Overzicht en kerncijfers
Architecten en ruimtelijk ontwerpers geven vorm aan de ruimte waarin wij wonen, werken en recreëren; van interieur tot gebouw en van stad tot landschap. De gebouwde omgeving vormt de culturele onderlegger waarop mensen gezamenlijk vormgeven aan hun sociale leven, tradities en lokale geschiedenis (Platform Ontwerp NL 2024).
Het ruimtelijk ontwerp van onze leefomgeving vindt plaats op verschillende schaalniveaus. Daarom kijken we binnen het domein Architectuur niet alleen naar de ontwerpdiscipline op het niveau van gebouwen, maar beschouwen we vier disciplines die de ruimtelijk ontwerpsector vormen: architectuur, interieurarchitectuur, stedenbouw en tuin- en landschapsarchitectuur. Binnen het beleid vallen deze disciplines ook onder de bredere ontwerpsector – waar ook design en digitale cultuur onderdeel van zijn – en onder de creatieve industrie.
Vier beschermde titels
De beroepstitels architect, stedenbouwkundige, interieurarchitect en tuin- en landschapsarchitect worden sinds 1988 beschermd door de Wet op de Architectentitel (WAT). Het Architectenregister voert de wet uit en beheert de officiële registratie van architecten. Door opleidingseisen te stellen bij inschrijving in het register – en ook na inschrijving – wordt de vakbekwaamheid van ruimtelijk ontwerpers in het register
Eind 2024 telde het Architectenregister in totaal 13.977 registraties. Ruim driekwart daarvan is voor de titel van architect (Architectenregister 2025). Slechts een klein deel (3 procent) van de ingeschreven ontwerpers is onder meer dan één discipline geregistreerd. Wel ziet het Architectenregister dat de belangstelling voor een dubbele titel toeneemt, als gevolg van de toegenomen interdisciplinariteit binnen het werkveld.
In 2024 werden in totaal 475 ontwerpers nieuw in het register ingeschreven. Doordat er ook 458 uitschrijvingen en een aantal correcties plaatsvinden, steeg het totale aantal ingeschrevenen met 1 registratie ten opzichte van een jaar eerder. Anders dan bij andere disciplines is het aantal uitschrijvingen onder interieurarchitecten al een aantal jaren groter dan het aantal inschrijvingen, waardoor het aantal registraties binnen deze discipline licht afneemt.
Ontwikkeling werkveld
In het eerste kwartaal van 2026 telde het CBS 6.840 ontwerpbureaus (CBS 2026) binnen de SBI-code voor Architectenbureaus en Interieurarchitecten (
De arbeidsmarkt van de architectenbranche kenmerkte zich – als gevolg van de financiële crisis uit 2008 – door krimp en verregaande versnippering: een jarenlange afname van het aantal banen bij architectenbureaus, gepaard met een sterke aanwas van het aantal zelfstandige ondernemers zonder personeel (CRa 2021). De kwetsbaarheid van zelfstandige architecten, zowel in economische zin als in innoverend vermogen, leidde tot een verschuiving in de (machts)relaties binnen de bouwketen en de wijze waarop concurrentie in de markt plaatsvindt (Koetsenruijter 2018; CRa 2020).
De trend van versnippering lijkt zich de afgelopen jaren geleidelijk te keren. Het aantal werknemers in dienst bij architectenbureaus (SBI7111) nam in de afgelopen tien jaar toe met 29 procent: van 8.570 werknemers in 2015 naar 11.080 werknemers in 2024 (CBS 2025). Tegelijkertijd zien we een daling van het aantal zelfstandig architecten: van 4.980 in 2015 naar 4.240 in 2024 (een afname van 15 procent).
Deze ontwikkelingen laten zien dat de situatie in het werkveld zich gestaag lijkt te stabiliseren. Daarmee is echter niet gezegd dat de kwetsbaarheden in deze beroepsgroep, en dan met name voor zelfstandigen, is afgenomen. Nog steeds zijn nagenoeg twee op de tien werkenden bij Architectenbureaus zelfstandig ondernemer, waar dat in 2010 ongeveer een kwart betrof (CBS 2025).
De ontwikkeling van bedrijven en werkenden in de disciplines Stedenbouw en Tuin- en Landschapsarchitectuur is minder goed in beeld te brengen, doordat bureaus met deze disciplines als hoofdactiviteit onder de bredere bedrijfstak van Ingenieurs vallen (SBI 7112). Uit cijfers van het CBS (2023) blijkt dat dit in 2021 ging om drie op de tien geregistreerde stedenbouwkundigen (30 procent) en 43 procent van de geregistreerde tuin- en landschapsarchitecten. Een aanzienlijk deel van deze beroepsgroepen werkt bij gemeenten of andere overheden: 42 procent van de stedenbouwkundigen en 33 procent van de tuin- en landschapsarchitecten. Ter referentie: 7 procent van de bouwkundig architecten en 3 procent van de interieurarchitecten werkte in 2021 bij de overheid. Daarnaast werken interieurarchitecten relatief vaak in detailhandel (17 procent) en het onderwijs (13 procent).
Dit heeft effect op de hoogte van het gemiddelde uurloon per discipline. Stedenbouwers en tuin- en landschapsarchitecten verdienen gemiddeld het hoogste uurloon (36 euro per uur). Dat heeft mogelijk te maken met betere arbeidsvoorwaarden bij overheden. Het uurloon voor interieurarchitecten ligt aanzienlijk lager (27 euro per uur), terwijl het uurloon van architecten hier tussenin ligt (31 euro per uur). Deze laatste groep valt in de meeste gevallen onder de CAO Architectenbureaus.
In 2025 heeft het CBS een hernieuwde indeling van bedrijfstakken geïntroduceerd. Daarin vallen de disciplines Stedenbouw en Tuin- en Landschapsarchitectuur samen met bouwkundige architectuur onder één SBI-code (SBI71111). Activiteiten van interieurarchitecten behouden in de nieuwe indeling een eigen categorie (SBI71112), evenals interieurontwerpers (SBI74130). Nieuwe cijfers zullen daarom met name rondom architecten, stedenbouwers en tuin- en landschapsarchitecten bredere informatie geven.
Partijen in het veld
Binnen elk van de disciplines binnen het ruimtelijk ontwerp is een
De Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA) ondersteunt medewerkers van architectenbureaus met arbeidsvoorwaarden, pensioen en werkomstandigheden. Architectenbureaus die zijn aangesloten bij de BNA maken automatisch deel uit van de CAO Architectenbureaus, voor de werkgevers aangesloten bij de beroepsverenigingen (BNSP, BNI en NVTL) is het wel gebruikelijk om deze CAO te volgen, maar dit is geen verplichting. De BNA heeft, als enige bond, een formele positie in de onderhandelingen over de CAO, als vertegenwoordiger van de werkgevers.
Het beleid rondom architectuur en ruimtelijk ontwerp wordt vormgegeven vanuit de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De kaders voor het ruimtelijk beleid in Nederland zijn vastgelegd in de Ontwerp-Nota Ruimte 2050, met daarin de Nationale Omgevingsvisie. Met deze omgevingsvisie neemt het Rijk, meer dan de afgelopen jaren, regie over de ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland (Ministerie VRO, 2025).
Een belangrijke partner bij de vormgeving van het ruimtelijk beleid in Nederland is het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa). Het CRa opereert vanuit het
In de agenda Gedeelde Grond voor 2025-2029 benadrukt het CRa dat Nederland veel uitdagingen kent die een beslag leggen op de ruimte. Zo ontwikkelt het CRa onder andere een visie op wonen en weerbaarheid van bewoners, grond, natuur en natuurinclusief denken, energie- en voedselvoorziening, mobiliteit en de economie van de toekomst en de uitbreidende inzet van defensie (CRa 2025b).
Ook op regionaal en lokaal niveau worden steeds vaker ontwerpers als adviseurs aangesteld om de kwaliteit van ruimtelijke ontwikkelingen te bevorderen en kennis over het maken van kwalitatief hoogwaardige leefomgevingen te versterken. Zo hebben steeds meer steden een (stads)bouwmeester en stellen provincies een PARK (provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit) aan. Deze functionarissen met ontwerpachtergrond kunnen de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen overzien en de integrale kwaliteit bewaken. Om die reden heeft de gemeente Groningen in 2021 – naast de stadsbouwmeester – architect Dianne Maas als Bouwmeester Versterking aangesteld, die zich richt op opgaves in het versterkingsgebied (binnen de gemeente Groningen). Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft in 2023 Enno Zuidema benoemd als regiobouwmeester.
Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie is het rijkscultuurfonds voor vormgeving, architectuur en digitale cultuur. Het fonds geeft professionals binnen deze disciplines ruimte om te experimenteren, te onderzoeken en te maken teneinde de kwaliteit van de ontwerppraktijk te vergroten, de sector als geheel te versterken en ontwerptalen te verbinden aan andere disciplines en sectoren (Stimuleringsfonds z.d.). Via
Ook op lokaal en regionaal niveau wordt gewerkt aan de Stichting CoLA (Coördinatie Lokale Architectuurinitiatieven) is een netwerkorganisatie waarbinnen meer dan veertig lokale en regionale architectuurcentra en -initiatieven zijn verenigd. Via deze centra wordt de dialoog over ruimtelijke uitdagingen georganiseerd dichtbij bewoners en gemeenschappen. Deze inzichten op lokaal niveau worden door CoLA verbonden aan de nationale ruimtelijk agenda’s. Daarnaast coördineert CoLA ook de jaarlijkse Dag van de Architectuur, waarmee de zichtbaarheid van en betrokkenheid bij de Nederlandse architectuur en stedenbouw (CoLA z.d.).
Omzet en diversiteit aan werkvormen
Op basis van een onderzoek onder de leden van de BNA schat de bond de totale omzet van de architectenbureaus op 1.055 miljoen euro in 2022 (Panteia 2023). Dat is gebaseerd op een gemiddelde omzet per bureau van 502.000 euro per jaar. Het grootste deel van de omzet kwam voort uit woningbouw (48 procent), gevolgd door opdrachten voor kantoren (12 procent), gezondheidszorg (9 procent) en overige projecten (9 procent). Grotere bureaus laten hierbij een meer gevarieerde opdrachtenportefeuille zien, terwijl kleinere bureaus zich voornamelijk richten op woningbouwopgaven.
Ruimtelijke ontwerpopgaven spelen in Nederland op elk schaalniveau: van verbouwingen tot gebouwen, van stedenbouwkundige plannen voor woonwijken tot regionale landschapsontwerpen. Daarbij zijn er veel verschillende opdrachtgevers: particulieren, projectontwikkelaars, woningcorporaties, gemeentes, bouwbedrijven, en combinaties. Zo nemen projectontwikkelaars soms ook corporatieopgaven mee in hun ontwikkelingen, en ontwikkelen sommige architecten zelf projecten. Aldus kenmerkt de ontwerpsector zich door een grote diversiteit aan werkvormen. Het onderzoek van de BNA laat zien dat het grootste deel van de opdrachtgevers voor architectenbureaus in 2022 particulieren (29 procent) waren, gevolgd door projectontwikkelaars (19 procent) en bedrijven (18 procent). Van alle opdrachten werd ruim driekwart (76 procent) niet in concurrentie verkregen (Panteia 2023).
Opdrachten kunnen direct gegund worden, al dan niet met hulp van een adviesbureau, of via een ontwerpprijsvraag of aanbesteding. Het takenpakket varieert per opdracht: van ontwerpend onderzoek en ontwerpadvies (bijvoorbeeld bij onderhoud aan gebouwen) tot het ontwerpen van (delen van) een gebouw tot een totaalontwerp en projecten waarbij ook de bouw, financiering, exploitatie en onderhoud wordt meegenomen.
Vaak wordt een scheiding aangebracht tussen het ontwerp en de technische uitwerking/realisatie van een project. Hoewel ontwerpopdrachten niet volgens een vast stramien verlopen, werkt De Nieuwe Regeling (DNR) – een standaard contractvorm met taakbeschrijvingen – wel disciplinerend. Deze contractvorm wordt sinds 2008 toegepast op het merendeel van de projecten, goed voor 60 tot 80 procent van de omzet (Panteia 2023)
Vanwege onzekerheden in de markt, wordt vaak opengehouden welke taken de ontwerpopdracht precies omvat.
Stedenbouwkundige en landschapsbouwkundige opdrachten komen meestal tot stand via publieke opdrachtgevers en kennen doorgaans een veel langere looptijd dan architectuurprojecten. Grotere projecten vanuit overheden verlopen veelal via
Trends en ontwikkelingen
Tendercultuur en raamovereenkomsten
Een doel van tenders is om de concurrentie tussen ontwerpbureaus te stimuleren, en partijen een gelijke kans te geven om opdrachten te verwerven. Daarnaast kan de opdrachtgever door dit selectieproces een scherpe prijs krijgen. Er zijn ontwerpbureaus die met succes op deze manier opdrachten realiseren, maar er is ook kritiek vanuit de sector (Hannema 2023; Teerds 2024; Architectuur Lokaal 2016). Deze betreft allereerst de formulering van de ontwerpopgave; daarbij worden vaak adviesbureaus betrokken, maar niet altijd een ruimtelijke expert. Dit bemoeilijkt het streven naar ruimtelijke kwaliteit, ook bij het beoordelen van de inzendingen; in de beoordelingscommissie zit doorgaans geen ontwerper (Schaatsbergen 2025).
De reglementen bij tenders laten geen wijzigingen in de opdrachtomschrijving toe. Als ontwerpers kans zien met een herformulering van de opgave extra kwaliteit te realiseren worden zij alsnog gediskwalificeerd. Daarmee leiden te strikte omschrijvingen van de opdracht tot een inperking van de creativiteit (Thomas 2024a).
Een ander punt van kritiek betreft de vergoedingen bij de aanbestedingen. Die zijn (te) laag, en staan niet in verhouding tot de gevraagde investeringen die eruit gewonnen kunnen worden (CRa 2020). BNA-bestuurslid Jan Peter Wingender becijferde in 2024 dat een gemiddelde aanbestede ontwerpopdracht in Nederland zo’n 160.000 euro bedraagt, en een ontwerpbureau al gauw 40.000 euro aan een inzending besteedt (Architectenweb 2024). Na een eerste selectieronde dingen vijf bureaus mee; een wint de opdracht, vier houden de gemaakte kosten op hun balans. Dit kan leiden tot financieel ongezonde bedrijfsvoering, en weerhoudt bureaus ervan om mee te doen aan tenders (CRa 2020).
Er is een groot verschil tussen kleine en grote ontwerpbureaus in de mate van deelname aan selectieprocedures voor ontwerpopdrachten (Koetsenruijter 2018; Panteia 2023). Dit komt voort uit de tendercultuur, waarbij doorgaans strikte eisen worden gesteld ten aanzien van referenties en omzet. Een ontwerper moet al eerder een bepaald type gebouw hebben ontworpen om in aanmerking te komen voor de opdracht. Daardoor ontstaan gespecialiseerde bureaus die bepaalde opdrachten steeds binnenhalen, en worden kleinere bureaus uitgesloten. Dit betekent dat vooral beginnende bureaus geen kans krijgen om de markt via tenders te betreden.
Voor bureaus in de stedenbouw en landschapsarchitectuur spelen ook raamovereenkomsten een grote rol. Daarbij maken overheden (met name gemeenten) afspraken met een aantal bureaus over de opdrachtverlening in de komende jaren. Per project worden de geselecteerde bureaus vervolgens gevraagd een plan in te dienen. Uit gesprekken met het veld blijkt echter dat binnen deze overeenkomst alsnog steevast voor de laagste prijs kan worden gekozen, waardoor de kwaliteitscriteria waarop de bureaus zijn geselecteerd naar de achtergrond verdwijnen. Daarmee is een dergelijke overeenkomst bovendien geen garantie voor eerlijke concurrentie.
Goed opdrachtgeverschap en ontwikkeling Open Oproep
Veel hangt af van het opdrachtgeverschap en de kennis die bij opdrachtgevers aanwezig is om de juiste voorwaarde voor een goed ontwerpproces te kunnen waarborgen. In 1993 werd Stichting Architectuur Lokaal opgericht om goed opdrachtgeverschap te stimuleren, door voorlichting aan opdrachtgevers en hulp bij het organiseren van ontwerpprijsvragen (Architectuur Lokaal 2019; Schipper 2023). Doordat de stichting in 2023 is gestopt, is een leemte ontstaan. Het College van Rijksadviseurs start in 2026 naar voorbeeld van de
(CRa 2025c).
De Open Oproep beoogt de kansen voor ontwerpbureaus met verschillende ervaring gelijk te trekken en de kwaliteit van het ontwerp centraal te stellen tussen opdrachtgevers en ontwerpers. Ook in Nederland zijn voorbeelden van Open Oproepen. Zo liet het Stimuleringsfonds via de Open Oproep Collectieve kennisvorming architectuur individuele ontwerpers en kleine bureaus (tot 5 medewerkers) de krachten bundelen, om kennis en expertise op het gebied van sociaal-maatschappelijke vraagstukken te collectiviseren. In 2024 werd een Open Oproep gedaan voor – zelf geïnitieerde – projecten, waarbij bureaus per onderwerp samenwerken. Zo zijn 10 samenwerkingen ondersteund (Stimuleringsfonds, 2025).
Een ander voorbeeld is het werk van Stichting Mevrouw Meijer. Zij ondersteunen opdrachtgevers in de onderwijssector bij renovatie van schoolgebouwen, met ontwerpend onderzoek. Hiervoor worden ontwerpers gevraagd, die niet eerder een school hebben gebouwd. Zo krijgen nieuwe bureaus – met een frisse kijk op de scholenbouw – de kans om de scholenbouwmarkt te betreden (Hannema, 2024).
Het Atelier Rijksbouwmeester nodigde in 2025 bureaus van alle ontwerpdisciplines met interesse in overheidsopdrachten uit zich aan te melden voor de Architectenindex. Voor bescheiden
Maatschappelijke opgaven en ontwerpend onderzoek
De grote opgaven waarvoor Nederland staat – woningbouw, stikstofproblemen, klimaatadaptatie, bodemkwaliteit – hebben een directe relatie met de inrichting van de – schaarse – ruimte, en doen een groot beroep op de expertise van ontwerpers. Tegelijk legt de stapeling van ruimtelijke vraagstukken een toenemende druk op ontwerpers; zij moeten gecombineerde oplossingen zien te vinden, en zich meer inzetten om de omgevingskwaliteit te bewaken. Om ruimtelijke vraagstukken, met het oog op de lange termijn, op te lossen, is het College van Rijksadviseurs (CRa) het programma ToekomstatelierNL2100 gestart. Met ontwerp en ontwerpend onderzoek worden mogelijke toekomstscenario’s in beeld gebracht, en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit doet het CRa samen met een brede selectie aan experts en betrokkenen. Volgens onderzoek van Design Innovation Group (Design Innovation Group 2022) zou ontwerpend onderzoek een vast onderdeel moeten worden van de ontwerpopgave. Daarnaast zou er een leerprogramma voor opdrachtgevers moeten komen, meer kennisdeling en extra aandacht voor reflectie binnen het ontwerpproces.
Ambities rondom het versterken van ruimtelijk ontwerp en, in toenemende mate, ontwerpend onderzoek zijn vastgelegd in het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp (ARO). Het
Het Stimuleringsfonds is één van de uitvoeringspartners van het ARO en bevordert de inzet van ruimtelijk ontwerp bij complexe ruimtelijke opgaven en transities waar Nederland voor staat. Dat doet zij onder meer door Open Oproepen en flankerende activiteiten. Zo nodigde het fonds de afgelopen periode ontwerpers uit te werken aan projecten rondom duurzame en inclusieve woningbouw (Anders werken aan wonen), landbouw- en energietransitie (Prachtige productielandschappen), bodem- en waterkwaliteit bij verstedelijking (Bouwen vanuit de bodem), mobiliteit ten behoeve van brede welvaart (Wegen naar welzijn), rechtvaardige transities (Ruimte voor rechtvaardigheid) en ruimtelijke uitdagingen in grensgebieden (Over grenzen).
Er zijn veel verschillen in de manier waarop lokaal bestuur ontwerpopgaven vormgeeft. Allereerst omdat de aard van de opgave per gemeente verschilt: van verdichting en vergroening in steden tot de verduurzaming van landbouw in het buitengebied en de versterkingsopgave in het Groningse aardbevingsgebied. Ten tweede omdat gemeentes verschillende eisen stellen ten aanzien van duurzaamheid, architectonische kwaliteit en bouwkosten. Politieke keuzes en persoonlijke inzet van bestuurders, projectleiders en stads/dorpsbouwmeesters spelen daarbij een belangrijke rol.
In het ARO wordt ingezet op het breed verspreiden van goede voorbeelden over de inzet van ontwerpend onderzoek bij ruimtelijke opgaven op lokaal en regionaal niveau (Keijzer & Moes 2025). Dat wordt onder meer gedaan door Stichting CoLA (Coördinatie Lokale Architectuurinitiatieven), die via vijf regionale netwerken werkt aan ruimtelijke opgaven die binnen die regio spelen. Daarbij wordt door middel van ontwerpend onderzoek samengewerkt tussen ontwerpers, beleidsmakers en burgers. Lokale kennis over ontwerpend onderzoek wordt op die manier verzameld, geïnterpreteerd en vertaald naar toepassing in het brede ruimtelijke ontwerpveld (CoLA 2026).
Architectuurcultuur en het belang van erkenning
Hoewel Nederland voor grote ruimtelijke vraagstukken staat, worden ontwerpers daarbij niet vanzelfsprekend betrokken; hun toegevoegde waarde is niet voor alle opdrachtgevers evident. Meer kennis over het werk van ontwerpers is daarvoor van belang. Latent is de waardering voor ontwerp aanwezig; iedereen komt in zijn directe leefomgeving ontwerp tegen en veel mensen waarderen hun woning, buurt en stad (Platform Ontwerp NL 2024). Maar weinigen realiseren zich dat daarbij ontwerpers betrokken zijn.
In 2024 is het samenwerkingsverband Architectuur Overal opgericht om de verbinding tussen architectuur, maatschappij en
Meer waardering en erkenning voor het vak leidt daarnaast tot een sterkere positie voor architecten, stedenbouwkundigen en andere ruimtelijk ontwerpers en vergroot zodoende de kansen om betere opdrachtvoorwaarden te onderhandelen.
Ook als het gaat over sloop van gebouwen, wordt de architectonische waarde vaak niet (h)erkend. Door mensen daarvan bewust te maken en bij hun directe omgeving te betrekken, kan er meer waardering voor het werk van ontwerpers ontstaan. Een voorbeeld is de brochure De Schijnwerper op Scholen die Stichting Mevrouw Meijer samen met erfgoedvereniging Heemschut maakte, over gesloopte naoorlogse scholen (Heemschut 2024). Een uitdaging voor de ontwerpsector is om mensen buiten de branche – zonder te vervallen in jargon – duidelijk te maken wat zij doet, en hoe dat van belang is voor de alledaagse leefomgeving. Evenementen zoals open monumenten dagen bieden de mogelijkheid om leken te informeren en enthousiasmeren. Dat is ook van belang voor het behoud van jong erfgoed (gebouwd na 1965). Voor veel van deze gebouwen dreigt sloop, mede doordat de waardering ervoor beperkt is.
Door stedelijke verdichting en verduurzaming van wijken, worden bewoners vaker geconfronteerd met bouwprojecten in hun nabije omgeving. Dat roept regelmatig weerstand op, wat projecten vertraagt of belemmert. Door bewoners – in een vroeg stadium – te betrekken bij de planvorming, kan gezamenlijk draagvlak gecreëerd worden. Het biedt ontwerpers de mogelijkheid om kennis, kunde en verhalen van bewoners in te zetten bij het ontwerpen, waardoor het ontwerp beter aansluit op de vraag van omwonenden en het project beter gedragen wordt. De Omgevingswet die in 2024 is ingevoerd, benoemt participatie als een vast onderdeel van bouwprojecten door overheidsorganisaties. Dit vraagt ook extra inzet van ruimtelijk ontwerpers, zowel in de communicatie met burgers, als bij het verenigen van verschillende wensen en belangen in het ontwerp.
Een duurzamere leefomgeving
Bij de verduurzaming van de leefomgeving speelt regelgeving zoals MPG (MilieuPrestatie Gebouwen) en
Mede doordat de materiaalgebonden CO2-uitstoot nu niet of nauwelijks betrokken wordt bij duurzaamheidsberekeningen, komt sloop-nieuwbouw naar voren als een duurzamere optie dan renovatie. De afbraak van gebouwen kost echter ook energie, en er komt veel fijnstof, afval en CO2 bij vrij. Mede door onderzoek van architectenbureaus naar
De internationale Stichting HouseEurope!, opgericht door een internationale groep architecten, zet zich in voor nieuwe EU-wetgeving, waarbij bouwers verplicht worden om materiaalgebonden CO2-uitstoot mee te nemen in duurzaamheidsberekeningen en de BTW op renovatie en hergebruikte materialen wordt verlaagd.
Veranderende rol ruimtelijk ontwerpers
Van de oprichting van wooncoöperaties tot de verduurzaming van de landbouw, van zorgvraagstukken tot klimaatadapatie; veel maatschappelijke vraagstukken kennen een ruimtelijke component of weerslag. Daarmee wordt de rol die ruimtelijk ontwerpers innemen bij het oplossen van sociaal-maatschappelijke vraagstukken steeds breder en groeit de behoefte aan kennis buiten de eigen expertise, onder andere op het gebied van ecologie, sociologie en ouderenkunde. Zo vergt het ontwerpen van woningen voor ouderen met dementie inzicht in hun leefwereld; denk aan het gebruik van kleuren en daglicht bij het herkennen van plekken en routes. Bij het vergroenen van steden wordt steeds meer gekeken naar kansen voor biodiversiteit; daarvoor is specifieke kennis van planten- en diersoorten vereist.
Met name jonge ontwerpers zoeken om die reden steeds vaker samenwerking met mensen uit andere disciplines (Enneus, CRa & Architectenregister 2025). Ook groeit het aantal participatietrajecten of co-creatie projecten waarbij ontwerpers met omwonenden samenwerken. Hierdoor wint de rol van de ruimtelijk ontwerper aan belang, ook als verbinder tussen partijen.
Deze veranderende beroepspraktijken vragen ook om andere vaardigheden die ontwerpers moeten beheersen. In dat licht laat het Architectenregister de eindtermen van de Beroepservaringsperiode (BEP) tussen 2025 en 2026 evalueren en herijken (Architectenregister 2024; Design Innovation Group 2022).
De BEP was in eerste instantie vooral gericht op architecten; het programma vraagt nog om betere afstemming op stedenbouwers en landschapsarchitecten, en op de integrale aanpak die tegenwoordig vaak nodig is in ruimtelijke opgaven. Ook vraagt de huidige praktijk om aanvullende eisen op het gebied van duurzaamheid, zoals kennis op het gebied van hergebruik, biodiversiteit en biobased bouwen. Bij jonge ontwerpers die zich maatschappelijk engageren, bestaat de behoefte om beter toegerust te worden in de omgang met de bestuurlijke praktijk (Enneus, CRa & Architectenregister 2025). Dit zijn niet alleen aandachtspunten bij de herijking van BEP, maar ook bij de herziening van de curricula van de ontwerpopleidingen. Ook de inzet van ontwerpend onderzoek zou hierin een steviger positie moeten krijgen (Design Innovation Group 2022).
Het ontwerponderwijs is een belangrijke bron van innovaties, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, digitalisering, 3D-printtechniek en social design. Maar de kennis die afgestudeerde ontwerpers meebrengen naar de praktijk, kan niet altijd worden toegepast bij ontwerpbureaus, die vaak een bepaalde manier van werken hanteren, en deze niet eenvoudig kunnen veranderen. Bovendien bestaat voor nieuwe materialen en bouwproducten soms nog geen regelgeving, waardoor opdrachtgevers huiverig zijn om deze toe te passen. De bouw geldt als een conservatieve sector, waarbij processen veelal zijn gericht op het vermijden van risico’s, waarbij ervaren bureaus en beproefde methodes de voorkeur krijgen (Koetsenruijter 2018).
Vanuit universiteiten zijn er verschillende initiatieven om kennis en technologieën te ontwikkelen samen met bouwbedrijven, die deze kunnen toepassen in de praktijk (Enneus, CRa & Architectenregister 2025). Geselecteerde deelnemers aan Open Oproepen van het Stimuleringsfonds vormen samen een community of practice waarin wordt gewerkt aan kennisdeling, intervisie en het versterken van ontwerpkracht. Daarmee wordt de opgedane kennis binnen, tussen en over de projecten heen deel van een collectieve kennisbasis, die een bredere geldigheid heeft dan het thema van de Open Oproep zelf. Op het platform de nieuwe ruimte worden resultaten openbaar gemaakt.
Voor ontwerpers in het Architectenregister geldt sinds 2009 een wettelijke plicht tot bij- en nascholing. Primaire doelstelling is het op peil houden en/of versterken en vergroten van de kennis, vaardigheden en inzicht. Ook dit programma voor na- en bijscholing is toe aan een herziening (Architectenregister 2024). De kwaliteit van het onderwijsaanbod kan omhoog en zou meer moeten aansluiten bij de behoefte van de bestaande praktijk; nu worden geen inhoudelijke eisen gesteld. Daarnaast wordt ingezet op extra voorlichting over het belang van nascholing voor architecten. De wet voorziet niet in controle of sancties, wel zijn ontwerpers bij het uitbrengen van een offerte verplicht om opdrachtgevers te informeren over relevante deskundigheid, inclusief na- en bijscholing.
Inzet van Kunstmatige Intelligentie (AI) en parametrische ontwerptools speelt een steeds grotere rol bij het ontwikkelen van ruimtelijke scenario’s en ontwerpen. Uit onderzoek onder leden van de BNA blijkt dat driekwart van de architectenbureaus BIM-software gebruikt, 35 procent van de architecten maakt gebruik van tools om via virtual reality ontwerpen te verbeelden en 23 procent past wel eens parametrische ontwerptools toe tijdens een project (Rutten 2021).
Iets meer dan de helft van de bureaus werkt met AI, vooral om in korte tijd visuele impressies en ruimtelijke oplossingen te genereren, aansluitend op randvoorwaarden zoals bezonning, bouwhoogtes en geluidsbelasting (Hogeschool Windesheim 2025). AI kan zo delen van het werk van ontwerpers vereenvoudigen, en tijd besparen, die besteed kan worden aan creatieve processen. Er wordt ook onderzoek gedaan naar mogelijkheden om met AI ‘zachte’ waarden zoals ruimte voor ontmoeting, te implementeren in projecten (Muis 2024). Doordat deze waarden zich moeilijk laten kwantificeren, blijkt dat vooralsnog lastig.
Werkdruk en aandacht voor arbeidsvoorwaarden
De verbreding van de kennisbehoefte en verantwoordelijkheid van ruimtelijk ontwerpers binnen bouwprojecten maakt dat er meer van hen gevraagd wordt. Tegelijkertijd zijn de marges in de ontwerpsector gering, mede doordat er vaak meer werk wordt gestoken in ontwerpcompetities dan waarvoor betaald wordt. Daardoor neemt de druk op ontwerpers toe. Werknemers van architectenbureaus (SBI7111) werken relatief veel: 0,85 FTE per werknemer gemiddeld, ten opzichte van het gemiddelde in de culturele en creatieve sector (0,78 FTE) of het Nederlandse gemiddelde (0,76 FTE).
Jonge ontwerpers geven aan de huidige werkcultuur en -omstandigheden als slecht te ervaren. Zij wijzen op de hiërarchische structuren in de sector, de hoge werkdruk en een onbalans tussen lange werkdagen en het salaris. De uurtarieven zijn vastgesteld in een algemeen geldende cao voor de architectenbranche, waardoor bureaus niet direct met elkaar kunnen concurreren op arbeidskosten. Wel wordt er door ontwerpbureaus relatief veel gewerkt met stagiairs: 5,8 procent van alle werknemers bij architectenbureaus (SBI 7111) is stagiair (CBS 2023). Dat is relatief hoog in vergelijking met andere culturele en creatieve sectoren (3 procent) of het Nederlandse gemiddelde (1,5 procent). Stagiairs werken regelmatig zonder of tegen lage stagevergoedingen; ook komt het voor dat pas afgestudeerden als stagiair beginnen of te laag worden ingeschaald (Prins 2025).
Netherlands Angry Architects (NAA!) is een platform dat, in samenwerking met FNV, werkomstandigheden in de sector wil verbeteren, en ontwerpers wil helpen om meer controle te krijgen over architectuur, bouwen en de ontwerpindustrie (Alkemade 2023). De Stichting Fonds Architectenbureaus organiseerde in 2024 het congres Architect van je eigen werk, over de problematiek van toenemende werkdruk. Daaruit kwam voren dat zowel opdrachtgevers als ontwerpbureaus zich zouden moeten inzetten om deze te verlichten.
Representatie van vrouwen in architectuur
De Nederlandse samenleving kent een groeiende pluriformiteit. Steden en dorpen die een diversiteit aan mensen huisvesten, zijn gebaat bij verscheidenheid in ontwerpteams, die vele stemmen vertegenwoordigen (Boer 2021; Bedaux 2026). In de praktijk is dit nog niet het geval.
Actuele discussies in het ruimtelijk ontwerpveld spitsen zich vooral toe op de ongelijke verhouding van mannen en vrouwen (Hannema 2026). Van alle geregistreerde ontwerpers in het architectenregister was in 2021 slechts 30 procent vrouw (CBS 2023). Dit is vergelijkbaar met cijfers uit 2018 (CBS 2019), toen was het 29 procent. Binnen de disciplines architectuur, stedenbouw en tuin- en landschapsarchitectuur blijft het aandeel vrouwen vrijwel gelijk (Enneus, CRa & Architectenregister 2025). Onder interieurarchitecten, waar het aandeel vrouwen al relatief groot is, steeg het aandeel vrouwen wel verder. Met name in de disciplines architectuur en stedenbouw zijn mannen sterk oververtegenwoordigd. Daardoor zijn er weinig vrouwelijke rolmodellen voor de jongere generatie. Onderzoek onder de leden van de BNA uit 2022 laat zien dat onder de bestuurders van aangesloten architectenbureaus slechts 16 procent vrouw is (BNA 2023). Op dit vlak scoort Nederland minder goed dan andere Europese landen.
In de toekomst kan dat veranderen, want bij de jongste generatie is het aandeel man-vrouw – net als bij de ontwerpopleidingen aan de universiteiten – min of meer gelijk. Ook het verschil in loon tussen mannen en vrouwen is kleiner bij deze groep jonge ontwerpers, die waarde hecht aan een omgeving waarin aandacht is voor diversiteit en inclusie.
Toch is dit geen garantie voor gelijkwaardige arbeidsomstandigheden voor vrouwen, zo blijkt ook uit de verzamelde artikelen in de recent verschenen uitgave Mevr. de Architect 2.0. In het magazine gaat het veelvuldig over de leaky pipeline: het fenomeen waarbij vrouwen na een aantal jaren werken ‘weglekken’ uit de architectenpraktijk. Dat is een gevolg van machtsstructuren in de sector die fundamentele ongelijkheid in stand houden (Schrijver 2026). Deze ongelijkheid wordt steeds vaker bevraagd, al is gedegen onderzoek nodig om de aannames hard te kunnen maken (Prins 2026). Bovendien komen vrouwen ook op posities terecht, bijvoorbeeld bij overheden, van waaruit zij vanuit een andere rol een positieve bijdragen kunnen leveren aan architectuur en ruimtelijk ontwerp (van Spaandonk 2026).
Uit onderzoek onder vrouwen werkzaam in de Britse architectuursector blijkt dat de helft van de vrouwen te maken krijgt met pestgedrag, twee op de drie vrouwen van kleur discriminatie ervaart en twee op de drie vrouwen met kinderen aangeeft dat ouderschap impact had op hun carrièreverloop in de architectuursector (Fawcett Society 2025). Alhoewel de resultaten niet één-op-één vertaald kunnen worden naar de Nederlandse context, wordt wel duidelijk dat de emancipatie ook in de Nederlandse architectuursector nog achterloopt op andere sectoren. Mogelijk heeft dit ook te maken met de onderwaardering van het vakgebied als geheel, zowel in zichtbaarheid als in financiële zin (Happel 2026).
Er zijn verschillende initiatieven die willen bijdragen aan het bevorderen van emancipatie in de ontwerpsector. Zo is er in publicaties en tentoonstellingen steeds vaker aandacht voor het werk van vrouwelijke ontwerpers, nu en in het verleden (Cardoso 2023; Hofland 2024). Het initiatief Gebouwen door Vrouwen viert het werk van vrouwelijke ruimtelijk ontwerpers, door een overzicht te bieden van de gerealiseerde projecten ontworpen door vrouwelijke architecten, interieurarchitecten, stedenbouwers en tuin- en landschapsarchitecten. Dergelijke initiatieven zijn van belang voor diversiteit in de sector, maar ook voor de representatie van gebruikers; ontwerp wordt nu nog vaak gebaseerd op de gemiddelde man (Thomas 2024b).
Wat willen we verder weten over het domein Architectuur?
Architectuur en de ruimtelijk ontwerpsector is een breed werkveld. Architecten, interieurarchitecten, stedenbouwkundigen en tuin- en landschapsarchitecten zijn actief als zelfstandige, bij bureaus, gemeenten, onderwijs of andere sectoren. Veel cijfers en rapporten spitsen zich daarom toe op de grote groep van architectenbureaus. Daarbij blijven ontwikkelingen bij interieurarchitecten, stedenbouwers en tuin- en landschapsarchitecten vaak onderbelicht. Waar mogelijk brengen we de verschillen tussen deze disciplines op deze pagina naar voren, maar dit vraagt doorlopend om aandacht.
Daarnaast is de architectuursector niet gebonden aan landsgrenzen. Het is bij uitstek een domein dat vanuit een internationaal perspectief bezien moet worden. Vanuit het cultuurbeleid wordt deze internationale positie van ontwerpers gestimuleerd (Uslu 2022). Niet alleen zijn Nederlandse architecten en bureaus werkzaam in het buitenland, ook Nederland zelf trekt internationale ontwerpbureaus aan. De impact van deze tweesporige wisselwerking op het Nederlandse ontwerpklimaat verdient nadere aandacht.
Tot slot signaleren we dat er in de ruimtelijk ontwerpsector veel aandacht is voor de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die werkzaam zijn in de sector. Maar er zijn uiteraard meer assen van ongelijkheid die binnen de machtsstructuren in de architectuur en ruimtelijk ontwerpsector meer diversiteit in de weg kunnen staan. Denk aan uitsluiting van mensen van kleur, mensen die zich niet als man óf vrouw identificeren, seksuele geaardheid of religieuze overtuigingen.
Meer weten over het domein Architectuur?
Bekijk meer data over het domein Architectuur in het Dashboard van de Cultuurmonitor.
Meer literatuur over het domein Architectuur is te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.
Bronnen
Figuren
Bureau Architectenregister (2025). Jaarverslag 2024. Den Haag: Bureau Architectenregister.
CBS (2023) ‘Kenmerken van architecten, 2021‘. Op: www.cbs.nl, 5 april.
CBS (2025) ‘Arbeidsmarkt culturele en creatieve sector 2010-2025 Q3‘. Op: www.cbs.nl, 18 december.
CBS (2026a) ‘Statline – Bedrijven; bedrijfstak‘. Op www.cbs.nl, 22 januari.
CBS (2026b) ‘Statline – HO; gediplomeerden, soort diploma, studierichting, herkomst‘. Op: www.cbs.nl, 5 maart.
Literatuur
Alkemade, V. en Koekoek, C. (2023) ‘Architecten, zet die ego’s opzij en verenigt u‘. Op: www.archined.nl, 1 mei.
Architectenweb (2024) ‘Gesprek met Oana Bogdan en Jan Peter Wingender over de lage honoraria in België en de wankele cao in Nederland‘. Op: www.architectenweb.nl, 1 februari.
Architectuur Lokaal (2016) Tussen de regels: beter aanbesteden van architectuuropdrachten. Amsterdam: Architectuur Lokaal.
Architectuur Lokaal (2019) Portfolio: Prijsvraagcultuur in Nederland. Amsterdam: Architectuur Lokaal.
Bedaux, P. (2026). ‘Pieter Bedaux over vrouwen in de architectuur: “Het echte verschil ontstaat wanneer uiteenlopende stemmen samenkomen”‘. Op: www.dearchitect.nl, 18 februari.
BNA (2023) ‘Terugblik vrouwen in de architectuur‘. Op: www.bna.nl, 22 juni.
BNA, Willigen, J. de (2024) Position paper BNA voor het rondetafelgesprek over ruimtelijke ordening op 26 september 2024. Amsterdam: BNA.
BNA (2025) ‘BNA lanceert Juridisch Loket en Aanbestedingsloket voor leden‘. Op: www.bna.nl, 8 januari.
Boer, T. de (2021) ‘De stad is superdivers, nu de architect nog‘. Op: www.a-zine.nl, 17 maart.
Bureau Architectenregister (2024) Jaarverslag 2023. Den Haag: Bureau Architectenregister.
Bureau Architectenregister (2025) Jaarverslag 2024. Den Haag: Bureau Architectenregister.
BZK en OCW (2020) Actieprogramma ruimtelijk ontwerp 2021-2024: Ontwerp verbindt. Den Haag: Ministerie van BZK en Ministerie van OCW.
Cardoso, F.F., Edens, C., Heynen, H., Hoekstra, R., Kessel, E. van, Ferradas, M.N., Klooster, I. van ‘t, Noorani, S., Pombo, F., Quiroga, C., Schrijver, L., Smeets-Klokgieters, E., Tummers, L. en Vlassenrood, L. (2023) Vrouwen in Architectuur. Rotterdam: NAi010 Uitgevers.
CBS (2019) ‘Kenmerken van architecten, 2018‘. Op: www.cbs.nl.
CBS (2023) ‘Kenmerken van architecten, 2021‘. Op: www.cbs.nl, 5 april.
CBS (2025) ‘Arbeidsmarkt culturele en creatieve sector 2010-2025 Q3‘. Op: www.cbs.nl, 18 december.
CBS (2026a) ‘Statline – Bedrijven; bedrijfstak‘. Op www.cbs.nl, 22 januari.
CBS (2026b) ‘Statline – HO; gediplomeerden, soort diploma, studierichting, herkomst‘. Op: www.cbs.nl, 5 maart.
CoLA (z.d.) ‘Over CoLA‘. Op: www.stichtingcola.nl.
CoLA (2026) ‘ARO X CoLA‘. Op: www.stichtingcola.nl, februari.
Copper8, NIBE, Metabolic & Alba Concepts (2024) ‘Bouwen binnen planetaire grenzen: CO2-impact van de Nederlandse bouw‘. Amsterdam: Copper8.
CRa & Architectenregister (2025) De ruimtelijke ontwerpsector in perspectief: jonge ontwerpers in beeld – Rapport over de ruimtelijke ontwerpsector 2025. Den Haag: College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs (CRa) en Architectenregister.
CRa (2020) Ruimte in transitie: jaarrapportage 2020 over de ruimtelijke ontwerpsector. Den Haag: College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs (CRa).
CRa (2021) De ruimtelijke ontwerpsector ontleed: jaarrapportage over de ruimtelijke ontwerpsector 2021. Den Haag: College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs (CRa).
CRa (2024) Ontwerpen aan transities: zes adviezen voor het Actieprogramma ruimtelijk ontwerp 2025-2028. Den Haag: College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs (CRa).
CRa (2025a) Over het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs. Op: www.collegevanrijksadviseurs.nl.
CRa (2025b) Gedeelde Grond – Agenda van het College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs 2025-2029. Op: www.collegevanrijksadviseurs.nl.
CRa (2025c) Concept Reglement de Open Oproep. Op: www.collegevanrijksadviseurs.nl, 5 november 2025.
CRa (2025d) Goed opdrachtgeverschap – Debatreeks over de aanbestedingscultuur in Nederland. Op: www.collegevanrijksadviseurs.nl.
Design Innovation Group, Gerards, A., Rietbergen, M., Schachtchabel, P. (2022) Nieuwe competenties voor ruimtelijk professionals in een sterk veranderend landschap. Utrecht: Design Innovation Group.
Enneus, CRa en Architectenregister (2025) Goed opdrachtgeverschap: Debatreeks over de aanbestedingscultuur in Nederland. Den Haag: College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs (CRa).
Fawcett Society (2025) Build it together – Progress & Planning Towards Gender Equity in the Architecture Sector. Op: www.fawcettsociety.org.uk, 20 oktober.
Hannema, K (2023) ‘Architecten maken zich zorgen: waarom laten wij ons niet horen in debat over woningbouw?‘. Op: www.volkskrant.nl, 31 mei.
Hannema, K. (2024) ‘Kunsthistoricus redt oude scholen van de nieuwbouw, met volle prijzenkasten als gevolg‘. Op: www.volkskrant.nl, 8 december.
Hannema, K. (2026) Voorheen werden getalenteerde vrouwelijke architecten nauwelijks gezien – hoe staat het er nu voor?. Op: www.volkskrant.nl, 3 maart.
Happel, N. (2026) #Emancipeerdearchitect!, in Mevr. De Architect 2.0, pp. 54-59.
Heemschut (2024) De Schijnwerpers op Scholen. Amsterdam: Heemschut.
Het Nieuwe Instituut (z.d.) Agentschap. Op: nieuweinstituut.nl.
Het Nieuwe Instituut (2024) Architectuurgemeenschap start samenwerkingsverband: Architectuur Overal. Op: nieuweinstituut.nl.
Hofland, T. (2024) ‘Sofie wil meer aandacht voor vrouwelijke architecten: “Wij vrouwen vormen de halve wereldbevolking, h锑. Op: www.ad.nl, 25 mei.
Hogeschool Windesheim (2025) ‘“Als je als architect met AI werkt, moet je eigenlijk nog beter zijn”‘. Op: www.windesheim.nl, 6 februari.
Keijzer, M. & Moes, G. (2025) Kader Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2026-2028. Op: www.rijksoverheid.nl, 2 juli.
Koetsenruijter, R. en Kloosterman, R.C. (2018) Ruimte voor de architect: een onderzoek naar de veranderingen in positie van architecten in Nederland 2008-2018. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.
Ministerie VRO (2025) Ontwerp-Nota Ruimte 2050. Den Haag: Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Muis, R. (2024) ‘Tangram organiseert expositie over AI en de zachte waarden van architectuur‘. Op: www.architectenweb.nl, 16 april.
NVTL (2025) Aanbestedingsloket voor bureauleden. Op: nvtl.nl, 28 oktober.
Panteia (2023) BNA Benchmark Jaarcijfers onderzoek: Rapportage boekjaar 2022. Amsterdam: BNA.
Platform Ontwerp NL, Boomen, T. van den, Gerretsen, P., Hinterleitner, J., Voogt, D. de (2024) Onze plek: de cultuur van de leefomgeving – van Garrelsweer tot Groenstraat. Den Haag: Platform Ontwerp NL.
Prins, A. (2025) Architecten worden onderbetaald, de oplossing: ‘Verenig je, voer actie en staak als nodig!’. Op: www.dearchitect.nl, september 17.
Prins, A. (2026) De leaky pipeline verdient meer onderzoek. In: Mevr. De Architect 2.0, pp. 10-13.
Raaij, M. van (2023) ‘Gesprek met Jurriaan van Stigt over carbon-based design‘. Op: www.architectenweb.nl, 2 maart.
Rutten, M. (2021) Digitale transformatie in de architectenbranche. Amsterdam: BNA.
Schaatsbergen, R. (2025) ‘Hebben architecten het nakijken als projectmanagementbureaus worden ingeschakeld?‘. Op: www.dearchitect.nl, 10 februari.
Schipper, K. (2023) ‘Gebrek aan culturele ambitie en architectuurbeleid van het Rijk nekt Architectuur Lokaal‘. Op: www.archined.nl, 3 juli.
Schrijver, L. (2026) De nieuwe generatie feministen bevraagt fundamentele ongelijkheid. In: Mevr. De Architect 2.0, pp. 78-81.
Stichting Mevrouw Meijer (2025) Beter dan Sloop: Een duurzame toekomst met blijvende bebouwing. Amsterdam: Trancity.
Stichting Mevrouw Meijer, Feddes, F. en EcoQuaestor (2024) ‘Bestaande bouw – behoud of sloop als duurzame keuze‘. Op: www.kennis.cultureelerfgoed.nl.
Stimuleringsfonds (z.d.) Wat we doen. Op: www.stimuleringsfonds.nl.
Stimuleringsfonds (2021) ‘Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp‘. Op: www.stimuleringsfonds.nl.
Stimuleringsfonds (2025) ‘Open Oproep Collectieve kennisvorming architectuur – 10 projecten geselecteerd‘. Op: www.stimuleringsfonds.nl.
Stimuleringsfonds (2026) Architectuur. Op: www.stimuleringsfonds.nl.
Teerds, H. (2024) ‘Architectuur op bestelling. Hoe de tenderprocedure voorbijgaat aan de essentie van architectonisch ontwerpen‘. Op: www.dearchitect.nl, 3 november.
Thomas, C. (2024a) ‘Francine Houben: “Architectuur wordt technischer, money driven en risicomijdend”‘. Op: www.dearchitect.nl, 3 november.
Thomas, C. (2024b) ‘Afaina de Jong: “Architecten denken in het universele en komen dan uit bij een man van 1 meter 80”‘. Op: www.dearchitect.nl,
van Spaandonk, T. (2026) ‘Leve de leaky pipeline! Weggestroomde vrouwelijke vakgenoten zorgen juist voor maatschappelijke inbedding van de architectuur.’. Op: www.dearchitect.nl.
Verantwoording tekst en beeld
Redactie: Deze pagina is meegelezen door Ivo de Jeu, programmamanager Architectuur bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en verantwoordelijk voor het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp (ARO.
Een eerdere versie van de tekst op deze pagina kwam tot stand in samenwerking met architectuurjournaliste Kirsten Hannema (NRC).
Gesprekspartners: Begin 2025 hebben we gesprekken gevoerd met experts uit de sector ten behoeve van de informatieverzameling voor de doorontwikkeling van deze domeinpagina. Er werden onder andere gesprekken gevoerd met: Francesco Veenstra en Bas Vereecken (Atelier Rijksbouwmeester), Ibrahim Alaoui Chrifi en Ivo de Jeu (Stimuleringsfonds), Jorrit Rosema (Architectenregister), Anne Schroën (BNA), Nathalie de Vries (MVRDV), Han Dijk (PosadMaxwan), Francien van Westrenen (Het Nieuwe Instituut) en Wilma Kempinga (Stichting Mevrouw Meijer).
Beeld: Depot Boijmans Van Beuningen / Fotografie: Lisa Maatjens.