Cultuur in de regio

Thema

Hoe is cultuur verdeeld over Nederland? En wat zegt dat over bereik en de mogelijkheden om cultuur te beoefenen of te bezoeken? Waar staan de meeste podia, bibliotheken, bioscopen of musea? Hoe ontwikkelen bezoek en beoefening zich per provincie, en hoe verschillen geldstromen tussen rijk, provincies en gemeenten? Deze themapagina laat zien hoe regionale patronen eruitzien en nodigt uit om regionale cultuurcijfers te verkennen in het Dashboard.

213

kunst- en cultuurfestivals in Noord-Brabant in 2025

213

82.241

bibliotheekactiviteiten in Gelderland in 2024

82.241

2.035.000

bezoeken aan podiumkunst voorstellingen in Utrecht in 2024

2.035.000

Samenvatting

In de afgelopen jaren is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies en gemeenten voor het culturele stelsel nadrukkelijker benoemd, onder meer in de cultuurconvenanten 2025–2028 en in de gezamenlijke inbreng van IPO en VNG. Ook de Raad voor Cultuur koppelt stelselkeuzes aan regionale en toegankelijkheidsdoelen. De Raad pleit daarbij voor een financiële impuls die kan bijdragen aan evenwichtigere regionale spreiding, publieksverbreding, talentontwikkeling en cultuureducatie.

Tegelijk is het belangrijk om te erkennen dat “evenwichtigere spreiding” niet een eenduidig begrip is en ook niet altijd eenvoudig is te meten. Daarom combineren we op deze pagina beleids- en praktijkontwikkelingen met wat de beschikbare data wél kan laten zien.

Vanuit de Cultuurmonitor willen we vooral de plek zijn waar inzichten uit het toenemende aantal landelijke en regionale monitors en dashboards samenkomen. We zoomen in op de data die we hebben over regionale spreiding: indicatoren over infrastructuur en aanbod, bezoek en beoefening, en geldstromen. En bieden onderaan een overzicht van monitoringsinitiatieven.

Inleiding en belang van het thema

In de periode 2025-2026 wordt cultuur door beleidsmakers en fondsen nadrukkelijker benaderd als een gedeelde verantwoordelijkheid van het rijk, de provincies en de gemeenten: een stelsel dat voor alle inwoners, in elke regio toegankelijk moet zijn, van de basis tot de top (IPO, VNG 2026). In januari 2025 zijn hiervoor negen cultuurconvenanten voor de periode 2025–2028 gesloten tussen het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), provincies, gemeenten en cultuurregio’s. Voor het eerst zijn alle twaalf provincies hierin vertegenwoordigd. De convenanten leggen gezamenlijke prioriteiten vast en zijn bedoeld als basis voor structurele samenwerking tussen overheden, met ruimte om per regio accenten te leggen. Eerder hadden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius in samenspraak met het ministerie van OCW elk een eigen cultuuragenda voor de periode 2024-2028 opgesteld.

Tegelijkertijd staan de keuzes over cultuursubsidies vanaf 2029 en de inrichting van de culturele basisinfrastructuur opnieuw op de politieke agenda. De Raad voor Cultuur adviseerde in mei 2025 om de subsidieperiode structureel te verlengen en het belang van betere afstemming tussen overheden expliciet te verankeren (Raad voor Cultuur 2025a). Eind 2025 pleitte de Raad daarnaast voor een noodzakelijke inhaalslag in het Rijkscultuurbudget, met om te beginnen 250 miljoen euro (Raad voor Cultuur 2025b). De Raad noemt daarbij expliciet dat extra middelen kunnen bijdragen aan evenwichtigere regionale spreiding, publieksverbreding, talentontwikkeling en een impuls voor cultuureducatie (zie voor meer informatie ook de pagina Cultuur en geldstromen).

Fondsen, spreiding en de vraag voor wie?

Ook de Rijkscultuurfondsen werken zichtbaarder aan regionale infrastructuur en spreiding. Het Fonds voor Cultuurparticipatie zet zich via het programma Fonds in de Regio in om cultuurdeelname te vergroten in heel Nederland, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk, en wil de eigen middelen “eerlijker verdelen”.

Andere fondsen geven daar op hun eigen manier invulling aan. Het Nederlands Filmfonds ondersteunt talent via regionale talenthubs, en breidde die regionale knooppunten in 2025 verder uit. Via Studio Caribe ondersteunt het bovendien filmmakers in het Caribisch deel van het Koninkrijk om zo “in iedere hoek en regio” actief te kunnen zijn. Het Fonds Podiumkunsten verbindt diens opdracht expliciet aan een vitaal podiumkunstenlandschap in heel Nederland en in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het benadrukt in diens beleidsplan dat het de regionale kracht van organisaties en makers wil benutten en het lokale/regionale ontwikkel- en productieklimaat wil versterken.

Tegelijk is ‘eerlijk’ geen eenduidig criterium: gaat het om iedereen evenveel geven, om plekken met weinig aanbod extra ondersteunen, of om verdelen naar behoefte (bijvoorbeeld op basis van hoeveel mensen er wonen en welke voorzieningen er al zijn)? En ‘spreiding’ zegt pas echt iets over cultuur in de regio als we ook kijken naar verschillen binnen regio’s, naar de grensgebieden tussen regio’s en naar regionale kernen en periferieën. Bereik en toegankelijkheid hangen niet alleen samen met afstand tot aanbod, maar ook met de vraag welke makers en gemeenschappen toegang hebben tot netwerken, ondersteuning en platformen. Daarom is het relevant om ook kritisch te kijken wie wel en wie niet profiteert van regionale investeringen. De spreiding van uitvoeringen en voorzieningen zegt iets over waar aanbod terechtkomt, maar niet automatisch over wie er kan maken en doorstromen.

Meten en monitoren: wat zien we wel en niet?

Die kanttekeningen over regionale spreiding en de betekenis ervan, raken ook aan de vraag wat we wel en niet hierover kunnen meten. ‘Spreiding’ en ‘toegankelijkheid’ zijn niet één-op-één hetzelfde: waar geld en aanbod terechtkomen is tot op zekere hoogte te volgen via subsidies, locaties en speelbeurten, al is er bijvoorbeeld over de vele projectsubsidies van de zes Rijkscultuurfondsen lang niet altijd bekend waar ze terecht komen. Of mensen het aanbod kunnen, maar ook willen bereiken, en of makers in alle delen van het land gelijke toegang hebben tot netwerken en middelen, is veel moeilijker zichtbaar te maken met landelijke cijfers alleen. In de landelijke Cultuurmonitor kunnen we daarom vooral de plekken van het aanbod en onderdelen van de infrastructuur in kaart brengen: waar wordt geproduceerd en gepresenteerd, waar zitten culturele voorzieningen. Minder zichtbaar zijn de routes aan de vraagkant en de kant van de makers – en juist die samen bepalen wat regionale spreiding in de praktijk betekent.

Een groeiend monitoringslandschap: van regionaal naar landelijk (en terug)

De beleidsmatige nadruk op de regio vraagt om fijnmazige, vergelijkbare en herbruikbare data, waarbij de lokale context belangrijk blijft voor interpretatie en toepassing. In 2025 is bijvoorbeeld de tweede editie van de Cultuur- en Erfgoedmonitor Gelderland online gelanceerd, met een dashboard waarin indicatoren op provincie-, regio- en gemeentelijk niveau in samenhang te raadplegen en te downloaden zijn, naar voorbeeld van de landelijke Cultuurmonitor. Ook in Noord-Brabant is de monitor Waarde van Cultuur verder doorontwikkeld, met een online dashboard dat deels voortbouwt op de database van de landelijke Cultuurmonitor én aanvullende provinciale en gemeentelijke gegevens bevat.

Parallel daaraan zijn het Fonds voor Cultuurparticipatie en de Raad van Twaalf eind 2025 gestart met Cultureel Nederland in Kaart: een meerjarige samenwerking aan een landelijke kaart rond cultuurbeoefening, voortbouwend op Cultureel Zuid-Holland in Kaart. Het doel is dat het dashboard in 2027 online gaat. Het FCP biedt daarnaast inzicht in provinciale amateurkunstbeoefening, via een dashboard van lokale initiatieven die gesteund worden via het in 2026 gestarte project Versterking landelijke infrastructuur amateurkunst (Vliak) 2026-2028. Hoe meer initiatieven hierin komen, hoe meer inzichten het de komende jaren gaat bieden in amateurkunstbeoefening door heel Nederland. Ook het LKCA werkt aan monitoringsonderzoeken naar cultuurbeoefening en het aanbod van cultuureducatie en amateurkunst in zowel Europees als Caribisch Nederland.

Juist omdat er steeds meer monitors en dashboards komen, wordt afstemming en harmonisatie belangrijker: lokaal is context nodig om cijfers te duiden, terwijl een landelijk overzicht helpt om patronen te vergelijken en kennislacunes te signaleren. Vanuit de Cultuurmonitor willen we vooral de plek zijn waar inzichten uit verschillende monitors samenkomen. Door informatie bijeen te brengen, naast elkaar te leggen en beter op elkaar af te stemmen, willen we een zo compleet mogelijk beeld geven van de culturele sector, met ruimte voor lokale en regionale perspectieven.

Hieronder zoomen we in op wat we wél weten over regionale spreiding op basis van de beschikbare data in de Cultuurmonitor: indicatoren over cultureel kapitaal (infrastructuur en aanbod), sociaal kapitaal (bezoek en beoefening) en economisch kapitaal (waaronder geldstromen). Als opstap om op termijn ook beter zicht te krijgen op vraagstukken die gaan over toegankelijkheid van zowel makers als publiek.

Overzicht regionale cultuurmonitors

Hieronder is een overzicht opgenomen van de deelanalyses per provincie van de Regionale Cultuurmonitor en andere beschikbare monitors. Ontbreekt er een monitor in dit overzicht? Dan horen we het graag!

Fryslân

Groningen

Noord-Brabant

Utrecht

Meer weten over het thema Cultuur in de regio?

Bekijk meer regionale data in het Dashboard van de Cultuurmonitor.

Vorige edities van de tekst op deze themapagina kunnen hier gevonden worden:
2022
2023
2024

Meer literatuur over het thema Cultuur in de regio is ook te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.

Bronnen

Literatuur

Berenschot (2025) Maatwerk: Financieringsmix gesubsidieerde cultuursector 2005-2023. Utrecht: Berenschot.

Burggraaff, W. en S. Bergwerff (2025) Actief met erfgoed in de vrije tijd – Monitor Erfgoedbeoefening 2025. Amersfoort: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

CBS (2024) Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies, 2023. Op: www.cbs.nl, 11 november

CBS (2025) ‘Bibliotheken organiseerden weer meer activiteiten in 2024’. Op: www.cbs.nl, 11 september

CBS (2026) Consumentenprijzen; prijsindex 2015=100. Op: www.cbs.nl, 10 maart

Cultuur Oost (2025) ‘Cultureel Nederland in kaart’. Op: cultuuroost.nl, 18 november

Cuyper, R. de et al. (2022) Leven in Zeeland. Editie 2021. Middelburg: HZ Kenniscentrum Zeeuwse samenleving.

Dijksterhuis, E. (2024) ‘Regionale spreiding van cultuur. Rijkscultuurfondsen tot in de haarvaten’. In: Boekman, nr. 139, 14-19.

FCP (2025) ‘Project Regiomakelaars van start’. Op: cultuurparticipatie.nl, 9 april

Filmfonds (2025) ‘Filmactiviteiten in 2025: van talenthub tot festivals’. Op: www.filmfonds.nl, 19 december

Fonds Podiumkunsten (2024) Ruimte voor beweging. Beleidsplan 2025-2028. Den Haag: Fonds Podiumkunsten.

Ministerie van OCW (2025) Bestuurlijke afspraken cultuurbeoefening 2025–2028. In: Staatscourant, nr. 1756, 10 januari

Raad voor Cultuur (2024) Toegang tot cultuur. Op weg naar een nieuw bestel in 2029. Den Haag: Raad voor Cultuur.

Raad voor Cultuur (2025a) ‘Raad voor Cultuur doet aanbevelingen voor het nieuwe cultuurbestel’ Op: www.raadvoorcultuur.nl, 12 mei

Raad voor Cultuur (2025b) Ieder zijn aandeel. Naar een evenwichtig financieel ecosysteem voor de cultuursector. Den Haag: Raad voor Cultuur.

RCN (2024) Bonaire Cultuuragenda. Prioriteiten 2024-2028. Den Haag: Rijksdienst voor Caribisch Nederland.

RCN (2024) St. Eustatius Cultural Agenda. Priorities 2024–2028. Den Haag: Rijksdienst voor Caribisch Nederland.

RCN (2024) Saba Cultural Agenda. Priorities 2024–2028. Den Haag: Rijksdienst voor Caribisch Nederland.

Rijksoverheid (2026) ‘Ministerraad akkoord: een bibliotheek in elke gemeente’. Op www.rijksoverheid.nl, 30 januari

VNG (2025) ‘Nieuwe convenanten voor culturele sector’. Op: vng.nl, 20 januari

VNG (2026) ‘Actualisering van het VNG-ringenmodel (culturele infrastructuur van gemeenten)’. Op: www.vng.nl, 16 maart

Zeeland (2024) ‘Zeeland werkt aan betere bereikbaarheid voor iedereen’. Op: www.zeeland.nl, december

Verantwoording tekst en beeld

Redactie: Eerdere versies van deze pagina zijn geschreven door Maartje Goedhart.

Beeld: Sonsbeek20→24 in Arnhem / Fotografie: Martijn Baudoin (via Unsplash).