Overzicht en kerncijfers
Design is een veelzijdig domein en kent allerlei tussenvormen en overlap met andere sectoren – zowel binnen als buiten het culturele veld. Een strikte afbakening van het domein Design in de Cultuurmonitor is daarom onmogelijk dan wel
Beleidsmatig maakt design deel uit van de bredere ‘ontwerpsector’, waar ook architectuur en digitale cultuur onder vallen, en van de
Voor cijfers over Design zijn verschillende bronnen beschikbaar: een belangrijke kanttekening hierbij is echter dat elke publicatie weer een net andere definitie maakt van de beroepsgroep of bedrijfstak ‘design’. Hierdoor is het complex om een eenduidig beeld van het domein design te schetsen. Zo wordt in de
Onderstaande visualisaties geven een overzicht van kerncijfers over de Designsector. Voor cijfers over de beroepsgroep designers en bedrijfstakken binnen design kijken we naar twee monitors: de Monitor Creatieve Industrie (Rutten et al. 2023) en de Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep (CBS). Voor cijfers over de toegevoegde waarde van Design als sector kijken we naar Waarde van beeld, beeld van waarde (Manshanden et al. 2023). Op de pagina Beeldende kunst wordt een verdere vergelijking gemaakt van arbeidsmarktgegevens over beeldend kunstenaars, grafisch ontwerpers en productontwerpers, en fotografen en interieurontwerpers.
De Monitor Creatieve Industrie 2024 laat zien dat design de sterkst groeiende sector is van de hele
Voor de brede arbeidsmarkt brengt het CBS in de Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep (2025) creatieve beroepsgroepen in kaart, waarbij design wordt geschaard onder de
Ook de Collectieve Selfie 5: cijfers en trends in de beeldende kunst (Vinken et al. 2025) laat zien dat dat het aantal beroepsbeoefenaars van grafisch ontwerper en productontwerper harder groeit dan bijvoorbeeld beroepsbeoefenaars beeldend kunst en fotografie en interieurontwerp. Zie voor deze cijfers de pagina Beeldende kunst.
Waarde van beeld, beeld van waarde publiceerde in 2023 cijfers over de
Voor 2024 publiceert de Monitor Creatieve Industrie meer recente cijfers over de toegevoegde waarde van de design sector. In dit onderzoek worden echter geen verdere uitsplitsingen gemaakt van het domein design naar bijvoorbeeld communicatie- en grafisch ontwerp, zoals Waarde van Beeld, beeld van waarde dit wel doet. De figuur hierboven laat zien dat in 2024 de toegevoegde waarde van de design sector 2.150 miljoen euro was, en daarmee een aandeel van 7,8 procent heeft in de totale toegevoegde waarde van de creatieve industrie. Binnen de deelsector Creatieve zakelijke dienstverlening heeft design een aandeel van 20,4 procent in de toegevoegde waarde, naast architectuur (10,6 procent) en communicatie (69 procent).
De Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) ondervraagt jaarlijks haar leden en publiceert de resultaten in de BNO Branchemonitor. Deze vragenlijst wordt elk jaar ingevuld door een wisselend aantal leden van de BNO. De resultaten geven daarmee een indicatief beeld van ontwikkelingen en trends en moeten dus met voorzichtigheid benaderd worden. Toch is de BNO Branchemonitor het instrument dat het meest langlopende, gedetailleerde en toegespitste inzicht geeft in de designsector.
De BNO Branchemonitor laat zien dat de designsector het niet slecht heeft gedaan in de coronajaren: de gemiddelde omzet nam maar matig af en 50 procent van de zzp’ers hoefde geen gebruik te maken van de coronasteunpakketten die door de overheid beschikbaar waren gesteld (Branchemonitor 2022, Branchemonitor 2023). In 2022 was er een hoge inflatie door onder andere de energiecrisis, maar die inflatie werd in beperkte mate op de uurtarieven doorberekend (Branchemonitor 2024). In 2023 blijft de gemiddelde omzet van zowel zzp’ers als bureaus stijgen, en valt dit jaar op door verschillen in AI-investeringen: uit de resultaten blijkt dat 40 procent van de zzp’ers niet investeert in AI, tegenover 8 procent van de bureaus, terwijl een derde van de respondenten aangeeft dat AI bijdraagt aan een hogere productiviteit (Branchemonitor 2025).
Trends en ontwikkelingen
Ontwerpen voor systeemverandering
Geopolitieke spanningen, milieuvervuiling, klimaatproblemen en schaarste aan grondstoffen zijn nog altijd grote wereldthema’s waar ontwerpers het hoofd aan bieden. Andere urgente onderwerpen zijn armoede, eenzaamheid, ongelijkheid, geweld, dood en polarisatie – van globaal tot individueel niveau (zie bijvoorbeeld Dutch Design Foundation 2023, Bijl 2025 en Arnolds 2024). Ontwerpers richten zich sterker op het gezamenlijk ontwerpen van een betere toekomst, wat onder andere te merken was tijdens de afgelopen edities van de Dutch Design Week en tijdens Graduation Shows aan verschillende academies. Volgens het Dd Yearbook ’25-’26 zet de nieuwe lichting afstudeerstudenten van 2025 zich in op een aantal prominente onderwerpen: herkomst en culturele wortels, persoonlijke verhalen in relatie tot een maatschappelijke beweging, en duurzaamheid – niet langer als experiment, maar als norm (Admiraal 2026). Ontwerpen gaat niet meer alleen over produceren, maar ook over analyseren, sturen en ingrijpen in systemen, of zelfs het vormgeven van regels, zo zegt Yassine Salihine, hoofdcurator bij Design Museum Den Bosch, in Dd Yearbook ’25-‘26. Design wordt dus steeds meer een taal om de wereld anders te zien en vorm te geven (Admiraal 2026).
Dutch Design Foundation (DDF) omschrijft op de website van de door haar georganiseerde Dutch Design Week (DDW) voor 2025 een aantal
Het ‘ontwerpen voor systeemverandering’ is in de afgelopen jaren telkens in verschillende vormen terug te vinden op de Dutch Design Week, die toonaangevend is voor trends en ontwikkelingen in de designsector. In 2022 was het thema van DDW ‘Get Set’, waarbij een oproep werd gedaan om concrete stappen te zetten en in actie te komen (Dutch Design Foundation 2022). In 2023 was het onderwerp ‘Picture This’ – waarin de blik op toekomstscenario’s werd geworpen en designers nieuwe perspectieven boden om mensen mee te kunnen nemen in een proces van verandering en om nieuwe perspectieven te omarmen (Dutch Design Foundation 2023).
Het thema van Dutch Design Week 2024 luidde: ‘Real Unreal’. Het nodigde ontwerpers uit om de complexe uitdagingen van onze tijd te verkennen en de vraag te stellen wat als waarheid beschouwd kan worden in een tijd waarin de opkomst van ‘fake news’ en AI de (online) wereld bevolkt. Ontwerpers bieden hierbij antwoorden op vragen als: Hoe navigeren we tussen de verschillende realiteiten waar onze wereld vandaag de dag uit bestaat? Wat is echt en wat niet, en waar komen al onze zeer diverse perspectieven samen? (Dutch Design Week 2024). En in 2025 was het thema ‘Past. Present. Possible’: een oproep om te denken in mogelijkheden in plaats van oplossingen, en om ruimte te blijven maken voor het experiment (Dutch Design Week 2025).
Platform What Design Can Do (WDCD) geeft ontwerpers de gelegenheid om wereldverbeterende innovatieve strategieën en visies te presenteren, onder andere door middel van ontwerpwedstrijden. Winnaars krijgen begeleiding bij de uitvoering van die concepten en/of opschaling binnen hun praktijk. De Make It Circular Challenge, een initiatief van WDCD en Ikea Foundation, leverde dit jaar dertien winnaars op met veelbelovende innovaties die gericht zijn op een herstellende en regeneratieve toekomst. Ze tonen de kracht van creativiteit: van zeewierverpakkingen van Mujō en upcycling marktplaatsen tot het Nederlandse bedrijf CoolBricks dat recyclebare en ongebakken bakstenen van lokale koeienmest en aarde maakt dat, vooralsnog in Oeganda, een betaalbare, schone, veilige en opschaalbare oplossing is voor mensen met lage inkomens.
Samenwerking van design met andere sectoren
Gezien de hedendaagse urgente wereldproblematiek ontstaat een groeiend aantal initiatieven waarin de krachten transdisciplinair worden gebundeld om noodzakelijke systeemveranderingen te bewerkstelligen, met als doel meer slagkracht hebben en een betere toekomst ontwerpen.
Voorbeeld hiervan zijn initiatieven op het gebied van het klimaat en de gronstoffentransitie, die niet zelden worden geïnitieerd door bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, provincies en gemeentes. Zo vroeg de Gemeente Terneuzen (in samenwerking met Regio Deal North Sea Port District (NSPD) en Provincie Zeeland) een groep ontwerpers om de culturele broedplaats Nesse in Terneuzen op te zetten dat zich bezighoudt met zogeheten
What if Lab (onderdeel van Dutch Design Foundation) werkt als matchmaker en facilitator aan langdurige, duurzame samenwerkingsverbanden tussen designstudio’s en organisaties, zoals Fokker Elmo en Leolux, bij het ontwerpen van oplossingen voor maatschappelijke problemen. Zo helpen ontwerpers ProRail bij het doel om alle NS-stations in Nederland in 2050 circulair te hebben ontworpen. Of Vattenfall, dat in 2024 met het project ‘Upcycled Turbines’ ontwerpers uitgedaagde nieuwe toepassingen te bedenken voor windturbines die het einde van hun levensduur hebben bereikt. Ontwerpers kwamen met verrassende oplossingen door het afval te benaderen als nieuwe middelen, zoals lokaal geproduceerde ‘tiny houses’ of drijvende huizen als oplossing voor het huizentekort.
Regeneratief ontwerpen
Regeneratief ontwerpen is werken aan een gezonde en leefbare omgeving, waarbij de mens onderdeel wordt van de ecosystemen van de aarde, zodat natuurlijke hulpbronnen via een kringloop uiteindelijk worden versterkt in plaats van uitgeput (Material District Utrecht 2025b). Dat gaat dus nog een stap verder dan duurzaamheid en het bedenken van biobased en circulaire producten en systemen.
Een toenemend aantal jonge talenten ziet het als een morele en ethische verplichting om zich als ontwerper in te spannen voor een betere toekomst van mens en aarde en kiest voor regeneratieve vraagstukken, zo is bijvoorbeeld te zien in de catalogus van de Design Academy Graduation Show 2024. Dit blijkt ook uit de subsidieaanvragen bij de regeling Vormgeving van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie: steeds meer projecten gaan over regeneratief ontwerpen en specifieker over materiaalonderzoek en het verduurzamen van de gehele ontwerpketen, zo blijkt uit gesprek met het Stimuleringsfonds.
Tijdens Material District Utrecht 2025, een platform waar in de breedte de nieuwste ontwikkelingen in innovatieve, duurzame, biobased, circulaire en regeneratieve materialen worden tentoongesteld, was deze benadering ook goed zichtbaar. Onder andere nieuwe bouwmaterialen van food waste zoals eierschalen, koffiedrab, cacao, kersen- en dadelpitten en walnootdoppen, maar ook wol, vilt en mycelium werden als veelbelovende materialen tentoongesteld in projecten voor gezonde (interieur)producten (Material District 2025a, 2025b).
Het smeden van ketens is belangrijk voor het opschalen en commercialiseren van
Zo vond studio Humade een oplossing voor de miljoen ton zeeslib die jaarlijks wordt gebaggerd in Groningen, door er keramische producten van te maken geschikt als bouwmateriaal. Samen met consortiumpartners havenschap Groningen Seaports, keramiekproducent Koninklijke Tichelaar en kennisinstuut Deltares werken ze aan deze Sea Salt Ceramics. In de vier jaar tijd dat Humade aan dit project werkt als ketenontwikkelaar en ‘koppelaar’ van partijen en materialen, wist de studio een nieuwe materiaaltechniek te ontwikkelen en tegelijkertijd een geheel nieuwe circulaire keten op te zetten. Hun ultieme doel: deze oplossing wereldwijd toepassen in natuurgebieden met vergelijkbare problemen (Van de Vliet 2026).
Ook grotere partijen werken aan regeneratieve oplossingen, zoals Rijkswaterstaat en de onafhankelijke non-profit organisatie Building Balance, dat samen met diverse ministeries en provincies de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) uitvoert. Het is gericht op het starten, stimuleren en ondersteunen van ketensamenwerkingen tussen de agrarische sector, verwerkers, de bouw en overheden en agendeert daarnaast de remmende regelgeving.
Ontwerpend onderzoek
Ontwerpend onderzoek is een manier van ontwerpen waarbij de
Het belang van ontwerpend onderzoek binnen het publieke domein is de afgelopen jaren gegroeid. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het meerjarige programma De Publieke Ontwerppraktijk (PONT), geïnitieerd door het miniserie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en uitgevoerd door de Dutch Design Foundation, dat van 2024-2027 tot missie heeft om creatieve denkkracht beter benutten bij het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken. PONT ontwikkelt de kennis, organisatiecultuur en infrastructuur om een ontwerpende aanpak beter aan te laten sluiten bij de overheid. Er wordt inmiddels volop kennis gedeeld en er zijn tal van succesvolle pilots afgerond, zoals het project van Afdeling Buitengewone Zaken en het ministerie van Sociale Zaken om burgers met een ‘laag doenvermogen’ te begeleiden bij (zorg)toeslagen, en de koppeling van Arnhemse ontwerpers aan energienetwerkleverancier Alliander om praktische creatieve concepten te bedenken voor de energietransitie. Ook werkt PONT samen met het NSOB-leeratelier aan het verbeteren van de samenwerking tussen ontwerpers en beleidsmakers voor het aanwenden van ontwerpende aanpakken in het werken aan maatschappelijke opgaven.
Ontwerpend onderzoek wordt daarnaast versterkt door nieuwe subsidie-instrumenten. Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie heeft samen met Regieorgaan SIA in 2024 de regeling Artistiek en Ontwerpend Onderzoek gelanceerd, gericht op samenwerkingen tussen hogescholen en culturele instellingen rond de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. In 2025 volgde de regeling ADRIE (Artistic & Design Research for Immersive Experiences) voor consortia die artistiek en ontwerpend onderzoek willen uitvoeren op het gebied van immersieve ervaringen.
Waar een aantal jaar geleden social design steeds meer maatschappelijk draagvlak kreeg (Dijksterhuis 2020), is het inmiddels een geïntegreerde ontwerpbenadering binnen het publieke domein. In de cultuurplanperiode 2025-2028 wordt social design door het Stimuleringsfonds niet langer als aparte discipline behandeld, maar als een overkoepelende ontwerpbenadering die in meerdere domeinen doorwerkt en die bijdraagt aan de maatschappelijke impact van ontwerp (Stimuleringsfonds 2024). De groei van platforms, onderzoekstrajecten en programma’s zoals PONT versterkt deze positie verder en onderstreept hoe ontwerpers met hun verbeeldingskracht en systeemgerichte manier van werken kunnen bijdragen aan urgente maatschappelijke transities.
Kunstmatige intelligentie (AI)
De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI) gaat razendsnel. Waar in voorgaande jaren voorzichtig werd kennisgemaakt, werd geëxperimenteerd en er ook veel scepsis was over de beperkingen, normativiteit en stereotyperingen van AI (Junte 2024), is AI inmiddels een stuk steviger verankerd in zowel het dagelijks leven als in professionele ontwerppraktijken (zie bijvoorbeeld Struijke 2025, Lamers 2026 en Dijksterhuis 2026). De kwaliteit van generatieve systemen is dan ook aanzienlijk verbeterd ten opzichte van een jaar geleden, en blijft zich continue doorontwikkelen. Deze tekst zal dan ook al snel weer verouderd zijn (moment van schrijven is februari 2026).
In 2024 gaven leden van de BNO aan dat 70 procent gebruik maakt van AI binnen hun ontwerppraktijk (in 2023 was dit nog 62 procent). AI is daarmee voor veel ontwerpers een vast onderdeel geworden van het proces. AI-functies zijn geïntegreerd in veelgebruikte programma’s van bijvoorbeeld Adobe en Figma, waardoor binnen de bestaande ontwerpomgeving gebruik gemaakt kan worden van AI. Daarmee wordt het trainen van een eigen stijl en het kritisch redigeren van output van AI belangrijker dan het éénmalig genereren van een beeld met AI. Waar prompten begin 2025 nog als een als een hype werd gezien en een skill om te leren, is deze nu onderdeel geworden van een bredere AI-geletterheid waarbij AI niet alleen gebruikt wordt om te genereren maar gebruikt wordt om te bewerken en optimaliseren.
Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) is dus meer vanzelfsprekend geworden, terwijl het tegelijkertijd een sterkere tegenhanger heeft gekregen aan het andere eind van het spectrum met het floreren van de ambachtelijke en analoge manier van werken (zie paragraaf ‘Ambacht’). Maar: vakmanschap gaat niet alleen op voor handwerk, ook voor digitale middelen als AI en 3D-scannen. Deze vragen evenveel kennis en expertise (Admiraal 2026).
De rol van de designer zal onder de invloed van design dan ook gaan veranderen. De BNO verwachtte in 2023 al dat uitvoering en implementatie steeds vaker door AI over zullen worden genomen. Daarmee beval de BNO designers aan om meer te focussen op strategie en specialisatie. Maarten Lamers voorziet in het Dd Yearbook ’25-’26 ook dat de taken van designers gaan veranderen: ‘De ontwerper bedenkt en formuleert de ontwerpdoelen en -richting, en behoudt eindverantwoordelijkheid voor acceptatie van het ontwerp. Maar tussentijdse etappes van ontwerp, evaluatie en aanpassing worden autonoom door AI uitgevoerd, niet langer door de ontwerper’ (Lamers 2026). De rol van de ontwerper zal dus meer verschuiven richting die van curator en regisseur: iemand die kaders stelt, (creatieve) keuzes maakt en bepaalde waarden bewaakt. Daarmee wordt kennis van technologie, systemen en ethiek daaromtrent steeds meer onderdeel van het profiel van een designer. De komst van vibecoding (waarbij AI het mogelijk maakt om met één prompt een hele code te schrijven waarmee een app of website gebouwd kan worden) onderschrijft dit eens te meer: designers kunnen zo sneller werkende prototypes bouwen zonder dat ze diepgaande programmeerkennis nodig hebben. De kracht van designers om creatieve processen te sturen, betekenisvolle keuzes te maken en maatschappelijke waarden te integreren wordt alleen maar belangrijker in deze context waarin AI steeds meer code produceert. Ontwerper Bas van de Poel van designbureau Modem stelt in het Dd Yearbook ’25-’26 verder dat ontwerpen steeds meer geautomatiseerd wordt en daarmee toegankelijker wordt voor een breder publiek. ‘Die radicale democratisering heeft consequenties voor het ontwerpvak. Iets wat veel ontwerpers nog niet doorhebben’ (Dijksterhuis 2026).
Uit onderzoek van de Boekmanstichting en de Creatieve Coalitie naar de impact van generatieve AI op werk en inkomen in de creatieve sector, blijkt dat 65 procent van de respondenten die in design en creatieve diensten werken vreest dat de werkgelegenheid binnen vijf jaar zal afnemen. Vooral grafisch ontwerpers en motion designers zijn binnen de design beroepen bezorgd over hun toekomst. Ook uit dit onderzoek blijkt dat men verwacht dat AI impact zal hebben op de rol van creatieve professionals, maar eerder in negatieve zin, namelijk dat de rol van creatieven verder beperkt zal worden. “[Onder andere] illustratoren en grafisch ontwerpers merken een verschuiving door AI. In hun toelichtingen [op de antwoorden in de enquête] wordt duidelijk dat ze met regelmaat worden gevraagd om te werken met materiaal dat opdrachtgevers genereren met behulp van AI. Het gaat dan om referenties, maar ook om beeldmateriaal waarvan gevraagd wordt het in de eindproductie te verwerken. Beide gevallen resulteren in verminderde creatieve vrijheid’ (Struijke 2025, 11). Dit beeld werd bevestigd in een gesprek hierover met de BNO. Uit de resultaten blijkt verder dat ontwerpers eerder gebruikmaakten van een
De regulering van AI krijgt in Europa concreter vorm met de invoering van de AI Act. Het doel van de wet is ervoor te zorgen dat AI-systemen ‘veilig, transparant, traceerbaar, niet-discriminerend en milieuvriendelijk zijn’ (EU AI Act 2026). De wet heeft een risicogerichte benadering, waarbij AI-systemen worden gecategoriseerd naar hun mogelijke impact op de rechten en veiligheid van burgers. Volgens de beoogde tijdlijn zullen er halverwege 2027 verplichtingen gaan gelden voor AI-systemen met een hoog risico. Ook voor designers houdt dit dus in dat ze niet alleen technisch en creatief, maar ook juridisch en ethisch onderlegd moeten zijn in het gebruik van AI.
In het Dd Yearbook ’25-’26 doet een aantal designers uit de doeken hoe zij AI gebruiken in hun ontwerpproces. Eva Mels gebruikt AI bijvoorbeeld als verlengstuk van haar fotografie, waarbij ze Midjourney gebruikte om beelden van fictieve fossielen te genereren. ‘AI gaat met de werkelijkheid aan de haal’, zegt Mels, ‘het voelt vertrouwd, maar als je beter kijkt, zie je dat al die schelpen iets gekst hebben’. Vera van der Burg daagde AI uit als sparringspartner in haar creatieve proces: ze trainde een eigen AI-model met beelden van haar keramiek werken met bijbehorende omschrijvingen. Daarna gebruikte ze prompts als ‘sadness’ en ‘jealousy’ om nieuwe beelden te genereren. Deze vormden daarna weer het startpunt voor elf nieuwe sculpturen.
De BNO nam in de zomer van 2023 en het voorjaar van 2024 een enquête af onder haar leden en vroeg ze naar hun mening over en ervaring met AI. De vragenlijst werd in 2023 ingevuld door 146 leden en in 2024 door 88 leden – dit zijn sterk wisselende aantallen en de uitkomsten van deze enquête moeten dan ook als indicatief worden beschouwd.
De meest in het oog springende uitkomsten zijn dat AI een krap jaar later vaker wordt gebruikt in de ontwerppraktijk (van 62% naar 70%), en vooral wordt ingezet tijdens de voorbereiding of conceptfase in het ontwerpproces. De vier meest genoemde processen waarvoor AI wordt ingezet door designers zijn ‘vooronderzoek bij opdrachten’ (41%), ‘genereren van beeld/illustraties’ (34%), ‘foto- en videobewerking’ (32%) en ‘innovatie en experimenten’ (26%). In vergelijking met 2023 zien in 2024 aanzienlijk minder respondenten AI als een bedreiging voor ruimte voor eigen creativiteit, of als bedreiging voor lagere uurtarieven (BNO 2024b).
Female gaze
Gender(on)gelijkheid, diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid zijn nog steeds belangrijke thema’s binnen het design domein. De rol van vrouwen in design blijft een onderwerp dat ontwerpers in het specifiek onder de aandacht brengen. Dat constateert ook het Stimuleringsfonds, waar zich binnen de regeling Vormgeving in 2024 een duidelijke toename aftekende van aanvragen voor projecten met een feministisch perspectief (Bijl 2024).
Binnen deze beweging ridiculiseren ontwerpers de male gaze en kaarten zij onderwerpen aan als feminisme, femicide en misogynie, als antidotum voor het dominante mannelijke perspectief (Junte 2024, 90). Daarnaast ontwerpen ze oplossingen voor problemen waar alleen vrouwen mee te maken hebben en weten ze onderbelichte taboeonderwerpen in de schijnwerpers te plaatsen. Een voorbeeld hiervan is Nienke Helder, die zich specialiseert in de vrouwelijke seksualiteit, onder andere met haar project Sexual Healing. Femicide wordt aangekaart door ontwerpers als Rachelle Jeuring en Stephanie Charis Bakker. En Anna Aagaard Jensen, die speelt met traditionele rolpatronen en vooroordelen over gender en manspreading, is de eerste radicaalfeministische ontwerper met een solo-expositie in een landelijk museum (het Centraal Museum Utrecht) (Junte 2024b).
Zo zijn er nog tal van voorbeelden te noemen: de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) plaatste portretten van vrouwelijke ontwerpers online onder de noemer ‘Female Gaze’, Pakhuis de Zwijger startte met FemCity een intersectioneel feministisch platform dat zich hard maakt voor gendergelijkheid, en in het Design Museum Den Bosch kun je in de tentoonstelling
Vrouwelijke ontwerpers zijn gemiddeld ruim oververtegenwoordigd aan de diverse designacademies, maar zijn vervolgens ondervertegenwoordigd in het werkveld en op tentoonstellingen in
Ambacht
Wellicht als tegenhanger van AI, en zelfs van de computer, zijn er opmerkelijk veel ambachtelijk gemaakte (interieur) ontwerpen met een letterlijke vingerafdruk van de maker. De Graduation Shows van verschillende academies en beurzen als Object Rotterdam (2025), maakten duidelijk dat de ambachtelijke, analoge manier van werken floreert.
Daarbij lijkt het een opvallende tendens dat de makers alles in eigen hand willen hebben. Ze ontwerpen namelijk ook eigen tools en creatieve machines om niet afhankelijk te zijn van bijvoorbeeld producenten en distributeurs. Op de DAE (Design Academy Eindhoven) hebben ontwerpers Kiki & Joost de Studio Thinking Hands opgezet, een studierichting die designstudenten kunnen volgen, waar geen computer te pas komt in het ontwerpproces. Deze studio versterkt de hang naar en speelt in op ambachtelijk werken.
Het Stimuleringsfonds constateert dat bij de aanvragen voor de regeling Vormgeving 2025 opmerkelijk veel projecten teruggrijpen naar ambacht, zo blijkt uit gesprek met het fonds. Dit doen aanvragers zowel om weer ‘traagheid’ in het ontwerpproces te brengen, als om meer terug te keren naar de kern van bepaalde ambachtelijke technologieën en methodieken. Vaak gaat dit gepaard met een breder onderzoek naar, bijvoorbeeld, de eigen familiegeschiedenis of migratieachtergrond in relatie tot specifieke vormen van cultureel erfgoed en ambacht. Een voorbeeld hiervan is het project ‘Tussen draden en geweven verhalen’ van Weefstudio Leatemia, een multidisciplinair cultuurproject dat is gericht op het samen met deelnemers maken, bespreken, herinterpreteren, vernieuwen en presenteren van het ambacht en cultureel erfgoed van Ikat.
Fair pay en fair practice
Fair pay is in de beroepsgroep van designers en ontwerpers, net als in veel andere creatieve beroepsgroepen, nog niet altijd aan de orde. Een groot aantal ontwerpers is zzp’er, anderen zijn in loondienst bij een ontwerpbureau, en een derde groep werkt in loondienst binnen bedrijven, (semi-)publieke organisaties of maatschappelijke organisaties waar ontwerp niet de hoofdactiviteit is. In al die verschillende constructies van het beroep speelt de vraag wat een eerlijke en passende beloning is voor ontwerpers (Arnoldus et al. 2022). Ook is vanuit de overheid bijvoorbeeld de ARVODI (Algemene Rijksinkoopvoorwaarden voor diensten) niet goed afgestemd op de
Verder is in het kader van fair practice in september 2025 de Pitchcode 2025 ondertekend door
Wat willen we verder weten over het domein Design?
De veelzijdigheid en grenzeloosheid van design maken het een buitengewoon dynamisch domein, wat het voor de Cultuurmonitor bemoeilijkt om vergelijkbare en eenduidige cijfers te ontsluiten. Zo zijn de huidige cijfers over de arbeidsmarkt – afkomstig van de Monitor Creatieve Industrie en het CBS – niet verenigbaar vanwege de verschillende reikwijdten en datacategorieën. Om een sluitend beeld van bijvoorbeeld de arbeidsmarkt van de designsector te kunnen schetsen zouden eenduidige cijfers nodig zijn, die zich bovendien uitstrekken over de andere sectoren waarin design actief is – denk aan de handel, industrie en zorg.
Uit de gevoerde gesprekken in 2023 (zie verantwoording) blijkt daarnaast dat de infrastructuur voor het designveld op bepaalde aspecten gebrekkig is: zo zijn er weinig presentatieplekken of instellingen voor design, en is er onvoldoende aansluiting tussen opdrachtgevers en designers.
Meer weten over het domein Design?
Bekijk meer data over het domein Design in het Dashboard van de Cultuurmonitor.
Meer literatuur over het domein Design is te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.
Bronnen
Figuren
ROA Statistics (z.j.) ‘Kerncijfers schoolverlatersonderzoeken’. Op: https://roastatistics.shinyapps.io, z.d.
Vinken, H., H. Mariën, B. Broers et al. (2025) Een Collectieve Selfie 2025: cijfers en trends in de beeldende kunst. Amsterdam: BKNL.
Manshanden, W. en P. Rutten (2023) Waarde van beeld, beeld van waarde: de economische waarde van beeld in Nederland. Amsterdam: Federatie Beeldrechten.
Rutten, P. et al. (2023) Monitor creatieve industrie 2023: Nederland, Top-15 steden creatieve industrie en ICT, bedrijven, beroepen en zzp-ers. Hilversum: Stichting Media Perspectives.
CBS (2025) Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep, editie 2025. Den Haag: CBS.
BNO (2024a) BNO Branchemonitor 2024. Amsterdam: BNO.
BNO (2024b) BNO enquête AI: voorjaar 2024. Amsterdam: BNO.
BNO (2025). BNO Branchemonitor 2025. Amsterdam: BNO.
Literatuur
Afdeling / Buitengewone Zaken (z.j.) ‘Wat is social design?’. Op: www.afdelingbuitengewonezaken.nl, z.d.
Arnolds, S. (2024) Rietveld Review(ed) 2024. Amsterdam: Rietveld Academie.
Arnoldus, M., L. Jongmans en N. van de Rhee (2022) Tariefopbouw: beloningspositie ontwerpers. Amsterdam: Platform ACCT.
Bijl, T. (2024) ‘Vormgeving – 42 projecten geselecteerd’. Op: www.stimuleringsfonds.nl, 23 mei.
Bijl, T. (2025) ‘Vormgeving – 50 projecten geselecteerd’. Op: www.stimuleringsfonds.nl, 8 januari.
BNO (2024) Dutch Designers Yearbook ’24-’25. Rotterdam: nai010 publishers.
BNO (2024a) BNO Branchemonitor 2024. Amsterdam: BNO.
BNO (2025). BNO Branchemonitor 2025. Amsterdam: BNO.
BNO (2026) Dd Yearbook ’25-’26. Rotterdam: nai010 publishers.
BNO (z.j.) Serie artikelen ‘The Female Gaze’.Op: www.bno.nl, z.d.
CBS (2025) Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep, editie 2025. Den Haag: CBS.
Design Academy Eindhoven (2024) Catalogus Graduation Show 2024. Eindhoven: Design Academy Eindhoven.
Design Museum Den Bosch (2025) ‘Vrouwen als technologie’. Op: www.designmuseum.nl, z.d.
Dutch Design Daily (2024) ‘DDW24 – Nieuw Zwanenburg’. Op: www.dutchdesigndaily.com, 23 oktober.
Dutch Design Foundation (2022) Publieksjaarverslag 2022. Eindhoven: Dutch Design Foundation.
Dutch Design Foundation (2023) Publieksjaarverslag 2023. Eindhoven: Dutch Design Foundation.
Dutch Design Foundation (z.j.) ‘Over Dutch Design Foundation’. Op: www.dutchdesignfoundation.nl, z.d.
Dutch Design Week (z.j.) ‘Missies en perspectieven’. Op: www.ddw.nl, z.d.
Dutch Design Week (2024) ‘Dutch Design Week 2024 onthult thema: REAL UNREAL’. Op: www.ddw.nl, 28 juni.
Dijksterhuis, E. (2020) ‘Free your mind & your ass will follow’. Op: www.bno.nl, 6 augustus.
Junte, J. (2024a) ‘Design Year: 10 highlights of 2024’. In: Dutch Designers Yearbook ’24-’25, 80-95.
Junte, J. (2024b) ‘De womenspreading-stoel is een gewilde selfiespot op de voyeuristische expositie van Anna Aagaard Jensen’. Op: www.volkskrant.nl, 31 oktober.
Ligtenberg, C. (z.j.) ‘She is coool: female designers for a regenerative future’. Op: www.sheiscoool.com, z.d.
Manshanden, W. en P. Rutten (2023) Waarde van beeld, beeld van waarde: De economische waarde van beeld in Nederland. Haarlem en Rotterdam: Federatie van Beeldrechten
Martijn, M. (2024) ‘Raken we door kunstmatige intelligentie allemaal onze baan kwijt?’. Op: www.decorrespondent.nl, 28 maart.
MaterialDistrict (2025a) ‘MaterialDistrict Utrecht 2025: “The best edition yet!”’. Op: www.materialdistrict.com, 20 maart.
MaterialDistrict Utrecht (2025b) Exhibition catalogue ’25: Biophilic design edition. Utrecht: Material District.
Peeters, R. (2024) ‘Prompten = babbelen met AI’. Op: www.roelpeeters.nl, 5 april.
Raad voor Cultuur (2018) Ontwerp voor de toekomst: pleidooi voor creatieve reflectie op maatschappelijke vraagstukken. Den Haag: Raad voor Cultuur.
Raad voor Cultuur (2023) ‘Raad voor Cultuur zet ontwerpkracht in voor vernieuwing cultuurbestel’. Op: www.raadvoorcultuur.nl, 15 maart.
Raad voor Cultuur (2024) Toegang tot cultuur: op we naar een nieuw bestel in 2029. Den Haag: Raad voor Cultuur.
Rutten, P. et al. (2019) Monitor Creatieve Industrie 2019: Nederland, top-10 steden, creatieve bedrijven en beroepen. Hilversum: Stichting Media Perspectives.
Rutten, P. et al. (2022) Monitor Creatieve Industrie 2021: Nederland, Top-10 steden, Gevolgen van COVID-19. Hilversum: Stichting Media Perspectives.
Rutten, P. et al. (2023) Monitor creatieve industrie 2023: Nederland, Top-15 steden creatieve industrie en ICT, bedrijven, beroepen en zzp-ers. Hilversum: Stichting Media Perspectives.
Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (2022) ‘Pilot programma Ontwerpend Onderzoek’. Op: www.stimuleringsfonds.nl, 7 december.
Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (2023) ‘Eigentijds gebruik van ambachten – 9 projecten geselecteerd’. Op: www.stimuleringsfonds.nl, 23 februari.
Stimuleringsfonds (2024) ‘Nieuwe regelingen 2025-2028: de belangrijkste wijzigingen’. Op: www.stimuleringsfonds.nl, z.d.
Struijke, S. (2025) De impact van generatieve AI op werk en inkomen in de culturele en creatieve sector. Amsterdam: Boekmanstichting.
Vinken, H., H. Mariën, B. Broers et al. (2025) Een Collectieve Selfie 2025: cijfers en trends in de beeldende kunst. Amsterdam: BKNL.
What Design Can Do Live (2024) Aantekeningen uit break-out sessie: ‘AI and designers; friends, enemies, frenemies?’. Evenement in Muziekgebouw aan het IJ, 5 juli.
Verantwoording tekst en beeld
Redactie: Een eerdere versie van deze pagina werd geschreven door Maxime van Haeren en Viveka van de Vliet.
Gesprekspartners: Aan deze versie van de pagina heeft Barbara van Santen (BNO) meegelezen. Voor de vorige versie, waarvan de tekst goeddeels nog overeind staat, zijn door externe redacteur Viveka van de Vliet in
Beeld: Kunstwerk van Tomas Libertiny in tentoonstelling Design by Nature in Museum de Fundatie / Fotografie: Lisa Maatjens.