Overzicht en kerncijfers
Het domein Theater kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan vormen, genres en instellingen (Groot Nibbelink 2023). Voor dit domein wordt in de cultuursector ook wel gesproken van de ‘scenische podiumkunsten’, waaronder naast theater ook dans, opera, muziektheater en cabaret en kleinkunst vallen. Binnen dit domein wordt ook interdisciplinair gewerkt: er worden coproducties gedaan, subdisciplines lopen in elkaar over (denk bijvoorbeeld aan de overlap tussen cabaret en theater) of er ontstaan zelfs nieuwe subdisciplines. Voor de analyse van het domein Theater gaat de Cultuurmonitor uit van een veld dat al deze scenische podiumkunsten omvat. Niet over alle subdomeinen binnen Theater zijn evenveel cijfermatige en/of kwalitatieve gegevens beschikbaar. Wanneer deze wel beschikbaar zijn omschrijven we ze op deze pagina. Groot Nibbelink (2023) – onderzoeker in theater en performance studies aan de Universiteit Utrecht – omschrijft bovendien de problematische status van beschikbare onderzoeksgegevens voor dit domein, onder andere doordat er weinig beschikbare budgetten zijn.
Kerncijfers
Om het aantal organisaties, werkenden, de inkomsten, het aantal voorstellingen en bezoek daaraan en beoefening cijfermatig in kaart te brengen moet er uit verschillende bronnen worden geput. Er zijn twee bronnen die structureel (op jaarbasis) en landelijk worden verzameld: 1) Podiumkunsten | CBS [CBS]) en 2) het Theater Analyse Systeem [TAS] van de VSCD | Van en voor podia. De cijfers van het CBS zijn deels gebaseerd op cijfers uit de TAS – hierin verzamelt de VSCD op jaarbasis data van de bij hen aangesloten leden. Daarnaast doet het CBS aanvullende dataverzameling, om zo een vollediger beeld te krijgen van de sector. Ook DIP biedt steeds meer inzicht in ticketverkoop en publieksdata van hun
Aantal zalen
Volgens cijfers van het CBS bevonden zich in Nederland in 2024 597 theaterzalen, met een publiekscapaciteit van 271 duizend plekken (zitplaatsen of maximaal toegestane capaciteit) (CBS 2025a). Meer dan de helft van deze zalen is van VSCD-leden: in 2024 behoren 324 zalen tot leden van de VSCD, met in dat jaar in totaal 134 duizend zitplaatsen (Siebe Weide Advies 2025). Ondanks een algehele groei in het aantal zalen en de capaciteit daarvan sinds 2017 vallen schommelingen in de CBS cijfers op. Zo is er van 2019 op 2020 een daling in het aantal zalen. De publiekscapaciteit daalt ook in 2017, maar blijft vervolgens in de daaropvolgende jaren gelijk om na 2020 weer te stijgen. Waar het aantal zalen in de afgelopen jaren dus stijgt, schommelt de publiekscapaciteit.
Kenmerkend voor het Nederlandse theaterlandschap is dat er naast grote stadstheaters veel kleinere theaters te vinden zijn die ook wel ‘vlakke vloer’ theaters worden genoemd (Groot Nibbelink 2023). Dit is ook in VSCD cijfers terug te zien: in 2023 is er bijvoorbeeld een groot aantal
Aantal voorstellingen en producties
Vanaf 2011 zien we een geleidelijke daling van het aantal theatervoorstellingen (hiermee wordt op de uitvoeringen van artistieke producties gedoeld) in Nederland, met een sterke dip vanaf de coronajaren (CBS 2025a). De daling vanaf 2011 kan onder andere te maken hebben met de financiële crisis van 2008 en de bezuinigingen die impact hadden op de gehele culturele sector vanaf 2012 (Groot Nibbelink 2023). Voor andere scenische podiumkunsten bleef het aantal voorstellingen ongeveer gelijk tot de coronajaren. In 2024 stijgt het aantal muziektheatervoorstellingen en het aantal cabaret- en kleinkunstvoorstellingen boven het niveau van 2019 uit. Het aantal dans- en bewegingvoorstellingen blijft ongeveer gelijk met het niveau van 2019 en het aantal theatervoorstellingen is lager dan voor 2019. In de scenische podiumkunsten zit er een verschil tussen het aantal voorstellingen en het aantal producties. In de theatercollectie van de Universiteit van Amsterdam (2025) zijn gegevens opgenomen over het aantal premières van theatervoorstellingen in Nederland. Voor het seizoen 2024/2025 is te zien dat 978 producties van Nederlandse en Vlaamse producenten in première gingen.
Opvallend is de geografische spreiding van uitvoeringen, zoals blijkt uit het Theater Analyse Systeem: die worden het meest in het Westen van het land georganiseerd. Podia in het westen toonden ook een groot aandeel van het buitenlandse aanbod, namelijk zeventig procent (Siebe Weide Advies 2025).
Bezoek voorstellingen
CBS-cijfers laten ontwikkelingen in het aantal bezoeken aan scenische podiumkunsten tussen 2005 en 2024 zien (CBS 2025a). Muziektheatervoorstellingen (3,4 miljoen bezoeken) en cabaret- en kleinkunstvoorstellingen (2,8 miljoen bezoeken) waren in 2024 het populairst. Opvallend is de geleidelijke stijging in het aantal bezoeken aan deze vormen van 2013/2014 tot en met 2019, waar het bezoek aan theatervoorstellingen in dezelfde periode geleidelijk daalt. Binnen alle subdomeinen vindt een sterke daling plaats in bezoekersaantallen gedurende de coronajaren. In 2024 stijgt het aantal bezoeken voor sommige domeinen boven het niveau van voor corona uit, namelijk voor dans- en bewegingsvoorstellingen en cabaret- en kleinkunstvoorstellingen. Het bezoek aan muziektheater- en theatervoorstellingen blijft nog enigszins achter op het niveau van voor corona. Uit het Theater Analyse Systeem blijkt dat de meeste bezoeken in het Westen van het land plaatsvinden. Dit wil zeggen dat er waarschijnlijk veel mensen uit andere delen van Nederland een bezoek brengen aan theater in de Randstad (Siebe Weide Advies 2025).
Bezoekerskenmerken
De afgelopen jaren zijn meer gegevens beschikbaar gekomen over de achtergrondkenmerken van theaterbezoekers. Uit cijfers van de Vrijetijdsomnibus (VTO) blijkt dat 50 procent van de Nederlanders van 6 jaar en ouder in 2024 ten minste een voorstelling van scenische podiumkunsten had bezocht (De Hoog et al. 2026). De grootste aandelen bezoekers bevinden zich onder musicals, toneelvoorstellingen en cabaretvoorstellingen. Het bezoeken van scenische podiumkunsten is over de jaren het meest afhankelijk van sekse, opleidingsniveau en huishoudinkomen. Er zijn hier ook opvallende verschillen per vorm van scenische podiumkunsten. Zo viel op dat vrouwen überhaupt vaker bezoeker zijn van scenische podiumkunsten, maar dat dit met name geldt voor musicals, toneel- en dansvoorstellingen. Ook bezoeken mensen die een havo/vwo/mbo of hbo/wo- opleiding hebben afgerond over het algemeen vaker scenische podiumkunsten, maar zijn de verschillen tussen aandelen bezoekers van verschillende opleidingsniveaus het kleinst voor musicals en het grootst voor cabaretvoorstellingen (voor meer informatie over bezoek aan scenische podiumkunsten en verschillende achtergrondkenmerken zie Cultuurparticipatie in Cijfers).
In de seizoenen 2022-2023 en 2023-2024 liet theatergezelschap George en Eran producties met ondersteuning van Fonds 21 en de NAPK een publieksonderzoek doen door de Vrije Universiteit Amsterdam (Croes et al. 2025). De onderliggende vraag was hoe theaterpubliek is samengesteld en hoe de toegankelijkheid voor jongere en meer diverse publieksgroepen kan worden vergroot. Het kwantitatieve deel van het onderzoek werd uitgevoerd bij 85
Festivals
Met de Monitor Festivals en Concerten brengt Respons festivals en concerten met meer dan 3000 bezoekers in Nederland in kaart, inclusief het bezoek daaraan. In 2025 vonden er 135 theaterfestivals plaats in Nederland (Respons 2026). Volgens de definitie van Respons vallen de volgende kunstvormen onder theaterfestivals: cabaret/comedy, circus, dans/ballet, locatietheater, musical, opera/operette, poppentheater, straattheater en toneel. De meeste theaterfestivals vonden in 2025 plaats in Zuid-Holland, namelijk 25. Over de jaren is het aantal theaterfestivals gedaald – van 192 in 2019 tot 135 in 2025. Het aantal theaterfestivalbezoeken daalt eveneens. Van 4,8 miljoen bezoeken in 2019 tot 2,9 miljoen bezoeken in 2025. Binnen het domein Muziek wordt veel gesproken over de toenemende druk op festivals – bijvoorbeeld door stijgende personeelskosten en regeldruk – het is echter nog niet duidelijk wat er in het domein Theater precies speelt.
Werkenden
Het CBS brengt ook de culturele arbeidsmarkt in kaart. Voor de podiumkunsten (waaronder ook Muziek) gaat dit onder andere om cijfers voor 1) het totaal aantal werkzame personen, 2) het aantal banen en 3) het aantal zelfstandigen. Voor het aantal werkzame personen kan geen onderscheid gemaakt worden tussen verschillende onderdelen van de podiumkunstensector op basis van beschikbare CBS cijfers (CBS 2025b). Voor het aantal banen en het aantal zelfstandigen kan dit wel (CBS 2025c). Daar laten we daarom verschillen in het aantal banen en aantal zelfstandigen tussen beoefenaars van podiumkunsten, producenten van podiumkunsten en werkenden bij podia zien.
Binnen de professionele podiumkunsten waren in 2024 32.200 personen werkzaam volgens cijfers van het CBS (CBS 2025b). Bekeken naar type aanstelling, was het aantal vrijwilligers en stagiairs het hoogst, gevolgd door personen werkzaam in loondienst en ingeleend personeel. Over de tijd daalde het aantal personen werkzaam in loondienst licht, maar nam vanaf 2022 weer toe, terwijl het aandeel vrijwilligers en stagiaires steeg. Deze ontwikkeling in het aantal personen werkzaam in loondienst zou ten dele kunnen worden geplaatst in de strengere controle van de Wet DBA door de belastingdienst. Vanuit de sector klinken geluiden dat er sinds begin 2025 meer arbeidsovereenkomsten worden aangeboden (Fleuren 2025). Uit de VSCD cijfers – dit betreft dus alleen werkenden bij aangesloten podia – blijkt een soortgelijke verdeling: het aantal medewerkers in loondienst is het grootst, gevolgd door het aantal vrijwilligers en het aantal zelfstandigen (Siebe Weide Advies 2025).
Binnen het aantal banen doet zich een opvallende ontwikkeling voor: waar het aantal banen in de beoefening en productie van podiumkunsten licht daalt over de jaren, zien we een duidelijke stijging in het aantal banen bij theaters, schouwburgen en concertgebouwen ten opzichte van 2019. Waar er in 2019 nog 6.060 banen waren, zijn dit er in het derde kwartiel van 2024 7.740 – een stijging van 28 procent. Doordat categorieën bij het CBS zijn veranderd, kunnen we niet verder in de tijd kijken (CBS 2025c).
Het aandeel zelfstandigen is met name gestegen in de beoefening van podiumkunsten, zo blijkt uit cijfers van het CBS tot en met 2024 (CBS 2025c). Dit is des te opvallender omdat deze aantallen in de productie van podiumkunsten en bij theaters, schouwburgen en concertgebouwen veel lager zijn én afnemen sinds 2020. Dit zou te maken kunnen hebben met de tekorten aan technici in de podiumkunstensector na corona (zie bijvoorbeeld Beeckmans 2022).
Inkomsten en subsidiestromen
Het Theater Analyse Systeem biedt inzicht in de inkomsten en subsidiestromen voor bij de VSCD aangesloten podia (Siebe Weide Advies 2025). Het overgrote deel van geld (58 procent) kwam in 2023 binnen via eigen inkomsten, maar daarnaast ook uit subsidies (42 procent). Subsidies komen, net als voor het domein Muziek, met name van gemeenten: 95 procent van alle ontvangen subsidies komt bij gemeenten vandaan. Op de pagina Geldstromen brengen we subsidiestromen voor de gehele cultuursector in kaart. Op eerdere versies van deze pagina omschreven we al grote zorgen over achterblijvende inkomsten en almaar stijgende lasten, onder andere door stijgende huren, personeelskosten en energielasten (Siebe Weide Advies 2025). Dit, in combinatie met ontwikkelingen in de subsidiesystematiek, heeft veel gevolgen voor de scenische podiumkunsten (zie voor meer uitleg onder het kopje ‘Kostenstijgingen en het subsidiestelsel’ op deze pagina).
Beoefening
Uit de VTO cijfers van 2024 – de laatste editie van deze tweejaarlijkse vragenlijst uitgezet onder de Nederlandse bevolking – bleek dat 40 procent van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder jaarlijks ten minste een podiumkunstenactiviteit beoefent (de Hoog et al. 2026). Sommige vormen van podiumkunsten zijn hierbij populairder dan anderen. Een instrument bespelen (20 procent) en zingen (29 procent) werd het vaakst gedaan. Een kleiner aandeel van de Nederlandse bevolking doet aan toneel spelen (6 procent), volksdans, werelddans of stijldans (6 procent) of klassiek ballet/moderne dans (3 procent). Slechts 1 procent van de Nederlanders deed aan cabaret of stand-up comedy in 2024. Al deze aandelen veranderen nauwelijks over de jaren. Uit de analyse bleek dat podiumkunstbeoefening voornamelijk werd gedaan door vrouwen, jongeren en HBO- en WO opgeleiden. Ook blijken Nederlanders die in grote steden wonen relatief vaker podiumkunsten te beoefenen (voor meer informatie zie Cultuurparticipatie in Cijfers).
De Monitor Amateurkunst van het LKCA uit 2023 heeft ook gegevens over podiumkunstbeoefening en of mensen dit in groepsverband doen of er les in krijgen. Hieruit bleek dat met name dans in groepsverband wordt gedaan (31 procent) maar ook toneel (12 procent) en musical, muziektheater en opera/operette (10 procent) worden in groepen beoefend. Voor toneelspelen volgt bijna de helft van de beoefenaars les (45 procent), voor mensen die dansen is dit 34 procent van de beoefenaars en voor muziektheater 27 procent.
Trends en ontwikkelingen
Artistieke vrijheid en activisme
In de culturele sector en de scenische podiumkunsten lijken er in toenemende mate zorgen te bestaan over artistieke vrijheid, bijvoorbeeld onder druk van censuur, publieke opinie, media en financiers. De Raad voor Cultuur bracht in 2026 het advies Maken (z)onder druk uit over artistieke vrijheid en de toegenomen druk die ervaren wordt in de culturele sector, om zo onderliggende patronen inzichtelijk te maken. Het advies biedt verschillende handelingsperspectieven voor overheden, het culturele veld en het onderwijs als publieksintermediairs (Raad voor Cultuur 2026a).
Ook het winternummer van het Boekman tijdschrift is gewijd aan artistieke vrijheid. Lars Ebert, secretaris-generaal van Culture Action Europe, de belangenbehartiger voor de cultuursector in Europees verband, brengt in kaart hoe het is gesteld met artistieke vrijheid in ons werelddeel. In slechts een klein aantal Europese landen is de artistieke vrijheid volgens mensenrechtenorganisatie ARTICLE 19 ‘minder beperkt’ en alleen in Hongarije wordt de situatie aangeduid als ‘beperkt’. Maar Ebert stelt hiertegenover dat door gebrek aan gerichte wetgeving, anders dan bijvoorbeeld in het mediabeleid, artistieke vrijheid kwetsbaar is voor druk. Hij roept het ministerie van OCW op om het jaarlijkse Rule of Law Report van de EU te ondertekenen waarin dit onderwerp is opgenomen en de te ontwikkelen EU Artistic Freedom Act te ondersteunen (Ebert 2025).
Ook binnen theatervoorstellingen wordt er gereageerd op maatschappelijke bewegingen. In het inmiddels traditie geworden overzichtsartikel in het Theaterjaarboek waarin één van de redacteuren de verschillende VSCD-jury’s spreekt over wat hen is opgevallen, tekent theaterjournalist Shira Keller de bevindingen op die zij delen. Wat hen opvalt is dat veel werk in het scenische podiumkunstenveld gaat over de stand van de planeet en van de samenleving. De politieke situatie in eigen land en oorlogen die plaatsvinden, worden aangewezen als een belangrijke motor voor een meer stellige positionering van podiumkunstenaars. Dat geeft – aldus de VSCD-jury’s – een uitgesproken activistische toon (Keller 2025). Ook buiten het theater nemen verschillende instellingen en personen stelling in. Vanuit de bredere culturele sector, waaronder theaters en acteurs, werd in oktober 2025 bijvoorbeeld een boycot geïnitieerd van de staat Israël, in antwoord op de oorlog in Gaza en uit solidariteit met de Palestijnse bevolking. Meer dan 800 Nederlandse en Belgische kunstenaars en 300 instellingen ondertekenden een brief waarin staat dat zij geen samenwerking met medeplichtige organisaties zullen aangaan (Beeckmans 2025c).
Om theaters en makers houvast te bieden bij het zorgvuldig afwegen van artistieke vrijheid, veiligheid, kernwaarden en maatschappelijke verantwoordelijkheid presenteerde Kunsten ’92 in 2025 samen met het Verwey-Jonker Instituut het programma Weerbare cultuursector in tijden van polarisatie. In dit rapport worden specifiek ervaringen binnen jeugdtheater(gezelschappen) genoemd – hier wordt ervaren dat ouders, scholen en jongeren steeds vaker negatief reageren op voorstellingen. Ze lopen bijvoorbeeld weg, scholen annuleren voorstellingen of komen niet opdagen. Soms roepen jongeren uit protest dingen tijdens voorstellingen, of gooien ze dingen naar acteurs (Peeters- Osseyran et al. 2026). Onderdeel van het rapport is een meer praktische Handreiking Weerbare Cultuursector. Gericht op de cultuursector in brede zin komen hierin manieren aan bod om te anticiperen op incidenten, te handelen tijdens spanningen en passende nazorg te bieden voor betrokken medewerkers, makers en publiek (Peeters-Osseyran et al. 2026).
Ontschotting
In podiumkunstwerken komen verschillende disciplines regelmatig in één werk bij elkaar. Bijvoorbeeld circus en dans, theater en dans of theater en muziek. Deze ontwikkeling wordt vaak beschreven als ‘ontschotting’, waarbij de grenzen tussen disciplines vervagen. Tegelijk is er discussie over de mate waarin dit daadwerkelijk een dominante praktijk is: volgens sommigen blijft interdisciplinair werken beperkt en wordt er nog veel binnen afzonderlijke disciplines gewerkt en opgeleid (Lems 2025).
Toch is er de afgelopen jaren al veel in beweging gezet. Zo beweegt Fonds Podiumkunsten sinds 2017 mee met deze trend, nadat in Boekman Tijdschrift #109 een jaar daarvoor werd aangedrongen op een meebewegen van politiek en subsidieverstrekkers. Interdisciplinair samenwerken en coproducties werden namelijk bemoeilijkt binnen het subsidiesysteem van de Rijkscultuurfondsen omdat binnen een bepaald discipline subsidie moet worden aangevraagd, waardoor er een hang naar private fondsen ontstond (Haeren 2019; Brom et al. 2019). Binnen Fonds Podiumkunsten werd een start gemaakt bij de aanvraagronde voor projectsubsidies in 2017 en leek met de beoordeling van de meerjarige subsidieaanvragen 2025-2028 door volledig ontschotte adviescommissies voltooid.
De commotie na de uitslagen leidde echter tot onrust onder aanvragers: de expertise zou te smal belegd zijn, waardoor adviezen onevenwichtig tot stand zouden zijn gekomen. Een voorbeeld is het advies over dansgezelschap Another Kind of Blue. In het bezwaarschrift van de aanvrager werd gesteld dat de specialist dans in de adviescommissie negatief had geoordeeld in vrijwel gelijke bewoordingen als gebruikt waren in haar recensies. De aanvrager verweet de commissie vooringenomenheid; de rechter stelde de aanvrager in het hoger beroep in het gelijk (Beeckmans 2026).
Voor de Raad voor Cultuur is de ontschotting aanleiding geweest om al in 2024 in het advies Toegang tot Cultuur aan te bevelen om met een bredere blik naar de aanvraagprocedure voor subsidies te kijken, omdat een deel van het veld niet tot zijn recht komt binnen de veeleisende schriftelijke procedures die nu toegang tot subsidie verschaffen (Raad voor Cultuur 2024).
Archivering
De podiumkunsten worden vaak gekarakteriseerd als vluchtig: een voorstelling bestaat in de eerste plaats bij de uitvoering en laat zich niet eenvoudig bewaren. Dat is een fundamenteel verschil met bijvoorbeeld literatuur en beeldende kunst, waarin het werk doorgaans bestaat in blijvende, tastbare vorm – een boek, een sculptuur of een fotoafdruk. Het maakt de archivering van podiumkunst complex. De voorstelling zelf kan namelijk niet worden bewaard. Wel losse elementen; decors, kostuums, affiches, scripts of tekstboekjes. Registraties zijn ook een vorm van archivering. Het behoud van repertoire en kennis is hiermee geen vanzelfsprekendheid, maar een expliciete opgave voor de sector en beleid.
Er zijn verschillende instellingen betrokken bij de archivering van podiumkunsten. Sinds de opheffing van het Theater Instituut Nederland in 2012 beheert het Allard Pierson Museum de archiefcollectie. Tot 2025 onder leiding van Hans van Keulen, nu neemt Sylvia Alting van Geusau het stokje over (Van der Putt 2025). Daarnaast houdt Podiumkunst.net zich bezig met digitale archivering in het veld (zie meer op de pagina Erfgoed over digitaal erfgoed), maar zeker ook met analoge collecties en met het danserslichaam als archief. Over dat laatste organiseerde de organisatie in samenwerking met de Nederlandse dansdagen en de Dansbibliotheek op 4 oktober voor de derde keer het evenement ‘Performing the Archive’ in Maastricht (Podiumkunst.net 2025).
De archivering van de podiumkunsten gebeurt ook door podiumkunstinstellingen zelf. In de dans bijvoorbeeld is het archief ook gelegen in de overdracht van dans van generatie op generatie. Het lichaam van dansers fungeert dan zelf als archief. Het opvoeren van repertoire is in dit licht bezien een vorm van erfgoedbehoud. Dat erfgoed omvat niet alleen het klassieke repertoire. Twee iconen in het Nederlandse en internationale dansveld overleden dit jaar: Krisztina de Châtel in juni, en in december Hans van Manen. Het werk uit hun lange staat van dienst wordt nog altijd gedanst – in 2025 nog Typhoon van De Châtel en Squares van Van Manens door Introdans. Het archief van kunstenaars als Van Manen en De Châtel wordt deels levend gehouden door de genoemde dansgezelschappen.
Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid
Het Theaterjaarboek besteedt in een artikel van Iris Peters aandacht aan de stand van zaken rondom inclusie en diversiteit in theaterprogramma’s, met name de inclusie van makers en acteurs met een beperking. Er lijkt sprake van vooruitgang: er zijn meer makers met een beperking zichtbaar op de podia, hun voorstellingen worden vaker gerecenseerd en winnen prijzen. Tegelijkertijd lijken er nog veel drempels te zijn. Zo zijn theateropleidingen nog niet altijd zo ingericht dat mensen met een beperking deze gemakkelijk kunnen vinden en volgen, en hebben makers en performers met een beperking niet vanzelfsprekend een gelijke startpositie in het theaterveld (Peters, 2025).
Deze ontwikkelingen staan niet op zichzelf. Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid vormen al langer een rode draad binnen de podiumkunsten. Hardnekkige problemen zoals institutioneel racisme en een gebrek aan representatie in machtsposities worden nog steeds aangekaart binnen de sector. Zo laat het onderzoek Theater Inclusief zien dat de mate waarin D&I-beleid wordt doorgevoerd sterk verschilt per theater (Haeren et al. 2022). Ook uit internationale perspectieven blijkt dat structurele ongelijkheid een rol blijft spelen. In Decolonizing the Theatre Space: A Conversation delen artistieke leiders uit Europa, Noord-Amerika en Afrika hun ervaringen. Samora Bergtop, een Nederlandse actrice en theatermaker, beschrijft in de introductie van het boek ook de Nederlandse context: “Er zijn niet zoveel van ons [zwarte kunstleiders en gezelschappen geleid door zwarte mensen] in de infrastructuur van het Nederlandse theaterlandschap. Maar ik moet zeggen, ik sta op de schouders van reuzen, omdat er voor ons een geschiedenis was van zwarte theaters in Nederland. Hoewel, als er iets opgebouwd wordt, wordt het afgebroken door het systeem. Daardoor moeten we continue opbouwen”. Dit werd ook weer benadrukt doordat verschillende organisaties – zoals HipHopHuis, Theatergroep RAST en Podium Mozaïek – niet meer in de meerjarige subsidies werden meegenomen (Smit 2024).
Tegelijkertijd zijn er de afgelopen jaren verschillende initiatieven opgezet om diversiteit en inclusie te bevorderen. Zo werden al in 2019 stimuleringsmaatregelen geïntroduceerd, waaronder prijzen en programma’s gericht op inclusie (Beeckmans, 2019; Theater Inclusief, 2019), en ontstonden platforms en communities die zich inzetten voor een meer diverse theaterpraktijk, zoals The Need for Legacy (Beeckmans, 2020). Ook binnen het bredere discours in de podiumkunsten is een verschuiving zichtbaar. Waar eerdere seizoenen werden gekenmerkt door aandacht voor meerstemmigheid en representatie, verschoof de focus recent onder meer naar thema’s als ouderschap, gender en grensoverschrijdend gedrag (Rijghard 2023, 2024; Embrechts et al. 2024). In dat kader werden ook institutionele veranderingen doorgevoerd, zoals genderinclusieve toneelprijzen. Tegelijkertijd klinkt er kritiek dat dergelijke maatregelen niet automatisch leiden tot gelijke kansen, omdat onderliggende ongelijkheden in rollen, posities en toegang blijven bestaan (Beeckmans, 2023).
Een van de meest zichtbare en tegelijkertijd onderbelichte dimensies van deze discussie betreft lichamelijke diversiteit. Binnen het theateronderwijs en de podiumpraktijk wordt meer en meer bevraagd hoe normatieve ideeën over het ‘geschikte’ lichaam historisch zijn ontstaan en hoe deze kunnen worden opengebroken. Dit speelt met name in disciplines waarin het lichaam centraal staat, zoals mime en dans. Zowel studenten als docenten onderzoeken hoe bestaande kaders kunnen worden verbreed, onder meer door aandacht voor verschillende lichamelijke en neurologische realiteiten (Van der Jagt, 2024). Ook binnen lectoraten, zoals het lectoraat Belichaamde Kennis in Theater en Dans, wordt onderzoek gedaan naar de rol van belichaamde kennis in relatie tot onderwijs en artistieke praktijk.
Tegen deze achtergrond nemen gezelschappen die zich richten op het creëren met en door mensen met een beperking ook zelf het initiatief. Zij ontwikkelen eigen opleidingspraktijken voor acteurs en dansers, met oog voor zowel de dagelijkse realiteit als de artistieke mogelijkheden van mensen met uiteenlopende lichamen en perspectieven. De sector bevindt zich op dit vlak in een transitie, waarin gezelschappen als Misiconi, Speels Collectief, Theater Babel en Compagnie Tiuri een voortrekkersrol spelen. Op initiatief van PodiumInc werd in december 2025 voor de tweede keer de Staat van de inclusieve podiumkunsten uitgesproken, ditmaal door Compagnie Tiuri, met specifieke aandacht voor talentontwikkeling.
Hoewel Nederland in 2016 het VN-verdrag Handicap ondertekende, blijft de praktijk weerbarstig. Volgens belangenbehartiger Stichting PodiumINC loopt Nederland op het gebied van inclusie in de podiumkunsten achter op andere Europese landen. Gebrek aan kennis en informatie vormt daarbij een belangrijke drempel, waardoor zowel makers als publiek met een beperking niet altijd volwaardig kunnen deelnemen aan kunst en cultuur. Initiatieven zoals het manifest Artiesten met een beperking aan zet onderstrepen de urgentie om deze structurele belemmeringen aan te pakken (Van Dijk, 2025).
Kostenstijgingen en het subsidiestelsel
Het kabinet-Schoof bezuinigde naar de letter niet op de uitgaven aan cultuur. Toch is er steeds minder geld beschikbaar voor het maken en programmeren van de scenische podiumkunsten. Dat komt enerzijds door stijgende lasten op vrijwel alle vlakken in recente jaren, van stijgende inkoopprijzen tot personeelskosten, en het uitblijven van indexeringen (Siebe Weide Advies 2024). Hoewel de huur van concertgebouwen en schouwburgen in de afgelopen jaren steeg, bleef die in 2024 vrijwel gelijk (Siebe Weide Advies 2025). Anderzijds laat de Raad voor Cultuur in het advies Ieder zijn aandeel zien dat cultuuruitgaven weliswaar in absolute zin zijn gestegen, maar zijn gedaald als aandeel van totale overheidsuitgaven. Sinds 2005 heeft de sector ten opzichte van andere sectoren 500 miljoen euro ingeleverd (voor meer informatie zie pagina Cultuur en Geldstromen).
De uitslagen van de subsidieronde 2025-2028 van het Fonds Podiumkunsten versterkte de druk op de scenische podiumkunsten. Het Fonds verwerkte in deze ronde veel meer aanvragen dan vier jaar geleden: voor de periode 2021-2024 waren dat 200 aanvragen, in de ronde van 2025-2028 vroegen 273 instellingen meerjarige subsidie aan. Ook waren er minder plekken te verdelen omdat per instelling hogere bedragen werden genormeerd als fair practice maatregel (Van den Berg 2024). Doordat er in deze subsidieronde in totaal minder toekenningen zijn met een gelijk aantal nieuwe organisaties als in vorige subsidierondes, was er deze subsidieronde een relatief groter aantal afwijzingen (Van den Berg et al. 2025). Met name onder mid-careers waren er veel aanvragers die een negatief advies ontvingen of onder de zaaglijn terechtkwamen: op zich een positief advies, maar te laag op de ranglijst en daarmee buiten budget. Veel van hen tekenden bezwaar aan tegen het besluit van het Fonds Podiumkunsten; onder meer Orkater, De Warme Winkel, Suburbia en Holland Opera, waarna het Fonds de advisering van de rechter moest overdoen (Janssens en Embrechts 2026).
In de danssector worden de negatieve effecten van de afgelopen subsidieronde op het ecosysteem inmiddels zichtbaarder. Van de 27 dansgezelschappen die werden ondersteund door het Fonds Podiumkunsten, werden er in deze subsidieronde 10 gezelschappen geschrapt. In 2024 was een gezelschap al gestopt, waren er vier nieuwe gezelschappen bijgekomen en waren er daarmee in totaal nog maar 20 dansgezelschappen over (Ben-Tal et al. 2024). Uit het veld – bijvoorbeeld in de jaarlijkse Staat van de Dans – komen geluiden naar boven over de steeds moeilijker wordende doorstroom binnen het ecosysteem: “van opleiding tot maker, van jong talent tot (inter)nationale top, van huis tot gezelschap, van educatie tot participatie, van jeugd tot amateur, van productie tot festival en van podium tot publiek.” (Embrechts, 2025). In mei 2025 vertaalde de noodkreet zich in een brief van het verzamelde dansveld, gesteund door branchevereniging NAPK, met concrete aanbevelingen aan toenmalig minister Bruins voor de nieuwe kunstenplanperiode vanaf 2029. Zij pleiten onder meer voor het versterken van midcareer makers, versterkte regionale samenwerking in een ketenbenadering, beter afstemming tussen subsidieverstrekkers en meer ruimte voor diverse makers (Beeckmans 2025b).
De toenemende druk op het bestel en de uitkomsten van recente subsidierondes voeden een bredere kritiek op de huidige subsidiesystematiek, zowel in de gehele cultuursector als in de scenische podiumkunsten in het bijzonder. Deze kritiek kreeg in januari 2026 vorm in een briefadvies aan toenmalig minister Moes van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: het Advies wijziging wet op het specifieke cultuurbeleid (Raad voor Cultuur 2026b). De raad stelt daarin voor de cyclus van het Rijkscultuurbeleid voor de ‘kleine BIS’ – instellingen die direct door de minister worden gefinancierd – te verlengen van vier naar acht jaar. Een langere subsidieperiode zou de administratieve lasten verminderen, zou de ontwikkeling van langetermijnvisies mogelijk maken en de aantrekkelijkheid voor cofinanciering vergroten. Voor instellingen die door het Fonds Podiumkunsten worden gesubsidieerd, zou deze verlenging nadrukkelijk niet moeten gelden, omdat daar juist flexibiliteit, instroom van nieuwe initiatieven en differentiatie in financieringsperiodes centraal staan. In relatie tot de oplopende kosten pleit de raad daarnaast voor wettelijke verankering van indexatie. Net als in de Mediawet zou deze compensatie voor loon- en prijsstijgingen structureel moeten worden vastgelegd, om een duurzame bedrijfsvoering mogelijk te maken.
Fair practice
In 2017 werd de Fair Practice Code gelanceerd. Deze Code richt zich op een aantal kernwaarden: solidariteit, diversiteit, vertrouwen, duurzaamheid en transparantie. Ook Fair Pay is hier onderdeel van. Op de pagina Beroepspraktijk laten we zien dat de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt onzeker is (Vinken et al. 2023). Ook uit het rapport Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund : effecten van de coronacrisis in de culturele sector, bleek dat met name zzp’ers de dupe werden van de coronacrisis. Voor de theatersector is dit met name problematisch doordat er hier veel mensen werkzaam zijn als zzp’er. Onder beoefenaars en producenten van podiumkunsten zijn er 24 duizend zelfstandig ondernemers in 2023 – wat na Scheppende Kunst het grootste aantal zelfstandigen is in de deelsector Kunsten en Cultureel Erfgoed (CBS 2025c).
Platform ACCT zet zich in om de positie van werkenden in de culturele en creatieve sector te verbeteren. In 2020 onderzochten ze hoe duurzaam de carrières van podiumkunstenaars zijn (SFPK et al. 2020). Hieruit bleek dat zowel dansers als circusartiesten, en zangers en musici vaak een zodanig zwaar beroep uitoefenen dat ze niet tot de pensioenleeftijd door kunnen werken. Dit heeft te maken met zowel fysieke als mentale belasting. Bij acteurs heeft dit ook te maken met omstandigheden, waarin acteurs duurder worden als ze ouder zijn, er weinig vaste banen zijn bij toneelgezelschappen en acteurs continue opzoek zijn naar werk. Podiumkunstenaars, net als andere kunstenaarsberoepen, zijn sterk intrinsiek gemotiveerd (zie pagina Beroepspraktijk) – maar daarin lijken duurzame arbeidsomstandigheden soms het onderspit te delven (SFPK et al. 2020). In het verslag worden ook suggesties gedaan om de arbeidsomstandigheden te verbeteren – die ook financiële steun vragen – maar het is onduidelijk of en hoe deze resultaten zijn opgepakt. Binnen andere domeinen zijn in de afgelopen jaren ook ketentafels ontwikkeld door Platform ACCT, waaronder voor verschillende deelsectoren binnen Muziek, maar nog niet voor andere (deel)sectoren binnen de podiumkunsten.
Ook al vóór de coronacrisis werd er door de sector weinig zorg gevoeld voor zelfstandige theatermakers. Zo zet Creatieve Coalitie zich sinds 2019 in voor het fatsoenlijk delen in opbrengsten voor makers, zie hier hun oproep aan de Kamer. Ook Platform Aanvang maakt zich sinds dat jaar sterk voor meer doorlopende en sector-brede gesprekken, met een scope van (zelfstandig) lichtontwerper tot directeur van een BIS-gezelschap. Naast het ontbrekende draagvlak voor zzp’ers in het theaterveld wordt ook een gebrek aan transparantie over subsidietoekenningen gesignaleerd (Groen 2020). Zo is het voor sommige makers niet duidelijk genoeg op welke grond hun subsidie wordt afgewezen (Ibid.), terwijl transparantie en vertrouwen twee van de vijf kernwaarden van de Fair Practice Code zijn (Fair Practice Code 2021). Begin 2026 werd de Fair Practice Gids gelanceerd om aanvragers te ondersteunen bij het meenemen van de Fair Practice Code in hun aanvraag.
Duurzaamheid
Binnen de sector wordt er steeds meer aandacht besteedt aan vraagstukken rondom Duurzaamheid. Vergeleken met andere domeinen, zou de theaterwereld relatief laat zijn begonnen met vraagstukken rondom duurzaamheid en ecologie (Van Baarle 2023). Van Baarle (2023) laat zien dat ecologie en klimaat geen centrale thema’s waren in Europees of Noord-Amerikaans theater tot het begin van deze eeuw. Hierin ontwikkelden zich ook verschillende nieuwe vormen van theater, zoals ‘ecodramaturgie’, wat zich richt op ecologische wederkerigheid en gemeenschap als thema’s (Van Baarle 2023).
Naast dat het een thema is binnen theatervoorstellingen, is er ook aandacht voor aanpassingen in productieprocessen en werkpraktijken. Enerzijds gaat dit om kleinere aanpassingen, zoals het gebruik van planten in plaats van bloemen op premières of minder gebruik van gekopieerd materiaal. Anderzijds gaat het ook over het duurzamer omgaan met de hele programmeringsketen, en het bijvoorbeeld langer aanhouden van voorstellingen binnen het repertoire. Het Theatre Green Book speelt hierin een belangrijke rol. Wat begon als een collectief voor theatermakers in het Verenigd Koninkrijk ontwikkelde zich tot een internationaal netwerk. Vanuit Nederland is onder andere het NAPK aangesloten, maar wordt het Theatre Green Book ook gebruikt als leidraad binnen individuele organisaties zoals het Zuidelijk Toneel (Lubberding 2024).
In december 2025 verscheen het door de Boekmanstichting uitgevoerde onderzoeksrapport Duurzaamheid in de culturele sector. Hieruit komt de groeiende ambitie van de sector naar voren om te verduurzamen. Probleem is echter dat organisaties vaak worstelen met het omzetten van de intenties naar daadwerkelijke maatregelen. De oorzaken zijn een gebrek aan middelen, tijd, kennis of ondersteuning (Schiavone et al. 2025).
Wat willen we verder weten over het domein Theater?
Hoewel er veel waardevolle bronnen zijn die ontwikkelingen en geluiden uit de theatersector naar boven halen, blijven er ook nog veel vragen spelen. Die gaan enerzijds over het cijfermatig in kaart brengen van de sector, maar anderzijds ook over het meer kwalitatief duiden van de trends en ontwikkelingen die hierboven zijn omschreven. Zo zou het waardevol zijn om de ontwikkelingen rondom Diversiteit, Inclusie en Gelijkwaardigheid diepgaander te onderzoeken – zoals eerder werd gedaan in het onderzoek Theater Inclusief – en spelen er ook ervaringsgerichte vragen rondom artistieke vrijheid en activisme, de ervaringen van werkenden in de sector en de effecten van kostenstijgingen en subsidieverschuivingen.
Zoals al bleek uit het bovenstaande ‘Overzicht & Kerncijfers’ zijn er niet altijd evenveel data beschikbaar over de theatersector, zeker niet als we deze op willen splitsen naar subdomeinen. Hierdoor is het vaak lastig om grootschalig inzicht te bieden met betrekking tot uitdagingen die in de sector spelen en ontwikkelingen daarin. Zo zagen we dat er een schommeling is geweest in het aantal theaterzalen en de publiekscapaciteit daarvan in de afgelopen jaren: waar komt die schommeling vandaan? Is dit in sommige regio’s sterker dan in andere? Waar komt de daling in theaterfestivals vandaan en wat zijn de effecten daarvan? Bovendien is er een sterke focus op zalen, terwijl het gehele theaterlandschap veel omvattender is. Hoe zit het bijvoorbeeld met aantallen gezelschappen en vrije theaterproducten (bijvoorbeeld aangesloten bij VVTP), welke soorten zijn er en hoe zit het met ontwikkelingen daarin? In de toekomst kan data van DIP hier mogelijk meer inzicht in geven.
Ondanks dat er cijfers zijn over werkenden in de sector voor de podiumkunsten als geheel, zou het goed zijn om meer inzicht te hebben over werkenden en makers binnen subdomeinen. Zeker omdat er relatief veel zelfstandigen zijn in de beoefening van podiumkunsten en onderzoek uit 2020 heeft laten zien dat de positie van makers precair is. Hoeveel makers zijn er per subdomein? Welke carrièrefases maken deze makers door? En hoe zit het met hun inkomstenbronnen? Het is mogelijk dat microdata van het CBS hier meer inzicht in kan geven. Been en Keune (2022) brachten eerder bijvoorbeeld ontwikkelingen in de arbeidsmarkt van subsectoren in de creatieve industrie in kaart (zie ook de pagina Beroepspraktijk voor een uitgebreidere bespreking van dit onderzoek).
Meer weten over het domein Theater?
Bekijk meer data over het domein Theater in het Dashboard van de Cultuurmonitor.
Meer literatuur over het domein Theater is te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.
Bronnen
Figuren
Berg van den, S. en M. Lems (2025) Viktorien van Hulst: ‘Je kan alleen zekerheid garanderen voor een groep makers als je de instroom van nieuwe makers beperkt, en dat vind ik geen goed idee’ . Op: www.theaterkrant.nl, 3 maart.
CBS (2025a). StatLine – Podia voor professionele podiumkunsten; voorstellingen, bezoek, regio. Op: www.opendata.cbs.nl, 18 december
CBS (2025b). StatLine – Professionele podia; werkgelegenheid, baten en lasten. Op: www.opendata.cbs.nl, 18 december
CBS (2025c). Arbeidsmarkt culturele en creatieve sector 2010-2024 Q3 | CBS, op: www.cbs.nl, 31 januari
De Hoog, T. en B. Swartjes (2026). Cultuurparticipatie in Cijfers. Amsterdam: Boekmanstichting
Respons (2026). Monitor Festivals en Concerten. Amsterdam: Respons.
Siebe Weide Advies (2023) Podia 2022: jaarcijfers schouwburgen en concertgebouwen in Nederland. Amsterdam: Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties.
Literatuur
Beeckmans, J. (2019). ‘Nieuwe stimuleringsprijs voor diversiteit en inclusiviteit’. Op: www.theaterkrant.nl, 4 september.
Beeckmans, J. (2020). ‘Stichting The Need For Legacy opgericht’. Op: www.theaterkrant.nl, 8 juli.
Beeckmans, J. (2022). ‘Tekort aan theatertechnici steeds nijpender’. Op: www.theaterkrant.nl, 19 mei. 19 mei
Beeckmans, J. (2023) ‘De VSCD maakt acteursprijzen genderinclusief met drie Theo D’ors’. Op: www.theaterkant.nl, 21 september.
Beeckmans, J. (2024). Signaalonderzoek Likeminds: patroon van grensoverschrijdend gedrag door machtspositie algemeen directeur. Op: www.theaterkrant.nl, 27 juni.
Beeckmans, J. (2025a) Streep door BTW-verhoging op cultuur in Voorjaarsnota, www.theaterkrant.nl, 16 april
Beeckmans, J. (2025b) Verenigde danssector biedt minister voorstellen aan voor verbetering cultuurbeleid, www.theaterkant.nl, 1 mei
Beeckmans, J. (2025c) Meer dan 300 culturele organisaties besluiten tot boycot Israël, www.theaterkrant.nl, 3 oktober
Beeckmans, J. (2026) Another Kind of Blue krijgt in hoger beroep gelijk in bezwaar tegen Fonds Podiumkunsten, www.theaterkrant.nl, 11 februari
Been, W. en M. Keune (2022). Bringing labour market flexibilization under control? Marginal work and collective regulation in the creative industries in the Netherlands, In: European Journal of Industrial Relations, 30(4).
Ben-Tal, A. et al. (2026) Open brief: ‘Er is nu een visie op het dansveld nodig’ – Theaterkrant, www.theaterkrant.nl 19 augustus
Berg van den, S. en M. Lems (2025). Viktorien van Hulst: ‘Je kan alleen zekerheid garanderen voor een groep makers als je de instroom van nieuwe makers beperkt, en dat vind ik geen goed idee’ . Op: www.theaterkrant.nl, 3 maart.
Van den Berg, S. (2024) Dit is een vak. Op: www.theaterkrant.nl, 28 oktober.
Borg, L. ter (2023) ‘Langdurig grensoverschrijdend gedrag en gesjoemel bij geprezen theaterhuis Likeminds’. Op: www.nrc.nl, 6 september.
Brom R. (et al.) (2019) De staat van cultuur 4. Amsterdam: Boekmanstichting, 36-41.
Croes et al. (2025). Catalogus Boekmanstichting | Details | Publieksonderzoek : Ken uw publiek. Wie zit in de zaal en waarom?. Amsterdam: George & Eran Producties, Vrije Universiteit Amsterdam, Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten
De Hoog, T. en B. Swartjes (2026). Cultuurparticipatie in Cijfers. Amsterdam: Boekmanstichting
Ebert, L. (2025) Artistieke vrijheid in Europa, Amsterdam: Boekman 145
Embrechts, A. (2025) Niet bevriezen – staat van de dans 2025, www.theaterkrant.nl, 29 september
Embrechts, A. en E. Colak (2024). Deze vrouwen hebben plannen voor ander leiderschap bij hun theaterorganisaties. Maar nu wordt de subsidie gekort. Op www.volkskrant.nl, 13 september.
Fair Practice Code (2021) ‘Fair Practice Code’. Op: www.quickscan.fairpracticecode.nl, z.d.
Fonds Podiumkunsten (2020) Beleidsplan 2021-2024: bewegende contouren. Den Haag: Fonds Podiumkunsten.
Fleuren, R. (2025) De stille transformatie, www.theaterkrant.nl, 2 november
Groen, L. de (2020) ‘Rosa Asbreuk: “Er moet iets radicaals gebeuren”’. In: Theaterjaarboek 2019/2020, jrg. 141, nr. 5-6, 44-49.
Groot Nibbelink, L. (2023) ‘The Netherlands’. In: The Routledge Companion to Contemporary European Theatre and Performance, 177-182.
Haeren, M. van (2019) ‘Geld voor interdisciplinair programmeren: interview met Pien Houthoff, directeur van LUX Nijmegen’. In: Boekman, jrg. 31, nr. 121, 33-35.
Haeren, M. van en S. Roosblad (2022) Onderzoek Theater Inclusief : eindanalyse Amsterdam: Boekmanstichting
Heerikhuizen, B. van en J. Veenstra (2021) ‘Kaders en codes: theaterschooldirecteuren over grensoverschrijding en grensvervaging’. Op: www.theaterkrant.nl, 28 juni.
Inspectie van het Onderwijs (2023) Sturen op blijvende sociale veiligheid in het hoger kunst- en mode-onderwijs. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Janssens, S. (2025) Sheralynn Adriaansz, de kersverse directeur van Likeminds, hoopt met minder hiërarchie een veiliger huis te creëren. Op: www.volkskrant.nl, 5 januari.
Janssens, S. en A. Embrechts (2026) Het piept en kraakt bij het Fonds Podiumkunsten: wéér fluit rechter belangrijkste rijksfonds terug, www.volkskrant.nl, 20 februari
Keller, S. (2025) Een democratie in het klein: ontschotting in de podiumkunsten, www.theaterkrant.nl, 2 november
Kunsten ’92 (2025) Stelselverbetering in vijf punten, www.kunsten92.nl, 25 april
Leden, J. van der (2021) Boekman Extra #27: Grensoverschrijdend gedrag in de culturele sector Amsterdam: Boekmanstichting.
Lems, M. (2025) Ontschotting. Op: www.theaterkrant.nl, 3 maart.
Lubberding, W. (2024) Speels Groen: op weg naar een toekomstbesteding zuidelijk toneel. Op: www.theaterkrant.nl, 19 augustus.
Lubberding, W. (2024) Speels Groen: op weg naar een toekomstbesteding zuidelijk toneel. Op: www.theaterkrant.nl, 19 augustus.
Lubberding, W. (2025) Sociale veiligheid op het werk. Theaterkrant magazine januari 2025.
Meijer, E. et al. (2023) On(ver)vangbaar : de innovatieve kracht van the culture Den Haag: Nederlandse UNESCO Commissie
Mores.online (2023) ‘Nieuw bestuur voor Mores.online’. Op: https://mores.online, z.d.
NAPK (2021a) ‘Kick-off traject preventie ongewenste omgangsvormen podiumkunsten’. Op: www.napk.nl, 10 februari.
NAPK (2021b) Veilig de vloer op. Amsterdam: Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten.
NAPK (2022) ‘Oprichting stichting sociale veiligheid podiumkunsten‘. Op: www.napk.nl, 14 februari.
NAPK (2024) ‘Podiumkunstensector doet beroep op overheid’. Op: www.napk.nl, 14 maart.
Neele, A. (2023) Kunstzinnig en creatief en muzikaal in de vrije tijd. Monitor amateurkunst 2023. LKCA: Utrecht.
Olfers, M., A. van Wijk, M. Rijnierse, S. en Berger (2024). Internationaal Theater Amsterdam : een cultuuronderzoek. Verinorm.
Pama, G. (2024). Hoe versterken theatergezelschappen de sociale veiligheid? – NRC. Op: www.nrc.nl, 24 september
Peeters-Osseyran, M., Bellaart, H. en R. van Wonderen (2026) Weerbare cultuursector : omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie, Utrecht: Verwey-Jonger Instituut
Peeters-Osseyran, M., Bellaart, H. en R. van Wonderen (2026). Weerbare cultuursector : omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie, Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
Peters, I. (2025) Tussen ideaal en realiteit, www.theaterkrant.nl, 2 november
Podiumkunst.net (2025) Panelgesprek performing the archive, www.youtube.com, 4 oktober
Raad voor Cultuur (2022) Over de grens : op weg naar een gedeelde cultuur. Den Haag: Raad voor Cultuur.
Raad voor Cultuur (2024) Toegang tot cultuur : op weg naar een nieuw bestel in 2029. Den Haag: Raad voor Cultuur.
RCGOG (2023) ‘Regeringscommissaris: verdere professionalisering meldpunt Mores is nodig’. Op: www.rcgog.nl, 14 april.
Raad voor Cultuur (2026a) Maken (z)onder druk : artistieke vrijheid als democratisch fundament. Den Haag: Raad voor Cultuur.
Raad voor Cultuur. (2023) Cultuur Natuurlijk. Den Haag: Raad voor Cultur
Raad voor Cultuur. (2025) Ieder zijn aandeel – naar een evenwichtig financieel ecosysteem voor de cultuursector, Den Haag: Raad voor Cultuur
Raad voor Cultuur. (2026b)Advies over conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, Den Haag: Raad voor Cultuur
Rijghard, R. (2024) Ongekend vruchtbaar was dit theaterseizoen. Wat waren de beste voorstellingen, wie de beste acteurs? . Op: www.nrc.nl, 26 juni.
Rijghard, R. (2023) ‘Terugblik op het theaterseizoen: het jaar van Eline Arbo meerstemmige makers en veel kippenvel’. Op: www.nrc.nl, 28 juni.
SFPK, Omscholing dansers Nederland (2020) Verslag Pilot Project PPO
Siebe Weide Advies (2023) Podia 2022: jaarcijfers schouwburgen en concertgebouwen in Nederland. Amsterdam: Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties.
Siebe Weide Advies (2024) Podia 2023 : jaarcijfers schouwburgen en concertgebouwen in Nederland. Amsterdam: Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties.
Schiavone, R. en T. de Hoog (2025). Duurzaamheid in de culturele sector . Amsterdam: Boekmanstichting
Siebe Weide Advies (2025). Podia 2024 : jaarcijfers schouwburgen en concertgebouwen in Nederland. Amsterdam: VSCD
Smit, K. (2024) Als iedere opbouw gepaard gaat met afbraak . Theaterkrant Magazine September 2024. [RS1]
Ter Borg, L., H. Hosman, en R. Rijghard (2024) Exit Van Hove door onveilige sfeer
Theater Inclusief (2019) ‘Theater Inclusief: publiek, personeel, programma en partners’. Op: www.theaterinclusief.nl, z.d.
Universiteit van Amsterdam (2025) Theatercollectie UvA . Op: www.theatercollectie.uva.nl.
Van Baarle, K. (2024) Ecodramaturgies in times of climate crisis. In: The Routledge Companion to Contemporary European Theatre and Performance, 314-321
Van der Jagt, M. (2024. Rechtop staan in het leven: belichaamde kennis in mime en dans. Op: www.theaterkrant.nl, 28 oktober.
Van der Putt, F. (2025) De weg naar het archief, www.theaterkrant.nl, 2 november
Van Dijk, M. en S. Parmentier (n.d.) Manifest artiesten met een beperking aan zet, PodiumINC, www.podiuminc.nl
Vinken, H., B. Broers, en H. Mariën (2023) Arbeidsmarktpositie van zzp’ers in de culturele en creatieve sector : een verkenning van bestaande cijfers en overzicht van witte vlekken. HTH Research.
Verantwoording tekst en beeld
Redactie: Een eerdere versie van deze pagina is geschreven door Maxime van Haeren en meegelezen door Simon van den Berg (Theaterkrant). De huidige versie van deze pagina is geschreven door Wendy Lubberding (freelance theater- en dansrecensent en tekstschrijver) en Britt Swartjes (Boekmanstichting).
Beeld: Voorstelling De Toverberg door ITA / Fotografie: Dim Balsem (met dank aan ITA).
Sociale veiligheid
In de culturele sector zijn de afgelopen jaren verschillende berichten over grensoverschrijdend gedrag naar buiten gekomen, met name in kunstvakopleidingen en de podiumkunsten (Leden 2021; Pama 2024). Recente voorbeelden zijn het Internationaal Theater Amsterdam (ITA) waar na melding van grensoverschrijdend gedrag uitgebreid onderzoek werd uitgevoerd naar de werkcultuur (Olfers et al. 2024), en Theaterhuis Likeminds waar verschillende theatermakers vertrokken wegens het grensoverschrijdende gedrag van de directeur (Borg 2023). Ook in theaterstukken stond grensoverschrijdend gedrag veelvuldig onder de aandacht – wat ook werd genoemd als een van de belangrijke ontwikkelingen in het aanbod door het NRC in de terugblik op het seizoen 2023/2024 (Rijghard 2024).
Zowel bij Theaterhuis Likeminds als bij ITA werd nader onderzoek gedaan naar grensoverschrijdend gedrag. Hoewel de resultaten van dit onderzoek bij Likeminds niet openbaar werden gemaakt, werd geconcludeerd dat het aannemelijk was dat er sprake was van grensoverschrijdend gedrag en dat dit ook te maken had met de positie van de algemeen directeur (Beeckmans 2024). In 2024 werden ook de resultaten van cultuuronderzoek bij ITA uitgebracht (Olfers et al. 2024). Hoewel dit slechts één organisatie betreft in de theaterwereld, geeft het wel inzicht in organisatieculturen en sociale veiligheid in delen van de sector. In totaal hebben 285 (oud)medewerkers van ITA een vragenlijst ingevuld – 43 procent van het totaal aantal medewerkers in 2021. Grensoverschrijdend gedrag werd naar aanleiding van de onderzoeksbevindingen gelinkt aan twee factoren die tekenend zijn voor de podiumkunsten in de bredere zin: 1) prestatie- en werkdruk en 2) hiërarchische structuur met een (in)formeel karakter. In de zomer van 2024 werd bekend gemaakt dat ITA de samenwerking met Ivo van Hove – die tot dan toe artistiek directeur was van het gezelschap – stopte en dat de raad van toezicht opstapte (Borg et al. 2024). In 2025 stonden raden van toezicht en hun rol breed in de aandacht, bijvoorbeeld in het rapport Toezicht in de culturele sector: een kunst apart van de Raad voor Cultuur (zie meer op pagina Beroepspraktijk).
In het advies Over de grens: op weg naar een gedeelde cultuur uit juni 2022 kaartte de Raad voor Cultuur een gebrek aan structuren gericht op sociale veiligheid aan. Ook uit een onderzoek uit 2023 naar sociale veiligheid in het hoger kunst- en mode-onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs bleek dat de betrokken besturen van hogescholen wel besef van urgentie hebben en verantwoordelijkheid nemen voor de sociale veiligheid van studenten door verschillende maatregelen te nemen, maar dat ze in het algemeen niet ver zijn met planontwikkeling, monitoring, evaluatie en bijstelling van de doelen en maatregelen voor sociale veiligheid (Inspectie van het Onderwijs 2023). Er worden inmiddels volop nieuwe stappen gezet in de sector. Zo is Sheralynn Adriaansz sinds begin 2025 de nieuwe directeur van Theaterhuis Likeminds waarin ze wil focussen op een veilige werksfeer, samenwerking en talentontwikkeling (Janssens 2025). Ook in het Theaterjaarboek 2023/2024 wordt gereflecteerd op sociale veiligheid in het hoger kunstvakonderwijs. De bredere problematiek pakken theateropleidingen onder andere aan door middel van medezeggenschapsraden en evaluatiemomenten waaraan studenten deelnemen (ook wel ‘kwaliteitszorg’ genoemd) en een gedragscode die alle docenten moeten naleven (Heerikhuizen 2021).
Ook buiten opleidingen wordt gewerkt aan sociale veiligheid. Zo publiceerde de NAPK in het najaar van 2021 het beleidskader ‘Veilig de vloer op’ ter preventie van ongewenst gedrag in de podiumkunstensector (NAPK 2021a). Het beleidskader biedt handvatten aan instellingen en podiumkunstproducenten om ongewenste omgangsvormen te voorkomen en hier zelf beleid op te maken (NAPK 2021b). In vervolg daarop werd de Stichting Sociale Veiligheid Podiumkunsten opgericht door de NAPK in het voorjaar van 2022. Deze stichting ondersteunt leden van de NAPK bij het ontwikkelen en implementeren van beleid op het gebied van sociale veiligheid (NAPK 2022). Ook in de danswereld werd naar aanleiding van het rapport Schaduwdansen : een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in het dansen, over grensoverschrijdend gedrag in de danssector, de alliantie DansVeilig opgericht (Lubberding 2025). Mores.online, het onafhankelijke meldpunt voor ongewenste omgangsvormen in de culturele en creatieve sector, is in 2018 opgericht om het groeiende aantal meldingen te behandelen (RCGOG 2023, Mores.online 2023).