Introductie en samenvatting
Over de Cultuurmonitor
Jaarlijks brengt de Boekmanstichting met de landelijke Cultuurmonitor de belangrijkste ontwikkelingen binnen het culturele veld in kaart. De monitor bundelt data over onder andere de beroepspraktijk, financiering, infrastructuur, het aanbod en bezoek van de culturele sector en biedt inzicht op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. De Cultuurmonitor omvat negen domeinen: Architectuur, Audiovisueel, Beeldende kunst, Design, Erfgoed, Games, Letteren, Muziek en Theater. Daarnaast bevat het zeven thema’s: Beroepspraktijk, Cultuur en participatie, Cultuur in de regio, Digitale transformatie, Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid, Duurzaamheid en Cultuur en geldstromen.
In de Cultuurmonitor 2025 zijn nieuwe data opgenomen over cultuurparticipatie afkomstig uit onze rapportage Cultuurparticipatie in Cijfers. Deze is gebaseerd op de Vrijetijdsomnibus 2024 van het CBS, in samenwerking met de Boekmanstichting (cultuur) en het Mulier Instituut (sport). Ook voor andere domeinen en thema’s zijn data over 2025 toegevoegd en nieuwe cijfers over 2024 verwerkt. Hiermee biedt de Cultuurmonitor een actueel overzicht van de ontwikkelingen in de sector en een basis voor verdere analyse en beleidsvorming. Het dashboard biedt meer dan 220 indicatoren op nationaal niveau en ruim 140 op regionaal niveau.
De Boekmanstichting werkt samen met diverse provinciale partners, in het bijzonder Noord-Brabant en Gelderland. De websites en dashboards voor deze beide provinciale monitors zijn integraal verbonden met de landelijke Cultuurmonitor.
Samenvatting
Op basis van de in deze editie opgenomen data, aangevuld met beleidsontwikkelingen, literatuur en signalen uit de sector, lichten we zeven ontwikkelingen uit die in 2025 nadrukkelijk zichtbaar waren.
- De culturele sector ervaart groeiende druk op artistieke vrijheid in een geopolitiek onrustige wereld.
- Generatieve AI biedt ruimte voor nieuwe vormen van creativiteit maar vormt ook een bedreiging voor werk en inkomen van kunstenaars.
- Het probleemoplossend vermogen van cultuur krijgt steeds meer aandacht.
- De sector zette verdere stappen in het realiseren van eerlijke arbeidsomstandigheden.
- Nederland kent een hoge mate van cultuurparticipatie maar de cijfers laten ook hardnekkige ongelijkheid zien.
- De overheidsfinanciering voor cultuur is verhoudingsgewijs gedaald met bijna 1,3 miljard euro, gemeten over een periode van bijna twintig jaar.
- Er wordt gewerkt aan verbetering van het cultuurbestel met minder bureaucratie.
Trends en ontwikkelingen
1. De culturele sector ervaart groeiende druk op artistieke vrijheid in een geopolitiek onrustige wereld
“Zonder vrije pers en vrije kunsten geen vrije democratie. We staan pal voor onafhankelijke journalistiek, veiligheid en artistieke vrijheid.” De expliciete stellingname van het kabinet Jetten in het coalitieakkoord kan niet los worden gezien van bredere zorgen over de democratische rechtstaat.
Er is al langere tijd sprake van een verharding van het publieke debat die uitwerking heeft op het culturele leven
Met name uitspraken over het Israël-Palestina conflict geven aanleiding tot ophef en bedreigingen zoals poppodium Paradiso, het Concertgebouw maar ook individuele artiesten zoals Douwe Bob hebben ervaren. In de Nederlandse cultuursector groeide in het afgelopen jaar de overtuiging dat zwijgen over de genocide in Gaza geen neutrale positie meer was: veel artiesten, podia, festivals en andere instellingen onderschreven de oproep tot een culturele boycot van Israël. Er zijn ook zorgen in de sector over oplevend antisemitisme. Joodse culturele instellingen in Amsterdam merken dat hun bezoekersaantallen sterk teruglopen en scholen minder belangstelling hebben voor hun educatieve programma’s.
Op verschillende domein- en themapagina’s zoals Diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie, Letteren, Muziek en Theater van de Cultuurmonitor wordt stilgestaan bij artistieke vrijheid en de actuele maatschappelijke context. Bekijk ook het nummer Artistieke vrijheid onder drukvan tijdschrift Boekman.
2. Generatieve AI biedt ruimte voor nieuwe vormen van creativiteit maar vormt ook een bedreiging voor werk en inkomen van kunstenaars
Generatieve Artificial Intelligence (GenAI) verandert het werk in de culturele en creatieve sector ingrijpend, blijkt uit onderzoek van de Boekmanstichting op initiatief van de Creatieve Coalitie. Uit een enquête onder ruim 700 makers bleek dat bijna één op de vijf respondenten nu al minder opdrachten en inkomen meldt door GenAI, bij vertalersrespondenten is dat ongeveer één op drie. Vooral commerciële opdrachten vallen weg. De zorgen zijn minder groot onder de kleine groep respondenten in loondienst: zij spreken over tijdswinst door het gebruik van GenAI en zijn ook relatief minder bezorgd over toekomstige werkgelegenheid.
Tegelijkertijd biedt GenAI ook creatieve kansen voor kunstenaars, de amateurkunsten en mogelijkheden om kunst te democratiseren. Bijvoorbeeld doordat meer mensen zelf creatieve content kunnen maken. AI is eveneens een belangrijk thema voor kunstenaars om op te reflecteren, met name op ethische aspecten. Denk aan de ecologische impact van AI of de negatieve gevolgen van het afstaan van gebruikersdata (zoals Marcel van Dartel laat zien in zijn openingsartikel in Boekman #143).
Voor culturele organisaties gaf DEN de sector praktisch houvast met een stappenplan voor AI-beleid, waarin regelgeving, ethische afwegingen, voorbeelden en reflectievragen worden gebundeld. Ook organisaties van makers roerden zich nadrukkelijker in het debat. De Auteursbond stelde in 2025 dat generatieve AI de positie van schrijvers, vertalers en ondertitelaars onder druk zet, onder meer door zorgen over ongeoorloofd gebruik van werk voor training van modellen en over het verdienmodel van makers.
Tegen deze achtergrond startte de Raad voor Cultuur in juni 2025 een adviestraject naar de impact van AI op kunst en cultuur, met bijzondere aandacht voor de betekenis van AI voor creativiteit, auteurschap, het verdienvermogen van makers en de rol van overheidsbeleid.
De themapagina Digitale transformatie van de Cultuurmonitor staat uitgebreider stil op de ontwikkelingen. Lees meer over de toepassingen van AI op de domeinpagina Games. Bekijk ook het nummer# 143 Kunst en AIvan tijdschrift Boekman.
3. Het probleemoplossend vermogen van cultuur krijgt steeds meer aandacht
Er is steeds meer aandacht voor de inzet van cultuur bij het helpen oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Zo zijn veel kunstenaars en culturele organisaties werkzaam op het snijvlak van kunst en gezondheid. Het netwerk Arts in Health in the Netherlands signaleert een grote verscheidenheid aan initiatieven en onderzoek. Omdat veel projecten ondanks positieve effecten op gezondheid nog steeds incidenteel en gefragmenteerd zijn, zet het netwerk in op de ontwikkeling van nationaal beleid en structurele financiering.
In 2025 verscheen de Routekaart Duurzame Cultuursector, die richting 2050 een gezamenlijk kader biedt voor de verduurzaming van gebouwen, bedrijfsvoering en materiaalgebruik in de sector. Daarmee wordt de duurzaamheidsopgave concreter, al blijft die lastig doordat investeringen in verduurzaming vaak botsen met de exploitatie van culturele organisaties. Overheden zijn daarin van groot belang, zowel als subsidieverstrekker als eigenaar van cultureel vastgoed.
Tegelijk roept deze ontwikkeling vragen op over instrumentalisering: naarmate cultuur nadrukkelijker wordt gewaardeerd om haar bijdrage aan maatschappelijke doelen, kan ook de spanning groeien met de intrinsieke waarde van kunst en met de professionele autonomie van makers en instellingen.
In 2025 stond de Boekmanstichting met twee grote evenementen stil bij de wisselwerking tussen kunst en samenleving: de Impact Tiendaagse en onze eigen onderzoeksconferentie Cultuur als probleemoplosser?. Centraal stonden de maatschappelijke impact van kunst en cultuur, en de verhouding tussen maatschappelijke inzet, professionele autonomie en artistieke vrijheid. Deze thema’s staan verder uitgediept in tijdschrift Boekman #144: Cultuur als probleemoplosser.
De themapagina Duurzaamheid laat zien dat de inzet van de sector verder reikt dan de eigen ecologische voetafdruk: kunstenaars en culturele organisaties vragen in hun werk ook aandacht voor de klimaatcrisis en zetten hun creativiteit in voor duurzamere productie, consumptie en klimaatadaptatie. Ook de pagina’s Architectuur en Design staan stil bij creatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.
4. De sector zette verdere stappen in het realiseren van eerlijke arbeidsomstandigheden
In 2025 bleef de kwetsbare arbeidspositie van makers en zzp’ers in de culturele sector nadrukkelijk onderwerp van beleid. Met de start van de nieuwe cultuurplanperiode werd fair pay verplicht voor BIS-instellingen. Ook ontving het Fonds Podiumkunsten voor 2025-2028 extra middelen om betere betaling in de podiumkunsten mogelijk te maken, waaronder een structurele reservering voor popmuzikanten als vervolg op de Fair Pop Pilot. Eerlijke betaling is niet langer enkel een ideaal, maar een vaste voorwaarde bij subsidie en beleid.
Tegelijk is de stap van beleidsambitie naar praktijk groot: veel makers werken als zzp’er, nog steeds vaak tegen lage tarieven en in constructies waarbij meerdere deeltijdfuncties worden gecombineerd. De hervatte handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 1 januari 2025 en de indiening van het wetsvoorstel VBAR op 7 juli 2025 maakten die kwetsbaarheid opnieuw zichtbaar.
Zo laat eerder onderzoek zien dat juist economisch kwetsbare werkenden de sector na crises relatief vaak verlaten, terwijl digitalisering en generatieve AI-werkpraktijken en verdienmodellen verder veranderen, zij het ongelijk per domein. Beschikbare inkomensgegevens laten zien dat kunstenaars gemiddeld minder verdienen dan andere hoogopgeleide werkenden, dat artistiek werk vaak slechts een deel van het totale inkomen vormt en dat de inkomensverschillen tussen disciplines aanzienlijk zijn.
Op de themapagina Beroepspraktijk is meer informatie te vinden. Ook domeinpagina’s zoals Architectuur, Beeldende Kunst en Design gaan in op ontwikkelingen rond werk en inkomen voor makers.
5. Nederland kent een hoge mate van cultuurparticipatie maar de cijfers laten ook hardnekkige ongelijkheid zien
Er is een breed draagvlak voor cultuur: maar liefst 91 procent van de Nederlanders van 6 jaar en ouder bezocht in 2024 ten minste één culturele activiteit, zo blijkt uit onze analyse Cultuurparticipatie in cijfers. Tijdens de coronajaren lag dit aandeel lager (77 procent in 2020 en 88 procent in 2022). In 2024 faciliteerden culturele instellingen gezamenlijk
Twee derde van de Nederlanders bezocht in 2024 een voorstelling of concert. 68 procent van de Nederlanders beoefende in 2024 amateurkunst of erfgoed in de vrije tijd. Het aandeel erfgoedbeoefenaars groeide in vergelijking met 2022 en de jaren daarvoor. Dit geldt onder meer voor het doen van onderzoek naar lokale en regionale geschiedenis.
Tegelijkertijd blijkt uit de analyse dat er grote verschillen zijn in cultuurparticipatie op basis van genoten opleiding en inkomensgroepen. We zien hoge deelnamecijfers voor hbo-/wo-gediplomeerden en mensen met een hoog huishoudinkomen. Onder Nederlanders die zijn geboren in een top-5 migratiegebied (Indonesië, Marokko, Suriname, Turkije en het Caribisch deel van het Koninkrijk) ligt het aandeel cultuurbezoekers lager dan onder Nederlanders zonder migratieachtergrond.
Meer informatie over de ontwikkelingen in bezoek en beoefening is te vinden op de themapagina Cultuur en participatie en de domeinpagina’s, zoals bij Erfgoed en Audiovisueel. De themapagina Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid (DIG) gaat dieper in op de ongelijkheden. Het laat zien dat verschillen in bereik en representatie hardnekkig zijn. Het monitoren van DIG is complex door privacywetgeving (AVG) en door keuzes rond categorieën en inclusief taalgebruik, maar juist daarom zijn zowel sectorbrede cijfers als maatwerkmonitoring op het niveau van organisaties, regio’s of subsectoren nodig om gericht te kunnen bijsturen.
6. De overheidsfinanciering voor cultuur is verhoudingsgewijs gedaald met 1,3 miljard euro, gemeten over een periode van bijna twintig jaar
Het financiële aandeel dat naar cultuur gaat binnen de begrotingen van Rijk en gemeenten is de afgelopen twintig jaar verhoudingsgewijs gedaald. De overheidssteun was in 2023 1,3 miljard euro lager dan wanneer het percentage van de cultuurbegroting uit 2005 was aangehouden.
Ondanks herstel van het bezoek ervaren veel culturele organisaties een hoge druk op hun financiën. De kostenstijging wordt maar ten dele opgevangen door indexering van subsidies.
Het nieuwe regeerakkoord benadrukt het belang van kunst en cultuur, maar die vertaalt zich niet in investeringen zoals bepleit door de Raad voor Cultuur en de grootste particuliere fondsen. Ook niet in bezuinigingen. Op lokaal niveau is de dreiging van bezuinigingen niet van de baan. Dit terwijl gemeenten de grootste investeerder zijn van cultuur: hun aandeel vormt met 60 procent het grootste deel van de overheidsuitgaven aan cultuur.
Weliswaar bood het vorige kabinet verlichting voor 2026 en 2027, maar het eerder gevreesde ravijnjaar lijkt zich nu in 2028 aan te dienen. Analyses laten zien dat veel gemeenten ondanks die verlichting alsnog moeten bezuinigen, in sommige gevallen ook op cultuur. Daar komt bij dat gemeenten zich in 2025 ook al moesten voorbereiden op de aanstaande zorgplicht voor bibliotheken, wat de druk op lokale cultuurbegrotingen verder kan vergroten.
Op de pagina Cultuur en geldstromen is meer informatie te vinden over de financiële impact van deze maatregelen en andere financiële ontwikkelingen binnen de bredere geldstromen in de cultuursector. Cultuur in de regio gaat verder in op de regionale verschillen.
7. Er wordt gewerkt aan verbetering van het cultuurbestel met minder bureaucratie
2025 was het eerste jaar van de cultuurplanperiode 2025–2028, waarin instellingen binnen de BIS en de rijkscultuurfondsen met nieuwe meerjarige toekenningen van start gingen. Juist in dat eerste uitvoeringsjaar werkten de spanningen rond de subsidieverdeling uit 2024 door.
Verschillende aanvragers die geen subsidie hadden gekregen, stapten naar de rechter en dwongen daarmee een heroverweging van hun aanvraag af. Zo moest het Fonds Podiumkunsten na uitspraken van de rechtbank opnieuw kijken naar aanvragen van onder meer Suburbia, Holland Opera, Pynarello en Holland Baroque. Die juridische procedures versterkten de roep om het subsidieproces minder te verjuridiseren en het beoordelingssysteem te herzien…. Na eerdere voorstellen van de Raad voor Cultuur om het bestel te vereenvoudigen kwamen in 2025 verdere ideeën op tafel voor aanpassing van de aanvraag- en beoordelingsprocedures. Adviesbureau Blueyard stelt in het onderzoek Van Knelpunten naar oplossingen (2025) voor om de verschillende procedures en aanvraagformats beter af te stemmen en beveelt aan dat Rijk, provincies en gemeenten toewerken naar één primaire beoordeling per meerjarige aanvrager om daarmee dubbele lasten te verminderen en uiteenlopende adviezen te voorkomen. Ook pleit het bureau voor een duidelijk onderscheid tussen een eerste beoordeling van de bedrijfsmatige professionaliteit (als knock-out criterium) en daarna een artistieke beoordeling door peers. Een vergelijkbaar onderscheid wordt ook bepleit door Jeroen Bartelse en Paul Adriaanse. Ze adviseren bovendien om voor uiteenlopende instellingen verschillende beoordelingsvormen te gebruiken.
Eind oktober 2025 diende het vorige kabinet een wetsvoorstel in waarmee rijkssubsidies vanaf 2029 voor maximaal acht jaar kunnen worden verstrekt als alternatief voor het huidige maximum van vier jaar. In de plannen van het kabinet Jetten wordt gesproken over verdere aanpassingen in het subsidiestelsel: “We herzien de financieringsstructuur in de culturele sector en geven makers en culturele instellingen langjarige zekerheid, met oog voor de regionale spreiding. We verminderen regeldruk in de culturele sector.”
Naar verwachting publiceert OCW-minister Letschert in 2027 de Uitgangspuntenbrief ten behoeve van de BIS-periode 2029-2036. Dan zal blijken of er verdergaande aanpassingen in het stelsel worden voorgesteld en welke stappen worden gezet als het gaat om de regionale spreiding van middelen.
De themapagina Cultuur in de regio biedt alvast de ingang tot veel vergelijkende data over geldstromen, beroepspraktijk en infrastructuur. Landelijke en regionale ontwikkelingen staan voortdurend met elkaar in ontwikkeling. Het is daarom onze ambitie de nu al bestaande samenwerking met de provincies Noord-Brabant en Gelderland uit te breiden naar de rest van het land.
Tot slot
De ontwikkelingen in de Cultuurmonitor (2025) – editie 2026 laten zien hoe sterk cultuur verweven is met bredere maatschappelijke, economische en politieke veranderingen. De culturele sector toont initiatief, aanpassingsvermogen en maatschappelijke betekenis, maar wordt tegelijk geconfronteerd met structurele kwetsbaarheden.
Met de Cultuurmonitor blijft de Boekmanstichting langlopende trends en ontwikkelingen volgen en duiden, en werken we komend jaar verder aan rijk beeld van de sector op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Daarnaast volgen we in ons onderzoek en via programmering en het tijdschrift Boekman actuele beleidsthema’s op de voet.
Voor actuele info over al onze activiteiten: www.boekman.nl.
Verantwoording beeld
Voorstelling Lehman Trilogy door ITA / Fotografie: Fabian Calis (met dank aan ITA)