Overzicht en kerncijfers
In de Cultuurmonitor kijken we naar de ‘keten’ van de beeldende kunst sector: van kunstvakonderwijs en postacademische instellingen, naar beeldend kunstenaars (makers),
Onder beeldende kunst verstaan we niet alleen de meer traditionele vorm (beeldende kunstobjecten zoals schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerk, videokunst en installaties) maar ook immaterieel beeldend kunstenaarschap zoals maatschappelijke projecten en performances. Beeldende kunst is in Nederland in tal van contexten te vinden; denk aan bovengenoemde instellingen binnen de keten, maar ook in de openbare ruimte. Vanwege deze brede verspreiding heeft beeldende kunst dan ook vele raakvlakken met andere domeinen zoals Design en Erfgoed, maar ook fotografie, mode en de openbare ruimte.
De beeldende kunst sector organiseert zich onder andere via het informele overleg
Hieronder presenteren we een aantal beschikbare kerncijfers over de beeldende kunstsector. Hierbij brengen we waar mogelijk de bovengenoemde schakels van de keten in beeld. Het is goed om hierbij in gedachten te houden dat er gebruik wordt gemaakt van verschillende categorieën en definities over wat ‘beeldende kunst’ precies inhoudt, waardoor deze cijfers bij elkaar genomen geen eenduidig beeld kunnen schetsen van de sector.
Organisaties
Hieronder worden kerncijfers weergegeven over het aantal verschillende soorten organisaties binnen de keten van de beeldende kunstsector, indien er cijfers over beschikbaar zijn.
Aantal leden De Zaak Nu
Aantal musea voor kunst
Opleidingslocaties voor beeldende kunst 2026
Er zijn vanuit het CBS cijfers over het aantal
In 2025 waren er 81 beeldende kunstfestivals in Nederland, dit zijn er enkele minder dan de jaren ervoor (Respons 2026). De meeste festivals vonden plaats in Zuid-Holland (24) en Noord-Holland (21), gevolgd door Gelderland (12). Er werden ruim 2 miljoen bezoeken gebracht aan beeldende kunst festivals door het hele land, waarbij in Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant de meeste bezoekers werden getrokken (bij alledrie rond de 500.000 bezoeken). Belangrijk om hierbij op de merken is dat de afbakening van ‘beeldende kunst festival’ hier vrij breed is, zo worden ook design, film, architectuur en gaming meegenomen in deze
Arbeidsmarkt
Beeldend kunstenaars vormen een relatief kleine beroepsgroep, vergeleken met fotografen en ontwerpers. Binnen de toch al precaire culturele arbeidsmarkt is de positie van beeldend kunstenaars in het bijzonder kwetsbaar. Dit laten onderstaande kerncijfers over het inkomen van beeldend kunstenaars zien.
Aantal beeldend kunstenaars, grafisch ontwerpers en productontwerpers, en fotografen en interieurontwerpers
Aandeel vrouwen in de beroepsgroepen beeldend kunstenaars, fotografen en interieurontwerpers, en grafisch ontwerpers en productonwerpers
In de Collectieve Selfie 5: cijfers en trends in de beeldende kunst (Vinken et al. 2025) worden uitgebreide cijfers over beeldend kunstenaars en hun beroepspraktijk gepresenteerd. De ‘Selfie’ laat zien dat er in de periode 2015-2023 jaarlijks rond de 15.000 à 16.000 beeldend kunstenaars werkzaam zijn in Nederland – daarmee maken zij 10 procent uit van het totale beroepssegment
Alumni beeldende kunstopleidingen die na hun opleiding binnen eigen vakgebied werken
Alumni beeldende kunstopleidingen die na hun opleiding zowel binnen als buiten eigen vakgebied werken
Beeldend kunstenaars werken bij hun toetreding tot de arbeidsmarkt minder vaak enkel binnen hun eigen vakgebied dan de overige kunstalumni samen gemiddeld genomen doen. Zij moeten dus vaker het werk binnen hun eigen vakgebied combineren met werk buiten de beeldende kunsten (Vinken et al. 2025).
Gemiddeld persoonlijk inkomen
Het gemiddeld
Aantal kunstenaars dat als zelfstandige werkt in de 1e werkkring
Aantal kunstenaars dat als zelfstandige werkt in de 2e werkkring
De bovenstaande figuren laten zien in hoeverre beeldend kunstenaars als zelfstandige werken of in loondienst zijn (Vinken et al. 2025). Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen de 1e werkkring (baan waaraan de meeste tijd wordt besteed) en de 2e werkkring (baan waaraan vervolgens de meeste tijd wordt besteed). Vrijwel alle beeldend kunstenaars die het beeldend kunstenaarsberoep als hoofdbaan uitvoeren (in de eerste werkkring) werken zelfstandig (97 procent in 2021-2023). Bij de andere creatieve beroepsgroepen ligt dat percentage beduidend lager (rond de 50-60 procent) – hoewel dat nog steeds een hoog percentage is ten opzichte van het landelijke aandeel zelfstandigen op de arbeidsmarkt (13 procent) (CBS z.j.). Als we vervolgens naar de tweede werkkring kijken draait het beeld om: minder dan de helft van de beeldend kunstenaars is daar werkzaam als zelfstandige, en de andere beroepsgroepen zijn juist in de meerderheid (rond de 60 procent) (Vinken et al. 2025). Dit betekent dat de overige creatieve beroepsgroepen vaker als hoofdbaan in loondienst zijn, en bijverdienen als zelfstandige. Voor beeldend kunstenaars geldt het omgekeerde: zij werken vrijwel allemaal zelfstandig, en werken in een eventuele tweede werkkring vaker in loondienst dan zelfstandig.
Personeel bij beeldende kunst instellingen
Hoeveel mensen werken er bij beeldende kunst instellingen? Hierover zijn enkele cijfers beschikbaar, die dankzij verschillende meetvariabelen echter niet eenduidig op elkaar aansluiten. CBS Statline laat de bedrijfsgrootte naar aantal werkzame personen zien voor kunstuitleencentra (SBI 91012) en voor kunstgalerieën en expositieruimten (SBI 91022). Hier zien we dat in 2025 de meeste van deze organisaties slechts één werkzaam persoon kennen (dit geldt voor 65 van de in totaal 85 kunstuitleencentra, en voor 590 van de in totaal 760 kunstgalerieën en expositieruimten). Voor kunstmusea zijn meer gedetailleerde cijfers vanuit het CBS beschikbaar over onder andere het aantal werkzame personen in loondiensten het aantal fte werkzame personen in loondienst (CBS 2025a). Zo waren er in 2024 in totaal 4.478 mensen in loondienst, en waren 1.878 overige werkzame personen (zoals zzp’ers) bij kunstmusea actief. Het zou waardevol zijn om voor de kunstuitleencentra, kunstgalerieën en expositieruimten ook inzicht te krijgen in het aantal fte en aantal werkzame personen, om de mogelijkheid tot vergelijking tussen deze instellingen en kunstmusea te bevorderen.
Bezoek aan beeldende kunst
Om bezoek en beoefening van beeldende kunst in beeld te krijgen gebruiken we cijfers uit de Vrijetijdsomnibus (VTO) (uitgevoerd door de Boekmanstichting, Mulier Instituut en CBS) (Swartjes, De Hoog 2026). Op deze pagina bespreken we met name de professionele beeldende kunsten en laten daarom de cijfers over beoefening van beeldende kunst in de vrije tijd niet zien, raadpleeg hiervoor de publicatie van de VTO (pagina 75-79).
Aandeel beeldende kunstbezoekers onder de bevolking
De VTO kijkt sinds 2024 voor het eerst ook naar bezoek aan beeldende kunst in ateliers, galeries of expositieruimten. Ruim de helft van de Nederlanders (53 procent) bezocht in 2024 ten minste één keer een van de in de figuur hierboven aangeduide locaties met beeldende kunst. Daarmee is het aandeel beeldende kunstbezoekers weer op het peil van vóór de coronapandemie.
Beeldende kunst in de openbare ruimte wordt door 37 procent van de Nederlanders bezocht en is daarmee relatief de populairste locatie voor het bekijken van beeldende kunst. Het gaat hierbij om een grote variatie aan kunstvormen die zich op allerlei locaties in onze leefomgeving bevinden, denk aan beeldhouwwerken, omgevingskunst, land-art installaties en wandkunst zoals muurschilderingen, mozaïeken, reliëfs en graffito’s (RCE 2026). Door deze brede verspreiding is het logisch dat veel mensen met dergelijke kunstwerken in aanraking komen.
Drie op de tien Nederlanders bezochten in 2024 een museum voor kunst en vormgeving (31 procent), vergelijkbaar met het resultaat in 2018. Ook het bezoeken van tentoonstellingen met moderne kunst komt uit op het niveau van 2018: 22 procent. Het aandeel Nederlanders dat tentoonstellingen voor oude kunst bezoekt (22 procent) is wat lager dan het niveau van vóór de coronapandemie (26 procent in 2018).
Naast musea is beeldende kunst op veel verschillende soorten locaties te zien en door verschillende soorten instellingen aangeboden, zoals instellingen voor hedendaagse beeldende kunst, galeries, ateliers en andere expositieruimten. In 2024 bezocht volgens de VTO 18 procent van de Nederlanders minstens één keer een atelier, galerie of expositieruimte. Een verdere uitsplitsing is echter niet uitgevraagd.
Wie beeldende kunst bezoekt in 2024 gemiddeld 8,5 keer per jaar naar een locatie met beeldende kunst. Die stijging is met name toe te schrijven aan een verandering in de vragenlijst, omdat voor het eerst ook bekend is hoeveel bezoeken aan musea voor kunst en vormgeving werden gebracht en het aantal bezoeken aan ateliers, galeries of expositieruimten is uitgevraagd.
In de publicatie van de VTO wordt verder ingegaan op de demografische verschillen in bezoek aan beeldende kunst. Zo zien we dat het aandeel beeldende kunstbezoekers het hoogste is onder Nederlanders met een hbo- of wo-diploma (69 procent), dat de kans groter is dat Nederlanders van 34 jaar en jonger beeldende kunstaanbod bezoeken dan in hogere leeftijdscategorieën, dat vooral gezinnen met een hoog huishoudinkomen beeldende kunst bezoeken, dat inwoners in stedelijke gebieden significant vaker beeldende kunst bezoeken, en dat het hebben van een beperking de kans op het bezoeken van beeldende kunstaanbod verlaagt (Swartjes, De Hoog 2026).
Geldstromen
Hoe zijn de geldstromen binnen de beeldende kunst sector georganiseerd? Binnen de keten van beeldende kunst vallen onder andere de opleiding, ontwikkeling, onderzoek, productie, distributie en afname van beeldende kunst. De opleiding (kunstvakopleiding) wordt met name gefinancierd door het rijk. Daarnaast financiert het rijk een deel van de ontwikkeling (in de vorm van werkbijdragen) (FairPACCT z.j.).
Voor de productie van beeldende kunst ligt het zwaartepunt van financiering bij het rijk, voornamelijk middels het Mondriaan Fonds, maar ook andere overheden financieren de productie van beeldende kunst (denk aan de financiering van projecten, opdrachten en aankopen). Gemeenten zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de distributie en afname van beeldende kunst. In het bijzonder richten gemeenten zich op het atelier- en broedplaatsenbeleid. Vanuit het rijk is er verder sprake van een decentralisatie-uitkering voor beeldende kunst aan bijna 40 grote gemeenten, en de gemeenten dienen deze uitkering te matchen. Instellingen voor hedendaagse beeldende kunst, kunstmusea en festivals kunnen door zowel het rijk, provincie als gemeenten gesubsidieerd worden. Een paar provincies draagt zorg voor de verspreiding van beeldende kunst via kunstuitlenen en centra voor beeldende kunst (FairPACCT z.j.).
Naast de geldstromen vanuit de overheid, is er een vrije markt van onder andere galeries en kunstbeurzen (FairPACCT z.j.). In de ontwikkeling van kunstenaars wordt daarnaast bijvoorbeeld ook geïnvesteerd door instellingen voor hedendaagse beeldende kunst, wiens financiering niet altijd (uitsluitend) via het rijk verloopt. Ook private fondsen, zoals VSB Fonds, Cultuurfonds en Stichting Niemeijer fonds, investeren in beeldende kunst(enaars).
Hieronder worden enkele kerncijfers over de geldstromen binnen de beeldende kunst uitgelicht.
Bovenstaande figuren laten zien welke uitgaven gemeenten, provincies en het Rijk aan beeldende kunst (en vormgeving) doen. Het Rijk, de provincies en de gemeenten ondersteunen afzonderlijk van elkaar culturele instellingen via
Inkomstenmix musea voor kunst 2024
Gemiddelde besteding aan kunst door particuliere kopers bij galeries, 2021 vs 2017
Op onze pagina Geldstromen is berekend dat de beeldende kunstsector in 2023 tenminste 256,1 miljoen euro aan eigen inkomsten verdiende. Die analyse is gebaseerd op inkomsten uit beeldrechten (bron Pictoright), en inkomsten van musea voor kunst (bron CBS). Pictoright keerde in 2024 13,1 miljoen euro aan vergoedingen uit aan makers van wie beeldmateriaal gebruikt is. De kunstmusea hadden een gezamenlijk eigen inkomen van 243 miljoen euro, waarvan 140 miljoen euro aan publieksinkomsten en 103 miljoen euro aan overige inkomsten (in deze berekening zijn inkomsten uit sponsoring weggelaten).
In de inkomstenmix van musea voor kunst zien we dat de totale eigen inkomsten in 2023 en 2024 om en nabij gelijk zijn aan de totaal ontvangen subsidies vanuit het rijk, provincie en gemeenten. Tijdens de coronaperiode dipten de eigen inkomsten hard omlaag, en hielden de subsidies vanuit de overheden de musea overeind. Vanuit de overheden zijn kunstmusea financieel vooral sterk afhankelijk van hun gemeenten, gevolgd door het rijk (zie ook ‘2.2 Verbinding met de regio’).
De meest recente beschikbare cijfers over de eigen inkomsten van galeries komen uit 2019, in dat jaar was de gemiddelde omzet van galeries 270.000 euro, gebaseerd op het NGA Marktonderzoek waaraan 85 galeries meewerkten (NGA 2022). Interessant om op te merken uit dit marktonderzoek is dat het koopgedrag van kunstkopers, hoewel redelijk stabiel, voornamelijk groeit aan de onderkant van de markt. In 2021 besteedde 25 procent van de kunstkopers een bedrag lager dan 500euro, waar dit in 2017 nog 18 procent van de kopers betrof (NGA 2022).
Over de geldstromen binnen instellingen voor hedendaagse beeldende kunst (presentatie-instellingen) zijn enkele cijfers beschikbaar in de Collectieve Selfie 5 (Vinken et al. 2025). Helaas bestaat voor deze instellingen (nog) geen breed monitoringsinstrument (zoals Museana voor musea) om deze cijfers longitudinaal in beeld te brengen. Op basis van een eenmalige steekproef onder 91 leden van de Zaak Nu werd vastgesteld dat de omzet van deze instellingen in 2022 in totaal bijna 65 miljoen euro bedroeg (Goudriaan et al. 2023b). Dat is gemiddeld 710.000 euro per instelling voor hedendaagse beeldende kunst. De meeste van deze organisaties behoren tot de categorie kleine instellingen met een omzet tot 250.000 euro per jaar (Vinken et al. 2025, Goudriaan et al. 2023b). De Collectieve Selfie 5 laat verder middels cijfers van het Mondriaan Fonds zien hoeveel subsidie er is uitgekeerd aan kunstpodia. In 2024 was dit in totaal 87,3 miljoen euro verdeeld over 97 aanvragen.
Trends en ontwikkelingen
Fair pay & Fair practice
Fair Pay
Fair Pay is een essentiële stap om het inkomen van beeldend kunstenaars dichter naar het Nederlandse gemiddelde te brengen. In 2023 is in kaart gebracht wat de meerkosten zijn voor Fair Pay in de culturele sector: voor de categorie ‘Beeldende kunst en creatieve industrie’ is 3,2 miljoen euro nodig. 63 procent daarvan (2 miljoen euro) is nodig voor de beeldende kunst. Dit hoge percentage wordt veroorzaakt doordat de beeldende kunst veel kleine en middelkleine organisaties telt die slechts kortdurend of beperkt subsidie ontvangen. Van de meerkosten binnen de beeldende kunst en creatieve sector heeft bijna de helft (1,5 miljoen euro) betrekking op meerkosten van personeel in loondienst en iets meer dan de helft (1,7 miljoen euro) op zzp’ers (Geukema et al. 2023).
Om Fair Pay in de cultuursector te bevorderen zijn de afgelopen jaren verschillende instrumenten ontwikkeld, zoals de Richtlijn functie- en loongebouw instellingen voor beeldende kunst van De Zaak Nu en, sinds 2017, de Richtlijn Kunstenaarshonorarium. Uit evaluaties bleek dat presentatie-instellingen voor hedendaagse beeldende kunst hiervoor de meeste
Op basis daarvan werd de richtlijn herijkt met onder andere flexibele op- en afbouwuren, aanvullende artistiek-inhoudelijke werkzaamheden en differentiatie naar grootte van de instelling. Deze vernieuwde richtlijn zou ingaan op 1 januari 2025, maar leidde tot nieuwe vragen over de gehanteerde tarieven en mogelijke financiële gevolgen voor zowel instellingen als kunstenaars (fairPACCT 2025). Een onafhankelijke second opinion heeft de herijkte richtlijn daarom opnieuw onderzocht, waarna aanbevelingen zijn gedaan aan de Ketentafel Beeldende Kunst. Die werkt op dit moment aan één gezamenlijke, duidelijk geformuleerde fair-pay richtlijn en een bijbehorende calculator. Dit proces is nog gaande. In de tussentijd kunnen organisaties bij het Mondriaan Fonds een tegemoetkoming aanvragen op basis van óf de herijkte óf de klassieke Richtlijn Kunstenaarshonorarium.
Fair Practice
Verschillende instellingen proberen de laatste jaren vanwege de nog altijd hardnekkige
Verbinding met de regio
Cultuur moet beter toegankelijk worden voor de regio – zo geldt voor de hele cultuursector na kritiek in de afgelopen jaren op een oneerlijke verdeling van overheidsondersteuning waarbij sommige
De beeldende kunstsector is sterk verbonden met lokaal beleid. Dit toont zich onder meer wanneer de inkomstenmix van musea voor kunst wordt vergeleken met die van de andere soorten musea. Daaruit blijkt dat
Inkomstenmix musea voor kunst 2024
Inkomstenmix overige musea 2024
Internationale kunstmarkt
Het Art Market Report (McAndrew 2025) monitort de internationale kunstmarkt. De cijfers laten zien dat na twee jaren van terugval (-4% in 2023 en -12% in 2024) de internationale kunstmarkt weer een lichte toename in waarde kent van 4% in 2025 (totale waarde is zo’n 56 miljard euro). Hierbij gaat het om de volledige internationale kunstmarkt, waarop de VS, de VK en China de grootste spelers zijn (samen goed voor 76% van de totale waarde). In Europa maken vooral Frankrijk (8%), Zwitserland (3%), Duitsland (2%) en Spanje (1%) een aandeel uit van de totale waarde van die internationale markt (McAndrew 2025). Cijfers over Nederland ontbreken echter in deze publicatie, omdat Nederland een relatief te kleine speler is op de internationale kunstmarkt.
Het zou waardevol zijn om inzicht te krijgen in het aandeel dat Nederlandse kunstenaars uitmaken van de internationale kunstmarkt. Hedendaagse beeldende kunst heeft een belangrijke afzetmarkt voor de beeldende kunstsector, en die hedendaagse kunstmarkt opereert voor een belangrijk deel internationaal. Er zijn nog geen cijfers beschikbaar die inzichtelijk maken hoeveel Nederlandse kunst er wordt verkocht aan en in andere delen van de wereld. Wel heeft DutchCulture een
Vanuit de overheid wordt in International Cultuurbeleid (ICB) geïnvesteerd vanuit een ‘Beleidskader Internationaal Cultuurbeleid’ voor 2025-2028, gebaseerd op beleidsagenda’s van de minister van Buitenlandse Zaken (BuZa), minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) en de staatssecretarisvan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Vanuit dit meerjarenplan wordt DutchCulture gefinancierd als bovensectorale ondersteunende instelling, en krijgt onder andere het Mondriaan Fonds budget om te investeren in internationaal cultuurbeleid. Het Mondriaan Fonds kent op zijn beurt verschillende
Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid
Aan initiatieven om diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid te bevorderen lijkt er binnen de beeldende kunst geen gebrek. Sommige instellingen richten zich vooral op het betrekken van publiek, zoals het toegankelijk maken van exposities voor bezoekers met een beperking. Andere instellingen zijn vooral bezig met de inhoud van hun exposities, door onder andere een kritische blik op de vaste collectie te werpen, hun koloniale verleden te onderzoeken en te focussen op dekolonisatie, of genderdiversiteit en meerstemmigheid mee te laten wegen in het aankoopbeleid. Mede in het verlengde hiervan vindt rondom het taalgebruik in exposities ook veel reflectie plaats. Verschillende inzichten met betrekking tot inclusieve expositieteksten zijn samengevat in de Handreiking Waarden Voor Een Nieuwe Taal van Code Diversiteit & Inclusie (Samuel 2022) en Woorden doen ertoe. Een incomplete gids voor woordkeuze binnen de culturele sector (Modest 2018).
De openheid rondom het thema neemt toe. Een voorbeeld hiervan is het Stedelijk Museum Amsterdam dat zijn veranderingsproces richting meer diversiteit en inclusie in het museum liet vastleggen in de documentaire White Balls on Walls. Dit heeft een impuls gegeven aan deze discussies binnen het domein Beeldende kunst, waar in toenemende mate wordt gereflecteerd op de ongelijkheden die binnen het domein – en de samenleving – spelen. Toch is het maar de vraag of reflectie zich altijd vertaalt naar daadwerkelijke gelijkwaardigheid, zowel wat inkomsten als wat invloed betreft. Ongelijkheid blijkt namelijk op verschillende vlakken
Herkomst personeel 'Beeldende kunst, musea en erfgoed' e.a. disciplines
Sekse personeel 'Beeldende kunst, musea en erfgoed' e.a. disciplines
Leeftijd personeel 'Beeldende kunst, musea en erfgoed' e.a. disciplines
Bovenstaande figuren zijn afkomstig uit het onderzoek Diversiteit van personeel, zelfstandigen toezichthouders en adviseurs in de culturele en creatieve sector: wat is de stand in 2024? (Bosma et al. 2025). Ze laten diversiteit in beperkte mate zien in de zin van herkomst, sekse en leeftijd per culturele discipline: de cijfers hebben betrekking op het personeel (inclusief betaalde stagiairs) van gesubsidieerde instellingen.
Beeldende kunst, musea en erfgoed worden hier gezamenlijk als één discipline beschouwd. Wat betreft
Wat betreft leeftijd is de grootste groep werkenden tussen de 35 tot 65 jaar binnen de beeldende kunst, musea en erfgoed (61%). Landelijk gezien is van de werkenden 43% jonger van 35 jaar, 53% 35 tot 65 jaar en 4% 65 jaar en ouder. Er werken dus bovengemiddeld meer mensen tussen 35 en 65 jaar in de beeldende kunst, musea en erfgoed sector – dit geldt echter ook voor de meeste andere culturele sectoren.
Gender(on)gelijkheid
De positie van vrouwen in de beeldende kunst is achtergesteld ten opzichte van die van hun mannelijke collega’s, zo blijkt uit verschillende onderzoeken (Heithuis et al. 2021, Haeren et al. 2024) en uit geregelde
De reden hiervoor is vanuit de cijfers niet aan te tonen, maar vanuit gesprekken die voor het onderzoek (Haeren et al. 2024) gevoerd zijn met de sector valt op te maken dat de ontoegankelijkheid van de beeldend kunstsector voor kustenaars met (jonge) kinderen hierin mogelijk een rol speelt. Er is in de afgelopen jaren dan ook in toenemende mate
Het onderzoek van Haeren et al. (2024) maakt bovendien duidelijk dat het gemiddelde
Inkomen naar sekse
Bestaande onderzoeken naar de representatie van vrouwen in musea maken duidelijk dat vrouwen sterk ondervertegenwoordigd zijn binnen verschillende onderdelen van de kunstwereld. Cijfers over de representatie van kunst van vrouwelijke makers in musea
Genderverhouding kunstenaars op internationale beurzen
Lees meer over dit thema op de pagina Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid.
Digitalisering en AI
Digitalisering heeft een diepgaande invloed op de beeldende kunst, zo beschrijft de publicatie Waarde van beeld, beeld van waarde (Manshanden 2023). Steeds vaker ontstaan hybride vormen of digitale werken – en sinds de uitkomst van deze publicatie speelt AI hierin een steeds grotere rol. Tegelijkertijd draagt de winst die digitalisering kan opbrengen, bijvoorbeeld in het verhogen van bereik en toegang, vooralsnog niet bij aan betere economische posities van makers (Ibid.). De online omgeving draait om ‘delen’: het incasseren van een redelijke vergoeding voor ‘content’ (zij het amateurkunst of professionele beeldende kunst) is daarom geen eenvoudige zaak. Voor de vele manieren waarop beeld online kan worden gebruikt, is voor beeldend kunstenaars nog niet altijd een passende compensatie beschikbaar – al zet auteursrechtenorganisatie Pictoright zich in voor vergoedingen voor visuele makers.
Het onderzoek Online inbreuken in beeld (Blaker et al. 2025) brengt het onrechtmatige online gebruik van foto’s is in beeld, naar aanleiding van een motie die door de Tweede Kamer werd aangenomen over de noodzaak tot een eerlijke vergoeding voor fotografen van het online gebruik van hun foto’s. In het onderzoek wordt gefocust op ‘kleine gebruikers’ (privépersonen, kleine niet-commerciële organisaties zoals stichtingen en verenigingen, en zzp’ers). Het onderzoek laat zien dat er onder deze kleine gebruikers een laag kennisniveau is over beeldrecht: van het bestaan weet men wel af, maar welke regels er precies aan kleven is voor velen onbekend. Van alle kleine gebruikers (zo’n 286 tot 360 duizend) plaatsen jaarlijks zo’n 30 procent een foto waarbij een online inbreuk plaatsvindt – het gaat uiteindelijk om honderdduizenden inbreuken per jaar. Slechts een klein deel van die gebruikers is zich ervan bewust dat ze een inbreuk doen op beeldrechten. Het onderzoek laat verder ook zien dat er een substantiële kloof is tussen de jaarlijkse licentiewaarde die fotografen door de online inbreuken mislopen zijn (tussen de 26,9 en 36,4 miljoen euro) en de betalingsbereidheid hiervan door de kleine gebruikers (tussen de 1,4 en 1,9 miljoen euro). Dit komt volgens focusgroepgesprekken die voor het onderzoek zijn gevoerd overeen met het gevoel van fotografen, die zeggen weinig waardering te voelen voor hun vak (Blaker et al. 2025).
Enquêteonderzoek naar de impact van generatieve AI op de culturele arbeidsmarkt (Struijke 2025) laat zien dat beeldend kunstenaars zich vaak zorgen maken over AI en hun toekomst. 67 procent van de beeldend kunstenaars (n=77) denkt dat door GenAI binnen vijf jaar de werkgelegenheid in hun beroep of in de beeldende kunstsector zal verminderen. 90 procent van alle respondenten uit de hele culturele en creatieve sector (n=613) maakt zich zorgen over het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal voor het trainen van AI-modellen en ruim 40 procent neemt daarom beschermende maatregelen, zoals een AI Opt-Out of contractuele bepalingen of voorwaarden over hun werk (Ibid.). Deze zorgen bleken ook toen veilinghuis Christies begin 2025 een veiling opende met ‘augmented intelligence’ kunstwerken. Een groep kunstenaars protesteerde hiertegen omdat de AI-modellen die gebruikt waren voor de kunstwerken getraind waren met behulp van bestaande kunst, zonder toestemming van de makers (Woolthuis 2025). Daar tegenover staat dat AI door kunstenaars vaker gebruikt wordt als tool in het werkproces. Op de pagina Design worden hiervan voorbeelden gegeven, die in meer of mindere mate ook van toepassing zouden kunnen zijn voor beeldend kunstenaars.
Signalen vanuit verschillende culturele domeinen duiden er verder op dat er grenzen zijn aan de inzet van digitale middelen in het bereiken van publiek. Zo vond ook tijdens de coronapandemie de eerste interactie van een kunstkoper met een kunstwerk vaak op locatie plaats, en niet online (NGA 2022). Ook lopen de internationale online verkopen van kunst sinds de coronajaren duidelijk terug (McAndrew 2025).
Verder is in 2024 gemiddeld 39 procent van de collectie van Nederlandse kunstmusea online toegankelijk voor publiek, en is 73 procent van de collectie gedigitaliseerd. Deze percentages liggen hoger voor kunstmusea dan voor de andere soorten musea (CBS 2025a).
Fotografie
Fotografie is met de komst van de smartphone een alomtegenwoordig medium geworden, het dringt door in alle haarvaten van de maatschappij. Het brengt ons nieuws, illustreert teksten, vertelt verhalen in tijdschriften en boeken en verkoopt producten en diensten (Prüst 2025). Fotografie laat zich niet makkelijk afbakenen omdat het vele verschijningsvormen kent en binnen een groot aantal culturele disciplines voorkomt. Het bevindt zich zowel in het domein van de cultuur als het domein van media en creatieve industrie, maar kan daarbinnen ook weer in elkaar overvloeien (Prüst 2025). Fotografie kent in Nederland eigen
Roep om erkenning
Ondanks die intrinsieke, sociale en economische waarde wordt fotografie niet als zelfstandige discipline erkend in het Nederlandse cultuurbestel. Decennia geleden is besloten om fotografie onder de beeldende kunst in te delen in het landelijke subsidiebestel (Kruijt 2022). Zo geeft de Raad voor Cultuur bijvoorbeeld geen apart sectoradvies voor fotografie en worden sinds 2021 vanuit de BIS (culturele basisinfrastructuur) geen fotografie-instellingen meer
Aanwezigheid fotografie in de subsidiepraktijk
Dit alles roept de vraag op welke financiële ondersteuning fotografie nu precies wel en niet ontvangt vanuit het Rijk. Onderzoek van De Volkskrant (Kruijt 2022) laat zien dat fotografie in 2022 in totaal 5,2 miljoen euro aan subsidies kreeg uit de begroting van het ministerie van OCW. Daarvan werd ongeveer 2,4 miljoen euro gefinancierd via het Mondriaan Fonds (Ibid.). In de cultuurplanperiode 2025-2028 ontbreken de fotografie-instellingen echter wederom in de
Gebrek aan data en monitoring
Er zijn weinig data over de fotografiesector beschikbaar en de data die beschikbaar zijn worden niet op een centrale plek samengebracht. Ondersteund door de fotografiesector bracht Marc Prüst daarom in 2025 een verkenning uit van de fotografiesector. In dit onderzoek wordt in kaart gebracht welke beschikbare gegevens er zijn over onder andere de beroepspraktijk, geldstromen, onderwijs, vrijetijdsbesteding en instellingen binnen de (culturele) fotografie. Het is een relevante eerste inventarisatie van de fotografiesector in cijfers. Toch ontbreken er nog meerjarige en betrouwbare bronnen die fotografie als zelfstandig afgebakende sector in beeld brengen. Het onderzoek roept dan ook de fotografiesector zelf op om structureel en gezamenlijk gegevens te monitoren, opdat die de bodem kunnen vormen van een betere verankering van fotografie in het Nederlandse cultuurbestel (Prüst 2025).
Het CBS heeft cijfers beschikbaar over de bedrijfstak Fotografie, waaronder echter geen fotografen worden gespecificeerd die als kunstenaar werken. Bijvoorbeeld: een kunstenaar die fotografie als (voornamelijk) medium gebruikt en zich laat registreren als beeldend kunstenaar in het handelsregister, komt in de cijfers terug als beeldend kunstenaar terwijl die in de praktijk als fotograaf gezien wordt. Dezelfde mogelijke overlap geldt overigens voor designers en beeldend kunstenaars. Daarnaast komt fotografie zoals eerder gezegd binnen een groot aantal (culturele) disciplines voor. Het is dus lastig om in één oogopslag vat te krijgen op de omvang van fotografie als sector. Onderstaande cijfers van het CBS geven wel een duidelijk overzicht van het aantal vestigingen, hoeveel mensen daar werken en hoe deze zich verspreiden over het land.
Aantal bedrijven Fotografie 2010-2025
Aantal vestigingen Fotografie naar bedrijfsgrootte 2026 Q1
Aantal vestigingen Fotografie per provincie, 2025
Deze cijfers van het CBS laten zien dat het aantal fotografie bedrijven in de afgelopen 15 jaar een continue stijging doormaakt, en dat het aantal in die tijd ruim verdubbeld is. Dit is een opvallende ontwikkeling als we bedenken dat fotografie in die periode ook voor iedereen toegankelijk is geworden middels de smartphone. De cijfers laten ook zien dat bijna alle fotografen als zzp’er werken: de groep fotografie-vestigingen met 1 medewerker is veruit het grootste. In het onderzoek van Prüst (2025) wordt een verdere splitsing gemaakt tussen fulltime en parttime banen in de fotografie. Veruit de meeste fotografen werken in Noord- en Zuid-Holland, gevolgd door Noord-Brabant en Gelderland.
Wat willen we nog meer weten over fotografie?
Waar in andere domeinen brancheorganisaties gegevens op systematische wijze verzamelen en ontsluiten over hun leden, ontbreekt binnen de fotografie nog een vergelijkbare informatiestructuur. Denk aan gegevens over de beroepspraktijk (waaronder het aandeel autonoom werkende fotografen), aanbod, publieksbereik, subsidiestromen en de verwevenheid met andere domeinen zoals media en design. Ook de data vanuit het CBS laten zich nog onvoldoende uitsplitsen. Fijnmazige data zijn van belang om fotografie beter in beeld te brengen. Vanuit de Cultuurmonitor zullen we de ontwikkelingen in de sector blijven volgen en de beschikbare data zichtbaar maken. We constateren – in lijn met het advies van de Raad voor Cultuur – dat het huidige systeem van dataverzameling en beleid niet altijd toegankelijk is voor alle vormen van cultuur. Dit geldt niet alleen voor fotografie, maar ook voor domeinen als hiphop, games en digitale cultuur, die vaak tussen wal en schip vallen (zie ook Raad voor Cultuur 2024b, 86). In samenspraak met het veld willen we in de Cultuurmonitor blijven werken aan betere zichtbaarheid en erkenning van de breedte van cultuur.
Wat willen we verder weten over het domein Beeldende kunst?
Dataverzameling
Om de keten van de beeldende kunstsector volledig in beeld te kunnen krijgen, zijn meer eenduidige cijfers nodig. Zo ontbreekt het aan meerjarige cijfers over instellingen voor hedendaags beeldende kunst: idealiter zouden in Museana, of een soortgelijk systeem via De Zaak Nu, cijfers verzameld worden over onder andere de geldstromen, activiteiten en personeel van deze instellingen. Ook cijfers over postacademische instellingen zijn slechts minimaal aanwezig. De sector zou er verder baat bij hebben om broedplaatsen en ateliers cijfermatig beter in beeld te hebben, op zowel regionaal als landelijk niveau. Ook beter vergelijkbare cijfers over personeel bij verschillende soorten beeldende kunstinstellingen zouden waardevol zijn. In de momenteel beschikbare cijfers worden veel verschillende definities van beeldende kunst, en de soorten instellingen binnen de keten, gehanteerd. Idealiter worden deze definities beter op elkaar afgestemd, zodat verschillende databronnen met elkaar vergeleken kunnen worden.
Ruimte voor nieuwe makers en talentontwikkeling
De hoge vastgoedprijzen in stedelijke gebieden en de grote ongelijkheid binnen het beeldende kunst domein hebben al jaren een negatief effect op de ruimte die er is voor nieuwe makers (Kraaijeveld 2019). Deze drempel is nog altijd actueel en lijkt de komende jaren niet te veranderen (Schmidt 2023). Verschillende instellingen geven aan een vergrijzing waar te nemen. Zijn er genoeg faciliteiten voor nieuwe Nederlandse kunstenaars, galeries en instellingen?
Om meer inzicht te verkrijgen in deze ontwikkeling is het belangrijk om de verschillende organisatievormen die de afgelopen jaren in het domein zijn opgekomen beter onder de loep te nemen. Zo lijken makers steeds vaker samen op te trekken om hun krachten te bundelen – denk bijvoorbeeld aan samenwerkingen rond creatieve broedplaatsen, maar ook aan kunstenaarscollectieven (Smallenburg 2021). Wat zegt de opkomst van samenwerkingsverbanden over de positie van de individuele maker op de arbeidsmarkt? Wat zijn de mogelijkheden om in een samenwerking financieringsvormen te mixen? En in hoeverre wordt samenwerking vanuit de opleidingen gestimuleerd?
Een andere kwestie die verband houdt met de vergrijzing van de beeldende kunst sector betreft de stabiliteit van geldstromen. Enkele instellingen kaarten aan dat er binnen het huidige subsidiestelsel weinig ruimte is voor de duurzame ontwikkeling van jong talent. Het ontbreekt nog aan een instrument om op structurele, meerjarige manier de invloed van subsidies en andere faciliteiten op talentontwikkeling structureel te meten. Wat speelt zich af in de ateliers van gesubsidieerde makers? Welke jonge instellingen en makers gooien de handdoek in de ring – en waarom? En welke jonge instellingen en makers hebben wel succes?
Digitalisering en AI
Tot slot blijken uit deze analyse de grootste trends binnen het domein Beeldende kunst – een instabiele en ongelijke arbeidsmarkt, digitaliseringen een toenemende vraag om meer diversiteit en inclusie – actueel te blijven. Wat is de invloed van verdere uitbreiding van digitale mogelijkheden en de verschillen die daarin ontstaan tussen grotere en kleinere musea? In hoeverre bepalen politieke verschuivingen de dagelijkse praktijk van makers? Daarnaast roept de inbedding van kunstmatige intelligentie (AI) veel vragen op. Is AI een bedreiging voor creativiteit en auteursrecht of biedt het mogelijkheden om kunst te innoveren?
Het blijft daarom belangrijk om de ontwikkelingen in de beeldende kunst te blijven monitoren, met aandacht voor de behoeften vanuit het veld.
Meer weten over het domein Beeldende kunst?
Bekijk meer data over het domein Beeldende kunst in het Dashboard van de Cultuurmonitor.
Meer literatuur over het domein Beeldende kunst is te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.
Bronnen
Cijfers
Bosma, M. I. Demir, M. van Engel et al. (2025) Diversiteit van personeel, zelfstandigen, toezichthouders en adviseurs in de culturele en creatieve sector: wat is de stand in 2024? Amsterdam: Significant APE.
CBS (2025a) ‘Musea naar provincie, registratie, aard collectie en grootte 2015-2024’. Op: www.cbs.nl, 18 december.
CBS (2025b) Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep, editie 2025. Den Haag: CBS.
CBS Statline (2025a) ‘Aantal bedrijven in bedrijfstak Fotografie’. Op: opendata.cbs.nl, 11 april.
CBS Statline (2025b) ‘Bedrijven in bedrijfstak Fotografie, naar bedrijfsgrootte’. Op: opendata.cbs.nl, 11 april.
CBS Statline (2025c) ‘Vestigingen van bedrijven Fotografie, naar regio’. Op: opendata.cbs.nl, 11 april.
CBS (2024) Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies, 2023. Den Haag: CBS.
Manshanden, W. en P. Rutten (2023) Waarde van beeld, beeld van waarde: de economische waarde van beeld in Nederland. Amsterdam: Federatie Beeldrechten.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (z.j.) ‘Overheidsuitgaven aan cultuur’. Op: www.ocwincijfers.nl, z.d.
NGA (2022) Onderzoek kunstmarkt 2021. Oegstgeest: Nederlandse Galerie Associatie.
Pictoright (2023) Jaarverslag pictoright. Amsterdam: Pictoright.
ROA (z.j.) ‘Kerncijfers schoolverlatersonderzoeken’. Op: https://roastatistics.shinyapps.io, z.d.
Swartjes, B., T. de Hoog (2026) Cultuurparticipatie in cijfers: rapportage over de Vrijetijdsomnibus (VTO) 2024. Amsterdam: Boekmanstichting.
Respons (2026) Maatwerk festivalcijfers, voor Cultuurmonitor.
Vereniging Hogescholen (2026) ‘Dashboard instroom, inschrijvingen en diploma’s’. Op: www.vereniginghogescholen.nl, 10 februari.
Vinken, H., H. Mariën, B. Broers et al. (2025) Collectieve Selfie #5: cijfers en trends in de beeldende kunst. Amsterdam: BKNL.
Literatuur
Amsterdams Fonds voor de Kunst (2023) Jaarverslag 2022. Amsterdam: Amsterdams Fonds voor de Kunst.
Berenschot (2021) Evaluatie richtlijn en experimenteerreglement kunstenaarshonorarium. Utrecht: Berenschot.
Boekmanstichting (2023) Boekman #137. Samen werken. Co-creatie, broedplaatsen, meerwaarde. Amsterdam: Boekmanstichting.
Borg, L. ter (2020) ‘Nederlandse kunstmusea: diversiteit is beleid, maar de directeur is altijd wit’. Op: www.nrc.nl, 17 juni.
Brom, R. et al. (2019) De Staat van Cultuur 4: Cultuurindex Nederland. Amsterdam: Boekmanstichting.
BuZa en OCW (2019) Beleidskader internationaal cultuurbeleid 2021-2024. Den Haag: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
BuZa en OCW (2024) Beleidskader internationaal cultuurbeleid 2025-2028. Den Haag: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
CBS (2025b) Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep, editie 2025. Den Haag: CBS.
CBS (z.j.) ‘Ontwikkelingen zzp’. Op: www.cbs.nl, z.d.
CBS (2025c) ‘Satellietrekening cultuur en media 2022’. Op: www.cbs.nl, 1 april.
Den Hartog Jager, H. (2023) ‘Terug naar de werkelijkheid: de noodzaak van een radicaal fotografisch modernisme’. In: Essaybundel Scherpstellen, 26. Amsterdam: Mondriaan Fonds.
De Zaak Nu (z.j.) ‘Over ons’. Op: www.dezaaknu.nl, z.d.
De Zaak Nu (2025) Richtlijn Functie- en Loongebouw Instellingen voor beeldende kunst per 1 januari 2026. Utrecht: De Zaak Nu.
Ellwanger, N., Gerdes, E., De With, C. Wolters, L. (2014) Balancing Act. Rotterdam: Rebel, aemuse, APE.
DutchCulture (z.j.) ‘About the DutchCulture Database’. Op: https://dutchculture.nl, z.d.
DutchCulture (2025) ‘DutchCulture Database Mapping 2024’. Amsterdam: DutchCulture.
DutchCulture (2026) ‘DutchCulture Database: Visual Arts’. Op: https://dutchculture.nl, 20 maart.
FairPACCT (2025) ‘Stand van zaken toepassing Richtlijn Kunstenaarshonoraria’. Op: fairpacct.nl, 7 maart.
FairPACCT (z.j.) ‘Ketentafel Beeldende Kunst’. Op: fairpacct.nl, z.d.
Geukema, R. et al. (2023) Fair Pay dichterbij. Meerkosten van Fair Pay in de culturele sector. Utrecht: SiRM.
Goudriaan, R. en R. Geukema (2023a) Doorontwikkeling richtlijn kunstenaarshonoraria. Mogelijkheden voor een verdere differentiatie van de normbedragen. Utrecht: SiRM.
Goudriaan, R. en R. Geukema (2023b) Onderzoeksverslag evaluatie en herijking functie- en loongebouw: eindrapport. SiRM en PPMC Economisch advies: Utrecht.
Habashy, N. (2024) ‘Ook loonkloof in de beeldende kunst: vrouwen verdienen 20 procent minder dan mannen’. Op: www.volkskrant.nl, 28 maart.
Haeren, M. van, H. Sweering en H. Mariën (2024) Vrouwelijke beeldend kunstenaars in Nederland: arbeidsmarktpositie, carrièreverloop, representatie. Amsterdam: Boekmanstichting.
Heithuis, S. et al. (2021) Een nog onverteld verhaal: verkennend onderzoek naar gender(on)gelijkheid in de kunstwereld. Amsterdam: Stichting WOMEN Inc., ABN Amro.
Jaeger, T. (2024) ‘Alleen maar vrouwelijke kunstenaars tentoonstellen corrigeert de canon niet’. Op: www.nrc.nl, 2 oktober.
Knoppers, K. (2023) ‘Kan fotografie ons redden?: Fotografie in Nederland ten tijde van de klimaatcrisis’. In: Essaybundel Scherpstellen, 98. Amsterdam: Mondriaan Fonds.
Kraaijeveld, J. (2019) ‘Betaalbare ateliers, een maatschappelijke zaak’. Op: www.platformbk.nl, 11 februari.
Kruijt, M. (2022) ‘Geen eigen subsidiepot, structureel minder geld: fotografiewereld voelt zich door het Rijk niet voor vol aangezien’. In: De Volkskrant, 9 juni.
Leden, J. van der (2022) Boekman Extra #35: ongewenst gedrag in de cultuursector, hoe nu verder? Amsterdam: Boekmanstichting.
Manshanden, W. en P. Rutten (2023) Waarde van beeld, beeld van waarde: de economische waarde van beeld in Nederland. Amsterdam: Federatie Beeldrechten.
McAndrew, C. (2025) The Art Market Report 2026. Basel en Zürich: Art Basel en UBS.
Modest, W. en R. Lelijveld (2018) Woorden doen ertoe: een incomplete gids voor woordkeuze binnen de culturele sector. Amsterdam: Wereldmuseum.
Mondriaan Fonds (z.j.) ‘Gallery Fair Practice Code’. Op: www.mondriaanfonds.nl.
Mondriaan Fonds (2023) Scherpstellen: acht auteurs over de ontwikkeling van fotografie binnen de beeldende kunst. Amsterdam: Mondriaan Fonds.
Museumvereniging (2023) Museumcijfers 2022. Amsterdam: Museumvereniging.
Museumvereniging (2024) ‘Musea populairder dan ooit bij Nederlands publiek’. Op: www.museumverening.nl, 11 januari.
NGA (2022) Onderzoek kunstmarkt 2021. Oegstgeest: Nederlandse Galerie Associatie.
Nieuwsuur (2021) ‘Weinig vrouwelijke kunstenaars in musea: “we keken naar kunst met één oog dicht”’. Op: www.nos.nl, 18 april.
Prüst, M. (2025) Fotografie en de cultuurmonitor. Amsterdam: marcprust Consultancy.
Raad voor Cultuur (2024a) Advies Culturele basisinfrastructuur 2025-2028. Den Haag: Raad voor Cultuur.
Raad voor Cultuur (2024b) Toegang tot cultuur: op weg naar een nieuw bestel in 2029. Den Haag: Raad voor Cultuur.
ROA (2022) ‘Kerncijfers schoolverlatersonderzoek’. Op: www.roa.nl.
Ruygt, A. (2023) ‘Beeldbewustzijn: op zoek naar nieuwe zwaartepunten in een jong veld’. In: Essaybundel Scherpstellen, 38. Amsterdam: Mondriaan Fonds.
Samuel, M. (2022) Handreiking Waarden voor een nieuwe taal. Op: www.codedi.nl, 6 mei.
Schmidt, W. (2023) ‘Tijdelijkheid is niet erg, maar wat is de stap erna?’ In: Boekman, jrg. 2023, nr. 137.
Schipper, I. (2024) Zwangerschap en ouderschap in de beeldende kunstsector: een vragenlijst onderzoek. Amsterdam: Boekmanstichting.
Smallenburg, S. (2021) ‘Samen sterk: de kracht van het collectief’. Op: www.nrc.nl, 19 mei.
Struijke, S. (2025) De impact van generatieve AI op werk en inkomen in de culturele en creatieve sector. Amsterdam: Boekmanstichting, De Creatieve Coalitie.
UWV (2025) ‘Sociaal minimum’. Op: www.uwv.nl, z.d.
Vinken, H., H. Mariën, B. Broers et al. (2025) Een Collectieve Selfie 2025: cijfers en trends in de beeldende kunst. Amsterdam: BKNL.
Vinkenburg, B., H. M. Booij en I. Hegeman (2018) Gemeentelijke bestedingen aan beeldende kunst & vormgeving: evaluatie van de Decentralisatieuitkering Beeldende Kunst & Vormgeving. Utrecht: Berenschot.
Wit, de Nienke et al. (2023) Verkenning discriminatie en racisme in sport en cultuur. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
Wolf, J. de (2023) ‘Foto’s zonder diepgang: over de wetenschappelijke stilte rond fotografie in Nederland’. In: Essaybundel Scherpstellen, 60. Amsterdam: Mondriaan Fonds.
Wolters, L. en R. Goudriaan (2019) Onderzoek richtlijn functie- en loongebouw presentatie-instellingen voor beeldende kunst. Amsterdam: De Zaak Nu.
Woolthuis, M. (2025) ‘Christie’s houdt veilig met ‘augmented intelligence’-kunstwerken, andere kunstenaars protesteren’. Op: www.volkskrant.nl, 16 februari.
Verantwoording tekst en beeld
Redactie: De huidige versie van de pagina is meegelezen door Astrid Schumacher (De Zaak Nu) en Angelique Spaninks (De Zaak Nu, MU Hybrid Arthouse). De vorige versie (2024), die in de huidige pagina deels nog overeind staat, is meegelezen door Wouter Koelman (Mondriaan Fonds) en Henk Vinken (HTH Research).
Beeld: Expositie Habitat Multiform / Fotografie: Lisa Maatjens.