Overzicht en kerncijfers
De Nederlandse audiovisuele sector is de afgelopen jaren volop in beweging. Zowel nationale als internationale ontwikkelingen zorgen ervoor dat de sector de afgelopen jaren te maken heeft met diverse, soms zeer grote veranderingen na jaren van relatieve rust en gestage groei. Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen voor de filmindustrie: stijgende kosten door inflatie en hogere kwaliteitseisen, Fair Pay achterstanden, een genderloonkloof, grootschalige bezuinigingen bij de publieke omroepen, de opkomst van AI en een ongelijk speelveld in vergelijking met omringende landen. Hieronder wordt eerst een kort overzicht gegeven van de sector en de belangrijkste kerncijfers. Daarna wordt dieper ingegaan op bovengenoemde ontwikkelingen.
De sector omvat grofweg vier typen belanghebbenden: (1) makers, producenten en distributeurs van films en series; (2) de bioscoop en filmtheaterbranche en de streamingplatformen; (3) brancheorganisaties als de FDN (filmdistributeurs), NVPI (film- en muziekindustrie), NVBF (bioscopen en filmtheaters), Streamingdiensten Nederland en NFO (gesubsidieerde filmtheaters); (4) door de Rijksoverheid gefinancierde initiatieven om de kwaliteit, zichtbaarheid en positie van de Nederlandse audiovisuele sector te versterken, zoals de publieke omroep, het Nederlands Filmfonds, Eye Filmmuseum en filmfestivals. In de Nederlandse filmindustrie zijn in 2024 zo’n 23.700 mensen actief, terwijl nog eens 17.300 voor radio en televisie werken (Rutten et al. 2026).
Omzet totale audiovisuele sector in Nederland 2015-2024
Omzet bioscopen en filmtheaters in Nederland 2015-2024
Omzet video-on-demand in Nederland 2015-2024
Investeringen en inkomsten
In 2023, het meest recente jaar waarover volledige cijfers beschikbaar zijn, investeerde de Nederlandse overheid in totaal minstens 111,71 miljoen euro in de audiovisuele sector. Via het Filmfonds investeerde de Rijksoverheid 82,77 miljoen euro, terwijl gemeenten 24,19 miljoen euro en provincies 4,74 miljoen euro bijdroegen. Dat jaar was de omzet van de sector met 1,49 miljard euro meer dan tien keer zo hoog. (Filmfonds 2024b, Filmfonds 2024c, CBS 2024). In 2024 stegen de inkomsten van de sector door naar bijna 1,71 miljard euro. Deze worden primair gedreven door de streamingdiensten, die hun inkomsten verder zagen stijgen tot 1,38 miljard euro. De bioscooprecettes bedragen inmiddels minder dan een vijfde van het totaal (309 miljoen euro). De verkoop van Blu-ray en DVD leverde nog geen één procent (15 miljoen) van de totale omzet (Filmfonds 2025b).
In de cultuurplanperiode 2025 – 2028 van de culturele Basisinfrastructuur (BIS) stelt de Rijksoverheid in totaal 98,15 miljoen euro beschikbaar voor de audiovisuele sector. 92 procent van dit bedrag wordt via het Filmfonds uitgekeerd in de vorm van verschillende subsidies
In aanvulling hierop heeft het Filmfonds aan zeven middelgrote filmfestivals meerjarige activiteitensubsidies toegekend: Film by the Sea (Vlissingen); Go Short – International Short Film Festival Nijmegen; Imagine Fantastic Film Festival (Amsterdam); Kaboom Animation Festival (Utrecht/Amsterdam); Leiden International Film Festival; Movies That Matter Festival (Den Haag); Noordelijk Film Festival (Leeuwarden). Ten opzichte van de vorige cultuurplanperiode zijn er vijf festivals bijgekomen die zo verzekerd zijn van meerjarige financiering, waarmee tegelijkertijd filmfestivals buiten de randstad langdurig ondersteund worden
Lees hier meer over het thema Geldstromen op de Cultuurmonitor.
Aantal bezoeken aan Nederlandse bioscopen en filmtheaters 2005-2024
Aantal nieuw uitgebrachte films 2005-2024
Aandeel Nederlandse films 2005-2024
Bioscoopbezoek
In 2024 trokken 294 Nederlandse bioscopen met 523 dat jaar uitgebrachte films 29,1 miljoen bezoekers. 90 van deze films waren van Nederlandse makelij. Iets meer dan vijftig procent van deze bioscopen en filmhuizen is in commerciële handen, zo’n 45 procent is eigendom van de gemeenten. Commerciële bioscopen trekken samen rond de 70 procent van alle bezoekers, waarbij Pathé (47,1 procent), Vue (11,8 procent) en Kinepolis (10,6 procent) het overgrote deel van de markt in hand hebben (Filmfonds 2025b).
2025 zag een verdere stijging van het aantal uitgebrachte films (542 in totaal) en een lichte daling van het aantal Nederlandse producties (84 in totaal). Het aantal bezoekers daalde verder tot 28,4 miljoen. Tegelijkertijd steeg het aantal bezoekers aan filmhuizen ook dit jaar verder, met liefst twaalf procent en bereikte daarmee
Online kijken
Drie op de vier Nederlandse huishoudens keek thuis naar films en series in het laatste kwartaal van 2024, met gemiddeld twee abonnementen per huishouden via SVOD (subscription-video-on-demand, platforms waar je met een abonnement toegang hebt tot alle beschikbare titels, zoals Netflix en Videoland) of TVOD (transactional-video-on-demand, waarbij je eenmalig betaalt voor toegang tot een specifieke film, via bijvoorbeeld Pathé Thuis of Picl). Deze cijfers zijn sinds 2022 stabiel hetzelfde gebleven (Filmfonds 2025b, de Hoog, Swartjes 2026).
Aantal geproduceerde Nederlandse films (incl. minoritaire coproducties) 2010-2024
Productiewaarde Nederlandse films (incl. minoritaire coproducties) (€) 2010-2024
Productie
In 2024 werden 73 Nederlandse speelfilms geproduceerd, meer dan ooit tevoren, voor een totale productiewaarde van ruim 175 miljoen euro, een forse stijging ten opzichte van eerdere jaren en eveneens het hoogste bedrag ooit. Ook werden voor 70 miljoen euro 17 zogenaamde high-end series gemaakt, kwaliteitsseries met hoge productiewaarden. Dergelijke series worden pas sinds enkele jaren geproduceerd, in opdracht van streamingdiensten of de publieke omroep (Filmfonds 2025b, NFF 2025).
Trends en ontwikkelingen
Streamingdiensten maken de dienst uit
De streamingdiensten domineren de laatste jaren de Nederlandse audiovisuele sector. Vrijwel alle in Nederland en Europa actieve platforms zijn in private handen (96 procent) en een kwart is in Amerikaanse handen. In 2024 boekten zij voor het derde jaar op rij meer dan een miljard aan omzet in Nederland en stegen hun inkomsten met 1,38 miljard euro verder tot nieuwe hoogten. Daarmee hebben zij inmiddels meer dan 80 procent van de Nederlandse markt in handen. Ten opzichte van 2023 daalden in 2024 de bioscooprecettes daarentegen juist weer, tot een kleine 309 miljoen. Daarmee vielen de inkomsten terug tot het niveau van 2017. Dat was tevens het laatste jaar dat de omzet van de bioscopen nog groter waren dan van de VOD. Sindsdien is het verschil in omzet heel snel heel groot geworden. In 2015 lagen de omzet van VOD en DVD en Blu-ray verkoop met 126 en 100 miljoen euro nog bij elkaar in de buurt, ruim achter de bioscooprecettes die dat jaar 276 miljoen euro bedroegen. Sindsdien is de omzet van VOD meer dan vertienvoudigd. Tegelijkertijd zijn de inkomsten uit de verkoop van Blu-ray en DVD ingestort tot 15 miljoen euro in 2024. (Filmfonds 2025b, Tran 2025).
Het aantal in Nederland beschikbare VOD-platforms en abonnementen is in die jaren rap toegenomen en lijkt nu te stabiliseren. In 2024 zijn er in totaal 49 VOD-platforms beschikbaar (inclusief
Deze spectaculaire groei in de afgelopen tien jaar gaat niet alleen hand in hand met minder bioscoopbezoek, maar ook met veranderend televisiekijkgedrag. In Europa is in 2024 een kwart van alle televisiekanalen inmiddels een video-on-demand platform en één procent zijn zogenaamde VSP’s (video sharing platforms). En in Nederland weten kijkers deze kanalen steeds beter te vinden, ten koste van de traditionele televisiezenders. Tussen 2015 en 2025 zijn Nederlanders volgens onderzoek van de NMO elk jaar minder lineaire televisie gaan kijken, van gemiddeld 190 minuten per dag tot 118 minuten per dag. De mediamonitor van het Commissariaat voor de Media laat zien dat veel mensen niet alleen vanwege het aanbod een streamingdienstabonnement nemen, maar ook om te kunnen kijken zonder reclame. Andersom geeft een grote groep aan dat zij niet langer een televisieabonnement hebben omdat streamingdiensten deze vervangen hebben. Kijkers tot 50 jaar hebben in meerderheid een voorkeur voor kijken via streamingdiensten. Oudere kijkers hebben nog wel
De grote winsten die streamingdiensten met hun exclusieve content en eigen geproduceerde films en series ook in Nederland boekten, droegen lange tijd weinig bij aan ontwikkeling en productie in Nederland en in vergelijking met andere Europese landen slaagde Nederland er minder goed in om investeringen binnen te halen van streamingdiensten. Waar tien jaar terug nog een groot deel van de inkomsten uit DVD en Blu Ray-verkoop terugvloeiden naar investeringen in nieuwe Nederlandse films, is dat bij SVOD nog nauwelijks het geval. Dat onderschrijft ook de verkenning van Filmforward uit 2024: het aantal talentontwikkeling programma’s van de grote streamingdiensten gericht op Nederlandse makers is beperkt en initiatieven staan vaak primair in dienst van hun commerciële doeleinden (Fontaine 2024, van den Elshout 2024).
Na jarenlange aansporingen van onder meer het Filmfonds en de Raad voor Cultuur is per 1 januari 2024, in navolging van vergelijkbare wetgeving
De afgelopen jaren laten een wisselend beeld zien waar het gaat om de invloed van streamingdiensten op de audiovisuele sector. Enerzijds zijn de totale investeringen in Nederlandse high-end series in 2023 en 2024 significant toegenomen. Ook de buitenlandse investeringen in films zijn onder invloed van de streamingdiensten de afgelopen zeven jaar toegenomen van 5 miljoen tot 12,5 miljoen euro per jaar. De invloed van de streamingdiensten strekt zich ook uit tot producenten: zij nemen Amerikaanse productiemodellen over, maar bevinden zich ook steeds meer in een commerciële en technologische afhankelijkheidspositie van diezelfde SVOD-platformen (Idiz 2025). Tegelijkertijd maakten de streamingdiensten in heel Europa in 2024 voor het tweede jaar op rij minder high-end series (een afname van 5 procent) en minder afleveringen per serie (3 procent daling) en verleenden ze eveneens minder opdrachten voor het maken van nieuwe films en series (7 procent minder). Het is afwachten wat deze op het oog tegenstrijdige ontwikkelingen de komende jaren betekenen voor de investeringen van de streamingdiensten in Nederland (Bruins 2024, Boonekamp en Lauwen 2024, Filmfonds 2025b, Schneeberger 2025c).
Hoewel de toename in abonnementen en kijkers is afgevlakt, nemen de inkomsten van de SVOD-platformen nog steeds elk jaar toe in Europa en Nederland. In het Nederlandse audiovisuele landschap maken zij momenteel de dienst uit. Vanwege deze centrale positie hebben de grote platformen Disney+, HBO Max, Netflix, Prime Video en Videoland in 2025 samen een nieuwe brancheorganisatie opgericht, Streamingdiensten Nederland. De nieuwe organisatie treedt op als gesprekspartner voor overheid, politiek, de audiovisuele sector en andere brancheorganisaties. Voorzitter is oud-politicus Zohair El Yassini
De bioscopen in tijden van veranderend kijkgedrag
De machtspositie die de streamingdiensten in het audiovisuele landschap bekleden, bedreigt inmiddels ook het verdienmodel van de Nederlandse bioscoopsector. De branche staat onder druk en ziet de laatste jaren de bezoekersaantallen langzaam afnemen. De coronapandemie betekende zes jaar geleden het einde van een lange, onafgebroken bloeiperiode voor de Nederlandse bioscoopbranche. De pandemie en gelijktijdige verdere groei van de streamingdiensten lijken het kijkgedrag van bezoekers permanent veranderd te hebben. Bioscopen zoeken nu naar nieuwe manieren om hierop in te spelen. Tegelijkertijd zien filmhuizen en filmtheaters juist een toename in bezoekersaantallen.
Vanaf 2007 tot en met 2019 steeg het aantal bezoeken aan bioscopen en
Hoewel de bioscoopbranche eerst nog wees op de impact van eerst de coronajaren 2020-2022 en in 2023 de langdurige stakingen in Hollywood, lijkt er inmiddels sprake van blijvend veranderd kijkgedrag. Ondanks meer bioscopen en stoelen en in 2025 opnieuw meer vertoonde films dan ooit tevoren, lukt het vooralsnog niet om meer bezoekers te verleiden terug te komen. Filmtheaters, filmhuizen en arthousebioscopen kennen daarentegen juist goede jaren: samen trokken zij de afgelopen jaren elk jaar meer mensen en zijn ze in 2025 met 3,9 miljoen bezoekers inmiddels goed voor 14 procent van alle bioscoopbezoek. Veel filmhuizen breiden daarom ook uit. Dit beeld komt overeen met een internationale trend, waarbij vooral kleinere films en blockbusters nog goed scoren, maar het grote middensegment weg begint te vallen (Bos 2025, NVPI 2026, NVBF en NVPI 2026, Dijksterhuis 2025a, van Zwol 2025, Filmfonds 2024c).
Bezoekers, met name jongeren, hikken aan tegen de gestegen ticketprijzen, niet alleen in Nederland maar wereldwijd. In enquêtes uit landen over de hele wereld, van Europa tot Noord- en Zuid-Amerika en Azië, blijkt dit steeds weer de belangrijkste reden voor mensen om niet vaker te gaan. Mede dankzij de inflatie zijn de ticketprijzen in Nederland voor een bioscoopkaartje sinds 2015 van gemiddeld 8 euro tot 12 euro gestegen. Onderzoek uit 2022 in Italië laat zien dat het verlagen van de ticketprijzen tot 8 euro tot bijna 70 procent meer bezoekers zou kunnen leiden. In Nederland laat onderzoek van de Bioscoopmonitor zien dat in 2025 twee op de drie Nederlanders een bioscoop bezocht, een percentage dat al een aantal jaar langzaam stijgt. Maar omdat bezoekers elk jaar minder vaak gaan, dalen de totale bioscoopbezoekcijfers elk jaar. Dat lijkt niet los te zien van de elk jaar duurder geworden ticketprijzen. De cijfers laten namelijk ook zien dat hoe hoger het inkomen, hoe vaker mensen de bioscoop bezoeken (Follows 2025, van Zwol 2026, Bos 2026).
Bioscopen worstelen daarnaast met gestegen onderhouds- en energiekosten en personeelsgebrek. Ze proberen klanten terug te winnen door te investeren in meer luxe en service en door unieke kijkervaringen te bieden. In tegenstelling tot poppodia, verdienen bioscopen en filmhuizen weinig aan horeca. De 27 filmtheaters van de NFO, die veelal horeca met restaurants en cafés hebben in hun gebouwen, verdienden samen nog geen 10 procent van hun totale inkomsten via hun horeca. Eye maakte eind 2025 bekend dat het grote financiële problemen heeft, mede vanwege een verlieslijdende horeca en stijgende personeelskosten voor een niet hoger personeelsbestand (NFO 2025, Mechelinck 2025). Mede aangespoord door het succes van de streamingdiensten zetten bioscopen in op bijvoorbeeld aanvullende content of podcasts. Kinepolis organiseert zogenaamde Discovery Days rondom de release van nieuwe films. Het Filmhuis in Den Haag heeft sinds 2020 een boutique cinema met loungestoelen en tweezits bankjes. Een vernieuwend concept is The(Any)Thing van Pathé: een app met de mogelijkheid om in 13 kleinere filmzalen met ruimte voor 2-5 bezoekers zelf keuzes te maken over de te bekijken film, de starttijd, pauzes, drankjes en snacks. Daarnaast zetten bioscoopketens, in navolging van de succesvolle Cinevillepas, in op vergelijkbare abonnementen. Cineville heeft inmiddels 100.000 leden die in 74 filmtheaters in Nederland terecht kunnen. De gemiddelde Nederlander gaat 1,8 keer per jaar naar de film, Cinevillepashouders wel 25 keer. Filmhuizen zetten samen met online platform Picl in op hybride aanbod door mensen zowel online als offline aan te spreken. Zo hopen ze een breder publiek te bereiken omdat mensen die zowel via Picl als in het filmtheater films kijken dit significant vaker doen dan kijkers die uitsluitend online of in het filmhuis een film bekijken. Niettemin blijven zowel de concurrentie van streamingdiensten als de uitdaging om mensen naar het witte doek te trekken onverminderd groot (Dijksterhuis 2024b, UNIC 2024, van Zwol 2025, Dijksterhuis 2025a, Dijksterhuis 2025b, Wybenga 2025, DEN 2025).
De Nederlandse filmindustrie: de zoektocht naar kw-AI-liteit
De afgelopen tien jaar werden – de coronajaren uitgezonderd – jaarlijks steeds meer films gemaakt en uitgebracht. In 2025 kwam een recordaantal van 542 nieuwe films uit. 84 waren Nederlandse producties. Het aantal geproduceerde Nederlandse films nam ook elk jaar toe, van 58 in 2019 tot 73 in 2024. Nog een teken aan de wand is dat in 2024 de Production Incentive van het Filmfonds, die in de afgelopen tien jaar bijgedragen heeft aan de groei van de Nederlandse filmwereld, voor het eerst werd overvraagd. Aangezien het aantal bioscoopbezoekers sinds 2019 is afgenomen, betekent het dat individuele films gemiddeld steeds minder bezoekers trekken. Met name Nederlandse arthousefilms hebben het moeilijk de afgelopen jaren, het merendeel trekt minder dan 10.000 bezoekers. Dit sluit aan bij de Europese ontwikkeling dat films van eigen bodem in 2024 nog altijd minder bezoekers trekken dan in de jaren 2017-2019, terwijl er wel 24 procent meer films uitkwamen dan in die jaren. Misschien is in Nederland inmiddels een keerpunt bereikt: in 2025 werden minder films van eigen bodem uitgebracht dan het jaar ervoor. (Filmfonds 2020, 2025, NVBF en NVPI 2026, NFF 2024a, Schneeberger 2024b, Dijksterhuis 2025d, Edmery 2025).
Tegelijkertijd zijn er de laatste jaren oproepen en initiatieven om juist te investeren in talentontwikkeling en de kwaliteit van Nederlandse speelfilms. Dit kwam al naar voren in de Uitgangspunten cultuurbeleid 2021-2024 (Engelshoven 2019). Deze discussie werd in september 2023 verder aangewakkerd met de publicatie van een onderzoek uitgevoerd door het Britse onderzoeksbureau Olsberg SPI, in opdracht van het Filmfonds. Dit rapport toont dat Nederlandse speelfilms significant minder succesvol zijn in het buitenland vergeleken met die uit België, Denemarken, Oostenrijk en Zweden. Ondanks dat Nederland de meeste films produceert van de onderzochte landen, worden deze zelden geselecteerd voor belangrijke festivals en winnen ze bijna nooit grote prijzen. Het Filmfonds heeft al geruime tijd opgemerkt dat Nederland goed presteert op het gebied van documentaires, VR-producties en korte films, maar minder succesvol is op het gebied van speelfilms, ondanks aanzienlijke investeringen in dit genre. Die specifieke kwaliteiten kwamen in 2025 ook weer naar voren: de korte animatiefilm Wander to Wonder van Mascha Halberstadt werd voor zowel een Oscar als een BAFTA genomineerd, I am Not a Robot van Victoria Warmerdam won in 2025 een Oscar voor Beste Korte Film en From Dust van Michiel van der Aa won de Immersive Competition bij het filmfestival in Cannes (Olsberg SPI 2023, Filmfonds 2025a, Broeren-Huitenga 2025).
In 2024 zetten zowel het Filmfonds als Eye Filmmuseum en het ministerie van OCW in op het stimuleren van kwaliteit en het ontwikkelen van talent. Het Nederlands Filmfonds benadrukt in zijn plannen voor de periode 2025-2028 het belang van voldoende aandacht en budget voor de productie van originele, onderscheidende Nederlandse films en series. Eye Filmmuseum wil nog effectiever Nederlandse films in het buitenland gaan promoten via zijn samenwerking met het Filmfonds in SEE NL, dat sinds 2019 de internationale promotie van Nederlandse films ondersteunt (Filmfonds 2024a, Eye Filmmuseum 2024). Tegelijk richtte toenmalig minister van OCW Eppo Bruins in zijn nieuwe agenda voor de integrale sectorbrede aanpak zich ook op het stimuleren van kwaliteit en landelijke en regionale talentontwikkeling van beginnende en meer gevorderde talenten. Hij riep daarnaast op tot meer samenwerking tussen private en publieke partijen en publieke partijen onderling. Daarom gaf de minister opdracht voor onderzoek naar een periodieke monitor ‘av-sector in beeld’, om beter zicht te krijgen op onder meer de complementariteit van publieke en private financieringsregelingen. Het ontbreekt in Nederland aan fiscaal-economische instrumenten voor de stimulering van filmproducties, zoals die in omringende landen als Denemarken, België of Ierland wel bestaan. Binnen de sector heerst de breed gedeelde wens om dat te veranderen (Bruins 2024, NFF 2025).
Artificial Intelligence
De razendsnelle opkomst van generatieve artificiële intelligentie (AI) begint steeds meer zijn stempel te drukken op de audiovisuele sector. Na geluid, kleur, televisie, digitale technologie en internet is AI de zesde revolutie in de filmgeschiedenis. AI kan als hulpmiddel dienen, als een gereedschap voor filmmakers in met name de post-productie. De verwachting is dat hybride film maken, met AI gegenereerde elementen, sterk zal toenemen. Maar AI levert ook ethische en juridische vraagstukken op over auteursrechten. En het zet in tegenstelling tot deze eerdere vijf revoluties de menselijke creativiteit onder druk. Inmiddels zijn volledig met AI gegeneerde commercials, televisiepresentatoren en acteurs allemaal al realiteit geworden (Arts 2025, van der Elst, Theirlynck 2025, RTL 2025a).
In november 2024 voorspelde een studie in opdracht van het CISAC al dat de wereldwijde markt voor volledig door AI gegenereerde AV naar verwachting zal toenemen tot 48 miljard euro in 2028, maar dat makers tegelijkertijd een vijfde van hun inkomsten zullen verliezen. Naar verwachting verliezen vertalers 56 procent, schrijvers 20 procent en regisseurs 15 procent (PMP Strategy 2024). Die voorspellingen zijn nu al deels uitgekomen. Uit onderzoek van de Boekmanstichting op initiatief van de Creatieve Coalitie komt naar voren dat een deel van de cameramensen, stemacteurs, schrijvers en componisten in de audiovisuele sector nu al merkt dat ze minder opdrachten krijgen, met name uit marketing en reclame. Bijna drie kwart van hen vreest bovendien verder verlies van werk en inkomsten. Dit past binnen een breder gedeelde angst onder werkenden in Nederland dat door AI banen zullen verdwijnen en dat AI hun werk deels of geheel gaat vervangen. Volgens onderzoek van het CBS uit 2025 denkt drie op de vier volwassenen dat banen gaan verdwijnen en vier op de tien vrezen dat dit ook voor hun eigen baan zal gelden (Struijke 2025, de Ruiter 2025, CBS 2026).
Fair Pay, duurzaamheid en regionale filminitiatieven
Tegelijkertijd zijn er ambities binnen de filmindustrie op het gebied van Fair Pay, duurzaamheid en regionale diversificatie. In het kader van Fair Practice zijn in 2024 een begrippenkader van 333 begrippen ontwikkeld en een leidraad veilig en gezond werken in de AV-sector opgesteld met 32 uitgangspunten
Duurzamer films maken is een andere ambitie. Inmiddels worden diverse stappen gezet op dit vlak. De uitstoot van een film kan groot zijn: waar een gemiddeld huishouden zo’n 19 ton CO2 uitstoot, is dat bij een Europese speelfilm al gauw 192 ton volgens de Europese Commissie
Hand in hand met dit streven naar duurzaamheid, is het verlangen naar meer regionale film- en talentontwikkeling buiten de randstad (Melchers 2024). Om dit te stimuleren, is in 2024
De publieke omroep onder druk
De Nederlandse publieke omroep (NPO) speelt al jarenlang een belangrijke rol in de financiering en programmering van Nederlandse films en series. Via zowel financiële steun als het uitzenden van producties draagt de NPO bij aan de zichtbaarheid en ontwikkeling van de Nederlandse audiovisuele sector. Die publieke functie staat nu onder druk door de grootschalige bezuinigingen die de NPO moet doorvoeren de komende jaren, die direct het culturele aanbod raken. Daarmee duurt de onrust voort die er de laatste jaren heerst bij de publieke omroep. Naast ernstige problemen met sociale onveiligheid het hoofd bieden, moeten de NPO en de omroepen gelijktijdig grote bezuinigingen doorvoeren en zich fundamenteel herorganiseren binnen een nieuw te vormen omroepbestel.
De laatste jaren is het echter bijzonder onrustig bij de publieke omroep. Niet alleen zijn er ernstige problemen rondom sociale onveiligheid op de werkvloer bij de NPO en diverse omroepen, maar ook heerst er grote onzekerheid over de toekomst van de publieke omroep vanwege grote, ingrijpende bezuinigingen en hervormingen die zijn aangekondigd door het in 2024 aangetreden kabinet-Schoof.
Nieuw omroepbestel en bezuinigingen
In april 2025 kondigde toenmalig minister Bruins aan dat hij de landelijke publieke omroep drastisch wilde hervormen. Het plan is om de huidige elf omroepverenigingen terug te brengen tot vier of vijf in 2029. De NPO, NOS en NTR blijven alle drie apart bestaan. Verder moet het omroepbestel voor het eerst gesloten worden: de mogelijkheid om toe te treden, die er elke vijf jaar was voor een nieuwe omroep met genoeg leden, verdwijnt. De overgebleven omroephuizen krijgen tegelijkertijd de wettelijke verplichting om samen “de perspectieven, geluiden en behoeften van de samenleving zo goed mogelijk” in hun aanbod een plek te geven. Aanvankelijk wilde Bruins al in oktober 2025 met een voorstel komen voor de nieuwe omroephuizen. Na de val van het kabinet-Schoof in juni 2025 is dit proces vertraagt. Ook omdat na een eerste inventarisatie bleek dat de omroepen onderling het niet eens konden worden over het aantal nieuwe omroephuizen en welke plaats zie hierin innemen, zo liet Bruins opvolger Gouke Moes in oktober 2025 weten. Volgens Moes is de politiek nu aan zet. Het betekent dat de eind oktober verkozen nieuwe Tweede Kamer de volgende stappen gaat bepalen (Bruins 2025a, Bruins 2025b, de Rek 2025, Beukers 2025b).
Naast deze hervormingen staat de NPO aan de vooravond van ingrijpende bezuinigingen. Vanaf 2027 moeten de omroepen zeker 106 miljoen euro bezuinigen op een totale begroting die in 2025 nog 980 miljoen euro bedraagt. Het nieuwe kabinet-Jetten wil nog eens 50 miljoen aan extra bezuinigingen van het vorige kabinet terugdraaien. In de zomer van 2025 riepen de NPO en het College van Omroepen na de val van het kabinet-Schoof tevergeefs nog op de bezuinigingen terug te draaien omdat deze al vanaf 2027 de omroepen en programmering raken, terwijl de voorgenomen hervormingen pas twee jaar daarna ingaan. In het najaar van 2025 werd duidelijk dat de klappen onevenredig hard de programmering raken. Het gaat om liefst 72 miljoen euro, circa 10 procent van het totale programmabudget. Met name culturele programma’s lijken te sneuvelen. Begin december 2025 reageerden verschillende organisaties in de audiovisuele sector, van producenten (NAPA) tot regisseurs (DDG) en scenarioschrijvers (Netwerk Scenarioschrijvers) gealarmeerd. De Taskforce Culturele en Creatieve Sector, een samenwerkingsverband van meer dan honderd branche- en beroepsorganisaties, reageerde met een open brief waarin zij stellen dat meer verloren gaat dan alleen programmering: “Wie nu de basis uitholt, verliest straks het vermogen om cultuur, taal en verhalen door te geven aan nieuwe generaties.” (Beukers 2024, Beemsterboer 2025b, Taskforce 2025, RTL 2025b, NAPA 2025, Beukers 2026b).
Sociale veiligheid
Begin 2025 waarschuwde regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld Mariëtte Hamer voor de impact van de grote bezuinigingen en hervormingen bij de publieke omroepen op de verbetering van de sociale veiligheid. Ze trok in twijfel “in hoeverre je een cultuurverandering in deze omstandigheden kunt bewerkstelligen” en waarschuwde dat “Het gevaar dreigt dat het belang van sociale veiligheid daarbij ondergeschikt raakt.” Dat onveilige werkklimaat kwam onder de aandacht na het in 2024 verschenen rapport Niets gezien, niets gehoord, niets gedaan: de zoekgemaakte verantwoordelijkheid van de Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen onder leiding van oud-minister Martin van Rijn. De commissie constateerde dat op alle niveaus de normale verantwoordelijkheden zijn “zoekgemaakt” en dat “het onderwerp van grensoverschrijdend gedrag breed speelt binnen de landelijke publieke omroep, en serieuze aandacht verdient.” (Van Rijn 2024).
Vooralsnog is het onderwerp ondergesneeuwd geraakt, terwijl naast Hamer ook het Commissariaat van de Media juist had geconstateerd dat het veranderen van de werkcultuur uiterst moeizaam verliep bij de omroepen en de NPO zelf. Begin maart 2025 stapte NPO-bestuursvoorzitter Frederike Leeflang nog op nadat ook zij in opspraak was geraakt vanwege een onveilig werkklimaat. Haar opvolger, Jet de Ranitz, wacht een grote uitdaging op het vlak van bezuinigen, hervormen en deze cultuurverandering (Commissariaat voor de Media 2024, Hamer 2024, Beukers 2025a, Beukers 2026a, Beemsterboer 2025a, Bahara 2025).
Diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie in de beroepspraktijk
In 2025 verschenen vier nieuwe onderzoeken binnen het onderzoekstraject Ervaringen en perspectieven van vrouwelijke film- en televisieprofessionals, uitgevoerd onder leiding van de Universiteit Utrecht. Deze onderzoeken zijn een vervolg op het in 2022 verschenen onderzoeksrapport Beter is nog niet goed: de positie van vrouwen in de film- en televisiesector 2011-2020, waaruit blijkt dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn binnen de audiovisuele sector. Met name in technische functies als cinematograaf en sound designer is hun aandeel laag: respectievelijk slechts tien en vijf procent. Ook toont het onderzoek aan dat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen toeneemt wanneer producties duurder en langer zijn (Sanders 2022).
De vier nieuwe vervolgstudies verrijken dit beeld ietwat. Ze tonen dat vrouwen voor en achter de camera soms discriminatie, achterstelling en stereotyperingen ervaren (Sanders, Post 2025, Sanders, van Holt 2025). Daarnaast blijkt uit een onderzoek onder ruim 250 mannelijke en vrouwelijke respondenten dat er een loonkloof tussen mannen en vrouwen in de filmindustrie bestaat, op basis van leeftijd, werkervaring en opleiding (Sanders, Buijing 2025). Tot slot toont een analyse van een representatieve selectie van ruim 200 films en scripts uit de periode 2019-2023 dat er een gebrek aan diversiteit is en bepaalde stereotypen terugkomen in de manieren waarop vrouwen geportretteerd worden in films en series (Sanders, Becker 2025).
Nederland is geen uitzondering in dit opzicht: grootschalig onderzoek onder honderdduizenden mensen in de Europese audiovisuele sector toont dat vrouwen in de productie van Europese films en series met 27 procent sterk ondervertegenwoordigd zijn. Vanaf 2015, toen het aantal vrouwen in filmproducties 19 procent bedroeg en in series 23 procent, is er wel een toename te zien, maar in het huidige tempo duurt het nog tientallen jaren voor er sprake is van gelijke man-vrouw vertegenwoordiging (Schneeberger 2025a, Schneeberger 2025b).
Een positieve ontwikkeling is dat het aandeel vrouwelijke producenten van door het Filmfonds toegekende projecten in 2023 en 2024 bijna de helft van het totaal uitmaakte. In 2024 was in 42 procent van de projecten een vrouw de regisseur en in bijna 47 procent was de schrijver een vrouw. Dat er nog wel een lange weg te gaan is, blijkt wel uit het feit dat van de top 20 meest succesvolle films van 2019 tot 2023 vrouwen slechts 14 tot 22 procent regisseerden en hun aandeel in 2024 zelfs sterk terugviel naar een magere 4 procent. Dit hangt samen met de bevinding van het Filmfonds dat vrouwen vaker betrokken zijn bij filmproducties met kleinere budgetten, zoals documentairs en korte of experimentele films, maar ook minder vaak aanvragen indienen dan mannen (Filmfonds 2025b, Filmfonds 2024c).
Je kunt niet zijn wat je niet kunt zien, het onderzoeksrapport dat in 2023 in opdracht van OCW verscheen, vroeg eerder al aandacht voor de verschillen in de audiovisuele sector tussen etnische groepen, zowel op beeld als achter de camera (Crone et al. 2023). In dit rapport is voor het eerst de etnische diversiteit binnen de filmindustrie onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat er weliswaar voor en achter de schermen enigszins sprake lijkt van een representatieve vertegenwoordiging van etnische groepen in vergelijking met het landelijke gemiddelde, maar ook dat makers van kleur doorgaans minder werk hebben, vaak korter actief in de sector zijn en ondervertegenwoordigd zijn in leidinggevende functies. Zelf ervaart een groot aantal van hen de mate van inclusie als onvoldoende, wat zich ook vertaalt in een negatiever oordeel over de sociale veiligheid op de werkvloer.
Wat willen we verder weten over het domein Audiovisueel?
Er zijn nog altijd weinig tot geen cijfers beschikbaar over de grootste spelers: de streamingdiensten. De omzet van video-on-demand in Nederland wordt jaarlijks
Daarnaast is het interessant om te zien wat de invloed op het kijkgedrag wordt van zogenaamde FAST-kanalen (free ad-supported television). Dit zijn gratis online themakanalen die momenteel in opkomst zijn in Europa. Ook in Nederland verschijnen er steeds meer, zoals Pluto TV of VI TV, maar er is nog weinig bekend over deze nieuwe trend. Gaan deze gratis zenders de concurrentie aan met de betaalde video-on-demand diensten? De abonnementsprijzen van de grootste zeven streamingdiensten zijn namelijk sinds 2022 gemiddeld 36 procent duurder geworden (Tran 2025, Willemsen 2025).
Tot slot willen we ook op deze pagina meer aandacht besteden aan de audiovisuele sector in het Caribische deel van het Koninkrijk, in Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint-Maarten. Er zijn op de eilanden relatief weinig bioscopen in vergelijking met Nederland en professionele filmstudio’s zijn er niet. Om de filmindustrie te stimuleren, is in april 2024 Studio Caribe opgezet door het Filmfonds. Met deze nieuwe regeling wordt in totaal jaarlijks 120.000 euro beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van twaalf filmprojecten. Vervolgens is er 65.000 euro per project beschikbaar om zes films van minimaal vijf en maximaal dertig minuten te realiseren. Het hele traject wordt omlijst met workshops, coaching en trainingen. In juni 2025 kregen twee Arubaanse en vier Curaçaose filmprojecten een realiseringsbijdrage via het programma. De makers kregen bovendien workshops in plannen en budgetteren op Curaçao.
Meer weten over het domein Audiovisueel?
Bekijk meer data over het domein Audiovisueel in het Dashboard van de Cultuurmonitor.
Meer literatuur over het domein Audiovisueel is te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.
Bronnen
Figuren:
Nederlands Filmfonds (2025) Film facts & figures of the Netherlands: Summer 2025. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.
NVBF (2025) Jaarverslag 2024. Amsterdam: NVBF.
Hoog, T. de en B. Swartjes (2026) Cultuurparticipatie in Cijfers – Een rapportage over de Vrijetijdsomnibus (VTO) 2024. Amsterdam: Boekmanstichting.
Literatuur:
Arts, T. (2025) ‘Een nieuwe revolutie in de filmwereld. AI als kans én uitdaging’. In: Boekman, nr. 143, 34-37
Bahara, H. (2025) ‘Frederieke Leeflang stapt op als baas van NPO na reeks klachten over gedrag’. Op: www.volkskrant.nl, 4 maart.
Beemsterboer, T. (2025a) ‘Minister Bruins in gesprek met toezichthouder NPO over werkcultuur onder voorzitter Leeflang’. Op: www.nrc.nl, 25 februari.
Beemsterboer, T. (2025b) ‘NPO en de omroepen vragen om terugdraaien van geplande bezuinigingen’. Op: www.nrc.nl, 6 juni.
Bekkum, D. van (2026) ‘Netflix trekt zich terug uit strijd om Warner Bros, weg vrij voor Trump-bondgenoot Ellison van Paramount’. Op: www.volkskrant.nl, 27 februari
Benjamin, J. (2025) ‘Netflix koopt studio’s en videodienst Warner Bros Discovery voor $82,7 mld’. Op: www.nrc.nl, 5 december.
Beukers, G. (2024) ‘Extra bezuiniging van 50 miljoen euro op NPO is ‘onbegrijpelijk’ en ‘onverantwoord’, zegt voorzitter Leeflang’. Op: www.volkskrant.nl, 13 december.
Beukers, G. (2025a) ‘Mariëtte Hamer hoort nog steeds van melders: ‘Als bekend wordt dat ik bij jou heb geklaagd, kom ik bij de volgende omroep niet binnen’. Op: www.volkskrant.nl, 1 februari.
Beukers, G. (2025b) ‘Minister onthult langverwachte plannen: publieke omroep gaat de meest drastische hervorming in decennia tegemoet’. Op: www.volkskrant.nl, 4 april.
Beukers, G. (2026a) ‘De nieuwe NPO-voorzitter Jet de Ranitz krijgt een baan die nog zwaarder is dan Ajax besturen’. Op: www.volkskrant.nl, 2 januari.
Beukers, G. (2026b) ‘Omroepen opgelucht: bezuiniging van 50 miljoen euro op NPO van tafel’. Op: www.volkskrant.nl, 30 januari.
Boonekamp, D. en D. Lauwen (2024) Rapportage – Input voor evaluatieontwerp Investeringsverplichting grote streamingdiensten. Amsterdam: Doreen Boonekamp en David Lauwen.
Bos, D. (2025), Bioscoopmonitor 2024. Amsterdam: NVPI.
Bos, D. (2026), Bioscoopmonitor 2025. Amsterdam: NVPI.
Broeren-Huitenga, J. (2025) ‘Michel van der Aa’s From Dust wint Cannes Immersive’. Op: www.filmkrant.nl, 22 mei.
Bruins, E. (2024) Agenda audiovisueel aanbod “Verbeelding door inzicht, talentontwikkeling en samenwerking”. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Bruins, E. (2025a) De hervorming van de landelijke publieke omroep. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Bruins, E. (2025b) Kaders clustering omroephuizen. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
CBS (2024) Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies, 2023. Op: www.cbs.nl, 11 november.
CBS (2026) Bijna helft werkenden denkt dat AI werk kan doen. Op: www.cbs.nl, 25 februari.
Commissariaat voor de Media (2024) Mediamonitor 2024. Hilversum: Commissariaat voor de Media.
Commissariaat voor de Media (2024) Voortgang opvolging rapport van de Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen door de landelijke publieke omroepen. Hilversum: Commissariaat voor de Media.
Crone, V. et al. (2023) Je kunt niet zijn wat je niet kunt zien. Amsterdam: DSP-groep.
DEN (2025) ‘Picl en filmhuizen: hybride werkt!’ Op: www.den.nl, 9 december
Dijksterhuis, E. (2024a) ‘Studio Caribe wil vliegwiel zijn voor Antilliaanse filmindustrie.’ Op: www.filmkrant.nl, 10 mei.
Dijksterhuis, E. (2024b) ‘€100 mln korting NPO, lage btw bioscoopkaartje blijft’. Op: www.filmkrant.nl, 17 mei.
Dijksterhuis, E. (2025a) ‘Verwachte daling bioscoop bezoek 2024 valt mee.’ Op: www.filmkrant.nl, 7 januari.
Dijksterhuis, E. (2025b) ‘Opmars filmabonnement niet te stuiten.’ Op: www.filmkrant.nl, 17 februari.
Dijksterhuis, E. (2025c) ‘Fries Filmfonds van start met steun provincie.’ Op: www.filmkrant.nl, 8 mei.
Dijksterhuis, E. (2025d) ‘Tien jaar Production Incentive: succes bereikt grens.’ Op: www.filmkrant.nl, 5 september.
Dijksterhuis, E. (2025e) ‘Filmfonds en Limburg Film Office lanceren Studio Heuvelland.’ Op: www.filmkrant.nl, 1 oktober.
Edmery, N. (2025) Made in Europe: theatrical distribution of European films across the globe 2015 – 2024. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
Elshout, M. van den (2024) Verkenning talentontwikkeling: verkenning van initiatieven en programma’s voor talentontwikkeling in de film- en audiovisuele sector. Amsterdam: Filmforward.
Elst, L. van der, T. Theirlynck (2025) ‘Eline van der Velden maakte een AI-actrice: ‘AI-talenten als Tilly zullen een heel nieuw genre vormen’. Op: www.nrc.nl, 31 december
Engelshoven, I. van (2019) Uitgangspunten cultuurbeleid 2021-2024. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Eye Filmmuseum (2024) Ondernemingsplan. AFK vierjarige subsidies 2025-2028. Amsterdam: Stichting Eye Filmmuseum.
Follows, S. (2025) ‘What’s the biggest barrier to cinema-going?’. Op: stephenfollows.com, 15 oktober.
Fontaine, G. (2024) Audiovisual services spending on original European content 2024 edition. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
Geukema, R., R. Goudriaan, H. Vinken (2025) Meerkosten van Fair Pay in de filmsector. Woerden: PPMC Economisch Advies.
Hamer, M. (2024) Stand van zaken sociale veiligheid publieke omroep. Den Haag: Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.
Hoffmann, V. (2025) ‘Verslag NFF Extended: Fair Pay, Fair Practice, Fair Results’. Op: www.filmfestival.nl, 11 juni.
Idiz, D. (2025) Streaming giants and European screen production: Cultural diversity, creativity, and dependence. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.
Linssen, D. (2025) ‘Er wordt nauwelijks over gesproken, maar groen filmen is wel degelijk mogelijk’. Op: www.nrc.nl, 10 juni.
Mechelinck, S. (2025) ‘Verlieslijdend Eye Filmmuseum schrapt dertig voltijdfuncties’. Op: www.parool.nl, 1 december.
Melchers, F. (2024) ‘Filmecosystemen in Nederland: regio’s bouwen aan nieuw filmlandschap’. In: Boekman, nr. 139, 22-25.
Munch, E. (2025) Green transition in the audiovisual sector. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
NAPA (2025) ‘Borg positie onafhankelijke productiesector bij bezuinigingen’. Op: www.producentenalliantie.nl, 5 december.
Nederlands Film Festival (2024a) Nederlands Film Festival: voorvechter van de Nederlandse film- en beeldcultuur. Meerjarenbeleidsplan 2025-2028. Utrecht: Nederlands Film Festival.
Nederlands Film Festival (2024b) Conferentieverslag 2024. Utrecht: Nederlands Film Festival.
Nederlands Film Festival (2025) Verslag filmpolitieke bijeenkomst 2025. Utrecht: Nederlands Film Festival.
Nederlands Filmfonds (2023) Film facts & figures of the Netherlands: Summer 2023 issue. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.
Nederlands Filmfonds (2024a) Nederlands Filmfonds Beleidsplan 2025-2028. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.
Nederlands Filmfonds (2024b) Het Nederlands filmfonds in 2023. Jaarverslag. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.
Nederlands Filmfonds (2024c) Film facts & figures of the Netherlands: Summer 2024. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.
Nederlands Filmfonds (2025a) Het Nederlands filmfonds in 2024. Jaarverslag. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.
Nederlands Filmfonds (2025b) Film facts & figures of the Netherlands: Summer 2025. Amsterdam: Nederlands Filmfonds.
NFO (2025) Filmtheaters 2019-2023. Hilversum: Vereniging Nederlands Filmtheater Overleg.
NMO (2025) Jaaroverzichten. Op: kijkonderzoek.nl.
NU.CW (2025) ‘Zes Caribische filmprojecten krijgen realiseringsbijdrage van Studio Caribe’. Op: www.nu.cw, 4 juni.
NVBF (2024) Jaarverslag 2023. Amsterdam: NVBF.
NVBF (2025) Jaarverslag 2024. Amsterdam: NVBF.
NVBF en NVPI (2025) Familiefilms en Nederlandse films deden het goed in 2024. Amsterdam: NVBF en NVPI.
NVBF en NVPI (2026) Samenvatting kerncijfers jaar 2025. Amsterdam: NVBF en NVPI.
NVPI (2026) ‘Ruim 28 miljoen bezoekers in bioscopen en filmtheaters in 2025’. Op: www.nvpi.nl, 6 januari.
Olsberg SPI (2023) International Benchmark Study: Report to the Netherlands Film. Londen: Olsberg SPI.
PMP Strategy (2024) Study on the economic impact of Generative AI in the music and audiovisual industries: Current situation and 5-year perspective. Luxembourg: PMP Strategy.
Raad voor Cultuur (2025) Advies Concessiebeleidsplan 2026-2030 Regionale Publieke Omroep. Den Haag: Raad voor Cultuur.`
Rek, W. de (2025) ‘Omroepen worden het niet eens over aantal ‘huizen’ in vernieuwd bestel’. Op: www.volkskrant.nl, 3 oktober.
RTL (2025a) ‘Eerste uitzending op Britse televisie met AI-presentator’. Op www.rtl.nl, 20 oktober
RTL (2025b) ‘Makers uiten kritiek op NPO-bezuinigingen cultuur’. Op: www.rtl.nl, 4 december
Ruiter, M. de (2025) ‘AI raakt culturele sector hard: ‘Eerst word je bestolen en daarna vervangen’. Op: www.volkskrant.nl, 17 december.
Rutten, P. et al. (2026) Monitor creatieve industrie 2025. Nederland, Top-15 steden creatieve industrie en ICT, bedrijven, beroepen en zzp-ers. Hilversum: Stichting Media Perspectives
Rijn, M. van et. al. (2024) Niets gezien, niets gehoord, niets gedaan: de zoekgemaakte verantwoordelijkheid. Den Haag: Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen.
Sanders, W. (2022) Beter is nog niet goed: de positie van vrouwen in de film- en televisiesector 2011-2022. Utrecht: Vrouwen in Beeld, Universiteit Utrecht.
Sanders, W., S. Becker (2025) ‘Gewoon’ een Nederlandse vrouw: onderzoek naar de representatie van vrouwen in Nederlandse fictiefilms en series 2019-2023. Utrecht: Vrouwen in Beeld, Universiteit Utrecht.
Sanders, W., G. Buijing (2025) Rapportage vragenlijst inkomens film- en televisiesector: een verkennend onderzoek naar een genderloonkloof. Utrecht: Vrouwen in Beeld, Universiteit Utrecht.
Sanders, W., K. van Holt (2025) Meten met twee maten: onderzoek naar de ervaringen van cameravrouwen in een door mannen gedomineerde beroep. Utrecht: Vrouwen in Beeld, Universiteit Utrecht.
Sanders, W., N. Post (2025) Op hakken gezet en klein gemaakt: onderzoek naar het werk van actrices en de mogelijkheden voor professionele ontwikkeling. Utrecht: Vrouwen in Beeld, Universiteit Utrecht.
Schneeberger, A. (2024a) Audiovisual media services in Europe – 2024 edition. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
Schneeberger, A. (2024b) Audiovisual fiction production in Europe – 2023 figures. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
Schneeberger, A. (2025a) Female professionals in European TV/SVOD fiction production 2015-2023 figures. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
Schneeberger, A. (2025b) Female professionals in European film production 2015 – 2024 figures. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
Schneeberger, A. (2025c) Audiovisual fiction production in Europe – 2015 – 2024 figures. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
Struijke, S. (2025) De impact van generatieve AI op werk en inkomen in de culturele en creatieve sector. Een onderzoek door de Boekmanstichting, op initiatief van de Creatieve Coalitie. Amsterdam: Boekmanstichting.
Taskforce culturele en creatieve sector (2025) Open brief Taskforce voor mediadebat. Op: www.kunsten92.nl, 2 december.
Tran, J. (2025) Audiovisual media services in Europe – 2024 data. Strasbourg: European Audiovisual Observatory.
UNIC (2024) Innovation and the big screen. Brussel: Union Internationale des Cinémas.
Willemsen, W. (2025) ‘Streamingdiensten schroeven de prijzen op: vooral Viaplay en Disney Plus flink duurder’. Op: www.volkskrant.nl, 3 maart.
Wybenga, E. (2025) ‘Privébioscoop voor iedereen?’. Op: www.filmkrant.nl, 30 april.
Zwol, C. van (2025) ‘Minder bezoekers en lagere recettes in bioscopen in 2024’. Op: www.nrc.nl, 8 januari.
Zwol, C. van (2026) ‘Hoe vult Amsterdam 5.000 nieuwe bioscoopstoelen in een stagnerende markt?’. Op: www.nrc.nl, 6 januari.
Verantwoording tekst en beeld
Redactie: De huidige versie van de pagina is meegelezen door Jonathan Mees (Nederlands Filmfonds).
Beeld: Film / Fotografie: Denise Jans (via Unsplash).