Cultuur in de regio

Thema

Hoe is het culturele aanbod verspreid over de provincies? Waar staan de meeste podia, bibliotheken, bioscopen of musea? In welke mate wordt er cultuur bezocht? Wat is de verdeling van cultuurlasten per overheid en per provincie? Deze themapagina toont de provinciale ontwikkelingen en is een uitnodiging tot het verkennen van regionale cultuurcijfers in het Dashboard.

Samenvatting

De aandacht voor lokaal en regionaal cultuurbeleid groeit. Dat blijkt onder meer uit de aandacht voor stedelijke cultuurregio’s, de zorg voor de culturele basisvoorzieningen in gemeentelijk beleid en het toenemende aantal provincies met een eigen cultuurmonitor. Om cijfers over het culturele veld op regionaal niveau toegankelijk te maken en zicht te bieden op regionale verschillen, maakten de Boekmanstichting en Atlas Research in 2022 de Regionale Cultuurmonitor. Deze themapagina Cultuur in de Regio vult de inzichten uit de Regionale Cultuurmonitor aan met aanvullende data en gegevens uit provinciale en lokale monitors. Daarmee biedt deze pagina een inkijk in de eigenheid van provincies op het gebied van cultureel aanbod, publiek en geldstromen.

Inleiding

In de uitvoering van het Nederlandse cultuurbeleid spelen lokale overheden een onmisbare rol. Ze dragen de verantwoordelijkheid voor de financiering van plaatselijke en regionale infrastructuur, zoals bibliotheken, podia en centra voor de kunsten. Omdat cultuur voor iedereen toegankelijk moet zijn, gaat kabinet Rutte III de regionale spreiding stimuleren en extra investeren in cultuurparticipatie (VVD et al. 2021). Ook in veel van de provinciale coalitieakkoorden staat de toegankelijkheid en inclusiviteit van culturele activiteiten op de agenda en wordt cultuur verbonden met het imago en de identiteit van de regio (Verberk 2019). De verantwoordelijkheden op het terrein van cultuur zijn vastgelegd in het Algemeen kader interbestuurlijke verhoudingen cultuur. Nederlandse gemeenten droegen in 2019 gezamenlijk 60 procent van de totale cultuurlasten op overheidsniveau, de provincies 11 procent en het Rijk bijna een derde (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2020; Holst et al. 2020).

Vanuit het landelijke cultuurbeleid kan cultuur in de regio meer ondersteuning gebruiken, concludeerde de Raad voor Cultuur reeds in 2017 (Raad voor Cultuur 2017). Via vijftien stedelijke cultuurregio’s wordt inmiddels geprobeerd om de samenwerking tussen Rijk en regio te versterken. In een onlangs verschenen evaluatierapport wordt echter geconstateerd dat de cultuurregio’s een grote variatie in samenstelling en omvang kennen, waardoor een vergelijkbare aanpak of invulling van de samenwerking bemoeilijkt wordt. Daarnaast is de begrenzing van de regio’s niet evenwichtig verspreid door het land, wat ervoor heeft gezorgd dat een groot aantal gemeenten in de provincies Limburg, Gelderland, Zuid-Holland en Noord-Holland niet in een stedelijke regio vertegenwoordigd is (Nijboer et al. 2022).

De verhouding tussen nationaal en regionaal, tussen rijksdoelen en lokale ambities, biedt ruimte voor verbetering. De spreiding van cultuur over het land is een belangrijk speerpunt, maar er is ook behoefte aan een betere afstemming tussen aanbod en publiek. De beschikbaarheid van regionale cultuurdata kan hierbij helpen. Want hoe zijn de culturele instellingen verspreid over het land? Wat is er bijvoorbeeld bekend over de cultuurparticipatie in de verschillende provincies? En hoe zijn de subsidies in Nederland verdeeld: geografisch en tussen verschillende overheidslagen en domeinen?  

Samen met Atlas Research maakte de Boekmanstichting in 2022 de Regionale Cultuurmonitor: een overzicht van regionale cultuurcijfers dat een vergelijking tussen de twaalf provincies mogelijk maakt. Om die vergelijkbaarheid te waarborgen is daarbij gekozen om 2019 als peiljaar te nemen. Een groot deel van de verzamelde cijfers is geïntegreerd in het Dashboard van de Cultuurmonitor. Via dit Dashboard kunnen daardoor zowel nationale als regionale data geraadpleegd worden. Hiermee bieden we inzicht in onderlinge verhoudingen tussen regio’s en spreidingspatronen, maar laten we ook zien waar nog data ontbreken. Waar mogelijk worden vergelijkingen met voorgaande of opvolgende jaren gemaakt.

De themapagina Cultuur in de regio is bovenal een uitnodiging tot het verkennen van het Dashboard en het ontdekken van opvallende patronen op provinciaal niveau. We hopen hiermee een bijdrage te leveren aan de verdere afstemming en vergelijkbaarheid van regionale cultuurdata.

Dat er behoefte is aan regionale cultuurdata blijkt uit het groeiende aantal monitoringsinitiatieven op lokaal niveau. Noord-Brabant, Zeeland, Gelderland, Drenthe en Flevoland hebben reeds een provinciale cultuurmonitor, terwijl Zuid-Holland momenteel een eigen cultuurmonitor ontwikkelt. Ook voor steden zijn er dergelijke initiatieven te vinden, bijvoorbeeld de Basismonitor Gemeente Groningen en de Utrecht Monitor, of in grootstedelijk gebied de Cultuurmonitor Metropoolregio Amsterdam (MRA). Waar relevant verbinden we deze monitoringsinitiatieven met de uitgelichte cultuurdata. Onderaan de pagina is een (niet uitputtend) overzicht opgenomen van wat er per provincie beschikbaar is aan monitoring.

Cultuuraanbod

Verspreid over Nederland is een divers aanbod aan cultuur te vinden. Van het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden en het Nijmeegse filmtheater LUX tot landschapskunst van beeldhouwer Antony Gormley aan het Markermeer en het jaarlijkse Pinkpop Festival in Landgraaf. Via het Dashboard van de Cultuurmonitor kan in kaart worden gebracht hoeveel aanbod iedere provincie telt en hoe dit zich verhoudt tot het aantal inwoners.

Aanbod op provincieniveau

Deze visualisatie toont een selectie van indicatoren op het gebied van cultureel aanbod per provincie. Via de tabbladen boven de figuur kan gewisseld worden tussen de drie indicatoren. Zie het Dashboard voor de regionale indicatoren van de andere domeinen.

Bron: CBS
Bron: Atlas Research
Bron: RCE

De kaarten in het Dashboard en op deze pagina tonen een deel van het aanbod op provincieniveau voor de domeinen Beeldende kunst, Audiovisueel, Letteren, Podiumkunsten en Erfgoed . Wat opvalt, is dat de concentratie van het cultureel aanbod in absolute zin het hoogst is in Noord- en Zuid-Holland. In Zuid-Holland zijn onder andere de meeste boekwinkelvestigingen en iconen voor de moderne architectuur te vinden, terwijl in Noord-Holland de meeste bioscopen en filmtheaters, musea, galerieën en podia gevestigd zijn. Vanwege het hoge inwonertal en de aanwezigheid van de drie grootste steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) is de hoge concentratie aan cultureel aanbod in deze twee provincies overigens niet verrassend (zie voor toelichting het gele kader hieronder).

Toch verschilt het cultuuraanbod per provincie en onderscheidt de ene provincie zich van de andere op domeinen. Wat betreft erfgoed bevinden zich in Friesland bijna net zoveel beschermde stads- en dorpsgezichten als in Noord-Holland (respectievelijk 64 en 65). In het noordoosten van Nederland zijn verder relatief veel archeologische rijksmonumenten te vinden: 196 in Friesland en 215 in Groningen. In Gelderland bevindt zich zelfs ongeveer de helft van het totaal aantal archeologische rijksmonumenten in Nederland. De Archeologische Monumentenkaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) laat zien dat in Gelderland de hoge concentratie archeologische rijksmonumenten vooral rond de Veluwe gecentreerd is. En ook recent is nog een compleet en relatief ongeschonden Romeins heiligdom ontdekt in de provincie (RCE 2022).

Invloed van Nederlandse steden
Door het ontbreken van structurele en vergelijkbare data op stedelijk niveau, is het in de Cultuurmonitor niet mogelijk om verder in te zoomen. Belangrijk is daarom de constatering dat het beeld van een provincie sterk gekleurd wordt door steden met een grote culturele infrastructuur. Neem bijvoorbeeld Amsterdam: 88 procent van alle galerieën en 66 procent van het aantal podia met een wekelijks aanbod in Noord-Holland bevinden zich in de hoofdstad. En maar liefst twee derde van de Noord-Hollandse voorstellingen en concerten vonden plaats op Amsterdamse podia. Uit de Cultuurmonitor MRA blijkt daarnaast dat de ruim twaalfduizend voorstellingen en concerten in Amsterdam goed waren voor meer dan 5,5 miljoen bezoeken: dit was meer dan vier keer zoveel als in de overige deelregio’s van de metropoolregio bij elkaar. Een soortgelijk effect zien we in Zuid-Holland (met Den Haag en Rotterdam), Noord-Brabant (met Eindhoven en Tilburg) en de andere provincies. Bekijk ook de Monitor Creatieve Industrie voor de top-10 Nederlandse steden en ontwikkelingen van banen en bedrijven in de Nederlandse creatieve industrie.

Van de 921 openbare bibliotheken die Nederland in 2019 telde, zijn er veel te vinden in de provincies Zuid-Holland (170), Gelderland (125) en Noord-Brabant (125).

Met het Dashboard is het tevens mogelijk om absolute getallen op provinciaal niveau om te rekenen naar het aantal inwoners. Op die manier kunnen we zien dat er in Zeeland, Groningen en Drenthe ruim acht bibliotheken per honderdduizend inwoners zijn, terwijl dit er in Noord-Holland en Flevoland minder dan vier zijn. In Zeeland, Zuid-Holland en Utrecht hebben inwoners relatief veel boekwinkels om uit te kiezen. Het aantal bioscopen en filmtheaters per inwoner is verder het grootst in Zeeland, Noord-Holland en Groningen, terwijl Zuid-Holland, Flevoland en Drenthe over relatief het minste aantal vertoningslocaties beschikken.

Cultuuraanbod per inwoner

Deze visualisatie toont een selectie van indicatoren op het gebied van cultureel aanbod per provincie. Schakel de knop Per 100.000 inwoners onderaan de kaart in om de relatieve aantallen te zien. Via de tabbladen boven de figuur kan gewisseld worden tussen de drie indicatoren. Zie het Dashboard voor de regionale indicatoren van de andere domeinen.

Bron: NVBF
Bron: KB
Bron: LISA

Het Dashboard bevat ook gedetailleerdere cijfers over het culturele aanbod in de provincies, bijvoorbeeld over het aantal podiumkunstvoorstellingen, activiteiten in de openbare bibliotheken of het aantal filmdoeken en –stoelen. Via staafdiagrammen en lijngrafieken is de ontwikkeling hiervan door de jaren heen te volgen. Zo zien we in 2020 bij alle provincies een drastische daling in het aantal podiumkunstvoorstellingen, met als evidente verklaring de coronabeperkende maatregelen.

Ontwikkeling podiumkunstvoorstellingen

Deze visualisatie toont de ontwikkeling van het aantal podiumkunstvoorstellingen per provincie van 2018, 2019 en 2020. Klik op een jaartal onderaan de diagrammen om een jaar uit te sluiten van weergave. Bekijk het Dashboard voor de ontwikkeling vanaf 2005.

Bron: CBS

Cultuurbezoek

Om het cultuurbezoek per provincie nader te bekijken, zijn de bioscopen en filmtheaters een goed startpunt. Tussen 2007 en 2019 nam het Nederlandse totaalbezoek aan bioscopen en filmtheaters toe met bijna 65 procent. In Noord-Brabant en Utrecht – waar de toename van zowel stoelen als doeken het grootst was – steeg het filmbezoek zelfs met ruim 96 procent.

Door de coronacrisis nam het filmbezoek overal in Nederland af. Van 2019 op 2020 was deze daling het grootst in Flevoland (-60,6 procent) en het kleinst in Overijssel (-50,0 procent). Van 2020 op 2021 was dit omgekeerd: Flevoland was de enige provincie waar het bioscoopbezoek weer licht toenam (+1,3 procent), terwijl het dat jaar in Overijssel het hardst daalde (-21,0 procent). Over de gehele periode 2019-2021 bezien betrof de daling in bijna elke provincie zo’n 60 à 61 procent, met een uitschieter naar 67 procent in Zuid-Holland.

Bezoek op provincieniveau

Deze visualisatie toont een selectie van indicatoren op het gebied van cultuurbezoek per provincie. Via de tabbladen boven de figuur kan gewisseld worden tussen het bioscoop- en museumbezoek. Zie het Dashboard voor de regionale bezoekcijfers van de andere domeinen.

Bron: NVBF
Bron: CBS

Ook in andere domeinen is er verschil in het cultuurbezoek per provincie. In 2019 werden Nederlandse musea ongeveer 36,5 miljoen keer bezocht, waarvan ruim 21 miljoen bezoeken zijn toe te schrijven aan de 222 musea in Noord- en Zuid-Holland. Dat betekent dat 34 procent van het totaal aantal musea verantwoordelijk was voor ruim de helft van het totaal aantal museumbezoeken. Belangrijk om daarbij in ogenschouw te nemen is dat dit een groot deel bezoeken van buitenlandse toeristen betreft (Berg et al. 2022). Dit zegt dus minder over het cultuurbezoek van de inwoners van Noord- en Zuid-Holland.

Op basis van cijfers uit het Dashboard kan over een domein zoals letteren wel meer gezegd worden over het bezoek van de inwoners van een provincie. Het aandeel bibliotheekleden onder de bevolking varieerde in 2019 bijvoorbeeld van 15,7 procent in Limburg tot 29,1 procent in Flevoland. Na Groningen is Flevoland ook de provincie waar de bibliotheek gemiddeld het vaakst werd bezocht door inwoners. In Zeeland en Limburg is het gemiddelde bibliotheekbezoek juist het laagst, terwijl het aandeel bibliotheekleden in Zeeland relatief hoog is (25,4 procent).

Voor podiumkunsten staat (na Noord-Holland) de provincie Groningen op de tweede plaats wat betreft podiumbezoek wanneer omgerekend naar het aantal inwoners. In de gemeente Groningen gaf in 2018 zelfs 91 procent van de inwoners aan minimaal een keer per maand film, theater of een museum te bezoeken (in 2020 is dat ondanks de coronacrisis nog steeds 85 procent).

Cultuurbezoek per inwoner

Deze visualisatie toont een selectie van indicatoren op het gebied van cultuurbezoek en -consumptie per provincie. Schakel de knop Per 100.000 inwoners onderaan de kaart in om de relatieve aantallen te zien. Via de tabbladen boven de figuur kan gewisseld worden tussen de drie indicatoren. Zie het Dashboard voor de regionale bezoekcijfers van de andere domeinen.

Bron: CBS en KB
Bron: KB
Bron: Atlas Research, deels o.b.v. VNPF (PAS), VSCD (TAS) en jaarverslagen afzonderlijke podia

Om te begrijpen wie er gebruikmaakt van het culturele aanbod en waarom dit per provincie verschilt, loont het om naast bevolkingsgrootte te kijken naar bevolkingssamenstelling. Zeeland, Drenthe en Limburg hebben relatief gezien bijvoorbeeld veel inwoners van boven de 50 jaar oud, terwijl de provincies Flevoland, Utrecht en Overijssel veel jongeren tot 19 jaar oud kennen (zie hiervoor de monitor Waar staat je provincie of de Regionale Kerncijfers van het CBS). De groep 20- tot 25-jarigen is het grootst in Groningen (1), Zuid-Holland (2) en Utrecht (3). Landelijke cijfers over vrijetijdsbesteding (zie ook de themapagina Cultuur en participatie) tonen dat jongeren bovengemiddeld vaak de bioscoop of het filmhuis bezoeken (vooral in de groep 12- tot 19-jarigen, gevolgd door 20- tot 34-jarigen). De groep 65+ bezoekt relatief veel gecanoniseerde podiumkunsten en musea, en het bibliotheekbezoek is het grootst onder de 12- tot 19-jarigen en de 35- tot 49-jarigen.

Als we de bezoekcijfers naast deze demografische gegevens leggen, valt het op dat in de drie provincies waar het bioscoopbezoek het laagst was (Fryslân met gemiddeld 1,2 bezoeken per inwoner, Zeeland en Drenthe met 1,3 bezoeken) ook relatief veel ouderen wonen. In de provincies met relatief veel jonge inwoners ligt het bioscoopbezoek over het algemeen ook hoger, met name in Zuid-Holland (2,4 bezoeken), Utrecht (2,4 bezoeken) en Groningen (2 bezoeken). Daarnaast is het bibliotheekbezoek in relatieve zin het hoogst in Groningen, Flevoland en Overijssel. In de laatste twee provincies wonen ook de meeste jongeren tussen de 10 en 19 jaar oud. Uit de Cultuurmonitor Flevoland blijkt dat de lokale bibliotheken extra inzetten op het betrekken van jongeren. In opdracht van gemeente Almere lanceerde De nieuwe bibliotheek de website jonginalmere.nl: een website van, voor en door jongeren (Vinkenburg et al. 2019).

Een andere factor die mee kan spelen in de mate van (cultuur)bezoek is de afstand tot culturele voorzieningen. In de nulmeting van de Cultuurmonitor Zeeland wordt bijvoorbeeld gewezen op de relatief grote afstand tussen inwoners en culturele voorzieningen als mogelijke verklaring voor het contrast tussen het rijke culturele aanbod en het relatief lage gebruik ervan. Waar de nabijheid van een bioscoop in Nederland bijvoorbeeld gemiddeld iets meer dan 6 kilometer is, is die afstand in Zeeland gemiddeld ruim 12 kilometer (Broers et al. 2022). Ook de Beknopte benchmark van Gelderland laat zien dat een groot aantal bioscopen niet direct leidt tot een grotere nabijheid van bioscopen of het bezoek ervan (Brom et al. 2020).

Geldstromen

Ook van belang zijn de overheidsinvesteringen in kunst en cultuur: hoe verhouden deze zich tot het cultuuraanbod en –bezoek in de provincie? Hiervoor kun je zowel naar de absolute uitgaven kijken als naar de relatieve uitgaven per inwoner van een provincie. In absolute zin gaven de Nederlandse gemeenten in 2019 gezamenlijk ruim 1,9 miljard euro uit aan cultuur, en waren de provinciale cultuurlasten opgeteld 348 miljoen euro. Het Rijk trok in dat jaar 961 miljoen euro uit voor cultuur (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2020; Holst et al. 2020). De gemeenten in Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant spendeerden het meest (respectievelijk 468 miljoen euro, 382 miljoen euro en 257 miljoen euro), wat gezien de hoogste inwoneraantallen in deze provincies geen verassing is (zie Tabel 1). De drie provincies waar de gemeenten gezamenlijk het minst uitgaven aan cultuur (tussen de 34 en 42 miljoen euro) zijn ook de provincies met het minste aantal inwoners, namelijk Zeeland, Flevoland en Drenthe.

Van de provinciale cultuurlasten wordt in absolute zin het meest besteed door Noord-Brabant, Gelderland en Limburg (Tabel 1). De provinciale cultuurlasten zijn het laagst in Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland. De provinciale en gemeentelijke cultuurlasten tezamen genomen creëren een rangorde die wederom vrij gelijk is aan het inwonertal. Veelzeggender is het opnieuw om te kijken naar hoeveel euro lokale overheden tezamen uitgaven aan cultuur per inwoner, want dat loopt sterk uiteen: van 114 euro in Flevoland tot 168 euro in Groningen.

Met gebruik van cijfers uit het Dashboard kunnen we inzoomen op de gemeentelijke en provinciale cultuurlasten per domein en zien hoe dit zich verhoudt tot zowel andere deelsectoren als andere provincies. Van de 168 euro die per inwoner in Groningen wordt geïnvesteerd in cultuur, bestaat ruim 45 euro uit gemeentelijke subsidies voor podiumkunsten. Dat is ongeveer 15 euro meer dan de Nederlandse gemeenten gemiddeld per inwoner spendeerden aan podiumkunsten. In geen enkele andere provincie geven de gemeenten hieraan zo veel uit. Dit zou dan ook in verband kunnen worden gebracht met het relatief hoge aantal podiumbezoeken in Groningen.

Geldstromen podiumkunsten

Deze visualisatie toont de provinciale en gemeentelijke cultuurlasten van podiumkunsten per provincie. De figuur in het derde tabblad toont de eigen inkomsten van podia per provincie. Bekijk het Dashboard voor vergelijkingen met eerdere jaren of met andere domeinen.

Bron: CBS
Bron: CBS
Bron: Atlas Research, deels o.b.v. VNPF (PAS), VSCD (TAS) en jaarverslagen afzonderlijke podia

Binnen de cultuurlasten van Groningen valt het verder op dat de gemeenten relatief veel investeerden in film en video, waar onder andere subsidies aan filmvertoningslocaties onder vallen. Tegenover de 45 euro per inwoner voor podiumkunsten lijkt 3 euro per inwoner voor film en video misschien weinig, maar gemiddeld gaven alle Nederlandse gemeenten slechts 1,22 euro per inwoner uit aan deze deelsector.

Naast overheidsgelden vanuit de gemeenten en provincies, wordt cultuur ook gesubsidieerd via de zes rijkscultuurfondsen. Via deze weg kwam in 2019 via meerjarige subsidies bijna 26 miljoen euro bij culturele instellingen in Noord-Holland terecht, veruit het hoogste bedrag van alle provincies (zie Tabel 2). Omgerekend naar het aantal inwoners investeren de fondsen ook veruit het meest in Noord-Holland, namelijk ruim 9 euro per inwoner tegenover een gemiddelde investering van 2,59 euro per inwoner.

Een aantal culturele instellingen wordt ook rechtstreeks door het Rijk gesubsidieerd via de culturele basisinfrastructuur (BIS), vastgelegd voor een periode van vier jaar. In de subsidieperiode van 2017-2020 hebben in totaal 88 instellingen een subsidie toegekend gekregen (Bussemaker 2016). Wat opvalt, is dat de drie kleinste provincies (Zeeland, Flevoland en Drenthe) geen deel uitmaakten van deze basisinfrastructuur, terwijl Noord- en Zuid-Holland in 2019 respectievelijk 153 en 114 miljoen euro ontvingen. In Noord-Holland bevonden zich in die periode alleen al in de Metropoolregio Amsterdam 26 BIS-instellingen, waarvan 23 in Amsterdam zelf die tezamen 137,7 miljoen euro subsidie ontvingen (zie Cultuurmonitor Metropoolregio Amsterdam (MRA) voor meer informatie). Hoewel veel instellingen die hier gevestigd zijn een landelijk en internationaal publiek bereiken, blijft de spreiding van de landelijke subsidiestromen een belangrijk aandachtspunt. In de huidige basisinfrastructuur 2021-2024 is uit elke provincie een museum opgenomen zoals Drents Museum, Kunstmuseum Flevoland en de Zeeuwse Museumstichting.

Voor een completer beeld van de financieringsmix van cultuur kunnen we kijken naar de eigen inkomsten van culturele instellingen. Het Dashboard bevat provinciale cijfers over de eigen inkomsten van openbare bibliotheken, bioscopen en filmtheaters, musea en podia voor podiumkunsten. Deze cijfers zijn ook beschikbaar voor 2020, en in sommige gevallen 2021.

Hoe verder?

De gegevens verzameld voor de Regionale Cultuurmonitor laten duidelijk provinciale verschillen en profielen zien. De ongesubsidieerde culturele infrastructuren in de regio worden echter slechts in beperkte mate in kaart gebracht. Het is wenselijk om bij een vervolg te onderzoeken hoe het zicht hierop vergroot kan worden. Want het feit dat sommige instellingen, makers en culturele activiteiten niet (op een vergelijkbare manier) gemeten worden, doet niet af aan hun belang voor het culturele leven in de provincie.

Kennis van en over deze infrastructuur zit echter vooral op lokaal of regionaal niveau. De monitors die provincies zelf opzetten doen hier veelal een goede voorzet voor om het culturele landschap zowel breder als specifieker in kaart te brengen. Zo werden er in Waarde van Cultuur Brabant via online informatiebronnen 707 gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde cultuurlocaties in de vijf grote en zeven middelgrote steden van Noord-Brabant in kaart te gebracht. Via bijbehorende registraties op sociale media (Facebook, Instagram en Twitter) werd vervolgens bekeken hoeveel en welke culturele activiteiten mensen bezoeken die nu nog vaak buiten beeld blijven in monitors. Het in kaart brengen van deze niet-gesubsidieerde organisaties was dan ook het primaire doel.

Ook gemeenteambtenaren hebben veelal beter inzicht in de kleinere en informele cultuurinstellingen en -activiteiten van hun omgeving. Om geografisch te kunnen inzoomen is samenwerking met hen die dichter bij de praktijk staan noodzakelijk. Door onderlinge afstemming tussen de verschillende provinciale monitors kunnen gemeenten beter aangesloten worden om in de toekomst de vergelijkbaarheid van geografische gegevens beter te borgen. Het is eveneens wenselijk om in de toekomst in te kunnen zoomen op gemeentelijk niveau.

Overzicht regionale cultuurmonitors

Hieronder is een overzicht opgenomen van de deelanalyses per provincie van de Regionale Cultuurmonitor en andere beschikbare monitors. Ontbreekt er een monitor in dit overzicht? Dan horen we graag van u!

Gelderland

Groningen

Utrecht

Literatuur

Atlas Research en Boekmanstichting (2018) Regionale Cultuurindex. Amsterdam: Atlas Research en Boekmanstichting.

Atlas Research en Boekmanstichting (2021) Cultuurmonitor Metropoolregio Amsterdam (MRA). Amsterdam: Atlas Research en Boekmanstichting.

Berg, N. van den et al. (2022) Regionale Cultuurmonitor. Amsterdam: Atlas Research en Boekmanstichting.

Broers, B., B. van Dalen, H. Vinken, J. Harings, R. Brom en R. Smeets (2020) Waarde van cultuur: de staat van de culturele sector in Noord-Brabant 2020. Tilburg/Amsterdam: Het PON & Telos, Pyrrhula Research Consultants, Kunstloc Brabant en Boekmanstichting.

Broers, B., B. van Dalen, H. Vinken, R. Brom en M. Goedhart (2022) Cultuurmonitor Zeeland: nulmeting. Tilburg/Amsterdam: Het PON & Telos, Pyrrhula Research Consultants en Boekmanstichting.

Brom, R. en H. Vinken (2020) Cultuur in Gelderland: een beknopte benchmark. Amsterdam/Tilburg: Boekmanstichting en Pyrrhula Research Consultants.

Bussemaker, M. (2016) Nieuwe visie cultuurbeleid (kamerbrief). Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal.

CBS (2020) Detaillering cultuurlasten gemeenten provincies. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2020) Jaarverslag 2019. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Muller, H., L. Ravenhorst, B. Vinkenburg, I. Hegeman en I. Pielage (2019) Cultuurmonitor Flevoland 2017-2018: eerste helft beleidsperiode 2017-2020. Lelystad: Provincie Flevoland.

Nijboer, R. en A. van de Horst (2022) Waar doen we het voor? Rapportage over de ontwikkeling van de stedelijke regio’s. Amsterdam: DSP-groep.

Verberk, B. (2019) ‘Cultuur in de provinciale coalitieakkoorden 2019-2023‘. Op: www.lkca.nl, 2 september.

VVD et al. (2021) Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst: Coalitieakkoord 2021-2025. Den Haag: VVD, D66, CDA en ChristenUnie.

Raad voor Cultuur (2017) Cultuur voor stad, land en regio: de rol van stedelijke regio’s in het cultuurbestel. Den Haag: Raad voor Cultuur.

RCE (2022) ‘Compleet en relatief ongeschonden Romeins heiligdom ontdekt in Gelderland’. Op: www.cultureelerfgoed.nl, 20 juni.

Swinkels, H. (2022) ‘De betekenis van het regeerakkoord voor lokaal cultuurbeleid’. In Boekman, jrg. 34, nr. 130

Verantwoording beeld

Beeld van Martijn Baudoin via Unsplash.