Inleiding en belang van het thema
In de periode 2025-2026 wordt cultuur door beleidsmakers en fondsen nadrukkelijker benaderd als een gedeelde verantwoordelijkheid van het rijk, de provincies en de gemeenten: een stelsel dat voor alle inwoners, in elke regio toegankelijk moet zijn, van de basis tot de top (IPO, VNG 2026). In januari 2025 zijn hiervoor negen cultuurconvenanten voor de periode 2025–2028 gesloten tussen het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), provincies, gemeenten en cultuurregio’s
Tegelijkertijd staan de keuzes over cultuursubsidies vanaf 2029 en de inrichting van de culturele basisinfrastructuur opnieuw op de politieke agenda. De Raad voor Cultuur adviseerde in mei 2025 om de subsidieperiode structureel te verlengen en het belang van betere afstemming tussen overheden expliciet te verankeren (Raad voor Cultuur 2025a). Eind 2025 pleitte de Raad daarnaast voor een noodzakelijke inhaalslag in het Rijkscultuurbudget, met om te beginnen 250 miljoen euro (Raad voor Cultuur 2025b). De Raad noemt daarbij expliciet dat extra middelen kunnen bijdragen aan evenwichtigere regionale spreiding, publieksverbreding, talentontwikkeling en een impuls voor cultuureducatie (zie voor meer informatie ook de pagina Cultuur en geldstromen).
Fondsen, spreiding en de vraag voor wie?
Ook de Rijkscultuurfondsen werken zichtbaarder aan regionale infrastructuur en spreiding. Het Fonds voor Cultuurparticipatie zet zich via het programma Fonds in de Regio in om cultuurdeelname te vergroten in heel Nederland, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk, en wil de eigen middelen “eerlijker verdelen”
Andere fondsen geven daar op hun eigen manier invulling aan. Het Nederlands Filmfonds ondersteunt talent via regionale talenthubs, en breidde die regionale knooppunten in 2025 verder uit. Via Studio Caribe ondersteunt het bovendien filmmakers in het Caribisch deel van het Koninkrijk om zo “in iedere hoek en regio” actief te kunnen zijn
Tegelijk is ‘eerlijk’ geen eenduidig criterium: gaat het om iedereen evenveel geven, om plekken met weinig aanbod extra ondersteunen, of om verdelen naar behoefte (bijvoorbeeld op basis van hoeveel mensen er wonen en welke voorzieningen er al zijn)? En ‘spreiding’ zegt pas echt iets over cultuur in de regio als we ook kijken naar verschillen binnen regio’s, naar de grensgebieden tussen regio’s en naar regionale kernen en periferieën. Bereik en toegankelijkheid hangen niet alleen samen met afstand tot aanbod, maar ook met de vraag welke makers en gemeenschappen toegang hebben tot netwerken, ondersteuning en platformen. Daarom is het relevant om ook kritisch te kijken wie wel en wie niet profiteert van regionale investeringen. De spreiding van uitvoeringen en voorzieningen zegt iets over waar aanbod terechtkomt, maar niet automatisch over wie er kan maken en doorstromen.
Meten en monitoren: wat zien we wel en niet?
Die kanttekeningen over regionale spreiding en de betekenis ervan, raken ook aan de vraag wat we wel en niet hierover kunnen meten. ‘Spreiding’ en ‘toegankelijkheid’ zijn niet één-op-één hetzelfde: waar geld en aanbod terechtkomen is tot op zekere hoogte te volgen via subsidies, locaties en speelbeurten, al is er bijvoorbeeld over de vele projectsubsidies van de zes Rijkscultuurfondsen lang niet altijd bekend waar ze terecht komen. Of mensen het aanbod kunnen, maar ook willen bereiken, en of makers in alle delen van het land gelijke toegang hebben tot netwerken en middelen, is veel moeilijker zichtbaar te maken met landelijke cijfers alleen. In de landelijke Cultuurmonitor kunnen we daarom vooral de plekken van het aanbod en onderdelen van de infrastructuur in kaart brengen: waar wordt geproduceerd en gepresenteerd, waar zitten culturele voorzieningen. Minder zichtbaar zijn de routes aan de vraagkant en de kant van de makers – en juist die samen bepalen wat regionale spreiding in de praktijk betekent.
Een groeiend monitoringslandschap: van regionaal naar landelijk (en terug)
De beleidsmatige nadruk op de regio vraagt om fijnmazige, vergelijkbare en herbruikbare data, waarbij de lokale context belangrijk blijft voor interpretatie en toepassing. In 2025 is bijvoorbeeld de tweede editie van de Cultuur- en Erfgoedmonitor Gelderland online gelanceerd, met een dashboard waarin indicatoren op provincie-, regio- en gemeentelijk niveau in samenhang te raadplegen en te downloaden zijn, naar voorbeeld van de landelijke Cultuurmonitor. Ook in Noord-Brabant is de monitor Waarde van Cultuur verder doorontwikkeld, met een online dashboard dat deels voortbouwt op de database van de landelijke Cultuurmonitor én aanvullende provinciale en gemeentelijke gegevens bevat.
Parallel daaraan zijn het Fonds voor Cultuurparticipatie en de Raad van Twaalf eind 2025 gestart met Cultureel Nederland in Kaart: een meerjarige samenwerking aan een landelijke kaart rond cultuurbeoefening, voortbouwend op Cultureel Zuid-Holland in Kaart. Het doel is dat het dashboard in 2027 online gaat
Juist omdat er steeds meer monitors en dashboards komen, wordt afstemming en harmonisatie belangrijker: lokaal is context nodig om cijfers te duiden, terwijl een landelijk overzicht helpt om patronen te vergelijken en kennislacunes te signaleren. Vanuit de Cultuurmonitor willen we vooral de plek zijn waar inzichten uit verschillende monitors samenkomen. Door informatie bijeen te brengen, naast elkaar te leggen en beter op elkaar af te stemmen, willen we een zo compleet mogelijk beeld geven van de culturele sector, met ruimte voor lokale en regionale perspectieven.
Hieronder zoomen we in op wat we wél weten over regionale spreiding op basis van de beschikbare data in de Cultuurmonitor: indicatoren over cultureel kapitaal (infrastructuur en aanbod), sociaal kapitaal (bezoek en beoefening) en economisch kapitaal (waaronder geldstromen). Als opstap om op termijn ook beter zicht te krijgen op vraagstukken die gaan over toegankelijkheid van zowel makers als publiek.
Trends en ontwikkelingen
Cultuuraanbod
Verspreid over Nederland is een divers aanbod aan cultuur te vinden. Via het Dashboard van de Cultuurmonitor wordt in kaart gebracht hoeveel aanbod iedere provincie telt en hoe dit zich verhoudt tot het aantal inwoners. Daarnaast is er ook cultureel aanbod op regionaal (COROP) en gemeentelijk niveau te raadplegen.
De concentratie van het cultureel aanbod door de jaren heen en in absolute zin is het hoogst in Noord- en Zuid-Holland. In Zuid-Holland zijn onder andere de meeste boekwinkelvestigingen en bibliotheekvestigingen te vinden, terwijl in Noord-Holland de meestebioscopen en filmtheaters, musea, kunstgalerieën en expositieruimten en podia gevestigd zijn. Vanwege het hoge inwonertal en de aanwezigheid van de drie grootste steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) is de hoge concentratie aan cultureel aanbod in deze twee provincies
De omvang van het cultuuraanbod verschilt per provincie. Zo bevinden zich in Friesland bijna net zoveel beschermde stads- en dorpsgezichten als in Zuid-Holland (respectievelijk 64 en 65 in 2025). In het noordoosten van Nederland zijn verder relatief veel archeologische rijksmonumenten te vinden, in Friesland, Groningen en Gelderland samen bevinden zich bijna de helft van het totaal aantal archeologische rijksmonumenten in Nederland. In Gelderland zijn veruit de meeste te vinden, namelijk 294 in 2025. De Erfgoed Atlas van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) laat zien dat de archeologische rijksmonumenten in Gelderland vooral rond de Veluwe liggen. Gelderland wordt gevolgd door Groningen (214) en Friesland (197). Wanneer we kijken naar het aantal kunst- en cultuurfestivals in 2025, dan valt de hoge positie van Noord-Brabant op (213), nog voor Zuid-Holland (207) en vlak achter Noord-Holland (229), maar ruim voor de nummer vier Gelderland (122).
Uitgelicht: Noord-Brabant
In de Waarde voor Cultuur uit 2024 is naast een provinciaal beeld voor het eerst ook een gemeentelijk beeld voor de zeven grote gemeenten in Brabant te vinden. Deze gemeenteprofielen gaan apart in op de gemeenten Eindhoven, Tilburg, ‘s-Hertogenbosch, Breda, Helmond, Oss en Roosendaal. De Brabantse M5 gemeenten, Bergen op Zoom, Maashorst, Meierijstad, Oosterhout en Waalwijk, staan samen in één profiel. Zo heeft Oss relatief veel bibliotheekvestigingen, Breda veel rijksmonumenten, Den Bosch veel beeldende kunst locaties en zijn er in Bergen op Zoom en Meierijstad veel musea. Eindhoven geeft in totaal en per hoofd van de bevolking het meeste uit aan cultuur. In Tilburg zijn weer de minste ongesubsidieerde cultuurlocaties te vinden.
Cultuuraanbod per inwoner
In 2024 zijn er in Zeeland, Groningen en Drenthe ongeveer acht bibliotheken per 100.000 inwoners. In Noord- en Zuid-Holland zijn dit er vier en Flevoland drie. In Utrecht worden in absolute zin als per inwoner de meeste activiteiten georganiseerd. Het aantal bioscopen en filmtheaters per inwoner is verder het grootst in Zeeland, Noord-Holland en Groningen, terwijl Zuid-Holland, Flevoland en Drenthe over relatief het minste aantal vertoningslocaties beschikken. Het aantal musea per inwoner is het grootst in Flevoland, Zeeland en Friesland, terwijl het relatief laag ligt in Noord-Brabant en Zuid-Holland. Cultureel Zuid-Holland in Kaart heeft naast de in de Cultuurmonitor gehanteerde museumdefinitie een aanvullende indicator met een ruimere definitie gebruikt, waarin ook organisaties zijn meegenomen die door Erfgoedhuis Zuid-Holland zijn aangemerkt als musea. Volgens die ruimere definitie hebben veel meer gemeenten binnen de provincie een of meerdere musea en ligt het aantal musea per inwoner ook hoger.
Het Dashboard bevat ook gedetailleerdere cijfers over het culturele aanbod in de provincies, bijvoorbeeld over het aantal podiumkunstvoorstellingen, activiteiten in de openbare bibliotheken of het aantal filmdoeken en –stoelen.
Begin 2026 zette het kabinet in op een wijziging van de Bibliotheekwet om een zorgplicht voor gemeenten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba te introduceren. Daarmee moet verzekerd worden dat elke gemeente een bibliotheek heeft en houdt
Uitgelicht: Gelderland
In de Cultuur en Erfgoedmonitor Gelderland is in 2025 naast de provinciale ontwikkelingen en positie, voor het eerst ook op regionaal niveau informatie bijeengebracht. Dit is gedaan in zes regioprofielen: Rivierenland, Gelderse Stedendriehoek, Groene Metropoolregio, Foodvalley (Cultuur vallei), Noord-Veluwe, en de Achterhoek. Deze regio’s zijn bovendien met elkaar vergeleken, op basis van het aantal inwoners. Hieruit blijkt dat in Foodvalley en de Achterhoek relatief veel bioscopen zijn en in de Gelderse Stendendriehoek juist minder. De Groene Metropoolregio heeft in absolute zin de meeste musea en bibliotheken, maar in relatieve zin staat het slechts vijfde, terwijl Noord-Veluwe eerste staat. Rivierenland heeft weer de meeste rijksmonumenten en stads- en dorpsgezichten.
De monitor bevat naast deze regionale profielen ook verdiepend onderzoek naar Erfgoed, in het bijzonder 23 erfgoedinstellingen aangesloten bij het Erfgoedplatform Apeldoorn en naar zogenaamde multifunctionele culturele organisaties (MFCO’s). Het onderzoek naar de erfgoedsector in Apeldoorn toont dat het meenemen van erfgoedinitiatieven een meer gelaagd beeld geeft van de staat van cultuur in de provincie. Het is ook goed mogelijk om van deze vaak kleinere initiatieven (voornamelijk vrijwilligersorganisaties) op een structurele wijze informatie te verzamelen.
Cultuurbezoek
In 2024 werden Nederlandse musea ongeveer 31,9 miljoen keer bezocht, waarvan ruim 19,1 miljoen bezoeken zijn toe te schrijven aan de 227 musea in Noord- en Zuid-Holland. De twee provincies vormen samen 37 procent van het totaal aantal musea in Nederland, maar zijn verantwoordelijk voor 60 procent van het totaal aantal museumbezoeken. Eenzelfde verdeling zagen we in
Cultuurbezoek per capita
Kijken we naar de cultuurconsumptie van de inwoners van een provincie, dan zien we dat het aandeel bibliotheekleden onder de bevolking varieerde van 16 procent in Limburg tot 30 procent in Flevoland in 2024. Daarentegen wordt in Groningen de bibliotheek veruit het vaakst bezocht per hoofd van de bevolking, maar is er tegelijkertijd sinds 2015 ook sprake van een steeds verder dalend ledenaantal, een terugloop die door het hele land te zien is. In Limburg, Zeeland en Noord-Brabant is het bibliotheekbezoek het laagst. Vooral in Zeeland is dat opvallend gezien het aandeel bibliotheekleden in deze provincie relatief hoog is. HZ | Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving concludeert daarover dat Zeeuwen doorgaans verder moeten reizen om voorzieningen te bereiken dan inwoners van andere provincies (Cuyper et al. 2022). De provincie zet daarom in op betere bereikbaarheid en openbaar vervoer dat in 2027 zeven dagen per week de hele dag door voor bewoners en bezoekers beschikbaar is
Het podiumkunstbezoek per hoofd van de bevolking was in 2024 het hoogst in Noord-Holland, gevolgd door Utrecht, Zuid-Holland en Groningen. Het aantal filmbezoeken is per capita het hoogst in Noord-Brabant, gevolgd door Flevoland en dan Noord-Holland. Erfgoedbeoefening is volgens de Erfgoedmonitor van de RCE dan weer het meest beoefend in Overijssel (43 procent van de bevolking) en Groningen en Friesland (ieder 41 procent).
Geldstromen
De Nederlandse overheid moet zorgen voor goede voorwaarden zodat de Nederlandse bevolking aan cultuur kan deelnemen. Het Rijk, de provincies en de gemeenten geven hiervoor elk apart financiering aan culturele instellingen, zowel structureel als incidenteel. In 2023 – het meest recente jaar met cijfers over cultuuruitgaven van alle drie de overheidslagen – gaf de overheid in totaal zeker 3,96 miljard euro uit aan cultuur. Gemeenten namen het grootste deel voor hun rekening: samen gaven zij 2,27 miljard euro uit, ongeveer 60 procent van het totaal.
Rijk
De Rijksoverheid gaf in 2023 1,32 miljard uit aan cultuur. De totale uitgaven van het Ministerie van OCW aan de BIS bedroegen 518 miljoen euro, 40 procent van de totale cultuurbegroting van het ministerie. Hiervan werd 242 miljoen (47 procent) direct aan instellingen verleend en 276 miljoen (53 procent) werd via de Rijkscultuurfondsen uitgegeven.
De begroting van de musea binnen de Erfgoedwet kwam in 2023 uit op een totaal van 249,5 miljoen euro. Daarnaast is in de Erfgoedwet ook de zorg voor monumenten opgenomen, hiervoor werd 146,5 miljoen euro gereserveerd. Samen komt dit neer op 396 miljoen euro.
De Rijksoverheid is in de loop der jaren wel een steeds kleiner percentage van zijn totale begroting aan cultuur gaan uitgeven. Waar het in 2005 nog ging om 0,62 procent, was dit in 2023 teruggelopen tot 0,41 procent. Daarmee gaf het Rijk in 2023 in totaal 657 miljoen euro minder uit aan cultuur dan wanneer het percentage uit 2005 zou zijn aangehouden (zie voor meer informatie de themapagina Cultuur en geldstromen).
Gemeenten
Volgens onderzoek van het CBS (2024) gaven alle Nederlandse gemeenten samen in 2023 2,27 miljard euro uit aan cultuur. Dat is het grootste deel van de overheidsuitgaven aan cultuur: ongeveer 60 procent. Gemeenten spelen daarmee een belangrijke rol in de financiering van cultuur.
Gemiddeld gaven gemeenten 127 euro per inwoner uit aan cultuur in 2023, in 2017 was dat nog 108 euro. De stijging van 18 procent is echter lager dan de inflatie in diezelfde periode (28 procent). Ook daalde het aandeel van cultuur binnen de totale uitgaven van gemeenten, van 3,6 procent in 2017 naar 3,2 procent in 2023. Dit past binnen een langere trend: waar in 2005 gemeenten nog 4,2 procent van hun budget uitgaven aan cultuur, is dit sindsdien met een procent gedaald. Door deze afname gaven gemeenten bij elkaar in 2023 669 miljoen euro minder uit aan cultuur dan wanneer ze het percentage van 2005 zouden hebben aangehouden.
Toch verschilt dit per gemeente. Het meeste werd in 2023 uitgegeven in provincie Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant (respectievelijk 550 miljoen euro, 444 miljoen euro en 306 miljoen euro). Dat is meer dan in voorgaande jaren. Per hoofd van de bevolking geven de gemeenten in provincie Noord-Holland (150 euro per capita), Groningen (149 euro per capita) en Zuid-Holland (145 euro per capita) het meeste uit aan cultuur.
Gemeenten als Amsterdam (237 miljoen euro), Rotterdam (177 miljoen euro) en Den Haag (137 miljoen euro) geven het meeste geld uit aan cultuur. Kijk je naar uitgaven per inwoner, dan staat Assen bovenaan met 319 euro, gevolgd door Heerlen (293 euro), Rotterdam (266 euro) en Amsterdam (258 euro).
De helft van de gemeentelijke cultuuruitgaven wordt gedaan door gemeenten met 150.000 inwoners of meer, terwijl slechts drie op de tien Nederlanders daar woont. Door hun centrumfunctie hebben deze grote gemeenten een hoger aantal culturele voorzieningen met vaak een grotere capaciteit en een verzorgingsgebied dat groter is dan de eigen gemeente. Het gemiddelde van de gemeentelijke cultuurlasten in een provincie wordt dus gestuwd door de relatief hoge cultuurlasten van de grote gemeenten.
Voor een compleet beeld van de verdeling van overheidsmiddelen moet er dus niet alleen per provincie maar ook per afzonderlijke gemeente gekeken worden. Tegelijkertijd is er ook sprake van een wisselwerking in de uitgaven aan cultuur tussen grotere kerngemeenten en kleinere randgemeenten. Zo zijn de uitgaven in Den Haag hoog, maar in de omringende gemeenten veel lager. Maar zoals de VNG zelf stelt, moet de mate waarin een gemeente een culturele centrumfunctie vervult, per gemeente worden vastgesteld. Op basis daarvan kunnen gemeenten beleid ontwikkelen. Daarbij kan het VNG-ringenmodel dat de culturele infrastructuur van gemeenten visualiseert helpen. In maart 2026 presenteerde de VNG een geactualiseerde versie van het model met twee varianten, een voor gemeenten met en een voor gemeenten zonder een culturele centrumfunctie (VNG 2026).
Provincie
Naast gemeenten en het rijk dragen uiteraard ook provincies cultuurlasten. Binnen provincies zien we over het algemeen een sterke wisselwerking tussen de gemeentelijke en de provinciale cultuurlasten: waar de gemiddelde cultuurlasten van gemeenten binnen een provincie hoger dan gemiddeld zijn, zien we over het algemeen een lagere post voor cultuur op de balans van de provincie. En andersom. Zo dragen de provincies Noord- en Zuid-Holland in 2023 per inwoner het minste bij aan cultuur en de provincies Friesland, Zeeland en Limburg het meest. De invulling van de lastenverdeling (tussen Rijk, provincie en gemeenten) verschilt per provincie.
Als je de uitgaven van gemeenten en provincies bij elkaar optelt, dan staat de provincie Groningen steevast bovenaan als het gaat om de uitgaven per inwoner. In 2023 gaven provincie en gemeenten samen gemiddeld 203 euro per inwoner uit aan cultuur. In Gelderland was dat met 118 euro per inwoner juist het laagst. In tegenstelling tot gemeenten en het Rijk zijn provincies sinds 2005 niet minder gaan uitgeven aan cultuur, maar iets meer. In vergelijking met achttien jaar eerder gaven provincies in 2023 60 miljoen euro meer aan cultuur uit.
Overzicht regionale cultuurmonitors
Hieronder is een overzicht opgenomen van de deelanalyses per provincie van de Regionale Cultuurmonitor en andere beschikbare monitors. Ontbreekt er een monitor in dit overzicht? Dan horen we het graag!
Drenthe
- Cultuurmonitor Drenthe 2017-2020 Editie 4. Publicatie november 2021
- Cultuurmonitor Drenthe 2017-2020 Editie 3. Publicatie januari 2021
- Cultuurmonitor Emmen 2024 | Tableau Public.
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
Flevoland
- Cultuurmonitor Flevoland 2022-2024. Verwachte publicatie 2026
- Cultuurmonitor Flevoland 2019-2021. Publicatie 2022
- Cultuurmonitor Flevoland 2017-2018: eerste helft beleidsperiode 2017-2020. Publicatie 2019
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
Fryslân
- Nulmjitting Kultuermonitor Fryslân. Publicatie 2023
- Fries Sociaal Planbureau heeft enkele cijfers over cultuurparticipatie in 2019. Zie hier de publicatie uit januari 2020
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
Gelderland
- Cultuur- en erfgoedmonitor Gelderland. Publicatie 2025
- Cultuurmonitor Gelderland. Publicatie 2022
- Cultuur in Gelderland: een beknopte benchmark
- Gelderland Erfgoedmonitor. Publicatie 2020
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
Groningen
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
- Basismonitor Gemeente Groningen bevat enkele gegevens over cultuur. Zie bijvoorbeeld Cultuurparticipatie. Publicatie update april 2024
Limburg
Noord-Brabant
- Waarde van Cultuur Brabant 2024. In afstemming met de Cultuurmonitor. Publicatie 2024
- Waarde van Cultuur Brabant 2022. Publicatie 2022
- Waarde van Cultuur Brabant 2020. Publicatie 2020
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
Noord-Holland
Overijssel
- Cultureel Overijssel in kaart. Publicatie 2024
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
Utrecht
- Utrecht Monitor voor de stad, met onder andere inzichten in cultuurdeelname, cultureel aanbod, en tevredenheid culturele voorzieningen. Cijfers over 2022.
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
Zeeland
- Cultuurmonitor Zeeland. Publicatie 2024
- Cultuurmonitor Zeeland: Nulmeting. Publicatie 2022
- Analyse Regionale Cultuurmonitor
Zuid-Holland
Meer weten over het thema Cultuur in de regio?
Bekijk meer regionale data in het Dashboard van de Cultuurmonitor.
Vorige edities van de tekst op deze themapagina kunnen hier gevonden worden:
2022
2023
2024
Meer literatuur over het thema Cultuur in de regio is ook te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.
Bronnen
Literatuur
Berenschot (2025) Maatwerk: Financieringsmix gesubsidieerde cultuursector 2005-2023. Utrecht: Berenschot.
Burggraaff, W. en S. Bergwerff (2025) Actief met erfgoed in de vrije tijd – Monitor Erfgoedbeoefening 2025. Amersfoort: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
CBS (2024) Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies, 2023. Op: www.cbs.nl, 11 november
CBS (2025) ‘Bibliotheken organiseerden weer meer activiteiten in 2024’. Op: www.cbs.nl, 11 september
CBS (2026) Consumentenprijzen; prijsindex 2015=100. Op: www.cbs.nl, 10 maart
Cultuur Oost (2025) ‘Cultureel Nederland in kaart’. Op: cultuuroost.nl, 18 november
Cuyper, R. de et al. (2022) Leven in Zeeland. Editie 2021. Middelburg: HZ Kenniscentrum Zeeuwse samenleving.
Dijksterhuis, E. (2024) ‘Regionale spreiding van cultuur. Rijkscultuurfondsen tot in de haarvaten’. In: Boekman, nr. 139, 14-19.
FCP (2025) ‘Project Regiomakelaars van start’. Op: cultuurparticipatie.nl, 9 april
Filmfonds (2025) ‘Filmactiviteiten in 2025: van talenthub tot festivals’. Op: www.filmfonds.nl, 19 december
Fonds Podiumkunsten (2024) Ruimte voor beweging. Beleidsplan 2025-2028. Den Haag: Fonds Podiumkunsten.
Ministerie van OCW (2025) Bestuurlijke afspraken cultuurbeoefening 2025–2028. In: Staatscourant, nr. 1756, 10 januari
Raad voor Cultuur (2024) Toegang tot cultuur. Op weg naar een nieuw bestel in 2029. Den Haag: Raad voor Cultuur.
Raad voor Cultuur (2025a) ‘Raad voor Cultuur doet aanbevelingen voor het nieuwe cultuurbestel’ Op: www.raadvoorcultuur.nl, 12 mei
Raad voor Cultuur (2025b) Ieder zijn aandeel. Naar een evenwichtig financieel ecosysteem voor de cultuursector. Den Haag: Raad voor Cultuur.
RCN (2024) Bonaire Cultuuragenda. Prioriteiten 2024-2028. Den Haag: Rijksdienst voor Caribisch Nederland.
RCN (2024) St. Eustatius Cultural Agenda. Priorities 2024–2028. Den Haag: Rijksdienst voor Caribisch Nederland.
RCN (2024) Saba Cultural Agenda. Priorities 2024–2028. Den Haag: Rijksdienst voor Caribisch Nederland.
Rijksoverheid (2026) ‘Ministerraad akkoord: een bibliotheek in elke gemeente’. Op www.rijksoverheid.nl, 30 januari
VNG (2025) ‘Nieuwe convenanten voor culturele sector’. Op: vng.nl, 20 januari
VNG (2026) ‘Actualisering van het VNG-ringenmodel (culturele infrastructuur van gemeenten)’. Op: www.vng.nl, 16 maart
Zeeland (2024) ‘Zeeland werkt aan betere bereikbaarheid voor iedereen’. Op: www.zeeland.nl, december
Verantwoording tekst en beeld
Redactie: Eerdere versies van deze pagina zijn geschreven door Maartje Goedhart.
Beeld: Sonsbeek20→24 in Arnhem / Fotografie: Martijn Baudoin (via Unsplash).