Theater

Domein

Op de domeinpagina Theater presenteren we cijfers over theaterzalen, voorstellingen en bezoeken daaraan en werkenden en makers. Ook komen ontwikkelingen omtrent belangrijke thema’s, zoals artistieke vrijheid, subsidiesystematiek en duurzaamheid aan bod. Samen met het domein Muziek valt Theater onder de Podiumkunsten.

597

theaterzalen in 2024

597

32.200

werkenden in 2024

32.200

35.154

voorstellingen in 2024

35.154

Samenvatting

Deze pagina richt zich op het domein Theater in de volle breedte. Voor dit domein gaan we uit van de ‘scenische podiumkunsten’, waar bijvoorbeeld ook dans, opera en kleinkunst onder vallen. Theaters lijken in wat beter vaarwater te zitten na de coronacrisis: er is een toename in het aantal banen bij theaters, schouwburgen en concertgebouwen sinds 2020 en voor een aantal subdomeinen stijgt het aantal voorstellingen en bezoeken boven het niveau van voor corona uit. Toch blijven veel onzekerheden en veranderingen de sector kenmerken. Er spelen bijvoorbeeld zorgen omtrent het achterblijven van indexatie voor gemeentelijke subsidies, de wisselingen in welke organisaties meerjarige subsidies ontvangen, een ervaren toegenomen druk op artistieke vrijheid, het behoud van podiumkunsten door middel van archivering en er spelen allerlei vraagstukken omtrent Diversiteit, Inclusie en Gelijkwaardigheid (DIG) en grensoverschrijdend gedrag. Ook is het aantal theaterfestivals de afgelopen jaren gedaald – maar is het nog onduidelijk waarom en wat de effecten hiervan zijn. Bovendien zijn er niet altijd evenveel cijfers en kwalitatieve gegevens beschikbaar om deze uitdagingen voldoende te duiden, zie ook het kopje ‘wat willen we nog meer weten’.

Overzicht en kerncijfers

Het domein Theater kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan vormen, genres en instellingen (Groot Nibbelink 2023). Voor dit domein wordt in de cultuursector ook wel gesproken van de ‘scenische podiumkunsten’, waaronder naast theater ook dans, opera, muziektheater en cabaret en kleinkunst vallen. Binnen dit domein wordt ook interdisciplinair gewerkt: er worden coproducties gedaan, subdisciplines lopen in elkaar over (denk bijvoorbeeld aan de overlap tussen cabaret en theater) of er ontstaan zelfs nieuwe subdisciplines. Voor de analyse van het domein Theater gaat de Cultuurmonitor uit van een veld dat al deze scenische podiumkunsten omvat. Niet over alle subdomeinen binnen Theater zijn evenveel cijfermatige en/of kwalitatieve gegevens beschikbaar. Wanneer deze wel beschikbaar zijn omschrijven we ze op deze pagina. Groot Nibbelink (2023) – onderzoeker in theater en performance studies aan de Universiteit Utrecht – omschrijft bovendien de problematische status van beschikbare onderzoeksgegevens voor dit domein, onder andere doordat er weinig beschikbare budgetten zijn.

Kerncijfers

Om het aantal organisaties, werkenden, de inkomsten, het aantal voorstellingen en bezoek daaraan en beoefening cijfermatig in kaart te brengen moet er uit verschillende bronnen worden geput. Er zijn twee bronnen die structureel (op jaarbasis) en landelijk worden verzameld: 1) Podiumkunsten | CBS [CBS]) en 2) het Theater Analyse Systeem [TAS] van de VSCD | Van en voor podia. De cijfers van het CBS zijn deels gebaseerd op cijfers uit de TAS – hierin verzamelt de VSCD op jaarbasis data van de bij hen aangesloten leden. Daarnaast doet het CBS aanvullende dataverzameling, om zo een vollediger beeld te krijgen van de sector. Ook DIP  biedt steeds meer inzicht in ticketverkoop en publieksdata van hun leden en door middel van de Vrijetijdsomnibus weten we meer over achtergrondkenmerken van bezoekers en beoefenaars.

Aantal zalen

Volgens cijfers van het CBS bevonden zich in Nederland in 2024 597 theaterzalen, met een publiekscapaciteit van 271 duizend plekken (zitplaatsen of maximaal toegestane capaciteit) (CBS 2025a). Meer dan de helft van deze zalen is van VSCD-leden: in 2024 behoren 324 zalen tot leden van de VSCD, met in dat jaar in totaal 134 duizend zitplaatsen (Siebe Weide Advies 2025). Ondanks een algehele groei in het aantal zalen en de capaciteit daarvan sinds 2017 vallen schommelingen in de CBS cijfers op. Zo is er van 2019 op 2020 een daling in het aantal zalen. De publiekscapaciteit daalt ook in 2017, maar blijft vervolgens in de daaropvolgende jaren gelijk om na 2020 weer te stijgen. Waar het aantal zalen in de afgelopen jaren dus stijgt, schommelt de publiekscapaciteit.

Kenmerkend voor het Nederlandse theaterlandschap is dat er naast grote stadstheaters veel kleinere theaters te vinden zijn die ook wel ‘vlakke vloer’ theaters worden genoemd (Groot Nibbelink 2023). Dit is ook in VSCD cijfers terug te zien: in 2023 is er bijvoorbeeld een groot aantal kleine (41 procent) en midden-kleine (41 procent) zalen. Kenmerkend zijn ook de multifunctionele organisaties: een op de drie VSCD-podia combineert een podium met een of meer andere functies (bijvoorbeeld bibliotheek, filmhuis of congrescentrum) (Siebe Weide Advies 2024; Siebe Weide Advies 2025).

Bron: CBS 2025a

Aantal voorstellingen en producties

Vanaf 2011 zien we een geleidelijke daling van het aantal theatervoorstellingen (hiermee wordt op de uitvoeringen van artistieke producties gedoeld) in Nederland, met een sterke dip vanaf de coronajaren (CBS 2025a). De daling vanaf 2011 kan onder andere te maken hebben met de financiële crisis van 2008 en de bezuinigingen die impact hadden op de gehele culturele sector vanaf 2012 (Groot Nibbelink 2023). Voor andere scenische podiumkunsten bleef het aantal voorstellingen ongeveer gelijk tot de coronajaren. In 2024 stijgt het aantal muziektheatervoorstellingen en het aantal cabaret- en kleinkunstvoorstellingen boven het niveau van 2019 uit.  Het aantal dans- en bewegingvoorstellingen blijft ongeveer gelijk met het niveau van 2019 en het aantal theatervoorstellingen is lager dan voor 2019. In de scenische podiumkunsten zit er een verschil tussen het aantal voorstellingen en het aantal producties. In de theatercollectie van de Universiteit van Amsterdam (2025) zijn gegevens opgenomen over het aantal premières van theatervoorstellingen in Nederland.  Voor het seizoen 2024/2025 is te zien dat 978 producties van Nederlandse en Vlaamse producenten in première gingen.

Opvallend is de geografische spreiding van uitvoeringen, zoals blijkt uit het Theater Analyse Systeem: die worden het meest in het Westen van het land georganiseerd. Podia in het westen toonden ook een groot aandeel van het buitenlandse aanbod, namelijk zeventig procent (Siebe Weide Advies 2025).

Bezoek voorstellingen

CBS-cijfers laten ontwikkelingen in het aantal bezoeken aan scenische podiumkunsten tussen 2005 en 2024 zien (CBS 2025a). Muziektheatervoorstellingen (3,4 miljoen bezoeken) en cabaret- en kleinkunstvoorstellingen (2,8 miljoen bezoeken) waren in 2024 het populairst. Opvallend is de geleidelijke stijging in het aantal bezoeken aan deze vormen van 2013/2014 tot en met 2019, waar het bezoek aan theatervoorstellingen in dezelfde periode geleidelijk daalt. Binnen alle subdomeinen vindt een sterke daling plaats in bezoekersaantallen gedurende de coronajaren. In 2024 stijgt het aantal bezoeken voor sommige domeinen boven het niveau van voor corona uit, namelijk voor dans- en bewegingsvoorstellingen en cabaret- en kleinkunstvoorstellingen. Het bezoek aan muziektheater- en theatervoorstellingen blijft nog enigszins achter op het niveau van voor corona. Uit het Theater Analyse Systeem blijkt dat de meeste bezoeken in het Westen van het land plaatsvinden. Dit wil zeggen dat er waarschijnlijk veel mensen uit andere delen van Nederland een bezoek brengen aan theater in de Randstad (Siebe Weide Advies 2025).

Bezoekerskenmerken

De afgelopen jaren zijn meer gegevens beschikbaar gekomen over de achtergrondkenmerken van theaterbezoekers. Uit cijfers van de Vrijetijdsomnibus (VTO) blijkt dat 50 procent van de Nederlanders van 6 jaar en ouder in 2024 ten minste een voorstelling van scenische podiumkunsten had bezocht (De Hoog et al. 2026). De grootste aandelen bezoekers bevinden zich onder musicals, toneelvoorstellingen en cabaretvoorstellingen. Het bezoeken van scenische podiumkunsten is over de jaren het meest afhankelijk van sekse, opleidingsniveau en huishoudinkomen. Er zijn hier ook opvallende verschillen per vorm van scenische podiumkunsten. Zo viel op dat vrouwen überhaupt vaker bezoeker zijn van scenische podiumkunsten, maar dat dit met name geldt voor musicals, toneel- en dansvoorstellingen. Ook bezoeken mensen die een havo/vwo/mbo of hbo/wo- opleiding hebben afgerond over het algemeen vaker scenische podiumkunsten, maar zijn de verschillen tussen aandelen bezoekers van verschillende opleidingsniveaus het kleinst voor musicals en het grootst voor cabaretvoorstellingen (voor meer informatie over bezoek aan scenische podiumkunsten en verschillende achtergrondkenmerken zie Cultuurparticipatie in Cijfers).

In de seizoenen 2022-2023 en 2023-2024 liet theatergezelschap George en Eran producties met ondersteuning van Fonds 21 en de NAPK een publieksonderzoek doen door de Vrije Universiteit Amsterdam (Croes et al. 2025). De onderliggende vraag was hoe theaterpubliek is samengesteld en hoe de toegankelijkheid voor jongere en meer diverse publieksgroepen kan worden vergroot. Het kwantitatieve deel van het onderzoek werd uitgevoerd bij 85 verschillende producties, die plaatsvonden bij 44 verschillende theaters van 37 theatergezelschappen. In totaal werden er 4000 vragenlijsten ingevuld door het publiek. De onderzoekers concluderen dat het theaterpubliek in Nederland redelijk homogeen blijft: het grootste segment publiek heeft een meer academisch georiënteerd opleidingsniveau gevolgd en is al in de jeugd met cultuur in aanraking gebracht. In het onderzoek werd ook gekeken naar welke voorstellingen welk publiek trekken. Hieruit bleek dat met name voorstellingen over culturele identiteitsvragen en nieuwe verhalen van makers met diverse achtergronden vaker een jonger en cultureel diverser publiek weten aan te spreken. Daarnaast werd onderzocht welke drempels men kan ervaren voor theaterbezoek. Uit dit onderzoek blijkt dat sociale context een doorslaggevende factor is bij de keuze voor theaterbezoek. Drempels kunnen worden weggenomen wanneer bekenden of netwerkorganisaties iemand persoonlijk uitnodigen om samen te gaan. Ook belangrijk is het publiekswerk, een functie die in opkomst is en bij sommige instellingen zijn weerslag vindt in een functie als ‘stadsdramaturg’. Op de doelgroep toegespitste campagnes op basis van maatwerk en de persoonlijke benadering maken een eerste kennismaking veiliger en maken de eerste ervaring meer herkenbaar.  (Croes et al. 2025))

Festivals

Met de Monitor Festivals en Concerten brengt Respons festivals en concerten met meer dan 3000 bezoekers in Nederland in kaart, inclusief het bezoek daaraan. In 2025 vonden er 135 theaterfestivals plaats in Nederland (Respons 2026). Volgens de definitie van Respons vallen de volgende kunstvormen onder theaterfestivals: cabaret/comedy, circus, dans/ballet, locatietheater, musical, opera/operette, poppentheater, straattheater en toneel. De meeste theaterfestivals vonden in 2025 plaats in Zuid-Holland, namelijk 25. Over de jaren is het aantal theaterfestivals gedaald – van 192 in 2019 tot 135 in 2025. Het aantal theaterfestivalbezoeken daalt eveneens. Van 4,8 miljoen bezoeken in 2019 tot 2,9 miljoen bezoeken in 2025. Binnen het domein Muziek wordt veel gesproken over de toenemende druk op festivals – bijvoorbeeld door stijgende personeelskosten en regeldruk – het is echter nog niet duidelijk wat er in het domein Theater precies speelt.

Bron: Respons 2026
Bron: Respons 2026

Werkenden

Het CBS brengt ook de culturele arbeidsmarkt in kaart. Voor de podiumkunsten (waaronder ook Muziek) gaat dit onder andere om cijfers voor 1) het totaal aantal werkzame personen, 2) het aantal banen en 3) het aantal zelfstandigen. Voor het aantal werkzame personen kan geen onderscheid gemaakt worden tussen verschillende onderdelen van de podiumkunstensector op basis van beschikbare CBS cijfers (CBS 2025b). Voor het aantal banen en het aantal zelfstandigen kan dit wel (CBS 2025c). Daar laten we daarom verschillen in het aantal banen en aantal zelfstandigen tussen beoefenaars van podiumkunsten, producenten van podiumkunsten en werkenden bij podia zien.

Binnen de professionele podiumkunsten waren in 2024 32.200 personen werkzaam volgens cijfers van het CBS (CBS 2025b). Bekeken naar type aanstelling, was het aantal vrijwilligers en stagiairs het hoogst, gevolgd door personen werkzaam in loondienst en ingeleend personeel. Over de tijd daalde het aantal personen werkzaam in loondienst licht, maar nam vanaf 2022 weer toe, terwijl het aandeel vrijwilligers en stagiaires steeg. Deze ontwikkeling in het aantal personen werkzaam in loondienst zou ten dele kunnen worden geplaatst in de strengere controle van de Wet DBA door de belastingdienst. Vanuit de sector klinken geluiden dat er sinds begin 2025 meer arbeidsovereenkomsten worden aangeboden (Fleuren 2025). Uit de VSCD cijfers – dit betreft dus alleen werkenden bij aangesloten podia – blijkt een soortgelijke verdeling: het aantal medewerkers in loondienst is het grootst, gevolgd door het aantal vrijwilligers en het aantal zelfstandigen (Siebe Weide Advies 2025).

Aantal, uitgesplitst naar type aanstelling. Bron: CBS 2025b
Aantal. Bron: CBS 2025c
Aantal. Bron: CBS 2025c

Binnen het aantal banen doet zich een opvallende ontwikkeling voor: waar het aantal banen in de beoefening en productie van podiumkunsten licht daalt over de jaren, zien we een duidelijke stijging in het aantal banen bij theaters, schouwburgen en concertgebouwen ten opzichte van 2019. Waar er in 2019 nog 6.060 banen waren, zijn dit er in het derde kwartiel van 2024 7.740 – een stijging van 28 procent. Doordat categorieën bij het CBS zijn veranderd, kunnen we niet verder in de tijd kijken (CBS 2025c).

Het aandeel zelfstandigen is met name gestegen in de beoefening van podiumkunsten, zo blijkt uit cijfers van het CBS tot en met 2024 (CBS 2025c). Dit is des te opvallender omdat deze aantallen in de productie van podiumkunsten en bij theaters, schouwburgen en concertgebouwen veel lager zijn én afnemen sinds 2020. Dit zou te maken kunnen hebben met de tekorten aan technici in de podiumkunstensector na corona (zie bijvoorbeeld Beeckmans 2022).

Inkomsten en subsidiestromen

Het Theater Analyse Systeem biedt inzicht in de inkomsten en subsidiestromen voor bij de VSCD aangesloten podia (Siebe Weide Advies 2025). Het overgrote deel van geld (58 procent) kwam in 2023 binnen via eigen inkomsten, maar daarnaast ook uit subsidies (42 procent). Subsidies komen, net als voor het domein Muziek, met name van gemeenten: 95 procent van alle ontvangen subsidies komt bij gemeenten vandaan. Op de pagina Geldstromen brengen we subsidiestromen voor de gehele cultuursector in kaart. Op eerdere versies van deze pagina omschreven we al grote zorgen over achterblijvende inkomsten en almaar stijgende lasten, onder andere door stijgende huren, personeelskosten en energielasten (Siebe Weide Advies 2025). Dit, in combinatie met ontwikkelingen in de subsidiesystematiek, heeft veel gevolgen voor de scenische podiumkunsten (zie voor meer uitleg onder het kopje ‘Kostenstijgingen en het subsidiestelsel’ op deze pagina).

Aandeel. Bron: Siebe Weide Advies 2025

Beoefening

Uit de VTO cijfers van 2024 – de laatste editie van deze tweejaarlijkse vragenlijst uitgezet onder de Nederlandse bevolking – bleek dat 40 procent van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder jaarlijks ten minste een podiumkunstenactiviteit beoefent (de Hoog et al. 2026). Sommige vormen van podiumkunsten zijn hierbij populairder dan anderen. Een instrument bespelen (20 procent) en zingen (29 procent) werd het vaakst gedaan. Een kleiner aandeel van de Nederlandse bevolking doet aan toneel spelen (6 procent), volksdans, werelddans of stijldans (6 procent) of klassiek ballet/moderne dans (3 procent). Slechts 1 procent van de Nederlanders deed aan cabaret of stand-up comedy in 2024. Al deze aandelen veranderen nauwelijks over de jaren. Uit de analyse bleek dat podiumkunstbeoefening voornamelijk werd gedaan door vrouwen, jongeren en HBO- en WO opgeleiden. Ook blijken Nederlanders die in grote steden wonen relatief vaker podiumkunsten te beoefenen (voor meer informatie zie Cultuurparticipatie in Cijfers).

Bron: de Hoog et al. 2026

De Monitor Amateurkunst van het LKCA uit 2023 heeft ook gegevens over podiumkunstbeoefening en of mensen dit in groepsverband doen of er les in krijgen. Hieruit bleek dat met name dans in groepsverband wordt gedaan (31 procent) maar ook toneel (12 procent) en musical, muziektheater en opera/operette (10 procent) worden in groepen beoefend. Voor toneelspelen volgt bijna de helft van de beoefenaars les (45 procent), voor mensen die dansen is dit 34 procent van de beoefenaars en voor muziektheater 27 procent.

Wat willen we verder weten over het domein Theater?


Hoewel er veel waardevolle bronnen zijn die ontwikkelingen en geluiden uit de theatersector naar boven halen, blijven er ook nog veel vragen spelen. Die gaan enerzijds over het cijfermatig in kaart brengen van de sector, maar anderzijds ook over het meer kwalitatief duiden van de trends en ontwikkelingen die hierboven zijn omschreven. Zo zou het waardevol zijn om de ontwikkelingen rondom Diversiteit, Inclusie en Gelijkwaardigheid diepgaander te onderzoeken – zoals eerder werd gedaan in het onderzoek Theater Inclusief – en spelen er ook ervaringsgerichte vragen rondom artistieke vrijheid en activisme, de ervaringen van werkenden in de sector en de effecten van kostenstijgingen en subsidieverschuivingen.

Zoals al bleek uit het bovenstaande ‘Overzicht & Kerncijfers’ zijn er niet altijd evenveel data beschikbaar over de theatersector, zeker niet als we deze op willen splitsen naar subdomeinen. Hierdoor is het vaak lastig om grootschalig inzicht te bieden met betrekking tot uitdagingen die in de sector spelen en ontwikkelingen daarin. Zo zagen we dat er een schommeling is geweest in het aantal theaterzalen en de publiekscapaciteit daarvan in de afgelopen jaren: waar komt die schommeling vandaan? Is dit in sommige regio’s sterker dan in andere? Waar komt de daling in theaterfestivals vandaan en wat zijn de effecten daarvan? Bovendien is er een sterke focus op zalen, terwijl het gehele theaterlandschap veel omvattender is. Hoe zit het bijvoorbeeld met aantallen gezelschappen en vrije theaterproducten (bijvoorbeeld aangesloten bij VVTP), welke soorten zijn er en hoe zit het met ontwikkelingen daarin? In de toekomst kan data van DIP hier mogelijk meer inzicht in geven.

 Ondanks dat er cijfers zijn over werkenden in de sector voor de podiumkunsten als geheel, zou het goed zijn om meer inzicht te hebben over werkenden en makers binnen subdomeinen. Zeker omdat er relatief veel zelfstandigen zijn in de beoefening van podiumkunsten en onderzoek uit 2020 heeft laten zien dat de positie van makers precair is. Hoeveel makers zijn er per subdomein? Welke carrièrefases maken deze makers door? En hoe zit het met hun inkomstenbronnen? Het is mogelijk dat microdata van het CBS hier meer inzicht in kan geven. Been en Keune (2022) brachten eerder bijvoorbeeld ontwikkelingen in de arbeidsmarkt van subsectoren in de creatieve industrie in kaart (zie ook de pagina Beroepspraktijk voor een uitgebreidere bespreking van dit onderzoek).

Meer weten over het domein Theater?

Bekijk meer data over het domein Theater in het Dashboard van de Cultuurmonitor.

Meer literatuur over het domein Theater is te vinden in de Kennisbank van de Boekmanstichting.

Bronnen

Figuren
Berg van den, S. en M. Lems (2025) Viktorien van Hulst: ‘Je kan alleen zekerheid garanderen voor een groep makers als je de instroom van nieuwe makers beperkt, en dat vind ik geen goed idee’ . Op: www.theaterkrant.nl, 3 maart.

CBS (2025a). StatLine – Podia voor professionele podiumkunsten; voorstellingen, bezoek, regio. Op: www.opendata.cbs.nl, 18 december

CBS (2025b). StatLine – Professionele podia; werkgelegenheid, baten en lasten. Op: www.opendata.cbs.nl, 18 december

CBS (2025c). Arbeidsmarkt culturele en creatieve sector 2010-2024 Q3 | CBS, op: www.cbs.nl, 31 januari

De Hoog, T. en B. Swartjes (2026). Cultuurparticipatie in Cijfers. Amsterdam: Boekmanstichting

Respons (2026). Monitor Festivals en Concerten. Amsterdam: Respons.   

Siebe Weide Advies (2023) Podia 2022: jaarcijfers schouwburgen en concertgebouwen in Nederland. Amsterdam: Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties.


Literatuur

Beeckmans, J. (2019). ‘Nieuwe stimuleringsprijs voor diversiteit en inclusiviteit’. Op: www.theaterkrant.nl, 4 september.
 
Beeckmans, J. (2020). ‘Stichting The Need For Legacy opgericht’. Op: www.theaterkrant.nl, 8 juli.

Beeckmans, J. (2022). ‘Tekort aan theatertechnici steeds nijpender’. Op: www.theaterkrant.nl, 19 mei. 19 mei
 
Beeckmans, J. (2023) ‘De VSCD maakt acteursprijzen genderinclusief met drie Theo D’ors’. Op: www.theaterkant.nl, 21 september.
 
Beeckmans, J. (2024). Signaalonderzoek Likeminds: patroon van grensoverschrijdend gedrag door machtspositie algemeen directeur. Op: www.theaterkrant.nl, 27 juni.

Beeckmans, J. (2025a) Streep door BTW-verhoging op cultuur in Voorjaarsnota, www.theaterkrant.nl, 16 april

Beeckmans, J. (2025b) Verenigde danssector biedt minister voorstellen aan voor verbetering cultuurbeleid, www.theaterkant.nl, 1 mei

Beeckmans, J. (2025c) Meer dan 300 culturele organisaties besluiten tot boycot Israël, www.theaterkrant.nl, 3 oktober

Beeckmans, J. (2026) Another Kind of Blue krijgt in hoger beroep gelijk in bezwaar tegen Fonds Podiumkunsten, www.theaterkrant.nl, 11 februari

Been, W. en M. Keune (2022). Bringing labour market flexibilization under control? Marginal work and collective regulation in the creative industries in the Netherlands, In: European Journal of Industrial Relations, 30(4).

Ben-Tal, A. et al. (2026) Open brief: ‘Er is nu een visie op het dansveld nodig’ – Theaterkrant, www.theaterkrant.nl 19 augustus

Berg van den, S. en M. Lems (2025). Viktorien van Hulst: ‘Je kan alleen zekerheid garanderen voor een groep makers als je de instroom van nieuwe makers beperkt, en dat vind ik geen goed idee’ . Op: www.theaterkrant.nl, 3 maart.

Van den Berg, S. (2024) Dit is een vak.  Op: www.theaterkrant.nl, 28 oktober.

Borg, L. ter (2023) ‘Langdurig grensoverschrijdend gedrag en gesjoemel bij geprezen theaterhuis Likeminds’. Op: www.nrc.nl, 6 september.
 
Brom R. (et al.) (2019) De staat van cultuur 4. Amsterdam: Boekmanstichting, 36-41.

Croes et al. (2025). Catalogus Boekmanstichting | Details | Publieksonderzoek : Ken uw publiek. Wie zit in de zaal en waarom?. Amsterdam: George & Eran Producties, Vrije Universiteit Amsterdam, Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten

De Hoog, T. en B. Swartjes (2026). Cultuurparticipatie in Cijfers. Amsterdam: Boekmanstichting

Ebert, L. (2025) Artistieke vrijheid in Europa, Amsterdam: Boekman 145

Embrechts, A. (2025) Niet bevriezen – staat van de dans 2025, www.theaterkrant.nl, 29 september

Embrechts, A. en E. Colak (2024). Deze vrouwen hebben plannen voor ander leiderschap bij hun theaterorganisaties. Maar nu wordt de subsidie gekort. Op www.volkskrant.nl, 13 september.

Fair Practice Code (2021) ‘Fair Practice Code’. Op: www.quickscan.fairpracticecode.nl, z.d.
 
Fonds Podiumkunsten (2020) Beleidsplan 2021-2024: bewegende contouren. Den Haag: Fonds Podiumkunsten.

Fleuren, R. (2025) De stille transformatie, www.theaterkrant.nl, 2 november

Groen, L. de (2020) ‘Rosa Asbreuk: “Er moet iets radicaals gebeuren”’. In: Theaterjaarboek 2019/2020, jrg. 141, nr. 5-6, 44-49.
 
Groot Nibbelink, L. (2023) ‘The Netherlands’. In: The Routledge Companion to Contemporary European Theatre and Performance, 177-182.

Haeren, M. van (2019) ‘Geld voor interdisciplinair programmeren: interview met Pien Houthoff, directeur van LUX Nijmegen’. In: Boekman, jrg. 31, nr. 121, 33-35.
 
Haeren, M. van en S. Roosblad (2022) Onderzoek Theater Inclusief : eindanalyse Amsterdam: Boekmanstichting

Heerikhuizen, B. van en J. Veenstra (2021) ‘Kaders en codes: theaterschooldirecteuren over grensoverschrijding en grensvervaging’. Op: www.theaterkrant.nl, 28 juni.

Inspectie van het Onderwijs (2023) Sturen op blijvende sociale veiligheid in het hoger kunst- en mode-onderwijs. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Janssens, S. (2025) Sheralynn Adriaansz, de kersverse directeur van Likeminds, hoopt met minder hiërarchie een veiliger huis te creëren. Op: www.volkskrant.nl, 5 januari.

Janssens, S. en A. Embrechts (2026) Het piept en kraakt bij het Fonds Podiumkunsten: wéér fluit rechter belangrijkste rijksfonds terug, www.volkskrant.nl, 20 februari

Keller, S. (2025) Een democratie in het klein: ontschotting in de podiumkunsten, www.theaterkrant.nl, 2 november

Kunsten ’92 (2025) Stelselverbetering in vijf punten, www.kunsten92.nl, 25 april

Leden, J. van der (2021) Boekman Extra #27: Grensoverschrijdend gedrag in de culturele sector Amsterdam: Boekmanstichting.
 
Lems, M. (2025) Ontschotting. Op: www.theaterkrant.nl, 3 maart.

Lubberding, W. (2024) Speels Groen: op weg naar een toekomstbesteding zuidelijk toneel. Op: www.theaterkrant.nl, 19 augustus.
Lubberding, W. (2024) Speels Groen: op weg naar een toekomstbesteding zuidelijk toneel. Op: www.theaterkrant.nl, 19 augustus.
Lubberding, W. (2025) Sociale veiligheid op het werk. Theaterkrant magazine januari 2025.

Meijer, E. et al. (2023) On(ver)vangbaar : de innovatieve kracht van the culture Den Haag: Nederlandse UNESCO Commissie

Mores.online (2023) ‘Nieuw bestuur voor Mores.online’. Op: https://mores.online, z.d.
 
NAPK (2021a) ‘Kick-off traject preventie ongewenste omgangsvormen podiumkunsten’. Op: www.napk.nl, 10 februari.
 
NAPK (2021b) Veilig de vloer op. Amsterdam: Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten.
 
NAPK (2022) ‘Oprichting stichting sociale veiligheid podiumkunsten‘. Op: www.napk.nl, 14 februari.
 
NAPK (2024) ‘Podiumkunstensector doet beroep op overheid’. Op: www.napk.nl, 14 maart.

Neele, A. (2023) Kunstzinnig en creatief en muzikaal in de vrije tijd. Monitor amateurkunst 2023. LKCA: Utrecht.
 
Olfers, M., A. van Wijk, M. Rijnierse, S. en Berger (2024). Internationaal Theater Amsterdam : een cultuuronderzoek. Verinorm.

Pama, G. (2024). Hoe versterken theater­gezelschappen de sociale veiligheid? – NRC. Op: www.nrc.nl, 24 september

Peeters-Osseyran, M., Bellaart, H. en R. van Wonderen (2026) Weerbare cultuursector : omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie, Utrecht: Verwey-Jonger Instituut

Peeters-Osseyran, M., Bellaart, H. en R. van Wonderen (2026). Weerbare cultuursector : omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie, Utrecht: Verwey-Jonker Instituut

Peters, I. (2025) Tussen ideaal en realiteit, www.theaterkrant.nl, 2 november

Podiumkunst.net (2025) Panelgesprek performing the archive, www.youtube.com, 4 oktober

Raad voor Cultuur (2022) Over de grens : op weg naar een gedeelde cultuur. Den Haag: Raad voor Cultuur.
 
Raad voor Cultuur (2024) Toegang tot cultuur : op weg naar een nieuw bestel in 2029. Den Haag: Raad voor Cultuur.
 
RCGOG (2023) ‘Regeringscommissaris: verdere professionalisering meldpunt Mores is nodig’. Op: www.rcgog.nl, 14 april.

Raad voor Cultuur (2026a) Maken (z)onder druk : artistieke vrijheid als democratisch fundament. Den Haag: Raad voor Cultuur.  

Raad voor Cultuur. (2023) Cultuur Natuurlijk. Den Haag: Raad voor Cultur

Raad voor Cultuur. (2025)  Ieder zijn aandeel – naar een evenwichtig financieel ecosysteem voor de cultuursector, Den Haag: Raad voor Cultuur

Raad voor Cultuur. (2026b)Advies over conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, Den Haag: Raad voor Cultuur

Rijghard, R. (2024) Ongekend vruchtbaar was dit theaterseizoen. Wat waren de beste voorstellingen, wie de beste acteurs? . Op: www.nrc.nl, 26 juni.

Rijghard, R. (2023) ‘Terugblik op het theaterseizoen: het jaar van Eline Arbo meerstemmige makers en veel kippenvel’. Op: www.nrc.nl, 28 juni. 

SFPK, Omscholing dansers Nederland (2020) Verslag Pilot Project PPO
 
Siebe Weide Advies (2023) Podia 2022: jaarcijfers schouwburgen en concertgebouwen in Nederland. Amsterdam: Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties.
 
Siebe Weide Advies (2024) Podia 2023 : jaarcijfers schouwburgen en concertgebouwen in Nederland. Amsterdam: Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties.

Schiavone, R. en T. de Hoog (2025). Duurzaamheid in de culturele sector . Amsterdam: Boekmanstichting 

Siebe Weide Advies (2025). Podia 2024 : jaarcijfers schouwburgen en concertgebouwen in Nederland. Amsterdam: VSCD

Smit, K. (2024) Als iedere opbouw gepaard gaat met afbraak . Theaterkrant Magazine September 2024. [RS1] 
 
Ter Borg, L., H. Hosman, en R. Rijghard (2024) Exit Van Hove door onveilige sfeer
 
Theater Inclusief (2019) ‘Theater Inclusief: publiek, personeel, programma en partners’. Op: www.theaterinclusief.nl, z.d.
 
Universiteit van Amsterdam (2025) Theatercollectie UvA . Op: www.theatercollectie.uva.nl.
 
Van Baarle, K. (2024) Ecodramaturgies in times of climate crisis. In: The Routledge Companion to Contemporary European Theatre and Performance, 314-321

Van der Jagt, M. (2024. Rechtop staan in het leven: belichaamde kennis in mime en dans. Op: www.theaterkrant.nl,  28 oktober.

Van der Putt, F. (2025) De weg naar het archief, www.theaterkrant.nl, 2 november

Van Dijk, M. en S. Parmentier (n.d.) Manifest artiesten met een beperking aan zet, PodiumINC, www.podiuminc.nl

Vinken, H., B. Broers, en H. Mariën (2023) Arbeidsmarktpositie van zzp’ers in de culturele en creatieve sector : een verkenning van bestaande cijfers en overzicht van witte vlekken. HTH Research.

Verantwoording tekst en beeld

Redactie: Een eerdere versie van deze pagina is geschreven door Maxime van Haeren en meegelezen door Simon van den Berg (Theaterkrant). De huidige versie van deze pagina is geschreven door Wendy Lubberding (freelance theater- en dansrecensent en tekstschrijver) en Britt Swartjes (Boekmanstichting).

Beeld: Voorstelling De Toverberg door ITA / Fotografie: Dim Balsem (met dank aan ITA).