domein

Letteren

Laatste update: 27 november 2020
Auteur: Bjorn Schrijen

N.B. Deze pagina is nog in ontwikkeling, en zal in de loop van 2021 verder worden uitgebreid en geactualiseerd. De huidige tekst is een bewerking van het artikel Letterensector bijt zich vast in strijd tegen ontlezing’ dat eind 2019 verscheen in De Staat van Cultuur 4. Op enkele punten is de informatie hieruit aangevuld met recentere data en enige (voorlopige) inzichten over de impact van de coronacrisis op de letterensector.

1. Trends en ontwikkelingen

Strijd tegen ontlezing

Veruit de grootste bedreiging voor de letterensector is het feit dat er al vele jaren steeds minder gelezen wordt. Diverse onderzoeken schetsen van deze ontwikkeling dan ook een somber beeld. Zo blijkt het aandeel Nederlanders dat wekelijks minstens tien minuten leest, tussen 2006 en 2016 te zijn teruggelopen van 90 naar 72 procent. Bovendien daalde het aantal mensen dat dit wekelijks in een boek doet van 44 naar 29 procent (Wennekers et al. 2018, 34-36). Mensen blijken vaker incidenteel te zijn gaan lezen (KVB Boekwerk 2018). Ook daalde het aantal boeken dat Nederlanders uitlezen tussen 2012 en 2017, al was in 2018 weer een stijging zichtbaar (Leesmonitor 2020a).

Onder jongeren is deze ontlezing het meest zorgwekkend. Het aandeel wekelijkse lezers onder 13- tot 19-jarigen daalde sinds 2006 van 65 naar 40 procent, en onder 20- tot 34-jarigen zelfs van 87 naar 49 procent (NOS 2018). Het aandeel boeklezers onder hen is nog lager, en verschillende onderzoeken laten dan ook zien dat Nederlandse tieners (ook internationaal bezien) relatief weinig plezier beleven aan het lezen van (literaire) boeken (DUO Onderwijsonderzoek 2017, 11; Dera 2019, 15; Leesmonitor 2020b).

Om dit tij te keren hebben verschillende partijen in de letterensector de handen ineengeslagen. Individueel en in verschillende samenwerkingsverbanden organiseren deze partijen vele programma’s en campagnes om het lezen te bevorderen, waarmee jaarlijks ook een groot aantal kinderen en volwassenen bereikt worden (zie voor een overzicht inclusief bereikcijfers ook Leesmonitor 2020c).

Een belangrijke sleutel voor leesbevordering ligt in het onderwijs. In 2019 riepen de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad dan ook al gezamenlijk op tot een leesoffensief. In het najaar van 2020 luidden achttien organisaties uit het veld van onderwijs, cultuur en jeugdgezondheid opnieuw de noodklok in een manifest dat werd aangeboden aan de ministers van Onderwijs en Cultuur (Onderwijsraad et al. 2019, Stichting Lezen 2020).

Toename van laaggeletterdheid

Lezen heeft vele positieve opbrengsten, waaronder het verbeteren van de taalvaardigheid. Dat er minder gelezen wordt, kan dan ook een rol hebben gespeeld in het feit dat het aantal laaggeletterden de laatste jaren gestegen is. Onder 16- tot 65-jarigen steeg het aandeel laaggeletterden van 9,4 procent in 1994 naar 12 procent in 2012 (Buisman et al. 2013, 96). Onder 15-jarigen was zelfs een toename zichtbaar van 11,5 procent in 2003 naar 17,9 procent in 2015 (Feskens et al. 2016, 103). Doordat laaggeletterden moeilijker meekomen op de arbeidsmarkt en vaker een beroep moeten doen op de gezondheidszorg, zijn de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid hoog: zo’n 1,13 miljard euro per jaar (Velthuijsen et al. 2018, 6).

Bibliotheken herijken hun plek in de samenleving

Ook bibliotheken merken dat er minder gelezen wordt. Steeds minder mensen zijn lid van de bibliotheek, en zij zijn gemiddeld minder gaan lenen – al zijn de laatste jaren wel meer kinderen door programma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school lid geworden van de bibliotheek (KB 2020a, KB 2020c, Leesmonitor 2020d). Hier staat echter tegenover dat bibliotheken een steeds bredere maatschappelijke rol aannemen (Burgt et al. 2020). Dit komt goed tot uitdrukking in het aantal activiteiten – waaronder veel op het gebied van leesbevordering en educatie – dat bibliotheken organiseren: dit steeg tussen 2015 en 2019 van 78.745 naar 220.227 (KB 2020b). Daardoor nam ook het aantal bibliotheekbezoeken de laatste jaren toe (KB 2020d). Een extra lichtpunt is dat bibliotheken in 2018 en 2019 voor het eerst in enkele jaren weer hun inkomsten uit subsidie en de omvang van hun personeelsbestand (licht) zagen toenemen (CBS 2020a).

Stabilisatie én dynamiek op de boekenmarkt

Na een sterke daling tussen 2009 en 2014 en een beperkt herstel in 2015 en 2016, stabiliseerde de boekverkoop de afgelopen jaren (Boekmanstichting 2020). In zowel 2016, 2017 als 2018 werden 41 miljoen boeken verkocht, al werd in 2019 met 40 miljoen verkochte exemplaren een daling van 4 procent genoteerd. De omzet steeg in deze jaren nog wel licht, onder meer doordat consumenten gemiddeld duurdere boeken kochten en het btw-tarief op boeken in 2019 verhoogd werd (KVB Boekwerk 2020a).

Onder de oppervlakte van deze stabilisatie vinden er binnen de markt echter verschillende verschuivingen plaats. Zo stijgt al enkele jaren het omzet- en afzetaandeel van anderstalige boeken ten opzichte van Nederlandse titels, en ook het marktaandeel van e-books blijft (langzaam maar) gestaag toenemen (KVB Boekwerk 2020c). Bovendien worden boeken steeds vaker online gekocht in plaats van in een fysieke winkel: tussen 2017 en 2019 groeide het aandeel van het ‘e-commercekanaal’ in de afzet van 32 naar 37 procent (KVB Boekwerk 2020b).

Onderdelen van het auteursinkomen onder druk

Nederland telde in 2019 18.100 actieve auteurs en 2.800 actieve vertalers, maar slechts een heel klein deel van hen kan volledig van de verkoop van hun boeken leven (KVB Boekwerk 2019a, 2019b). De meeste schrijversinkomens zijn dan ook uit meerdere componenten samengesteld (KVB Boekwerk 2019c). Enkele hiervan staan echter onder druk door ontwikkelingen binnen de sector. Zo betekent een dalend aantal bibliotheekuitleningen dat auteurs minder inkomsten uit het leenrecht ontvangen. Daarnaast vormen honoraria voor auteursoptredens een belangrijke bron van inkomsten, maar daalt de afgelopen drie jaar het aantal auteursoptredens dat – met name door bibliotheken en boekhandels – wordt georganiseerd (De Schrijverscentrale 2020). Daarbij wordt door organisatoren bovendien steeds scherper over de prijs onderhandeld (De Schrijverscentrale 2018). Een gevolg van deze dalende inkomsten zou kunnen zijn dat auteurs een steeds meer fluïde beroepspraktijk moeten ontwikkelen om in hun levensonderhoud te kunnen blijven voorzien.

Nieuwe verhalen, vormen en verspreidingsmogelijkheden

De letterensector doet er via leesbevorderingscampagnes alles aan om mensen (weer) aan het lezen te krijgen, maar hoopt dat óók te doen door het literaire product zelf te innoveren. Op de eerste plaats gebeurt dat door in toenemende mate de verhalen te vertellen die voorheen niet of minder goed gehoord werden. Hoewel de sector op dit moment nog achterloopt op het gebied van diversiteit, hebben verschillende instanties de ambitie uitgesproken om dit te veranderen en diverser en inclusiever te worden (Velzen 2017, Becker 2018, Boonekamp et al. 2018, De Schrijverscentrale 2019).

Daarnaast winnen nieuwe vormen om van literatuur te genieten aan populariteit. Zeker voor jonge lezers lijkt het belang van literatuur buiten het boek toe te nemen, bijvoorbeeld tijdens festivals, op poëzieavonden of via interactieve apps. Ook kan de toenemende populariteit van het audioboek niet onvermeld blijven: zowel het aantal abonnees van het platform Storytel als het aantal via de online bibliotheek uitgeleende audioboeken vertoonde de afgelopen jaren sterke groei (CBS 2020b, Klis 2018).

Tot slot is er ook innovatie in de manier waarop boeken verspreid worden. Consumenten sluiten steeds vaker abonnementen af voor uiteenlopende producten, en zijn daarnaast door platforms als Netflix en Spotify gewend geraakt aan platforms waar ze voor een vast bedrag per maand het gehele aanbod kunnen ‘consumeren’. Ook voor boeken bestaan er inmiddels vergelijkbare abonnementen en ‘all you can read’-platforms, al zijn hiervan (nog) geen duidelijke gebruikscijfers beschikbaar.

De impact van de coronacrisis

Op het moment van schrijven zit Nederland midden in (de tweede golf van) de coronacrisis. Het is dan ook nog niet mogelijk om een definitieve balans op te maken van de impact op de letterensector, maar niettemin zijn wel al enkele ontwikkelingen te schetsen. Zo lijkt de intelligente lockdown vanaf maart een positief effect te hebben gehad op het leesgedrag. 40 procent van de Nederlanders is in deze periode meer gaan lezen, en zelfs 6 procent van de niet-lezers nam deze maanden een boek in de hand (KVB Boekwerk 2020d).  

Dit lijkt ook voorzichtig door te werken in de boekverkoop. Ten opzichte van 2019 steeg de boekomzet in de eerste drie kwartalen van 2020 met 6 procent. Wel zijn hierbij grote verschillen tussen verkoopkanalen zichtbaar. Fysieke winkels noteerden in deze negen maanden een omzetdaling van 7 procent, terwijl de omzet van het e-commercekanaal juist met 24 procent steeg (KVB Boekwerk 2020e). Op een vergelijkbare manier zochten ook bibliotheekbezoekers tijdens de lockdown naar andere manieren om aan boeken te komen. Daarvoor weken ze onder andere uit naar e-books, gekochte boeken of de online bibliotheek (KVB Boekwerk 2020d).

Vanzelfsprekend ervaren ook auteurs gevolgen van de coronacrisis. Eén van die gevolgen is dat in de eerste maanden van de coronacrisis nieuwe boeken – en vooral literaire romans en debuten – vaak uitgesteld werden vanwege de vrees dat ze onvoldoende publiciteit konden genereren (Jaeger et al. 2020). Daarnaast konden auteurs veel minder optreden. Niet alleen vielen hierdoor directe honoraria weg, maar ook mogelijke inkomsten uit boekverkoop of uitleningen als gevolg van deze optredens (Burghoorn 2020). Wel ontwikkelde De Schrijverscentrale het digitale alternatief ‘Schrijver op je scherm’, en konden auteurs steun aanvragen via de generieke maatregelen van de Rijksoverheid of regelingen van de Auteursbond en het Nederlands Letterenfonds.

2. Wat willen we verder weten over de letterensector?

Veel van de bovengenoemde ontwikkelingen hebben te maken met ontlezing en (innovatieve) inspanningen om dit tegen te gaan. De kennisbehoefte die in de letterensector leeft, heeft dan ook veelal op deze onderwerpen betrekking. Tijdens een focusgroep die eind 2019 bij de Boekmanstichting plaatsvond met professionals uit de sector, werd bijvoorbeeld de wens uitgesproken voor meer inzicht in de leesvaardigheden van Nederlanders, cultuursocialisatie met betrekking tot lezen, het profiel van de lezer en de niet-lezer, en het ‘letterenbestaan’ van jonge lezers.

Ook met betrekking tot innovatie en verandering werden tijdens deze bijeenkomst verschillende vragen gesteld. Wat is immers precies de stand van zaken op het gebied van diversiteit en inclusie in de sector? Hoe kan het dat digitalisering de letterensector eigenlijk veel minder veranderd heeft dan andere culturele domeinen? En hoe krijgen we meer zicht op de literatuurconsumptie die wél digitaal plaatsvindt, bijvoorbeeld via apps, platforms of abonnementen voor e-books?

Het is aannemelijk dat deze thema’s ook de komende jaren van belang zullen blijven in onderzoek naar en monitoring van de letterensector. Ook de impact en de nasleep van de coronacrisis zal daarin – net als binnen de meeste andere culturele domeinen – waarschijnlijk nog langere tijd een belangrijke rol spelen.

3. Meer weten over de letterensector?

Als onderdeel van de cultuurmonitor ontwikkelt de Boekmanstichting een database waarin een groot aantal cultuurcijfers op een gemakkelijke manier is terug te vinden. Wanneer deze is afgerond en ontsloten is, zal op deze plek een koppeling naar deze database worden opgenomen.

4. Literatuur