Beeldende kunst

Domein

De domeinpagina Beeldende kunst gaat in op ontwikkelingen rondom en verschillen in de (arbeids)marktpositie van beeldend kunstenaars en de bijbehorende uitdagingen. Daarnaast wordt onder meer ingegaan op fair practice, de regio en digitalisering. Het domein Beeldende kunst omvat het werkveld van makers van beeldende kunst in alle voorkomende media, en de bijbehorende infrastructuur zoals musea, galeries, beurzen, ateliers, creatieve broedplaatsen, kunstacademies, presentatie-instellingen (ook wel instellingen voor hedendaagse beeldende kunst) en postacademische instellingen.

810

kunstgalerieën en -expositieruimten in 2025

810

129

kunstmusea in 2024

129

15.500

beeldend kunstenaars in 2023

15.500

Samenvatting

De beeldende kunstsector bevindt zich in een fase waarin urgentie en veerkracht elkaar afwisselen. De keten van beeldende kunst is breed en divers. Het bestaan van instellingen en werkenden in de sector blijft echter precair en kwetsbaar: de overgrote meerderheid van beeldend kunstenaars werkt als zelfstandige en verdient structureel rond of onder het sociaal minimum. Door veelal kortstondige financiering kampen instellingen met onzekerheid en is het lastig personeel op een duurzame wijze aan zich te binden. De erkenning van Fair Pay groeit echter en er worden instrumenten en richtlijnen ontwikkeld die bijdragen aan een transparanter werkklimaat.

Tegelijkertijd groeit de aandacht voor inclusie, regionale spreiding en diversiteit. Gemeenten zijn belangrijke financiers, waardoor de lokale context bepalend is voor wat er mogelijk is. De sector reflecteert intensief op ongelijkheid, maar zoekt nog naar structurele oplossingen. Digitalisering biedt mogelijkheden tot nieuwe vormen van produceren en presenteren, hoewel deze niet automatisch de economische positie van makers versterken. De infrastructuur voor dataverzameling binnen de beeldende kunst is versnipperd en er ontbreken belangrijke cijfers over bepaalde spelers binnen de keten. Onder andere hierdoor ontbreekt het aan een stabiele basis waarop duurzame ontwikkeling, eerlijke beloning, inclusie en innovatie stevig kunnen worden gebouwd. De sector is veerkrachtig en inhoudelijk rijk, maar de systeemvoorwaarden schieten tekort om die kwaliteiten structureel te borgen.

Overzicht en kerncijfers

In de Cultuurmonitor kijken we naar de ‘keten’ van de beeldende kunst sector: van kunstvakonderwijs en postacademische instellingen, naar beeldend kunstenaars (makers), instellingen voor hedendaagse beeldende kunst (voorheen: presentatie-instellingen), broedplaatsen, galeries, kunstbeurzen, festivals en kunstmusea. Binnen die keten wordt beeldende kunst ontwikkeld, geproduceerd, gedistribueerd, tentoongesteld, aangekocht en ervaren.

Onder beeldende kunst verstaan we niet alleen de meer traditionele vorm (beeldende kunstobjecten zoals schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerk, videokunst en installaties) maar ook immaterieel beeldend kunstenaarschap zoals maatschappelijke projecten en performances. Beeldende kunst is in Nederland in tal van contexten te vinden; denk aan bovengenoemde instellingen binnen de keten, maar ook in de openbare ruimte. Vanwege deze brede verspreiding heeft beeldende kunst dan ook vele raakvlakken met andere domeinen zoals Design en Erfgoed, maar ook fotografie, mode en de openbare ruimte.  

De beeldende kunst sector organiseert zich onder andere via het informele overleg Beeldende Kunst Nederland (BKNL)en heeft geen eigen branchevereniging zoals sommige andere culturele deelsectoren wel hebben. Sinds een aantal jaar wordt in opdracht van BKNL de Collectieve Selfie (zie Vinken et al. 2025) gemaakt, een monitorinstrument dat data over de beeldende kunstsector in beeld brengt. Deze publicatie vormt een belangrijke bron voor de Cultuurmonitor. Toch ontbreken door de reikwijdte en vele vertakkingen binnen de beeldende kunst nog altijd cijfers, die wel nodig zijn om volledig zicht te krijgen op de betekenis van de hele keten van de beeldende kunst voor het culturele veld en de maatschappij. De wens is om beter inzicht te krijgen over alle deelnemers van de keten om te kunnen duiden welk effect een bepaalde trend in de ene schakel (bijvoorbeeld het wegvallen van instellingen door subsidietekorten) heeft op een andere schakel (bijvoorbeeld het aantal werkzame beeldende kunstenaars per leeftijdsgroep).

Hieronder presenteren we een aantal beschikbare kerncijfers over de beeldende kunstsector. Hierbij brengen we waar mogelijk de bovengenoemde schakels van de keten in beeld. Het is goed om hierbij in gedachten te houden dat er gebruik wordt gemaakt van verschillende categorieën en definities over wat ‘beeldende kunst’ precies inhoudt, waardoor deze cijfers bij elkaar genomen geen eenduidig beeld kunnen schetsen van de sector.

Organisaties

Hieronder worden kerncijfers weergegeven over het aantal verschillende soorten organisaties binnen de keten van de beeldende kunstsector, indien er cijfers over beschikbaar zijn.

Aantal leden De Zaak Nu

Aantal instellingen voor hedendaagse beeldende kunst dat lid is van belangenvereniging De Zaak Nu, naar omzetgrootte per jaar, en in totaal. In aantallen. Bron: Maatwerk De Zaak Nu.

Aantal musea voor kunst

Aantal musea in 2024, naar soort. Bron: CBS 2025a.

Opleidingslocaties voor beeldende kunst 2026

Aantal opleidingsinstituten voor (docent) (autonome) beeldende kunst (en vormgeving), per provincie. Sommige instituten hebben meerdere vestigingen, in verschillende provincies. Bron: Vereniging Hogescholen 2026.

Er zijn vanuit het CBS cijfers over het aantal kunstuitleencentra (95 in 2025), het aantal musea voor kunst (129 in 2024) en het aantal ‘kunstgalerieën en -expositieruimten’(810 in 2025). Binnen de keten van de beeldende kunst vervullen galeries echter andere functies dan ‘expositieruimten’ of instellingen voor hedendaagse beeldende kunst (presentatie-instellingen). Daarom is er een sterke behoefte vanuit het veld om deze instellingen ook apart in beeld te brengen. Ledenaantallen van belangenvereniging De Zaak Nu (102 leden in 2026) laten zien hoeveel instellingen voor hedendaagse beeldende kunst er ongeveer zijn – want niet alle instellingen zijn lid – en welke grootte zij hebben op basis van jaaromzet. De NGA (Nederlandse Galerie Associatie) doet zelf een marktonderzoek onder haar leden (91 leden in 2024), en het aantal leden van de NGA geeft een indicatie van het aantal galeries in Nederland – ook hier geldt dat lang niet alle galeries bij de NGA aangesloten zijn. Verder zijn er 4 zelfstandige postacademische instellingen in 2025 (twee in Amsterdam, één in Oisterwijk en één in Maastricht), en 15 kunstbeurzen (in 2021).

In 2025 waren er 81 beeldende kunstfestivals in Nederland, dit zijn er enkele minder dan de jaren ervoor (Respons 2026). De meeste festivals vonden plaats in Zuid-Holland (24) en Noord-Holland (21), gevolgd door Gelderland (12). Er werden ruim 2 miljoen bezoeken gebracht aan beeldende kunst festivals door het hele land, waarbij in Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant de meeste bezoekers werden getrokken (bij alledrie rond de 500.000 bezoeken). Belangrijk om hierbij op de merken is dat de afbakening van ‘beeldende kunst festival’ hier vrij breed is, zo worden ook design, film, architectuur en gaming meegenomen in deze categorie.

Arbeidsmarkt

Beeldend kunstenaars vormen een relatief kleine beroepsgroep, vergeleken met fotografen en ontwerpers. Binnen de toch al precaire culturele arbeidsmarkt is de positie van beeldend kunstenaars in het bijzonder kwetsbaar. Dit laten onderstaande kerncijfers over het inkomen van beeldend kunstenaars zien.

Aantal beeldend kunstenaars, grafisch ontwerpers en productontwerpers, en fotografen en interieurontwerpers

In aantallen, x 1.000. Bron: Collectieve Selfie 5 (Vinken et al. 2025)

Aandeel vrouwen in de beroepsgroepen beeldend kunstenaars, fotografen en interieurontwerpers, en grafisch ontwerpers en productonwerpers

In %. Bron: Collectieve Selfie 5 (Vinken et al. 2025)

In de Collectieve Selfie 5: cijfers en trends in de beeldende kunst (Vinken et al. 2025) worden uitgebreide cijfers over beeldend kunstenaars en hun beroepspraktijk gepresenteerd. De ‘Selfie’ laat zien dat er in de periode 2015-2023 jaarlijks rond de 15.000 à 16.000 beeldend kunstenaars werkzaam zijn in Nederland – daarmee maken zij 10 procent uit van het totale beroepssegment ‘Auteurs en kunstenaars’. De beroepsgroep ‘Fotografen en interieurontwerpers’ is in diezelfde periode ongeveer twee keer zo groot als het aantal beeldend kunstenaars (zie ook de paragraaf Fotografie). Het merendeel van de beeldend kunstenaars is vrouw. In de afgelopen jaren zijn er meer vrouwelijke fotografen en interieurontwerpers gaan werken. Ter vergelijking: mannen zijn in de meerderheid bij de beroepsgroep grafisch ontwerpers en productontwerpers.

Alumni beeldende kunstopleidingen die na hun opleiding binnen eigen vakgebied werken

Alumni van HBO beeldende kunstopleidingen in vergelijking met alle alumni van HBO kunstopleidingen samen, in %. Bron: Collectieve Selfie 5, bewerking HTH Research (Vinken et al. 2025).

Alumni beeldende kunstopleidingen die na hun opleiding zowel binnen als buiten eigen vakgebied werken

Alumni van HBO beeldende kunstopleidingen in vergelijking met alle alumni van HBO kunstopleidingen samen, in %. Bron: Collectieve Selfie 5, bewerking HTH Research (Vinken et al. 2025).

Beeldend kunstenaars werken bij hun toetreding tot de arbeidsmarkt minder vaak enkel binnen hun eigen vakgebied dan de overige kunstalumni samen gemiddeld genomen doen. Zij moeten dus vaker het werk binnen hun eigen vakgebied combineren met werk buiten de beeldende kunsten (Vinken et al. 2025).

Gemiddeld persoonlijk inkomen

Per jaar, naar beroepsgroepen, in euro. Bron: Collectieve Selfie 5, bewerking HTH Research (Vinken et al. 2025)

Het gemiddeld persoonlijk inkomen van beeldend kunstenaars is laag in vergelijking met dat van andere creatieve beroepsgroepen. Gemiddeld was hun bruto persoonlijk inkomen rond de 19.000 euro in 2021-2023. Bij de ‘overige creatieve beroepen’ is dat twee keer zo hoog: 37.000 euro gemiddeld in 2020-2023 (Vinken et al. 2025). Ter vergelijking: het landelijke sociaal minimum inkomen voor alleenstaanden van 21 jaar en ouder is 18.800 euro per jaar (UWV 2025). Veel beeldend kunstenaars leven dus onder of rond het sociaal minimum inkomen. Veel kunstenaars zitten hier echter (ver) onder, zeker in acht nemende dat de beeldende kunstsector ook te kampen heeft met het winner takes all verschijnsel, waarin een kleine groep kunstenaars juist een relatief zeer hoog inkomen heeft (Haeren et al. 2024). Ook de recent verschenen nieuwste editie van de Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep(CBS 2025) gaat in op deze precaire arbeidsmarktpositie van beeldend kunstenaars.

Aantal kunstenaars dat als zelfstandige werkt in de 1e werkkring

De 1e werkkring is de baan waaraan de meeste tijd besteed wordt. In %, naar beroepsgroep. Bron: Collectieve Selfie 5, bewerking HTH Research (Vinken et al. 2025)

Aantal kunstenaars dat als zelfstandige werkt in de 2e werkkring

2e werkkring is de baan waaraan na de 1e werkkring de meeste tijd besteed wordt. In %, naar beroepsgroep. Bron: Collectieve Selfie 5, bewerking HTH Research (Vinken et al. 2025)

De bovenstaande figuren laten zien in hoeverre beeldend kunstenaars als zelfstandige werken of in loondienst zijn (Vinken et al. 2025). Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen de 1e werkkring (baan waaraan de meeste tijd wordt besteed) en de 2e werkkring (baan waaraan vervolgens de meeste tijd wordt besteed). Vrijwel alle beeldend kunstenaars die het beeldend kunstenaarsberoep als hoofdbaan uitvoeren (in de eerste werkkring) werken zelfstandig (97 procent in 2021-2023). Bij de andere creatieve beroepsgroepen ligt dat percentage beduidend lager (rond de 50-60 procent) – hoewel dat nog steeds een hoog percentage is ten opzichte van het landelijke aandeel zelfstandigen op de arbeidsmarkt (13 procent) (CBS z.j.). Als we vervolgens naar de tweede werkkring kijken draait het beeld om: minder dan de helft van de beeldend kunstenaars is daar werkzaam als zelfstandige, en de andere beroepsgroepen zijn juist in de meerderheid (rond de 60 procent) (Vinken et al. 2025). Dit betekent dat de overige creatieve beroepsgroepen vaker als hoofdbaan in loondienst zijn, en bijverdienen als zelfstandige. Voor beeldend kunstenaars geldt het omgekeerde: zij werken vrijwel allemaal zelfstandig, en werken in een eventuele tweede werkkring vaker in loondienst dan zelfstandig.

Personeel bij beeldende kunst instellingen

Hoeveel mensen werken er bij beeldende kunst instellingen? Hierover zijn enkele cijfers beschikbaar, die dankzij verschillende meetvariabelen echter niet eenduidig op elkaar aansluiten. CBS Statline laat de bedrijfsgrootte naar aantal werkzame personen zien voor kunstuitleencentra (SBI 91012) en voor kunstgalerieën en expositieruimten (SBI 91022). Hier zien we dat in 2025 de meeste van deze organisaties slechts één werkzaam persoon kennen (dit geldt voor 65 van de in totaal 85 kunstuitleencentra, en voor 590 van de in totaal 760 kunstgalerieën en expositieruimten). Voor kunstmusea zijn meer gedetailleerde cijfers vanuit het CBS beschikbaar over onder andere het aantal werkzame personen in loondiensten het aantal fte werkzame personen in loondienst (CBS 2025a). Zo waren er in 2024 in totaal 4.478 mensen in loondienst, en waren 1.878 overige werkzame personen (zoals zzp’ers) bij kunstmusea actief. Het zou waardevol zijn om voor de kunstuitleencentra, kunstgalerieën en expositieruimten ook inzicht te krijgen in het aantal fte en aantal werkzame personen, om de mogelijkheid tot vergelijking tussen deze instellingen en kunstmusea te bevorderen.

Bezoek aan beeldende kunst

Om bezoek en beoefening van beeldende kunst in beeld te krijgen gebruiken we cijfers uit de Vrijetijdsomnibus (VTO) (uitgevoerd door de Boekmanstichting, Mulier Instituut en CBS) (Swartjes, De Hoog 2026). Op deze pagina bespreken we met name de professionele beeldende kunsten en laten daarom de cijfers over beoefening van beeldende kunst in de vrije tijd niet zien, raadpleeg hiervoor de publicatie van de VTO (pagina 75-79).

Aandeel beeldende kunstbezoekers onder de bevolking

Aandeel van Nederlanders van 6 jaar en ouder die in een jaar tenminste één activiteit bezocht, in %. Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO) (Swartjes et al. 2026)

De VTO kijkt sinds 2024 voor het eerst ook naar bezoek aan beeldende kunst in ateliers, galeries of expositieruimten. Ruim de helft van de Nederlanders (53 procent) bezocht in 2024 ten minste één keer een van de in de figuur hierboven aangeduide locaties met beeldende kunst. Daarmee is het aandeel beeldende kunstbezoekers weer op het peil van vóór de coronapandemie.

Beeldende kunst in de openbare ruimte wordt door 37 procent van de Nederlanders bezocht en is daarmee relatief de populairste locatie voor het bekijken van beeldende kunst. Het gaat hierbij om een grote variatie aan kunstvormen die zich op allerlei locaties in onze leefomgeving bevinden, denk aan beeldhouwwerken, omgevingskunst, land-art installaties en wandkunst zoals muurschilderingen, mozaïeken, reliëfs en graffito’s (RCE 2026). Door deze brede verspreiding is het logisch dat veel mensen met dergelijke kunstwerken in aanraking komen.

Drie op de tien Nederlanders bezochten in 2024 een museum voor kunst en vormgeving (31 procent), vergelijkbaar met het resultaat in 2018. Ook het bezoeken van tentoonstellingen met moderne kunst komt uit op het niveau van 2018: 22 procent. Het aandeel Nederlanders dat tentoonstellingen voor oude kunst bezoekt (22 procent) is wat lager dan het niveau van vóór de coronapandemie (26 procent in 2018).

Naast musea is beeldende kunst op veel verschillende soorten locaties te zien en door verschillende soorten instellingen aangeboden, zoals instellingen voor hedendaagse beeldende kunst, galeries, ateliers en andere expositieruimten. In 2024 bezocht volgens de VTO 18 procent van de Nederlanders minstens één keer een atelier, galerie of expositieruimte. Een verdere uitsplitsing is echter niet uitgevraagd.

Wie beeldende kunst bezoekt in 2024 gemiddeld 8,5 keer per jaar naar een locatie met beeldende kunst. Die stijging is met name toe te schrijven aan een verandering in de vragenlijst, omdat voor het eerst ook bekend is hoeveel bezoeken aan musea voor kunst en vormgeving werden gebracht en het aantal bezoeken aan ateliers, galeries of expositieruimten is uitgevraagd.  

In de publicatie van de VTO wordt verder ingegaan op de demografische verschillen in bezoek aan beeldende kunst. Zo zien we dat het aandeel beeldende kunstbezoekers het hoogste is onder Nederlanders met een hbo- of wo-diploma (69 procent), dat de kans groter is dat Nederlanders van 34 jaar en jonger beeldende kunstaanbod bezoeken dan in hogere leeftijdscategorieën, dat vooral gezinnen met een hoog huishoudinkomen beeldende kunst bezoeken, dat inwoners in stedelijke gebieden significant vaker beeldende kunst bezoeken, en dat het hebben van een beperking de kans op het bezoeken van beeldende kunstaanbod verlaagt (Swartjes, De Hoog 2026).

Geldstromen

Hoe zijn de geldstromen binnen de beeldende kunst sector georganiseerd? Binnen de keten van beeldende kunst vallen onder andere de opleiding, ontwikkeling, onderzoek, productie, distributie en afname van beeldende kunst. De opleiding (kunstvakopleiding) wordt met name gefinancierd door het rijk. Daarnaast financiert het rijk een deel van de ontwikkeling (in de vorm van werkbijdragen) (FairPACCT z.j.).

Voor de productie van beeldende kunst ligt het zwaartepunt van financiering bij het rijk, voornamelijk middels het Mondriaan Fonds, maar ook andere overheden financieren de productie van beeldende kunst (denk aan de financiering van projecten, opdrachten en aankopen). Gemeenten zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de distributie en afname van beeldende kunst. In het bijzonder richten gemeenten zich op het atelier- en broedplaatsenbeleid. Vanuit het rijk is er verder sprake van een decentralisatie-uitkering voor beeldende kunst aan bijna 40 grote gemeenten, en de gemeenten dienen deze uitkering te matchen. Instellingen voor hedendaagse beeldende kunst, kunstmusea en festivals kunnen door zowel het rijk, provincie als gemeenten gesubsidieerd worden. Een paar provincies draagt zorg voor de verspreiding van beeldende kunst via kunstuitlenen en centra voor beeldende kunst (FairPACCT z.j.).

Naast de geldstromen vanuit de overheid, is er een vrije markt van onder andere galeries en kunstbeurzen (FairPACCT z.j.). In de ontwikkeling van kunstenaars wordt daarnaast bijvoorbeeld ook geïnvesteerd door instellingen voor hedendaagse beeldende kunst, wiens financiering niet altijd (uitsluitend) via het rijk verloopt. Ook private fondsen, zoals VSB Fonds, Cultuurfonds en Stichting Niemeijer fonds, investeren in beeldende kunst(enaars).

Hieronder worden enkele kerncijfers over de geldstromen binnen de beeldende kunst uitgelicht.

Bovenstaande figuren laten zien welke uitgaven gemeenten, provincies en het Rijk aan beeldende kunst (en vormgeving) doen. Het Rijk, de provincies en de gemeenten ondersteunen afzonderlijk van elkaar culturele instellingen via structurele en incidentele gelden. Hoe de lasten worden verdeeld verschilt dus per regio en dit is duidelijk te zien op de kaarten. Hierbij geldt veelal: waar de gemeenten veel investeren, investeren de provincies weinig, en andersom. De gemeentelijke lasten voor beeldende kunst en vormgeving zijn in 2023 het hoogste in Utrecht, gevolgd door Breda en Amsterdam. De rest van de gemeenten geeft aanzienlijk minder uit aan beeldende kunst. Kijkend naar de provincies investeren Noord-Brabant (2,6 mln) en Limburg (1,6 mln) aanzienlijk in het taakveld beeldende kunst, zeker in vergelijking met de provincies die de vier grote steden huisvesten: in 2023 gaven provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht 0 euro uit aan beeldende kunst en vormgeving. Op de pagina Geldstromen wordt uitgebreid ingegaan op de verschillende geldstromen binnen de culturele sector.

Inkomstenmix musea voor kunst 2024

Alle bronnen van inkomsten voor musea voor kunst, in mln euro's. Bron: CBS 2025a.

Gemiddelde besteding aan kunst door particuliere kopers bij galeries, 2021 vs 2017

In %. Bron: Collectieve Selfie 5 (Vinken et al. 2025) en NGA 2022.

Op onze pagina Geldstromen is berekend dat de beeldende kunstsector in 2023 tenminste 256,1 miljoen euro aan eigen inkomsten verdiende. Die analyse is gebaseerd op inkomsten uit beeldrechten (bron Pictoright), en inkomsten van musea voor kunst (bron CBS). Pictoright keerde in 2024 13,1 miljoen euro aan vergoedingen uit aan makers van wie beeldmateriaal gebruikt is. De kunstmusea hadden een gezamenlijk eigen inkomen van 243 miljoen euro, waarvan 140 miljoen euro aan publieksinkomsten en 103 miljoen euro aan overige inkomsten (in deze berekening zijn inkomsten uit sponsoring weggelaten).

In  de inkomstenmix van musea voor kunst zien we dat de totale eigen inkomsten in 2023 en 2024 om en nabij gelijk zijn aan de totaal ontvangen subsidies vanuit het rijk, provincie en gemeenten. Tijdens de coronaperiode dipten de eigen inkomsten hard omlaag, en hielden de subsidies vanuit de overheden de musea overeind. Vanuit de overheden zijn kunstmusea financieel vooral sterk afhankelijk van hun gemeenten, gevolgd door het rijk (zie ook ‘2.2 Verbinding met de regio’).

De meest recente beschikbare cijfers over de eigen inkomsten van galeries komen uit 2019, in dat jaar was de gemiddelde omzet van galeries 270.000 euro, gebaseerd op het NGA Marktonderzoek waaraan 85 galeries meewerkten (NGA 2022). Interessant om op te merken uit dit marktonderzoek is dat het koopgedrag van kunstkopers, hoewel redelijk stabiel, voornamelijk groeit aan de onderkant van de markt. In 2021 besteedde 25 procent van de kunstkopers een bedrag lager dan 500euro, waar dit in 2017 nog 18 procent van de kopers betrof (NGA 2022).

Over de geldstromen binnen instellingen voor hedendaagse beeldende kunst (presentatie-instellingen) zijn enkele cijfers beschikbaar in de Collectieve Selfie 5 (Vinken et al. 2025). Helaas bestaat voor deze instellingen (nog) geen breed monitoringsinstrument (zoals Museana voor musea) om deze cijfers longitudinaal in beeld te brengen. Op basis van een eenmalige steekproef onder 91 leden van de Zaak Nu werd vastgesteld dat de omzet van deze instellingen in 2022 in totaal bijna 65 miljoen euro bedroeg (Goudriaan et al. 2023b). Dat is gemiddeld 710.000 euro per instelling voor hedendaagse beeldende kunst. De meeste van deze organisaties behoren tot de categorie kleine instellingen met een omzet tot 250.000 euro per jaar (Vinken et al. 2025, Goudriaan et al. 2023b). De Collectieve Selfie 5 laat verder middels cijfers van het Mondriaan Fonds zien hoeveel subsidie er is uitgekeerd aan kunstpodia. In 2024 was dit in totaal 87,3 miljoen euro verdeeld over 97 aanvragen.

Wat willen we verder weten over het domein Beeldende kunst?

Dataverzameling

Om de keten van de beeldende kunstsector volledig in beeld te kunnen krijgen, zijn meer eenduidige cijfers nodig. Zo ontbreekt het aan meerjarige cijfers over instellingen voor hedendaags beeldende kunst: idealiter zouden in Museana, of een soortgelijk systeem via De Zaak Nu, cijfers verzameld worden over onder andere de geldstromen, activiteiten en personeel van deze instellingen. Ook cijfers over postacademische instellingen zijn slechts minimaal aanwezig. De sector zou er verder baat bij hebben om broedplaatsen en ateliers cijfermatig beter in beeld te hebben, op zowel regionaal als landelijk niveau. Ook beter vergelijkbare cijfers over personeel bij verschillende soorten beeldende kunstinstellingen zouden waardevol zijn.  In de momenteel beschikbare cijfers worden veel verschillende definities van beeldende kunst, en de soorten instellingen binnen de keten, gehanteerd. Idealiter worden deze definities beter op elkaar afgestemd, zodat verschillende databronnen met elkaar vergeleken kunnen worden.

Ruimte voor nieuwe makers en talentontwikkeling

De hoge vastgoedprijzen in stedelijke gebieden en de grote ongelijkheid binnen het beeldende kunst domein hebben al jaren een negatief effect op de ruimte die er is voor nieuwe makers (Kraaijeveld 2019). Deze drempel is nog altijd actueel en lijkt de komende jaren niet te veranderen (Schmidt 2023). Verschillende instellingen geven aan een vergrijzing waar te nemen. Zijn er genoeg faciliteiten voor nieuwe Nederlandse kunstenaars, galeries en instellingen?

Om meer inzicht te verkrijgen in deze ontwikkeling is het belangrijk om de verschillende organisatievormen die de afgelopen jaren in het domein zijn opgekomen beter onder de loep te nemen. Zo lijken makers steeds vaker samen op te trekken om hun krachten te bundelen – denk bijvoorbeeld aan samenwerkingen rond creatieve broedplaatsen, maar ook aan kunstenaarscollectieven (Smallenburg 2021). Wat zegt de opkomst van samenwerkingsverbanden over de positie van de individuele maker op de arbeidsmarkt? Wat zijn de mogelijkheden om in een samenwerking financieringsvormen te mixen? En in hoeverre wordt samenwerking vanuit de opleidingen gestimuleerd?

Een andere kwestie die verband houdt met de vergrijzing van de beeldende kunst sector betreft de stabiliteit van geldstromen. Enkele instellingen kaarten aan dat er binnen het huidige subsidiestelsel weinig ruimte is voor de duurzame ontwikkeling van jong talent. Het ontbreekt nog aan een instrument om op structurele, meerjarige manier de invloed van subsidies en andere faciliteiten op talentontwikkeling structureel te meten. Wat speelt zich af in de ateliers van gesubsidieerde makers? Welke jonge instellingen en makers gooien de handdoek in de ring – en waarom? En welke jonge instellingen en makers hebben wel succes?

Digitalisering en AI

Tot slot blijken uit deze analyse de grootste trends binnen het domein Beeldende kunst – een instabiele en ongelijke arbeidsmarkt, digitaliseringen een toenemende vraag om meer diversiteit en inclusie – actueel te blijven. Wat is de invloed van verdere uitbreiding van digitale mogelijkheden en de verschillen die daarin ontstaan tussen grotere en kleinere musea? In hoeverre bepalen politieke verschuivingen de dagelijkse praktijk van makers? Daarnaast roept de inbedding van kunstmatige intelligentie (AI) veel vragen op. Is AI een bedreiging voor creativiteit en auteursrecht of biedt het mogelijkheden om kunst te innoveren?

Het blijft daarom belangrijk om de ontwikkelingen in de beeldende kunst te blijven monitoren, met aandacht voor de behoeften vanuit het veld.

Meer weten over het domein Beeldende kunst?

Bekijk meer data over het domein Beeldende kunst in het Dashboard van de Cultuurmonitor.

Meer literatuur over het domein Beeldende kunst is te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.

Bronnen

Cijfers

Bosma, M. I. Demir, M. van Engel et al. (2025) Diversiteit van personeel, zelfstandigen, toezichthouders en adviseurs in de culturele en creatieve sector: wat is de stand in 2024? Amsterdam: Significant APE.

CBS (2025a) ‘Musea naar provincie, registratie, aard collectie en grootte 2015-2024’. Op: www.cbs.nl, 18 december.

CBS (2025b) Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep, editie 2025. Den Haag: CBS.

CBS Statline (2025a) ‘Aantal bedrijven in bedrijfstak Fotografie’. Op: opendata.cbs.nl, 11 april.

CBS Statline (2025b) ‘Bedrijven in bedrijfstak Fotografie, naar bedrijfsgrootte’. Op: opendata.cbs.nl, 11 april.

CBS Statline (2025c) ‘Vestigingen van bedrijven Fotografie, naar regio’. Op: opendata.cbs.nl, 11 april.

CBS (2024) Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies, 2023. Den Haag: CBS.

Manshanden, W. en P. Rutten (2023) Waarde van beeld, beeld van waarde: de economische waarde van beeld in Nederland. Amsterdam: Federatie Beeldrechten.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (z.j.) ‘Overheidsuitgaven aan cultuur’. Op: www.ocwincijfers.nl, z.d.

NGA (2022) Onderzoek kunstmarkt 2021. Oegstgeest: Nederlandse Galerie Associatie.

Pictoright (2023) Jaarverslag pictoright. Amsterdam: Pictoright.

ROA (z.j.) ‘Kerncijfers schoolverlatersonderzoeken’. Op: https://roastatistics.shinyapps.io, z.d.

Swartjes, B., T. de Hoog (2026) Cultuurparticipatie in cijfers: rapportage over de Vrijetijdsomnibus (VTO) 2024. Amsterdam: Boekmanstichting. 

Respons (2026) Maatwerk festivalcijfers, voor Cultuurmonitor.

Vereniging Hogescholen (2026) ‘Dashboard instroom, inschrijvingen en diploma’s’. Op: www.vereniginghogescholen.nl, 10 februari.

Vinken, H., H. Mariën, B. Broers et al. (2025) Collectieve Selfie #5: cijfers en trends in de beeldende kunst. Amsterdam: BKNL.

Literatuur

Amsterdams Fonds voor de Kunst (2023) Jaarverslag 2022. Amsterdam: Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Berenschot (2021) Evaluatie richtlijn en experimenteerreglement kunstenaarshonorarium. Utrecht: Berenschot.

Boekmanstichting (2023) Boekman #137. Samen werken. Co-creatie, broedplaatsen, meerwaarde. Amsterdam: Boekmanstichting.

Borg, L. ter (2020) ‘Nederlandse kunstmusea: diversiteit is beleid, maar de directeur is altijd wit’. Op: www.nrc.nl, 17 juni.

Brom, R. et al. (2019) De Staat van Cultuur 4: Cultuurindex Nederland. Amsterdam: Boekmanstichting.

BuZa en OCW (2019) Beleidskader internationaal cultuurbeleid 2021-2024. Den Haag: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

BuZa en OCW (2024) Beleidskader internationaal cultuurbeleid 2025-2028. Den Haag: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

CBS (2025b) Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep, editie 2025. Den Haag: CBS.

CBS (z.j.) ‘Ontwikkelingen zzp’. Op: www.cbs.nl, z.d.

CBS (2025c) ‘Satellietrekening cultuur en media 2022’. Op: www.cbs.nl, 1 april.

Den Hartog Jager, H. (2023) ‘Terug naar de werkelijkheid: de noodzaak van een radicaal fotografisch modernisme’. In: Essaybundel Scherpstellen, 26. Amsterdam: Mondriaan Fonds.

De Zaak Nu (z.j.) ‘Over ons’. Op: www.dezaaknu.nl, z.d.

De Zaak Nu (2025) Richtlijn Functie- en Loongebouw Instellingen voor beeldende kunst per 1 januari 2026. Utrecht: De Zaak Nu.

Ellwanger, N., Gerdes, E., De With, C. Wolters, L. (2014) Balancing Act. Rotterdam: Rebel, aemuse, APE.

DutchCulture (z.j.) ‘About the DutchCulture Database’. Op: https://dutchculture.nl, z.d.

DutchCulture (2025) ‘DutchCulture Database Mapping 2024’. Amsterdam: DutchCulture.

DutchCulture (2026) ‘DutchCulture Database: Visual Arts’. Op: https://dutchculture.nl, 20 maart.

FairPACCT (2025) ‘Stand van zaken toepassing Richtlijn Kunstenaarshonoraria’. Op: fairpacct.nl, 7 maart.

FairPACCT (z.j.) ‘Ketentafel Beeldende Kunst’. Op: fairpacct.nl, z.d.

Geukema, R. et al. (2023) Fair Pay dichterbij. Meerkosten van Fair Pay in de culturele sector. Utrecht: SiRM.

Goudriaan, R. en R. Geukema (2023a) Doorontwikkeling richtlijn kunstenaarshonoraria. Mogelijkheden voor een verdere differentiatie van de normbedragenUtrecht: SiRM.

Goudriaan, R. en R. Geukema (2023b) Onderzoeksverslag evaluatie en herijking functie- en loongebouw: eindrapport. SiRM en PPMC Economisch advies: Utrecht.

Habashy, N. (2024) ‘Ook loonkloof in de beeldende kunst: vrouwen verdienen 20 procent minder dan mannen’. Op: www.volkskrant.nl, 28 maart.

Haeren, M. van, H. Sweering en H. Mariën (2024) Vrouwelijke beeldend kunstenaars in Nederland: arbeidsmarktpositie, carrièreverloop, representatie. Amsterdam: Boekmanstichting.

Heithuis, S. et al. (2021) Een nog onverteld verhaal: verkennend onderzoek naar gender(on)gelijkheid in de kunstwereld. Amsterdam: Stichting WOMEN Inc., ABN Amro.

Jaeger, T. (2024) ‘Alleen maar vrouwelijke kunstenaars tentoonstellen corrigeert de canon niet’. Op: www.nrc.nl, 2 oktober.

Knoppers, K. (2023) ‘Kan fotografie ons redden?: Fotografie in Nederland ten tijde van de klimaatcrisis’. In: Essaybundel Scherpstellen, 98. Amsterdam: Mondriaan Fonds.

Kraaijeveld, J. (2019) ‘Betaalbare ateliers, een maatschappelijke zaak’. Op: www.platformbk.nl, 11 februari.

Kruijt, M. (2022) ‘Geen eigen subsidiepot, structureel minder geld: fotografiewereld voelt zich door het Rijk niet voor vol aangezien’. In: De Volkskrant, 9 juni.

Leden, J. van der (2022) Boekman Extra #35: ongewenst gedrag in de cultuursector, hoe nu verder? Amsterdam: Boekmanstichting.

Manshanden, W. en P. Rutten (2023) Waarde van beeld, beeld van waarde: de economische waarde van beeld in Nederland. Amsterdam: Federatie Beeldrechten.

McAndrew, C. (2025) The Art Market Report 2026. Basel en Zürich: Art Basel en UBS.

Modest, W. en R. Lelijveld (2018) Woorden doen ertoe: een incomplete gids voor woordkeuze binnen de culturele sector. Amsterdam: Wereldmuseum.

Mondriaan Fonds (z.j.) ‘Gallery Fair Practice Code’. Op: www.mondriaanfonds.nl.

Mondriaan Fonds (2023) Scherpstellen: acht auteurs over de ontwikkeling van fotografie binnen de beeldende kunst. Amsterdam: Mondriaan Fonds.

Museumvereniging (2023) Museumcijfers 2022. Amsterdam: Museumvereniging.

Museumvereniging (2024) ‘Musea populairder dan ooit bij Nederlands publiek’. Op: www.museumverening.nl, 11 januari.

NGA (2022) Onderzoek kunstmarkt 2021. Oegstgeest: Nederlandse Galerie Associatie.

Nieuwsuur (2021) ‘Weinig vrouwelijke kunstenaars in musea: “we keken naar kunst met één oog dicht”’. Op: www.nos.nl, 18 april.

Prüst, M. (2025) Fotografie en de cultuurmonitor. Amsterdam: marcprust Consultancy.

Raad voor Cultuur (2024a) Advies Culturele basisinfrastructuur 2025-2028. Den Haag: Raad voor Cultuur.

Raad voor Cultuur (2024b) Toegang tot cultuur: op weg naar een nieuw bestel in 2029. Den Haag: Raad voor Cultuur.

ROA (2022) ‘Kerncijfers schoolverlatersonderzoek’. Op: www.roa.nl.

Ruygt, A. (2023) ‘Beeldbewustzijn: op zoek naar nieuwe zwaartepunten in een jong veld’. In: Essaybundel Scherpstellen, 38. Amsterdam: Mondriaan Fonds.

Samuel, M. (2022) Handreiking Waarden voor een nieuwe taal. Op: www.codedi.nl, 6 mei.

Schmidt, W. (2023) ‘Tijdelijkheid is niet erg, maar wat is de stap erna?’ In: Boekman, jrg. 2023, nr. 137.

Schipper, I. (2024) Zwangerschap en ouderschap in de beeldende kunstsector: een vragenlijst onderzoek. Amsterdam: Boekmanstichting.

Smallenburg, S. (2021) ‘Samen sterk: de kracht van het collectief’. Op: www.nrc.nl, 19 mei.

Struijke, S. (2025) De impact van generatieve AI op werk en inkomen in de culturele en creatieve sector. Amsterdam: Boekmanstichting, De Creatieve Coalitie.

UWV (2025) ‘Sociaal minimum’. Op: www.uwv.nl, z.d.

Vinken, H., H. Mariën, B. Broers et al. (2025) Een Collectieve Selfie 2025: cijfers en trends in de beeldende kunst. Amsterdam: BKNL.

Vinkenburg, B., H. M. Booij en I. Hegeman (2018) Gemeentelijke bestedingen aan beeldende kunst & vormgeving: evaluatie van de Decentralisatieuitkering Beeldende Kunst & Vormgeving. Utrecht: Berenschot.

Wit, de Nienke et al. (2023) Verkenning discriminatie en racisme in sport en cultuur. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Wolf, J. de (2023) ‘Foto’s zonder diepgang: over de wetenschappelijke stilte rond fotografie in Nederland’. In: Essaybundel Scherpstellen, 60. Amsterdam: Mondriaan Fonds.

Wolters, L. en R. Goudriaan (2019) Onderzoek richtlijn functie- en loongebouw presentatie-instellingen voor beeldende kunst. Amsterdam: De Zaak Nu.

Woolthuis, M. (2025) ‘Christie’s houdt veilig met ‘augmented intelligence’-kunstwerken, andere kunstenaars protesteren’. Op: www.volkskrant.nl, 16 februari.

Verantwoording tekst en beeld

Redactie: De huidige versie van de pagina is meegelezen door Astrid Schumacher (De Zaak Nu) en Angelique Spaninks (De Zaak Nu, MU Hybrid Arthouse). De vorige versie (2024), die in de huidige pagina deels nog overeind staat, is meegelezen door Wouter Koelman (Mondriaan Fonds) en Henk Vinken (HTH Research).

Beeld: Expositie Habitat Multiform / Fotografie: Lisa Maatjens.