domein

Audiovisueel

Laatste update: 18 februari 2021
Auteur: Sabine Zwart

N.B. Deze pagina is nog in ontwikkeling, en zal in de loop van 2021 verder worden uitgebreid en geactualiseerd. Onder het domein audiovisueel vallen de subdomeinen film en video, animatie, radio, tv, en online media (vlogs etc.). Op dit moment richt deze pagina zich nog uitsluitend op het subdomein film, met een nadruk op consumptie en distributie. De huidige tekst is deels gebaseerd artikel ‘Nationale filmconsumptie floreert, buitenland domineert’ dat eind 2019 verscheen in De Staat van Cultuur 4. Deze informatie is aangevuld met recentere data en ontwikkelingen binnen de filmsector.

1. Trends en ontwikkelingen

Een klap voor de florerende bioscoopbranche

Ruim een decennium ging het ontzettend goed met de Nederlandse bioscoopbranche. Sinds 2007 steeg het bioscoopbezoek ieder jaar: van 23 miljoen bezoekers naar liefst 38 miljoen bezoekers in het jaar 2019. Daarmee samenhangend zat ook de brutorecette van bioscopen en filmtheaters al een tijd in de lift. Met 347,6 miljoen euro was 2019 het tweede recordjaar op rij – een stijging van 26 procent ten opzichte van de brutorecette in het jaar 2015 (Schrijen 2020).[1]

Ook 2020 begon veelbelovend. In de eerste twee en een halve maand werd een brutorecette van 79,64 miljoen euro behaald. Dat is bijna acht miljoen euro meer dan in dezelfde periode in het jaar 2019, en het resultaat van 738.047 meer bioscoopbezoeken. Maar voor de rest van het jaar 2020 – gerekend vanaf de start van de eerste lockdown op 15 maart – bedroeg de brutorecette 71,95 miljoen euro (FDN en NVBF 2021a). Meer dan de helft van de jaarlijkse bioscoopomzet werd dus in de eerste 74 dagen behaald.

Opgeteld is de totale brutorecette van 2020 slechts 151,6 miljoen, een daling van ruim 56 procent ten opzichte van het recordjaar 2019. En waar in 2019 nog 38 miljoen bezoekers werden geteld, bleef dat aantal in 2020 steken op 16,8 miljoen (FDN en NVBF 2021a). Het gevolg van de restricties waar de bioscoopbranche plotseling mee werd geconfronteerd, met bovenaan de verplichte sluiting voor een periode van in totaal vijftien weken.

Maar ook wanneer de bioscopen en filmtheaters de deuren open hadden, maakten de coronamaatregelen – zoals maximaal dertig bezoekers per zaal – het lastig om kostendekkend te opereren (Dijksterhuis 2020). Het elf weken durende verkoopverbod op eten en drinken, terwijl vertoningslocaties voor winst normaliter juist rekenen op consumptieverkoop, hielp op z’n zachtst gezegd ook niet mee De totale omzetdaling ten opzichte van het jaar 2019 komt daarmee uit op ongeveer 300 miljoen euro (FDN en NVBF 2021b).

Buitenlandse spelers en het aandeel Nederlandse films

Voor de coronacrisis profiteerden vooral buitenlandse spelers van het succes van de Nederlandse bioscoopbranche. Naast het feit dat ruim 70 procent van het marktaandeel in handen was van drie grote buitenlandse bioscoopketens (Pathé, Vue en Kinepolis), wonnen internationale mediaconglomeraten (majors) steeds meer op het gebied van distributie. Waar het marktaandeel van onafhankelijke distributeurs en dat van majors (Universal Pictures, Warner Bros. Pictures en The Walt Disney Company) in 2014 ongeveer gelijk was, hadden de onafhankelijken in 2019 nog maar 33 procent van de markt in handen (Nederlands Filmfonds 2019, 36-42; Nederlands Filmfonds 2020, 35-41; NVBF 2020a, 36, 38).

Door de wereldwijde lockdowns en corona-restricties begonnen de distributiestromen in 2020 te verschuiven. De premières van peperdure blockbusterfilms werden uitgesteld door majors omdat in tijden van een pandemie niet genoeg verdiend kon worden aan de brutorecette.[2] Onafhankelijke distributeurs hebben het ontstane gat in het bioscoopaanbod gevuld, waardoor Dutch Filmworks bijvoorbeeld zijn aandeel verviervoudigde. Afgelopen zomer was deze distributeur daardoor marktleider in de Nederlandse bioscopen (Beekman 2020).

Met minder buitenlandse concurrenten deden ook de Nederlandse films het opvallend goed. Het marktaandeel van de binnenlandse film staat al jaren onder druk, maar in het coronajaar steeg het aandeel van Nederlandse films in het bioscoopbezoek van 11,8 procent in 2019 naar 21,32 procent in 2020 (FDN en NVBF 2021a). En terwijl de top 20 best bezochte bioscoopfilms van 2019 nog werd gedomineerd door grote Amerikaanse franchises, stonden er maar liefst acht Nederlandse en/of onafhankelijk gedistribueerde films in de top 20 van 2020 – bijvoorbeeld het succesvolle De beentjes van Sint-Hildegard (op nummer 3 met 711.864 bezoekers) en April, May en June (op nummer 5 met 377.203 bezoekers) (FDN en NVBF 2021c).

Machtige streamingdiensten en de ‘theatrical window’

Door de coronacrisis zijn bepaalde ontwikkelingen (tijdelijk) van koers gewijzigd, terwijl andere trends in een stroomversnelling zijn geraakt. In 2018 werd de brutorecette van de Nederlandse bioscopen voor het eerst overstegen door de totale omzet van video-on-demand-platforms in Nederland, met respectievelijk 312 tegenover 324 miljoen euro (Nederlands Filmfonds 2019, 46). In 2020 hebben streamingdiensten ook nog eens flink geprofiteerd van lockdowns, gesloten bioscopen en thuiszittende mensen, waardoor hun inkomsten wereldwijd de brutorecette overstegen (Erven 2020). En hoewel op het moment van schrijven de totale omzet van video-on-demand in Nederland voor 2020 nog niet bekend is, zal dit in schril contrast staan met de nationale brutorecette. Koploper Netflix beleefde bijvoorbeeld een recordjaar met wereldwijd 37 miljoen nieuwe abonnees en een omzet van 20 miljard euro (Entertainment Business 2021).

Tevens opvallend zijn de gevolgen voor de ‘theatrical window’ van films, waarmee de tijd tussen de première in de bioscoop en de distributie via bijvoorbeeld streamingdiensten wordt bedoeld. Zo hebben verschillende Amerikaanse filmmaatschappijen – waaronder Universal Pictures en The Walt Disney Company – hun window vanwege de pandemie drastisch ingekort of compleet opgeheven, zodat sommige films eerder of zelfs direct op video-on-demand-platforms verschijnen (Faughnder 2020). De mate waarin deze ontwikkeling doorzet, zal de toekomst uitwijzen. Maar dat bioscopen een film minder lang exclusief kunnen vertonen, lijkt onvermijdelijk (Zwol 2021).

In deze context is het belangrijk om te wijzen op een Amerikaanse studie in opdracht van de National Association of Theater Owners, waarmee is aangetoond dat het streamen van films weinig invloed heeft op het bioscoopbezoek. De meest fervente streamers gaan namelijk alsnog regelmatig naar de bioscoop (wanneer deze open is). Bovendien streamt 62 procent van de respondenten eerder een film wanneer deze ook een bioscooprelease heeft gehad (EY 2020). 

Bioscopen en video-on-demand-platforms vullen elkaar dus eerder aan dan dat ze met elkaar concurreren. De echte concurrentie vindt momenteel plaats op de (Nederlandse) streamingmarkt zelf, waar steeds meer video-on-demand-platforms hun diensten aanbieden (Schrik 2021).

2. Wat willen we verder weten over de filmsector?

Allereerst is het van belang om de gevolgen van de coronacrisis te blijven monitoren. Hoe ziet het Nederlandse filmlandschap met bioscopen en filmtheaters er in de komende jaren bijvoorbeeld uit? Krijgt de filmsector nog te maken met een faillisementengolf? Wanneer gaan bezoekersaantallen weer richting het oude niveau? En hoe ontwikkelt het Nederlandse marktaandeel zich verder?

Ook is eind 2020 een belangrijk wetsvoorstel in consultatie gebracht: het Wetsvoorstel investeringsverplichting voor het Nederlands cultureel audiovisueel product. Dit voorstel heeft als doel om de scheve verdeling van inkomsten tegen te gaan. Opbrengsten binnen de sector vloeien namelijk vooral naar eindexploitanten zoals bioscopen en video-on-demand-platforms, terwijl zij amper bijdragen aan ontwikkeling en productie. Als dit wetsvoorstel wordt goedgekeurd, is het noodzakelijk om te monitoren in hoeverre deze regeling een verschuiving veroorzaakt. Daarvoor is ook een duidelijke uitsplitsing van de verschillende (gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde) geldstromen binnen de filmindustrie nodig.

Naast het in de gaten houden van deze langdurige ontwikkelingen binnen de filmsector, is er momenteel een aantal concrete onderwerpen waarbij meer inzicht nodig is. Zo worden gedetailleerde gegevens over de arbeidsmarkt van de filmsector gemist, bleek ook uit een focusgroep die eind 2019 bij de Boekmanstichting met filmprofessionals plaatsvond. Met de impact van de coronacrisis op bijvoorbeeld de productie van films is dat des te belangrijker geworden. Volgens het nieuwe initiatief KLEUR moet er bovendien een nulmeting plaatsvinden waarmee de stand van zaken qua diversiteit binnen de sector inzichtelijk wordt – voor en achter de camera.

3. Meer weten over het domein audiovisueel?

Als onderdeel van de cultuurmonitor ontwikkelt de Boekmanstichting een database waarin een groot aantal cultuurcijfers op een gemakkelijke manier is terug te vinden. Wanneer deze is afgerond en ontsloten is, zal op deze plek een koppeling naar deze database worden opgenomen.

4. Noten

[1] Deze toename van de brutorecette is zonder inflatiecorrectie. Gecorrigeerd voor cumulatieve inflatie met 2015 als basisjaar, is de toename 18,8 procent.

[2] Het budget van nieuwste Bond-film No Time to Die was bijvoorbeeld 250 miljoen dollar. Op het moment van schrijven is de première voor de vijfde keer uitgesteld, naar oktober 2021. Een uitzondering is Christopher Nolans scifi-thriller Tenet, een Hollywood-blockbuster die uiteindelijk wel in de bioscoop verscheen tijdens de coronacrisis. Distributeur Warner Bros. Pictures verloor 100 miljoen dollar aan de film.

5. Literatuur