Beroepspraktijk

Thema

De culturele beroepspraktijk is op meerdere vlakken als veelzijdig te omschrijven. De verschillende domeinen binnen de culturele en creatieve industrie lopen qua arbeidsmarkt en organisatie sterk uiteen. Op individueel niveau is er veel verscheidenheid doordat er veel zzp’ers actief zijn en het combineren van meerdere banen sinds 2010 steeds gebruikelijker is. Onlangs publiceerde het CBS dat er in de periode 2017/2019 in Nederland gemiddeld 164.000 kunstenaars werkzaam waren, vergezeld door 263.000 anderen met een creatief beroep (CBS 2021a). In deze analyse brengen we verschillende bronnen bijeen om de culturele arbeidsmarkt waarin zij werkzaam zijn en de ontwikkelingen daarbinnen zo integraal mogelijk in beeld te brengen.

Samenvatting

De culturele arbeidsmarkt groeide het afgelopen decennium.  Bij deze groei is echter verschil te zien tussen het aantal banen voor werknemers en het aantal zelfstandigen, waarbij het aantal zelfstandigen harder groeit. Het is lastig te bepalen hoeveel werk er nu daadwerkelijk is bijgekomen met de groei in het aantal personen dat in de sector werkzaam is. Ook zijn er verschillen te zien tussen de deelsectoren eb de beroepsgroepen daarbinnen. In deze tekst gaan we achtereenvolgens in op de omvang van de werkgelegenheid, kenmerken van de beroepspraktijk, de invloed die corona op deze beide zaken heeft gehad en de mate van toegankelijkheid van de culturele arbeidsmarkt. Afsluitend volgt een reflectie op de stappen die worden genomen om veranderingen gericht door te voeren.

Omvang

Voor een omschrijving van de culturele beroepspraktijk is het van belang om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de omvang van de arbeidsmarkt. Er worden momenteel verschillende methoden gebruikt om deze in kaart te brengen, die elk verschillende inzichten leveren. Zo worden in de Monitor Creatieve Industrie (MCI) het aantal banen en het aantal bedrijfsvestigingen vermeld, waarbij ook bedrijven met maar één werknemer, oftewel de zzp’er, zijn meegenomen. Uit die gegevens blijkt dat het aantal bedrijfsvestigingen harder stijgt dan het aantal banen, waaruit we kunnen opmaken dat het gemiddelde aantal banen per vestiging daalt en er dus schaalverkleining optreedt. In deze ontwikkeling speelt de snelle stijging van het aantal zzp’ers in de sector een grote rol (Rutten et al. 2019).

De omvang van de arbeid – het aantal uren dat er aan werk beschikbaar is – wordt echter niet gegeven. Dit komt wel terug in de statistieken die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over culturele werkgelegenheid publiceert, maar dan alleen voor het aantal banen voor werknemers. Waar de MCI het aantal banen in totaliteit geeft, dus inclusief arbeidsplaatsen die door zzp’ers worden gevuld, splitst het CBS de gegevens op in banen voor werknemers en zelfstandigen. Over de hoeveelheid werk die de zelfstandigen binnen deze bron verrichten, zijn echter geen gegevens opgenomen. Hoeveel werk er naast de werknemers wordt verricht door zelfstandigen is uit de cijfers van het CBS dan ook niet op te maken (CBS 2021b).

Aantal banen en zelfstandigen

Deze figuur laat het totaal aantal banen binnen de de culturele en creatieve sector zien zoals dit wordt gegeven in de Monitor Creatieve Industrie. Daarnaast worden ook het aantal banen voor werknemers en het aantal zelfstandigen in de sector gegeven vanuit de arbeidsmarktcijfers van het CBS.

Bron: Monitor Creatieve Industrie 2019 en CBS

De overeenkomst tussen beide bronnen is dat ze een stijging tonen in zowel het aantal banen en – in veel grotere mate – het aantal zzp’ers in de culturele en creatieve sector sinds ten minste 2010. De MCI toont een stijging in het totaal aantal banen, die in hevigheid wordt overklast door de stijging in het aantal vestigingen. Dit duidt op de hiervoor al genoemde schaalverkleining. In 2018 was de gemiddelde bedrijfsgrootte binnen de creatieve industrie voor het eerst kleiner dan twee banen en werd 46 procent van de banen ingevuld door zelfstandigen – hetgeen in 2008 nog een kwart was (Rutten et al. 2019). Uit de Monitor Kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep 2021 wordt duidelijk dat in de periode 2017/2019 gemiddeld 57 procent van de kunstenaars in Nederland als zelfstandige zonder personeel werkte. Van alle werkenden was dit in dezelfde periode 12 procent (CBS 2021a).

In andere cijfers van het CBS is te zien dat bij sommige onderdelen van de sector de verschuiving in werkgelegenheid van banen voor werknemers naar zelfstandigen groter is dan bij andere. De hoeveelheid uren die is meeverhuisd naar deze zelfstandigen is echter moeilijk in te schatten. Tegelijkertijd is tussen 2010 en 2018 het aantal werkenden in de sector dat meerdere banen en/of andere werkzaamheden combineert (multiple job holding) toegenomen en is het niet waarschijnlijk is dat deze beweging in de jaren daarna is afgeremd. Daarbij is vooral het type multiple job holders toegenomen dat een baan in loondienst combineert met activiteiten als zelfstandige, waarbij één van beide buiten de creatieve industrie valt. Eind 2018 is dit zelfs veruit het meest voorkomende type (Been et al. 2021a). Deze constateringen over multiple job holding maken het niet aannemelijk dat het aantal beschikbare uren aan arbeid in gelijke mate meeverhuist van de aanwezige banen naar het groeiend aantal zelfstandigen. Alles tezamen bevestigen de cijfers het beeld van een culturele arbeidsmarkt die in vergaande mate is geïndividualiseerd en geflexibiliseerd.

Veelzijdige beroepspraktijk

Het overkoepelende beeld dat in de culturele en creatieve sector het aantal banen (werknemers) daalt en het aantal zzp’ers stijgt, is echter een te eenvoudige representatie. Dit geldt ook voor het spreken over culturele zzp’ers als homogene groep. In dit deel van de tekst gaan we nader in op verschillende onderdelen van de culturele en creatieve industrie.

Banen voor werknemers en aantal zelfstandigen per deelsector

In deze figuur wordt de uitsplitsing naar deelsector gegeven van de banen voor werknemers en het aantal zelfstandigen.

Bron: CBS

Zoals eerder aangegeven is de verschuiving van banen naar zelfstandigen in sommige delen van de sector sterker dan in andere en in enkele delen zelfs afwezig. De MCI toont dat de sterkste groei in banen is te vinden in de jaren 2015-2018 in de deelsectoren Kunsten en Cultureel Erfgoed en Creatieve Zakelijke Dienstverlening. Volgens cijfers van het CBS ligt in deze beide deelsectoren het aantal banen voor werknemers in 2019 dicht in de buurt van het aantal in 2010, net als het arbeidsvolume waarvoor deze banen staan. De stijging zit dan ook bij de zelfstandigen; het aantal zelfstandigen steeg in deze periode binnen de kunsten en erfgoed met 72 procent en binnen de creatieve zakelijke dienstverlening met 47 procent (CBS 2021a). Het zwaartepunt wat zelfstandigen betreft ligt in de deelsector Kunsten en Cultureel Erfgoed en dit is alleen maar verstevigd. De deelsector Media & Entertainment toont echter een afwijkende ontwikkeling. Waar het aandeel zelfstandigen hier steeg (41 procent), was het aantal banen (werknemers) hier in 2019 met 15 procent gedaald ten opzichte van 2010. Deze daling is voornamelijk te zien bij de persmedia en de boekenindustrie. Bij radio en televisie blijft het aantal banen (werknemers) vrijwel gelijk en bij film (productie, distributie en bioscopen) stijgt het aantal banen zelfs met 37 procent.

Verdeling zelfstandigen in de culturele en creatieve sector

Hoe is het totaal aantal zelfstandigen verdeeld over de drie deelsectoren, en hoe heeft deze verdeling zich ontwikkeld tussen 2010 en 2019?

Bron: CBS

Ook bij de andere deelsectoren is er verschil tussen de onderliggende domeinen. Zo daalt binnen de creatieve zakelijke dienstverlening het aantal banen (werknemers) bij architectenbureaus met 33 procent, terwijl het aantal zelfstandigen steeg met 31 procent. Binnen industrieel design verdubbelde het aantal banen ruimschoots tot bijna 7.500, evenals het aantal zelfstandigen dat hier werkzaam is. Zelfs in 2020 steeg hier het aantal banen, waarover meer in het volgende deel van deze tekst. Bij kunsten en erfgoed valt op dat bij theaters, schouwburgen en concertgebouwen het aantal banen in 2019 iets is afgenomen ten opzichte van 2010, terwijl het arbeidsvolume toenam. In musea hield de stijging in het relatief geringe aantal zelfstandigen gelijke tred met de stijging in het aantal banen. Professionele beoefenaars van podiumkunsten hadden in 2019 minder kans op een baan, maar hier steeg het aantal zelfstandigen sinds 2010 met 89 procent (CBS 2021b).

Corona

De cijfers van het CBS over de culturele arbeidsmarkt lopen voor het aantal banen (werknemers) tot en met 2020 waardoor de eerste ontwikkelingen van de coronapandemie op de werkgelegenheid zichtbaar worden. In de productie van film bleef in 2020 het aantal banen gelijk en in de distributie steeg dit aantal. Ook in industrieel design neemt de werkgelegenheid toe bij zowel de zelfstandigen als degenen die in loondienst zijn. Musea kennen relatief weinig zelfstandigen en de coronapandemie heeft hierbij in 2020 minimaal effect gehad op de hoeveelheid banen (werknemers). In de dienstverlening voor uitvoerende kunst, waaronder bijvoorbeeld decorbouwers, verhuurders van lichtapparatuur en organisatoren van culturele evenementen vallen, daalde het aantal banen (werknemers) in 2020 met 30,5 procent – terwijl dit tussen 2010 en 2019 juist met 21 procent gestegen was.

De steunmaatregelen die tijdens de coronapandemie in het leven zijn geroepen en waarop culturele organisaties en ondernemers aanspraak konden maken, zijn op te delen in generieke en specifieke steunmaatregelen. Bij beide varianten was het behoud van werkgelegenheid – en daarmee inkomen – een belangrijk uitgangspunt. Veel van deze maatregelen hebben instellingen die reeds gesubsidieerd werden overeind gehouden. Het idee dat deze steun ook bij zzp’ers terecht kwam lijkt in de praktijk tegen te vallen (Goudriaan et al. 2021). Daarbij lijkt het deel van de sector waar het grootste aandeel zzp’ers zit (kunsten en erfgoed) ook het hardst getroffen; in 2020 waren hier de meeste zzp’ers met een gedaalde omzet ten opzichte van 2019. Bovendien was de daling van de omzet bij deze groep relatief gezien ook het grootst. Verrassend is dat binnen de generieke steunmaatregelen vaak geen gebruik werd gemaakt van de NOW voor de zogeheten flexibele schil (tijdelijke- en oproepcontracten en verloning). Waarom dit zo is, zou onderzoek verdienen (Platform ACCT 2021). Om de negatieve ontwikkeling tijdens corona tegen te gaan, zijn meerdere suggesties geformuleerd vanuit de sector en in moties. Het komt er daarbij voornamelijk op neer dat zowel gesubsidieerde als niet-gesubsidieerde organisaties worden ondersteund, garantieregelingen worden gecontinueerd en uitgebreid, en dat zzp’ers en andere flexwerkers beter worden ondersteund, bijvoorbeeld via uitbreiding van bestaande regelingen of een speciale vangnetregeling (Ploumen 2021, Creatieve Coalitie 2021, Platform ACCT 2021).

Omzetdaling van zzp’ers in 2020

Deze figuur toont het percentage personen dat in 2020 een daling had in omzet en met welk percentage hun omzet daalde.

Bron: CBS

Toegankelijkheid van de sector

De inkomens liggen binnen de culturele en creatieve industrie veelal laag in relatie tot het hoge opleidingsniveau. Het gemiddelde bruto maandinkomen van alumni van voltijds hbo kunstvakopleidingen lag in 2020 met €1.690 lager dan het gemiddelde van alle voltijds hbo opleidingen, dat €2.247 bedroeg. Bij de alumni van de kunstvakopleidingen liggen de inkomsten van degenen die afstudeerden in autonoom beeldende kunst het laagst en die binnen film en televisie gemiddeld het hoogst. Opvallend daarbij is dat de alumni van de docentopleidingen over het algemeen ruim meer verdienen dan hun collega’s van de uitvoerende richtingen (ROA). Als de carrière zich verder ontwikkelt, liggen de inkomsten van de uitvoerend kunstenaars bij de beeldende beroepen het laagst en bij de ontwerpende beroepen het hoogst. Daarbij is bovendien te zien dat het mediane besteedbaar huishoudensinkomen van alle kunstenaars behalve degenen met een beeldend beroep in de periode tussen 2010 en 2019 een stijgende lijn kende. Bij de beeldende beroepen lag dit in de periode 2017-2019 echter lager dan in 2013-2015 (CBS 2021a).

Onderzoek naar de Britse situatie laat zien dat dit de toegankelijkheid en daarmee diversiteit en inclusie van de sector beperkt (Brook et al. 2020, Knol 2021). De lage inkomsten in de sector en een groot risico op uitstroom maken dat het vooral personen met redelijk goed verdienende ouders zijn die het aandurven te kiezen voor een kunstvakopleiding of een andere opleiding die gericht is op werken in deze sector. Daarnaast zijn zij waarschijnlijk al meer met de sector in aanraking gekomen, zoals ook in de analyse over cultuurparticipatie duidelijk wordt. Voor Nederland zijn overeenkomstige constateringen te doen. Zo is er relatief veel uitstroom. Bovendien verlaten lager opgeleiden en werkenden met een migratieachtergrond de sector sneller. Dat geldt bovendien vaker voor vrouwen dan voor mannen, al zijn de verschillen niet heel groot (Been et al. 2021b).

Het verschil tussen de tijd die mannen en vrouwen aan hun werk in de sector wijden, vertoont gelijkenissen met het landelijke beeld. Waar vrouwen de meerderheid vormen in de deeltijdbanen, zijn zij bij voltijdsbanen in de minderheid. Wel is het zo dat de verdeling over de voltijds- en deeltijdsbanen tussen mannen en vrouwen bij creatieve beroepen iets gelijkwaardiger is dan bij de totale landelijke beroepsbevolking.

Arbeidsduur per week van mannen en vrouwen

In deze figuren is te zien hoe mannen en vrouwen zijn verdeeld over verschillende deeltijdsvarianten en voltijdswerk in creatieve en taalkundige beroepen en in de totale beroepsbevolking

Bron: CBS

Hoe verder?

Hoewel de coronapandemie zaken binnen de culturele arbeidsmarkt op scherp heeft gezet, was de onderliggende precariteit al langer duidelijk. Dit werd sterk voor het voetlicht gebracht in Passie gewaardeerd, een gezamenlijk advies van de Raad voor Cultuur en de Sociaal Economische Raad (Raad voor Cultuur et al. 2017). Hiervoor is in 2017 de Arbeidsmarktagenda Culturele en Creatieve Sector 2017-2023 gepresenteerd. De 21 agendapunten hierin worden inmiddels binnen drie thema’s uitgevoerd onder regie van Platform ACCT. In 2017 werd ook de Fair Practice Code gelanceerd om te zorgen dat verschillende partijen binnen de culturele beroepspraktijk zich op een eerlijker manier tot elkaar kunnen verhouden. Dit gebeurt door het stimuleren van gedeeld eigenaarschap van vijf kernwaarden: solidariteit, duurzaamheid, diversiteit, vertrouwen en transparantie. Deze code is – net als de Code Diversiteit en Inclusie en de Code Cultural Governance – sinds de beleidsperiode 2021-2024 een verplicht onderdeel om op te reflecteren voor organisaties in de BIS, inclusief de fondsen.

Met deze initiatieven wordt er richting gegeven aan de inspanningen om tot een minder precaire culturele arbeidsmarkt te komen. Dit wierp onder meer zijn vruchten af door het instellen van instrumenten als honorariumrichtlijnen om als maker sterker te staan tijdens onderhandelingen over honoraria. Bovendien worden de ervaringen met deze regelingen geëvalueerd en wordt de bruikbaarheid voor andere delen van de sector getoetst en wordt bijvoorbeeld de kennis van bestaande cao’s gestimuleerd via digiPACCT. De vraag daarbij is of deze initiatieven en de solidariteit die nodig is om deze succesvol uit te voeren, schade hebben ondervonden door de coronapandemie. Diezelfde pandemie heeft de urgentie om te komen tot een structurele versterking van de arbeidsmarkt alleen maar groter gemaakt.

Literatuur

Been, W. en M. Keune (2021a) Kort en bondig 8: multiple job holding in de creatieve industrie. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.

Been, W. en M. Keune (2021b) Kort en bondig 9: de creatieve industrie: loopbanen en uitstroom. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.

Brook, O., D. O’Brien en M. Taylor (2020) Culture is bad for you: inequality in the cultural and creative industries. Manchester: Manchester University Press.

CBS (2021a) ‘Monitor Kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep, 2021’. Op: www.cbs.nl, 6 oktober.

CBS (2021b) ‘Arbeidsmarkt culturele en creatieve sector 2010-2020Q4 (maatwerktabel)’. Op: www.cbs.nl, 5 augustus.

CBS (2021c) ‘Omzet en inkomenspositie zzp’ers in culturele sector’. Op: www.cbs.nl, 19 maart.

Knol, J. (2021) ‘Boekbespreking Culture is bad for you’. In: Boekman, nr. 127, jr. 33, 56-57.

Raad voor Cultuur en Sociaal Economische Raad (2017) Passie gewaardeerd: versterking van de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector. Den Haag: Raad voor Cultuur (etc.).

Verantwoording beeld

Unmute Us Utrecht / Fotografie: Lisa Maatjens