de eigen regio, is het noodzakelijk om meer publieksonderzoek en -cijfers van verschillende podia, makers en gezelschappen bij elkaar te brengen.Wat is bijvoorbeeld de publiekswaardering, en is er daarin een verschil tussen gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd aanbod? Welke effecten heeft corona op de langere termijn op het gedrag van publiek? Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed hiernaar reeds een verkenning.

Data moeten bovendien op elkaar aansluiten en vergelijkbaar zijn. De sector heeft daartoe het Digitaal Informatieplatform Podiumkunsten (DIP) opgericht, een samenwerking van de brancheverenigingen Vereniging van Schouwburg- en Concertdirecties (VSCD), Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK) en Vereniging Vrije Theater Producenten (VVTP). Binnen DIP worden data en kennis over publiek gedeeld door en voor podia en producenten. De database van DIP bestaat uit geaggregeerde en geanonimiseerde publieks- en verkoopdata uit de kaartverkoopsystemen van de aangesloten organisaties.  Momenteel kent DIP 242 leden (DIP 2020).

Wat de theatersector bovendien graag wil weten, is welke impact de sector heeft op de samenleving. Wat maakt een bezoek aan een theater of een voorstelling los bij de toeschouwer? Hoe kan de sector die ervaring tot het hoogste niveau verheffen? We weten hoeveel bezoekers er zijn en hoeveel voorstellingen gemaakt worden, maar er wordt nog (te) weinig onderzoek gedaan naar de ervaring van de toeschouwer ín de zaal (Idema 2019). In zijn recente advies Onderweg naar Overmorgen pleit de Raad ook specifiek voor de monitoring van impact. ‘De raad verwacht dat een op impactmeting gericht systeem zal bijdragen aan de wendbaarheid en weerbaarheid van de culturele sector en meer ruimte zal bieden voor de ontwikkeling van nieuwe makers, nieuwe disciplines/genres (inclusief cross-overs), nieuwe publieksgroepen en nieuwe samenwerkingsverbanden binnen het culturele ecosysteem’ (Raad voor Cultuur 2020, 28-29). De Boekmanstichting zal op deze website een aparte pagina aanmaken om resultaten uit impactonderzoeken te bespreken en inzicht te bieden in de impact van cultuur op individu en maatschappij. Lees hierover alvast meer op de pagina ‘Cultuurparticipatie’.

Hang naar private fondsen voor interdisciplinaire samenwerkingen

Naast de eerder genoemde samenwerkingen op het gebied van dataverzameling, wordt ook op organisatorisch en inhoudelijk gebied steeds meer samengewerkt binnen de theatersector. Als het aankomt op interdisciplinaire co-creaties wordt samenwerken echter vaak bemoeilijkt door verkokering binnen het huidige subsidiesysteem van de rijkscultuurfondsen en de overheden. Voor interdisciplinaire projecten wijken initiatiefnemers daarom vaak uit naar private fondsen, omdat deze meer vrijheid hebben om buiten de verschillende (kunst)disciplines een aanvraag te beoordelen (Haeren 2019). Om samenwerkingen ook op interdisciplinair niveau te kunnen blijven stimuleren, is het daarom van belang om zogenaamde ‘ontschotting’ van subsidieregelingen te bewerkstelligen. Het Fonds Podiumkunsten (FPK) maakt hier in de beleidsperiode 2021-2024 werk van door geen onderscheid te maken tussen disciplines of genres, maar in plaats daarvan onderscheidt op soorten projecten of activiteiten (Fonds Podiumkunsten 2020).

Ook om andere redenen wordt er een grote hang naar private fondsen gesignaleerd. In een gezamenlijke reactie op het advies van de Raad voor Cultuur voor de periode 2021-2024 schrijven de brancheverenigingen VSCD, NAPK, VVTP en Vereniging van Nederlandse Orkesten (VvNO) dat er de afgelopen jaren een grote druk is komen te staan op de private fondsen. Dit kan problemen opleveren voor de continuïteit van belangrijke kunstuitingen en educatietrajecten die voor een groot deel door private fondsen worden gefinancierd. Bovendien worden kleinere initiatieven weggedrukt door grote projecten die afhankelijk zijn geworden van private fondsen, waardoor verschraling op termijn een reële bedreiging wordt (Zantinge et al. 2019).

In Onderweg naar overmorgen benadrukt de Raad voor Cultuur het belang van ondersteuning van het niet-gesubsidieerde deel van de sector. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft 40 miljoen euro vrijgemaakt die specifiek ten goede komt aan de ondersteuning van vrije theaterproducenten tijdens de coronacrisis. Verder adviseert de Raad aan minister Van Engelshoven om meer erkenning te geven aan de rol van private cultuurfondsen, die ‘snel inspelen op de actualiteit’ (Raad voor Cultuur 2020b). Een recent waardevol initiatief was het KickStart Cultuurfonds, opgezet door de BankGiro Loterij, VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds en de VandenEnde Foundation (ibid.).

Investeren in de regio

In 2020 stond het Fonds Podiumkunsten onder vuur nadat de vierjaarlijkse subsidies vooral waren verdeeld onder de randstedelijke provincies. Daarmee dreigden gevestigde groepen in instellingen uit Flevoland, Zeeland, Overijssel, Limburg, Drenthe, Gelderland, Brabant, Friesland en Groningen buiten de boot te vallen (Embrechts 2020). Hierop klonken noodkreten en een brandbrief vanuit de sector aan de Tweede Kamer, waarin werd gevraagd om 15,8 miljoen euro extra toe te kennen aan het Fonds Podiumkunsten (Theaterkrant 2020). Op Prinsjesdag van dit jaar werd bekend gemaakt dat het kabinet 15 miljoen euro vrij maakt voor de aanvragers die positief beoordeeld waren door het Fonds Podiumkunsten, maar waarvoor niet genoeg geld was. Daarnaast komt er twee miljoen euro extra om te investeren in cultuur in de regio (Rijghard 2020). Lees hierover meer op de pagina ‘Cultuur in de regio’.

Impact corona

De coronacrisis heeft op theaters, makers en gezelschappen grote impact gehad. De veiligheidsmaatregelen zorgden voor een implosie van het aantal bezoekers, het uitblijven van inkomsten en het stilstaan van creatieve producties. Vele theaters en gezelschappen zijn zich van hun voortbestaan nog steeds niet zeker en sommige makers zijn uit noodzaak van carrière geswitcht. Het afgelopen jaar heeft voor instellingen in het teken gestaan van het constant bijzetten van de zeilen en het bedenken van alternatieven om zowel publiek te bereiken als inkomsten te genereren. Er werd een zware wissel getrokken op theaters, met veranderende beperkingen en bijbehorende protocollen. Een aantal theaterinstellingen heeft afscheid moeten nemen van medewerkers, zoals het Chassé theater in Breda, of wordt met sluiting bedreigd, zoals het Amsterdamse Bostheater en Theaterproductiehuis Frascati. Op het moment van schrijven mogen theaters de zalen openen voor slechts dertig personen per voorstelling. Voor veel theaters is dit niet rendabel, maar sommigen kiezen ervoor hun deuren alsnog open te houden ten behoeve van de makers. Uit een recente peiling van de VSCD bleek dat 75 procent van de 136 bij de branchevereniging aangesloten schouwburgen of concertzalen haar deuren opende in november. Per 1 december is dat 80 procent en vanaf 1 januari 2021 zouden de meeste podia weer open zijn (VSCD 2020).

Brancheverenigingen VSCD, NAPK en VNPF hebben zich in deze periode ingespannen om hun leden te ondersteunen bij de vele vragen die de coronamaatregelen met zich meebrachten. Daarnaast heeft de overheid een aantal steunpakketten beschikbaar gesteld. Systematisch verzamelde data over de impact van de coronamaatregelen op de theatersector zijn nog niet beschikbaar. Duidelijk is volgens de Raad voor Cultuur wel dat extra geld nodig blijft om de sector te redden, ook na de twee steunpakketten voor cultuur van minister Van Engelshoven. Maar zelfs na de komst van een vaccin en het herinrichten van fysieke ruimtes of opzetten van digitale initiatieven, blijft de toekomst onzeker, zo stelt Marijke van Hees, raadsvoorzitter van de Raad voor Cultuur in een interview. ‘We zien het culturele leven van vóór corona niet zomaar terugkomen. Je weet bijvoorbeeld niet of mensen zich gauw weer veilig gaan voelen met veel anderen in dezelfde ruimte’ (Pronk 2020).

2. Wat willen we verder weten over de theatersector?

Met name de thema’s diversiteit en inclusie, en publieksonderzoek en impactmetingen – die in sterke mate met elkaar samen hangen – zullen de komende jaren van belang zijn voor onderzoek en monitoring in de theatersector. Ook de impact en nasleep van de coronacrisis zal waarschijnlijk nog langere tijd een belangrijke rol spelen binnen onderzoek naar de theatersector.

Naast de bovengenoemde trends leven er in de sector vragen over de opkomst van locatietheater, de grenzen van de theatersector, cross-overs met onderwijs en zorg, en de precieze gevolgen die fair practice in de theatersector gaat hebben. Dit blijkt uit een focusgroep die eind 2019 bij de Boekmanstichting is gehouden met professionals uit de sector.

3. Meer weten over de theatersector?

Als onderdeel van de cultuurmonitor ontwikkelt de Boekmanstichting een database waarin een groot aantal cultuurcijfers op een gemakkelijke manier is terug te vinden. Wanneer deze is afgerond en ontsloten is, zal op deze plek een koppeling naar deze database worden opgenomen.

4. Noten

[1] De Boekmanstichting houdt een overzicht bij van online culturele initiatieven die zijn ontstaan als gevolg van de coronacrisis.

5. Literatuur