Duurzaamheid

Thema

De aarde warmt op. Klimaatrampen en alarmerende rapporten over klimaatverandering lijken elkaar steeds sneller op te volgen. Verwachtingen van publiek en maatschappij veranderen en de aandacht voor de klimaatcrisis in het cultuurbeleid groeit. In 2023 publiceerde de Raad voor Cultuur het advies ‘Cultuur natuurlijk, hoe duurzaamheid en cultuur elkaar versterken’. Om veel redenen zal verduurzaming in de komende jaren voor de cultuursector een belangrijk thema blijven. Deze pagina verkent dat thema, door in te gaan op de vragen hoe de sector aan verduurzaming werkt, welke rol de klimaatcrisis in het werk van makers speelt, en wat de gevolgen van klimaatverandering voor de sector kunnen zijn.

44 %

culturele organisaties verankerde duurzaamheid in beleid (2024)

44

27 %

culturele organisaties liet CO2-voetprint berekenen (2024)

27

67 %

culturele organisaties verwerkte duurzaamheid in artistieke uitingen (2024)

67

Samenvatting

De klimaatcrisis stelt ons voor de noodzaak om te handelen. Ook binnen de culturele sector en in het cultuurbeleid is de aandacht voor duurzaamheid onverminderd hoog. Onderzoek laat zien dat veel culturele organisaties willen verduurzamen en daar grotendeels ook al mee zijn begonnen. Wel zijn er verschillende knelpunten die versnelling in de weg staan en kunnen leiden tot achterblijvers. Een vergelijking met andere bedrijfstakken toont dat culturele organisaties meer moeite hebben om hun operatie te verduurzamen dan andere bedrijven.

De rol van de cultuursector in de klimaatcrisis kan echter méér omvatten dan het verkleinen van de eigen milieu impact. Veel kunstenaars en culturele organisaties besteden in hun werk aandacht aan dit thema, of werken mee aan creatieve oplossingen of nieuwe ideeën voor een duurzamere samenleving. Daarnaast kunnen de kracht van ontwerpers en de historische kennis en vaardigheden van (immaterieel) erfgoed een belangrijke rol spelen bij klimaatadaptatie. Dit is tevens een thema waar de sector zelf tijdig over na zal moeten denken, om daarmee voorbereid te zijn op overstromingen, droogte, extreme weersomstandigheden en andere gevolgen van klimaatverandering.

Inleiding en belang van het thema

Duurzaamheid is een breed begrip , dat ingrijpt op vele aspecten van de manier waarop samenlevingen zich verhouden tot elkaar en de natuur, nu en in de toekomst. Het is daarbij steeds gebruikelijker om voorbij economische ontwikkeling te kijken en het perspectief van ‘brede welvaart’ te gebruiken om ontwikkelingen in samenhang te toetsen aan doelen op het gebied van armoede, ongelijkheid, klimaatverandering, milieuverval, vrede en rechtvaardigheid . Cultuur kan bij veel van deze aspecten een belangrijke rol innemen in de transitie naar een rechtvaardige, inclusieve en toekomstbestendige samenleving.

Op deze pagina richten we ons primair op de rol van de culturele sector in de klimaatcrisis. De klimaatcrisis stelt de wereld voor een kolossale opgave. De aarde warmt steeds sneller op, enerzijds doordat ze meer warmte opneemt, anderzijds doordat minder warmte wordt uitgestraald, als gevolg van toenemende broeikasgassen in de atmosfeer (KNMI, 2026). Door deze temperatuurstijging nemen extremen in het klimaat toe, met als gevolg een instabiel klimaat, een stijgende zeespiegel, toenemende drinkwater- en voedseltekorten, afname van biodiversiteit en toenemende kans op bosbranden. Hierdoor worden gemeenschappen en ecosystemen over de hele wereld bedreigd (Kennisportaal Klimaatadaptatie, z.j.). Ook Nederland is kwetsbaar voor een stijgende zeespiegel, afname in biodiversiteit, schade bij weersextremen en gezondheidsklachten. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met hoge kosten voor iedereen in Nederland, waarbij het risico ontstaat dat deze kosten niet eerlijk verdeeld worden, met als consequentie dat het draagvlak voor klimaatbeleid onder druk komt te staan (WRR 2023).

Om de gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken hebben in 2015 bijna 200 landen in het klimaatakkoord van Parijs afgesproken om te proberen de wereldwijde temperatuurstijging ten opzichte van het begin van de Industriële Revolutie beperkt te houden tot maximaal 2, maar idealiter 1,5 graden Celsius (Rijksoverheid, sd). Daarvoor is het nodig dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen zo snel en sterk mogelijk daalt. Wetenschappers waarschuwen dat de reductie veel te traag gaat en dat we ons in moeten stellen op de blijvende gevolgen van klimaatverandering (Rothenberg, 2023). De terugtrekking van het land met de grootste emissie per hoofd van de bevolking, de Verenigde Staten, uit het akkoord van Parijs brengt de doelen echter verder uit het zicht (Noor, 2026).

De doelen van het akkoord van Parijs zijn in Nederland sinds 2019 vastgelegd in de klimaatwet. In 2023 werd de Klimaatwet aangescherpt: het doel voor 2030 werd verhoogd naar 55 procent broeikasreductie ten opzichte van 1990, en voor 2050 werd vastgelegd dat Nederland klimaatneutraal moet zijn, met een volledig CO2 neutrale elektriciteitsproductie. Daarvoor moet echter nog veel gebeuren: in 2024 lag de CO2-uitstoot 28,9 procent lager dan in 1990 en was de totale uitstoot van broeikasgassen met 36,3 procent gedaald ten opzichte van 1990 (CBS, 2026a).

Het realiseren van zo’n grote CO2-reductie is een grote opgave waar iedereen een bijdrage voor zal moeten leveren. Ook voor de cultuursector zal het de komende jaren steeds belangrijker worden om gebouwen, bedrijfsvoering en producten te verduurzamen. Niet alleen de klimaatcrisis zelf vraagt daarom, maar ook (mogelijke) toekomstige wet- en regelgeving en veranderende verwachtingen van publiek en maatschappij. Evenzo belangrijk is de inhoudelijke rol die de cultuursector kan vervullen. Kunst en cultuur kunnen een grote rol spelen in bewustwording en activering rondom de klimaattransitie. Ze kunnen daarnaast ook activeren en bijdragen aan de creatieve ideeën en oplossingen die nodig zijn om de klimaatcrisis het hoofd te bieden. Recent onderzoek in het Verenigd Koninkrijk laat zien dat publiek behoefte heeft aan meer content over klimaat in cultuuruitingen, evenals aan concrete oplossingen voor de klimaatcrisis, met als voorwaarde dat het op een aansprekende en oprechte manier gebracht wordt.

Ook op internationaal niveau wordt de rol van cultuur in de klimaattransitie erkend. Een open methods werkgroep van EU-lidstaten heeft in 2024-2025 onderzocht hoe de culturele en creatieve sector kan bijdragen aan de groene transitie, en welke randvoorwaarden nodig zijn om organisaties hierin te versterken (Colgan & Sciacchitano, 2025). Het rapport benadrukt enerzijds de inhoudelijke kracht van kunst en cultuur, en laat anderzijds zien dat gericht beleid, passende financiering en goede meetinstrumenten nodig zijn om culturele organisaties te helpen hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Ook buiten Europa wordt gewerkt aan het verduurzamen van de culturele praktijk, al zijn er sterke verschillen in de mate waarin de transitie wordt ondersteund met overheidsbeleid. In mei 2025 publiceerde de Boekmanstichting een tweede editie van Towards Sustainable Arts (Bebendorf, et al., 2025), waarin wordt gereflecteerd op de transitie naar een duurzamere cultuursector aan de hand van voorbeelden uit acht landen uit verschillende delen van de wereld.

De Raad voor Cultuur bracht in 2023 het advies ‘Cultuur natuurlijk, hoe duurzaamheid en cultuur elkaar versterken’ uit (Raad voor Cultuur, 2023). Hierin stelt de Raad dat het in Nederland nog ontbreekt aan aandacht vanuit de overheid voor duurzaamheid en cultuur. De Raad bepleit inhoudelijke en financiële steun van overheidswege voor de sector en doet voorstellen voor de inrichting van transitieateliers en kennisdeling. In de beleidsreactie van de minister van OCW op het advies wordt vooral ingezet op aansluiting op bestaande regelingen voor het mkb, het stimuleren van dataverzameling op het gebied van duurzaamheid en het versterkten van initiatieven rond kennisdeling in het veld (Bruins, 2024).

Ook vanuit het culturele veld is actief gereageerd op het rapport van de Raad: in 2023 lanceerden de Federatie Cultuur, Kunsten ’92 en de Taskforce culturele en creatieve sector het platform ACTIE als cultuur met als doel om via kennisdeling het proces van verduurzaming te versnellen.  In 2025 kreeg dit platform een vervolg in de vorm van het Programma Duurzame Cultuursector, wat gecoördineerd wordt door Kunsten ’92 en waarbij organisaties vanuit de hele sector betrokken zijn. Het programma stelt als doel de verduurzaming van de culturele sector te versnellen, en haar in te zetten voor verduurzaming van andere sectoren, door kennis, tools en praktijkvoorbeelden te bundelen en te delen. Aan de basis van het programma ligt de Routekaart Duurzame Cultuursector, wat een uitwerking is van het Klimaatakkoord voor de culturele en creatieve sector, waarin beschreven wordt welke stappen nodig zijn om in 2050 klimaatneutraal en zonder afval te zijn.

Uit onderzoek van Significant APE (Barneveld, et al., 2024) blijkt dat minder dan drie op de tien culturele organisaties (27 procent) een CO2 voetafdruk becijferd heeft of bezig is deze in kaart te brengen. De analyse bevestigt het beeld uit eerdere onderzoeken van de Boekmanstichting: het thema wordt belangrijk gevonden maar veel instellingen ervaren een gebrek aan geld, tijd en kennis bij de verduurzaming (Schrijen & Zwart, 2022). Wel zijn er duidelijke verschillen tussen musea, presentatie-instellingen, podia en festivals waar het gaat om voortgang en ondersteuningsbehoeften op het gebied van verduurzaming (Schiavone en De Hoog 2025).

Gezien de urgentie van de klimaatcrisis, het aanhoudende belang voor de cultuursector en de beleidsinzet hierop, is duurzaamheid één van de thema’s die in de Cultuurmonitor gemonitord worden. Hoewel duurzaamheid dus een breder begrip is dat ook sociale en maatschappelijke dimensies bevat, richt de Cultuurmonitorpagina zich voor nu op duurzaamheid met nadruk op milieuaspecten. Daartoe gaat deze pagina achtereenvolgens op drie onderwerpen in: de mate waarin en de manier waarop de cultuursector zelf verduurzaamt (‘CO2 of Milieu impact’), de rol die de klimaatcrisis in het werk van makers speelt (‘Klimaathandafdruk’) en de gevolgen van klimaatverandering voor de cultuursector (‘Klimaatadapatie’).

Milieu impact – Hoe verduurzaamt de cultuursector zelf?

Van de stroom die nodig is om een podium te verlichten tot het water waarmee museumtoiletten worden doorgespoeld, en van de metalen in een gameconsole tot de bladzijden van een nieuwe roman: de cultuursector heeft op veel verschillende manieren een potentieel schadelijke impact op onze aarde. De uitstoot van broeikasgassen, de vervuiling en het gebruik van grondstoffen die met onze activiteiten gepaard gaan, heeft impact op ons klimaat, de aarde en haar bewoners. Ook digitalisering en het toenemende gebruik van AI leidt tot een toename van de ecologische voetafdruk (Koren, 2024). De impact van een (culturele) organisatie, gemeten in uitstoot van broeikasgassen, valt uiteen in drie hoofdcategorieën (Climate Partner, 2022): directie emissies op locatie (scope 1), indirecte emissies uit ingekochte energie (scope 2) en overige indirecte emissies in de waardeketen, zoals de productie van goederen en reisbewegingen (scope 3).

Hoe groot de impact van de Nederlandse culturele sector precies is, is niet helemaal duidelijk. Het CBS publiceert wel cijfers over de samengestelde sectoren ‘Cultuur, sport en recreatie’ en ‘Cultuur, recreatie en overige diensten’ (CBS, 2025; CBS, 2026), maar deze cijfers overlappen ten eerste slechts deels met de cultuursector, en betreffen daarnaast vooral het directe energieverbruik van organisaties in de sector zelf (scope 1 en 2). Een groot deel van de milieu impact van de cultuursector ontstaat echter indirect (scope 3): door bijvoorbeeld producties, horeca of reisbewegingen van makers en publiek (Bokhorst, 2022). Juist het in kaart brengen van deze indirecte emissies vergt structurele dataverzameling over alle ingekochte producten, diensten en reisbewegingen (van werknemers, materialen en publiek) in de sector.

Hoewel om bovengenoemde redenen de CBS-cijfers over het energieverbruik en de CO2-emissie van de sector ‘Cultuur, sport en recreatie’ slechts een zeer globale inschatting kunnen geven van de klimaatimpact van de culturele sector, zijn ze ter indicatie wel in onderstaande visualisaties opgenomen. De cijfers over 2024 hebben nog een voorlopige status in de gegevens van het CBS.

CBS (2026b)
CBS (2026b)
CBS (2025b)

Hoewel de klimaatimpact van de cultuursector relatief klein zal zijn ten opzichte van de totale Nederlandse totaal, zal ook deze uiteindelijk omlaag moeten om bij te dragen aan de Nederlandse klimaatambities, om te voldoen aan (toekomstige) wet- en regelgeving en om aan te blijven sluiten bij veranderende verwachtingen van partners, publiek en subsidieverleners.

Cijfers uit conjunctuuronderzoek (CBS, 2026c) laten zien dat veel organisaties investeren in het verduurzamen van hun activiteiten. Wel was het aandeel organisaties binnen de bedrijfstak Kunst dat in 2026 in verduurzaming investeert (62 procent) kleiner dan twee jaar eerder (77 procent). Ook binnen de bedrijfstak Bibliotheken, musea & Natuurbehoud daalt het aandeel organisaties dat investeert in duurzaamheid: van 77 procent in 2024 en 2025 naar 56 procent in 2026.

Organisaties in de bedrijfstak Kunst zetten relatief vaak in op circulaire productie (34 procent), terwijl het aandeel bibliotheken en musea dat hierop inzet in de afgelopen twee jaar sterk daalde: van 41 procent in 2024 naar 4 procent in 2026. Daarentegen kiezen deze organisaties relatief vaak voor maatregelen op het gebied van energie efficiëntie en -besparing (34 procent) in vergelijking met de bedrijfstak Kunst (24 procent) en andere dienstverlenende bedrijfstakken (23 procent). Ook het omschakelen naar hernieuwbare energiebronnen is relatief populair onder bibliotheken en musea (17 procent). Driekwart van de culturele organisaties (75 procent) geeft aan belemmeringen te ervaren bij de transitie naar een klimaatneutrale organisatie, aanzienlijk hoger dan bedrijven in andere takken van dienstverlening (62 procent gemiddeld). Daarbij ziet meer dan de helft beperkte toegang tot financiële middelen als drempel (Kunst: 52 procent; Bibliotheken, musea & natuurbehoud: 54 procent), in vergelijking met 30 procent gemiddeld.

Onderstaande figuren tonen cijfers over verduurzaming in de bedrijfstakken ‘Kunst’ & ‘Bibliotheken, musea & natuurbehoud’ in vergelijking met het gemiddelde van bedrijven in andere dienstverlenende bedrijfstakken.

% | Bron: COEN – CBS 2026c
% | Bron: COEN – CBS 2026c
% | Bron: COEN – CBS 2026c

Een rapport van Significant APE (Barneveld, et al., 2024) biedt een overzicht van de inspanningen en behoeften van culturele organisaties op het gebied van duurzaamheid. Voor dit onderzoek geldt dat de steekproef omvangrijk is (n=680), maar het weerspiegelt vooral het gesubsidieerde deel van de culturele sector, waarbij middelgrote instellingen relatief sterk vertegenwoordigd zijn, wat de representativiteit van de resultaten beïnvloedt. Toch biedt het een goede kijk op de stand van activiteiten bij culturele organisaties in 2024.

% | Bron: APE Significant (2024)
% | Bron: APE Significant (2024)
% | Bron: APE Significant (2024)

Het rapport laat zien dat bijna alle organisaties (96 procent) in verschillende mate aandacht hebben voor duurzaamheid, een kleine groep organisaties (4 procent) geeft aan geen aandacht aan dit onderwerp te kunnen besteden door gebrek aan capaciteit. Van alle organisaties geeft 44 procent aan duurzaamheid structureel te hebben ingebed in het organisatiebeleid, 15 procent maakte daarnaast óók een specifieke persoon verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan. Bij 52 procent van de organisaties is de aandacht voor duurzaamheid nog niet structureel, of bevindt men zich in een oriënterend stadium. Daarbij zijn een aantal factoren van belang, zoals de grootte van een organisatie en de huisvestingssituatie. Significant APE constateert bijvoorbeeld dat grotere organisaties (met 50 of meer medewerkers) vaker structurele aandacht (55 procent) hebben voor duurzaamheid dan kleinere organisaties (37 procent). En organisaties met een gebouw in eigendom hebben relatief vaker structurele aandacht voor duurzaamheid (68 procent), dan organisaties die huren (45 procent) of organisaties die geen eigen huisvesting hebben (31 procent).

Het rapport laat ook zien dat een groot deel van de organisaties maatregelen neemt om te verduurzamen op het gebied van materiaalgebruik (93 procent), reisbewegingen (88 procent), catering (87 procent), afvalverwerking (81 procent) en energie (78 procent). Voorbeelden die daarbij worden genoemd zijn het verminderen van reizen, de overstap naar plantaardig eten, het opzetten van recyclingprocessen en het kiezen voor (in Nederland opgewekte) hernieuwbare energie. Ondanks deze inspanningen blijft het bijhouden van data voor het meten van de voortgang en impact vooralsnog beperkt: slechts iets meer dan een kwart van de organisaties (27 procent) houdt data bij over energiebesparing, 22 procent meet de impact van reisbewegingen en bij andere maatregelen ligt het aandeel dat data verzamelt nog lager. Ook hier zijn verschillen zichtbaar in de mogelijkheden en middelen die organisaties kunnen vrijmaken en het effect wat ze daar zelf van ervaren: zo nemen grotere culturele organisaties (50 medewerkers en meer) en organisaties met een eigen gebouw in bezit op alle terreinen vaker maatregelen en houden daar ook vaker data van bij.

% | Bron: APE Significant (2024)

Aan organisaties is ook gevraagd of zij een CO2-meting hebben laten uitvoeren. Het rapport laat zien dat slechts 5 procent al een meting heeft laten uitvoeren, 17 procent is hier mee bezig. Voor bijna vier op de vijf organisaties (78 procent) zijn hier nog geen stappen op gezet. Een deel van de organisaties geeft daarbij aan meer hulp nodig te hebben op het gebied van kennis en financiële middelen.

De Boekmanstichting (Schiavone & De Hoog 2025) analyseerde dezelfde dataset om nader inzicht te krijgen in een aantal verschillende typeorganisaties in de culturele sector: musea, presentatie-instellingen, podiumkunsten (uitgesplitst naar Theaters/schouwburgen/poppodia, Toneel- of theatergezelschappen, Orkest/muziekgezelschappen en Dansgezelschappen) en festivals. Binnen elk van deze groepen worden stappen gezet, maar wel met verschillende zwaartepunten en mate van borging.

Grote musea lopen voorop dankzij structurele verankering, toegewezen verantwoordelijken en systematische dataverzameling, met sterke resultaten in energie- en waterbeheer en gebouw-gebonden maatregelen, en toenemende aandacht voor gedrag, circulair materiaalgebruik en kennisborging. Presentatie-instellingen zijn sterk gemotiveerd en nemen maatregelen op het gebied van energiebesparing, waterbeheer en mobiliteit, maar doen dit vaak minder planmatig en structureel door financiële, organisatorische en kennisbarrières, waardoor initiatieven vaak ad hoc blijven. Podia (met name gebouw gebonden theaters en poppodia) benutten bestaande regelingen, zoals DUMAVA , en instrumenten zoals het Theatre Green Book en betaalde certificeringsmethoden als Green Key en Breeam. Deze instellingen monitoren ook relatief vaak energie- en afvalstromen. Reizende gezelschappen worstelen met capaciteit bij het opschalen van circulair werken en het kiezen voor materialen met een lagere milieu-impact. Festivals tonen veel zelfstandigheid en innovatie, met relatief hoge structurele verankering met name rond catering en afval. Festivals worden tegelijkertijd ook begrensd door beperkte middelen, wisselende teams (en dus kennis) en een gebrek aan passende instrumenten, waardoor maatwerk, kennisdeling en praktische ondersteuning cruciaal blijven. Een initiatief om informatie en tools voor verduurzaming van evenementen en festivals samen te brengen is gevonden in de Duurzaamheidsladder Evenementen (DLE).

Bron: Schiavone et al. 2025

Ook het PON & Telos (Jong et al, 2024) signaleerden dat koplopers in de culturele sector hun impact monitoren, maar dat dit op uiteenlopende manieren gebeurt. Omdat veel organisaties wachten op meer ‘methodologisch houvast’ wordt aanbevolen om per deelsector relevante indicatoren in beeld te brengen. Overkoepelend geldt dat de intentie om te verduurzamen in de culturele sector groot is, maar dat structureel geborgde implementatie achterblijft. Dat vraagt om gerichte ondersteuning, collectieve instrumenten en sectorbrede kaders.

Inmiddels groeit binnen de culturele sector het besef dat grotere inspanningen nodig zijn. Naast initiatieven zoals ACTIE als cultuur, Platform Duurzame Cultuursector en de Routekaart Duurzame Cultuursector, werkt de NAPK samen met VTP en VSCD aan een Nederlandse editie van het Theatre Green Book. De eerste delen zijn inmiddels beschikbaar sinds tenminste 2023, met een volledige versie in ontwikkeling. De Museumvereniging publiceerde in september 2025 de Duurzame wegwijzer waarin naast relevante ontwikkelingen en praktische tips ook inspirerende voorbeelden worden gedeeld. Voor het verduurzamen van cultureel erfgoed is er de Routekaart Duurzaam Erfgoed, waarbij naast kennisuitwisseling via de monitor verduurzaming monumenten ook wordt bijgehouden welke duurzaamheidsmaatregelen worden benut door monumenteigenaren. Kennisinstituut DEN geeft culturele organisaties tips om hun digitale voetafdruk kunnen verkleinen. 

Het gezelschap Silbersee heeft zich ten doel gesteld in 2027 een klimaatpositief productiehuis te worden. Ook heeft Silbersee een reeks debatten over kunst en klimaat georganiseerd met partners als Oerol en De Nationale Opera. In oktober 2025 vond in tien verschillende Nederlandse steden de Dutch Sustainable Fashion Week plaats, waarin duurzame mode-ontwikkelingen in de schijnwerper werden gezet.

Klimaathandafdruk – Welke rol speelt de culturele sector in het bestrijden van de klimaatcrisis?

Hoewel de cultuursector zich inzet voor verduurzaming van de eigen activiteiten, reikt de rol van kunst en cultuur in de klimaatcrisis verder van fysieke CO2-reductie. Waar klimaatrapporten en nieuwsberichten namelijk vooral met het verstand communiceren, kan kunst ook emoties raken, is het activistisch en zet het mensen in beweging. Het doorbreekt denkpatronen achter de klimaatcrisis, verbeeldt toekomstscenario’s en laat zien wat er verloren gaat als er geen actie wordt ondernomen (Schrijen & Zwart, 2022; van Boeckel, 2022; Hahn, 2024). Een interessante manier om deze meer inhoudelijke rol in de klimaatcrisis te onderscheiden van de milieu impact van de sector, is middels het begrip ‘klimaathandafdruk’, ook wel ‘klimaatschaduw’. In de culturele sector verwijst het naar de symbolische, maatschappelijke en culturele impact die makers en organisaties hebben: bewustzijn creëren, emoties aanspreken waar wetenschap rationeel blijft, gedragsverandering stimuleren en handelingsperspectieven bieden. Binnen het Programma Duurzame Cultuursector wordt er, naast duurzame gebouwen, duurzame bedrijfsvoering en zero emissietransporten, ook specifiek hierop ingezet via het werkpakket Klimaathandafdruk. Klimaathandafdruk omvat daarmee ook scope 3, die indirecte emissies in de waardeketen (zoals bij bezoekers of leveranciers) meet.

In de praktijk zijn er veel – en ogenschijnlijk steeds meer – kunstenaars en culturele organisaties die met (een deel van) hun werk deze rol vervullen. Tentoonstellingen, theatervoorstellingen, liedjes, dichtbundels, romans, films, beeldende kunstwerken, games: binnen elke discipline zijn de voorbeelden van ‘klimaatkunst’ talrijk. Zo is er het Klimaatmuseum, een reizend pop-up museum dat kunst en wetenschap over de klimaatcrisis presenteert via interactieve exposities, installaties, workshops en programma, met als doel om via verbeelding en een positieve benadering een breed publiek te inspireren tot Klimaatactie. In het verleden presenteerde Klimaatmuseum werken als Daan Roosegaarde’s Smog Free Ring, Rob Voerman’s Food Cloud en Diana Schierer’s Rootbound #5. Een ander voorbeeld is het werk van Bureau Vergezicht die de emotie aanspreken met ‘De zaak Shell’ over het verantwoordelijkheidsverstoppertje wat we graag spelen en in ‘Beste Mensen’ komen de klimaatspeeches sinds de jaren ’70 van grote wereldleiders voorbij. Ook is inspiratie te vinden in de uitingen van solar punk, een beweging die zich met kunstuitingen in allerlei disciplines richt op hernieuwbare energiebronnen.

Daarnaast klinkt er een toenemende roep om kunstenaars en creatieve makers vaker direct te betrekken bij het vormgeven en bedenken van oplossingen voor de klimaatcrisis. Zo schreef voormalig staatssecretaris Uslu eind 2022 in haar Meerjarenbrief voor de periode 2023-2025 dat ‘we kunstenaars, ontwerpers en andere creatieve professionals nodig [hebben] om complexe transities aan te pakken’, omdat zij ‘de instrumenten in handen [hebben] om met de veranderingen om te gaan en (…) nieuwe toekomsten [kunnen] verkennen en verbeelden’ (Uslu, 2022). Zeker in de domeinen Architectuur en Design werken veel makers hier al actief aan. Daarmee dragen architecten en ontwerpers met hun ontwerpen actief bij aan de bredere klimaatadaptatie van Nederland. Daarbij moet wel ruimte blijven voor artistieke vrijheid: kunst en cultuur moet niet worden geïnstrumentaliseerd voor het uitvoeren van duurzaamheidsbeleid.

Hoewel het moeilijk precies vast te stellen is in welke mate makers en culturele organisaties zich in hun werk bezighouden met de klimaatcrisis (en of dit door de jaren toe- of afneemt), biedt onderzoek van de Boekmanstichting en Bureau 8080 wel een indicatie. Onderdeel van een enquête die in 2022 binnen de culturele sector werd uitgezet, was een vraag over het aandeel dat klimaatgerelateerd werk inneemt binnen de volledige productie of programmering. Hoewel deze uitvraag verschillende beperkingen kent, laten de resultaten zien dat 59 procent van de ondervraagde organisaties in de afgelopen vijf jaar werk heeft gemaakt waarin de klimaatcrisis een belangrijke rol vervulde, en dat 53 procent van de organisaties al zeker weet dat ook in de komende twee jaar te zullen doen (Schrijen & Zwart, 2022).

De figuren in onderstaande visualisatie tonen welk deel van de productie en/of programmering van culturele organisaties in de afgelopen vijf jaar gewijd was aan de klimaatcrisis, voor welk deel dit verwacht wordt in de komende twee jaar (Schrijen & Zwart, 2022), en de mate waarin culturele organisaties duurzaamheid onder aandacht heeft gebracht via artistieke uitingen in 2024 (APE Significant, 2024).

% van alle respondenten
% van alle respondenten
% | Bron: APE Significant (2024)

Klimaatadaptatie – Wat zijn de gevolgen van de klimaatcrisis voor de sector?

In het voorgaande ging het over hoe de cultuursector het klimaat middels de eigen milieu impact en klimaathandafdruk beïnvloedt of kan beïnvloeden. Het omgekeerde is echter eveneens het geval: klimaatverandering kan ook invloed krijgen op het functioneren van de culturele sector.

Zo zullen culturele organisaties en organisatoren van evenementen rekening moeten gaan houden met een klimaat waarin extremere weersomstandigheden – zoals stormen, hevige neerslag of hitte en droogte – vaker gaan voorkomen. Daarnaast vormen overstromingen en droogte grote risico’s, in het bijzonder voor cultureel erfgoed (Kennisportaal Klimaatadaptatie, sd). Ook geopolitieke ontwikkelingen zijn van invloed op de beschikbaarheid van materialen en energiebronnen, waardoor culturele organisaties worden gedwongen andere keuzes te maken.

Het gevaar voor overstromingen is daarbij evident en geenszins verre toekomstmuziek. Tijdens overstromingen in 2021 werden drie musea en 65 monumenten in Limburg getroffen en op Bonaire dreigt een groot deel van het culturele erfgoed beschadigd te raken of te verdwijnen als gevolg van permanente overstroming, stormen en extreem weer (rechtbank Den Haag, 2026). Droogte kan daarnaast bijdragen aan bodemdaling, waardoor schade kan ontstaan aan (de fundering van) historische gebouwen of archeologische vindplaatsen.  

Een rapport van de Europese OMC-werkgroep onderstreepte in 2022 de noodzaak om cultureel erfgoed beter te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering en daarmee klimaatadaptief te maken (Leissner, Grady, Marafia, Baeke, & van Cutsem, 2022). In Nederland is cultureel erfgoed sinds november 2023 opgenomen in het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2023). In het kader van dat programma liet de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) klimaatrisico’s voor het culturele erfgoed in Europees Nederland in kaart brengen. In het rapport ‘Erfgoed in Zwaar Weer’ (Zwegers, 2024) worden aanbevelingen gedaan om schade aan cultureel erfgoed in Nederland zo veel mogelijk te voorkomen en Eva Stegmeijer (onderzoeker bij het RCE) ontwierp een serious game om bewustwording rondom de bescherming van cultureel erfgoed te vergroten (Kennisportaal Klimaatadaptatie, 2025).

In (immaterieel) erfgoed liggen veel historische, lokale en specifieke kennis en vaardigheden besloten die een rol kunnen spelen in verduurzaming of klimaatadaptatie. Een voorbeeld is het gebruik van historische watermolens om in tijden van droogte het waterpeil te kunnen regelen. Daarnaast kan erfgoed bijdragen aan een gevoel van verbondenheid met – en zorg willen dragen voor – elkaar en de omgeving (Bakels & Elpers, 2021; Kennisportaal Klimaatadaptatie, sd). De RCE zette voorbeelden op een rij van projecten waarbij kennis van bestaand erfgoed oplossingen voor klimaatadaptatie boden. Het Wereldmuseum heeft in haar vaste tentoonstelling in Amsterdam een paviljoen ingericht met als vraag: ’Verandert het klimaat jouw cultuur?’. Aan de hand van voorbeelden van de nu al zichtbare gevolgen van zeespiegelstijging voor de Marshalleilanden worden bezoekers gestimuleerd na te denken over deze vraag.

Naast directe gevolgen van klimaatverandering kunnen culturele organisaties ook te maken krijgen met veranderende verwachtingen van publiek, partners en subsidieverleners. Onderzoek onder Britse cultuurbezoekers geeft hier enig inzicht in, en laat zien dat sommige verwachtingen door een groot deel van het publiek gedeeld worden (Raines & Mroczkowski, 2024). Cultuurbezoekers zijn bovengemiddeld bezorgd over de klimaatcrisis: 86 procent tegenover 76 procent onder de Britse bevolking in het algemeen. Van de Britse cultuurbezoekers vindt 72 procent dat culturele organisaties een verantwoordelijkheid hebben om de maatschappij te bewegen tot radicale verandering.

Ook in Nederland zijn er verwachtingen rondom duurzaamheid bij culturele organisaties. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen, blijkt dat bijna driekwart van de Nederlanders vindt dat culturele organisaties op een duurzame manier moet opereren (Holm, Bebendorf, & Bouman, 2024) . Dat mensen verduurzaming willen betekent niet dat elk initiatief in dezelfde mate wordt ondersteund.

In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen verduurzamingsmaatregelen op drie niveaus: operationele maatregelen, publieksmaatregelen en maatregelen rondom de artistieke productie. Met name voor operationele maatregelen waar men als bezoeker niet direct iets van merkt zien de onderzoekers relatief veel steun (zie onderstaande figuren): zo vindt vier op de vijf dat afvalstromen moeten worden verkleind of hergebruikt (78 procent) en is driekwart voorstander van het gebruik van lokale leveranciers (75 procent). Ook vindt een meerderheid dat culturele organisaties moeten zorgen dat ze duurzame energie gebruiken (62 procent) of op een ethische manier gefinancierd worden (56 procent).

Ook voor het implementeren van publieksmaatregelen, die de bezoekerservaring direct raken, is veel draagvlak onder Nederlanders. Zo vindt drie op de vijf mensen dat culturele organisaties alleen duurzame producten moeten aanbieden aan bezoekers (62 procent). Een vergelijkbaar aandeel is van mening dat culturele organisaties duurzaam gedrag onder bezoekers moeten stimuleren (60 procent) of bezoekers moeten informeren over de impact van menselijk handelen op het klimaat (58 procent).

Waar het gaat om maatregelen die raken aan de artistieke productie van culturele instellingen blijkt men verdeeld. Alhoewel meer dan drie op de vijf Nederlanders voorstander is van het gebruik van duurzame materialen in producties (63 procent), is er minder steun voor het voortrekken van makers die met duurzame materialen werken (46 procent). Ook specifieke programmering rondom het klimaatvraagstuk kan slechts beperkt op steun rekenen (45 procent).

Dat opinies en verwachtingen van het publiek en makers kunnen doorwerken in de keuzes die culturele instellingen maken wordt bijvoorbeeld zichtbaar bij de petities rondom fossielvrije sponsoring en fossielvrije reclame in filmhuizen en bioscopen.

Meer weten over het thema Duurzaamheid?

Via de Kennisbank worden actief artikelen en (onderzoeks) publicaties over duurzaamheid en klimaatverandering in de cultuursector verzameld.

Bronnen

Bakels, J., & Elpers, S. (2021) ‘Immaterieel erfgoed als hefboom voor duurzaamheid‘. In: Boekman, jrg. 33, nr. 127, 38-41.

Barneveld, E., Bosma, M., Demir, I., Gielen, M., Veenendaal, N., & Visser, A. (2024) ‘Duurzaamheid in de culturele sector – Wat is de stand in 2024? Utrecht: Significant APE. 

Bebendorf, K., Knol, J., Burggraaff, J., Feil, M., de Hoog, T., & van Herk, I. (2025) ‘Towards Sustainable Arts – Global edition – Practices and policies from eight countries worldwide‘. Amsterdam: Boekmanstichting.

Bokhorst, J.W. van (2022) ‘De klimaatimpact van de cultuursector: de opgave is helder, de tijd dringt, de route nog mistig’. In: Boekman, jrg. 34, nr. 133, 37-41.

Bruins, E. (2024) ‘Beleidsreactie op het advies Cultuur Natuurlijk van de Raad voor Cultuur‘. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Brundtland, G. (1987) Our Common Future. New York: Verenigde Naties. 

CBS (2025b) ‘Emissies naar lucht door de Nederlandse economie; nationale rekeningen‘. Op: www.cbs.nl, 12 november.

CBS (2026a) ‘Emissies broeikasgassen, 1990-2024‘. Op: www.clo.nl, 5 februari.

CBS (2026b) ‘Levering aardgas, elektriciteit via openbaar net; bedrijven‘, SBI2008, regio. Op: www.cbs.nl, 28 januari.

CBS (2026c) ‘Conjunctuurenquête Nederland (COEN) – Onderzoeksresultaten duurzaamheidsvragen.’ Op: www.cbs.nl, februari.

Climate Partner (2022) ‘What are scope 1, 2, and 3 emissions?’. Op: www.climatepartner.com.

Colgan, S. & Sciacchitano, E. (2025) ‘Creative Shifts: empowering culture for sustainable living’. Luxemburg: Publications Office of the European Union.

de Jong, S., van Roovert, I., van Duren, M. & Verhagen, M. (2024) ‘Verkenning ecologische voetafdruk culturele sector – Een eerste inventarisatie van mogelijkheden voor milieu-impactmonitoring binnen de culturele sector’. Tilburg: Het PON & Telos.

Hahn, U. (2024) ‘Kan kunst helpen bij het oplossen van de klimaatcrisis?’. Op: www.eur.nl, 25 november.

Holm, H., Bebendorf, K. & Bouman, T. (2024) ‘Public perceptions of Dutch cultural institutions: exploring perceptions of values and responsibilities of cultural institutions with a focus on sustainability’. Amsterdam: Boekmanstichting.

James, E., Hawkins, N., Pollard, C., & Orr, R. (2026). ‘Britain Talks Climate & Nature 2025 – Culture & entertainment‘. Op climateoutreach.org, januari 2026.

Kennisportaal Klimaatadaptatie (2025) ‘Erfgoed in gevaar: “Het vuur komt!”’. Op: www.klimaatadaptatienederland.nl, 1 mei.

Kennisportaal Klimaatadaptatie (z.j.) ‘Cultureel erfgoed’. Op: www.klimaatadaptatienederland.nl.

Kennisportaal Klimaatadaptatie (z.j.) ‘Mens en cultuur’. Op: www.klimaatadaptatienederland.nl.

Kennisportaal Klimaatadaptatie (z.j.) ‘Wat zijn de gevolgen van klimaatverandering?’. Op: www.klimaatadaptatienederland.nl.

KNMI (2026) ‘2025: opwarming gaat steeds sneller’. Op: www.knmi.nl, 15 januari.

Koren G. (2024) ‘Wat is de klimaatimpact van ChatGPT? Hoeveel CO₂ kost het om ChatGPT een essay over klimaatverandering te laten schrijven?’. Op: www.klimaathelpdesk.org, 5 april.

Leissner J., Grady A., Marafia M., Baeke F. & van Cutsem A. (2022) ‘Strengthening cultural heritage resilience for climate change – where the european green deal meets cultural heritage’. Luxembourg: European Union.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2023) ‘Het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie’. Den Haag: Rijksoverheid, IPO, VNG, UvW.

Noor D. (2026) ‘Abdication: Trump takes US out of Paris climate agreement for a second time’. Op: www.theguardian.com, 27 januari.

Pattee E. (2024) ‘Forget your carbon footprint. Let’s talk about your climate shadow’. Op: www.mic.com, 20 februari.

Raad voor Cultuur (2023) ‘Cultuur Natuurlijk – Hoe duurzaamheid en cultuur elkaar versterken’. Den Haag: Raad van Cultuur.

Raines K. & Mroczkowski K. (2024) ‘Act Green 2024 – Understanding audience attitudes towards the role of cultural organisations in tackling the climate emergency’. London: Indigo Ltd.

rechtbank Den Haag (2026) ‘Nederlandse Staat beschermt inwoners Bonaire onvoldoende tegen klimaatverandering’. Op: www.rechtspraak.nl, 28 januari.

Rijksoverheid (z.j.) ‘Klimaatverandering beperken’. Op: www.rijksoverheid.nl.

Rothenberg G. (2023) ‘A realistic look at CO2 emissions, climate change and the role of sustainable chemistry’. Sustainable Chemistry for Climate Action, 1–5(2).

Schiavone R. en T. de Hoog (2025) ‘Duurzaamheid in de culturele sector – een nadere analyse van de stand van duurzaamheid bij musea, presentatie-instellingen, podia en festivals in 2024’. Amsterdam: Boekmanstichting.

Schrijen, B. (2019) ‘Duurzaamheid in de culturele sector: steppingstones voor toekomstig duurzaamheidsbeleid‘. Amsterdam: Boekmanstichting en Bureau 8080.

Schrijen, B. (2020) ‘Duurzaamheid in de culturele sector: inspiratie voor toekomstig duurzaamheidsbeleid‘. Amsterdam: Boekmanstichting en Bureau 8080.

Schrijen, B. en S. Zwart (2022) ‘Duurzaamheid in de culturele sector: editie 2022 – Kwantitatief deel‘. Amsterdam: Boekmanstichting en Bureau 8080.

Schrijen, B., S. Zwart en M. van den Hove (2023) ‘Duurzaamheid in de culturele sector: editie 2022/2023 – Kwalitatief deel. Amsterdam: Boekmanstichting en Bureau 8080.

Uslu G. (2022) ‘Meerjarenbrief 2023-2025. De kracht van creativiteit: cultuur midden in de samenleving’. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

van Boeckel J. (2022) ‘Hoe kan kunst bijdragen aan begrip voor duurzaamheid?’. Op: www.klimaathelpdesk.org, 18 mei.

WRR (2023) ‘Rechtvaardigheid in klimaatbeleid. Over de verdeling van klimaatkosten’. Op: www.wrr.nl.

Zwegers, B. (2024) ‘Erfgoed in zwaar weer. Limburgs erfgoed in tijden van klimaatverandering‘. Roermond: Coöperatie Erfgoed Limburg.

Verantwoording tekst en beeld

Redactie: Een eerdere versie van deze pagina is geschreven door Bjorn Schrijen. De huidige versie van deze pagina is meegelezen door Ryanne de Boer. Ryanne de Boer is kwartiermaker duurzaamheid bij de NAPK, beleidsmedewerker duurzaamheid bij de VSCD en programmaleider Klimaathandafdruk binnen de Routekaart Duurzame Cultuursector.

Beeld: Don Kaveen via (Unsplash).