Cultuur en participatie

Thema

Deze themapagina toont de ontwikkelingen in bezoek en beoefening van cultuur, kunst en erfgoed. Daarbij kijken we naar de cijfers van de Vrijetijdsomnibus (VTO), het tweejaarlijks onderzoek naar vrijetijdsbesteding van Nederlanders. Welke trends zijn er rondom het bezoeken van musea, podiumkunsten en erfgoed? Via welk soort media wordt de meeste cultuur thuis geconsumeerd? En welke culturele hobby’s beoefenen Nederlanders?

Samenvatting

In 2022 lijkt het publiek de weg naar culturele instellingen geleidelijk aan terug te vinden. Toch zitten bezoekcijfers voor de meeste sectoren nog niet op het niveau van voor de coronapandemie: met name bij podiumkunsten, musea en film blijven de cijfers van 2022 nog achter. Het zelf beoefenen van kunst en cultuur blijft ook in 2022 populair. Vooral podiumkunsten worden veelvuldig beoefend. Ook wordt er volop gelezen, speelt meer dan de helft van de Nederlanders games, blijft het luisteren van muziek via radio en streamingsdiensten populair en kijkt het overgrote deel van de Nederlanders films en documentaires in hun vrije tijd.

Inleiding en belang van het thema

Het bezoeken en beoefenen van kunst en cultuur is voor veel Nederlanders een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding: negen op de tien Nederlanders bezoekt jaarlijks één of meer culturele activiteiten en bijna twee derde beoefent jaarlijks een culturele hobby. Daarnaast zijn er ook mensen die de culturele sector actief ondersteunen, bijvoorbeeld als vrijwilliger. Het belang van kunst en cultuur voor zowel het individu als de maatschappij is niet te onderschatten. Deelnemen aan kunst en cultuur draagt bijvoorbeeld bij aan onze mentale en fysieke gezondheid, vormt een belangrijke bron van zingeving en persoonlijke ontwikkeling, en het brengt mensen samen (Gielen et al. 2020; Berkers et al. 2021; Neele 2023). Het cultuurbeleid van de overheid is er in de afgelopen jaren nadrukkelijk op gericht om de toegankelijkheid van cultuur voor iedereen te vergroten (Engelshoven 2019; Uslu 2023).

Door middel van de Vrijetijdsomnibus (VTO) onderzoeken we ontwikkelingen in het bezoeken en beoefenen van cultuur, kunst en erfgoed. De VTO is een tweejaarlijks vragenlijstonderzoek naar de vrijetijdsbesteding van Nederlanders van 6 jaar en ouder dat in opdracht van de ministeries van OCW en VWS wordt uitgevoerd door het CBS, de Boekmanstichting en het Mulier Instituut. Op deze pagina leggen we de resultaten van de meest recente meting uit 2022 naast eerdere metingen. Waar relevant verbinden we deze aan bezoekersaantallen van brancheverenigingen, zoals verzameld in het Dashboard van de Cultuurmonitor.

Net als bij voorgaande publicaties van de VTO hanteren we een afgebakende definitie van het begrip cultuur, bestaande uit kunst en erfgoed. Daarbij vertegenwoordigt kunst de onderdelen van cultuur die zich richten op de artistieke dimensie: podiumkunsten, beeldende kunst, literatuur en film en videokunst. De historische dimensie is kenmerkend voor de onderdelen van cultuur die onder erfgoed vallen. Het gaat dan om zowel materieel als immaterieel erfgoed.

In 2020 constateerden we een forse terugval in kunst- en cultuurdeelname als gevolg van de coronacrisis (zie VTO 2020 ). Door nu de cijfers van 2022 naast eerdere metingen te leggen wordt duidelijk dat veel mensen hun weg terug hebben gevonden naar kunst en cultuur, ondanks het feit dat aan het begin van 2022 de deuren van veel culturele instellingen, zoals theaters en poppodia, nog gesloten moesten blijven. Maar nog niet in alle delen van de culturele sector zien we in 2022 een niveau vergelijkbaar met 2018, het jaar voor de coronapandemie. Met name voor het bezoeken van podiumkunsten en musea, sectoren waar in de coronajaren de zwaarste klappen vielen (Goudriaan et al. 2023), geldt dat het herstel langer nodig heeft dan bij andere disciplines.

Op deze pagina bespreken we de resultaten van de meest recente meting van de VTO uit 2022. We vestigen met name aandacht op de drie meest recente metingen (2018, 2020 en 2022), zodat we een goed beeld hebben van de situatie vóór, tijdens en na de coronapandemie. Hier bespreken vier vormen van cultuurparticipatie:

  • Bezoek: hoe ontwikkelt het bezoeken van theaters of musea zich? En welk deel van de Nederlanders bezoekt historische plaatsen of archieven?
  • Consumptie: wat kunnen we zien in het leesgedrag van Nederlanders? En welke media gebruikt men het liefst om muziek te luisteren? Of films te kijken?
  • Beoefening: hoeveel Nederlanders hebben een een culturele hobby?
  • Draagvlak en ondersteuning: hoe staat het met de tevredenheid over het culturele aanbod in de woonomgeving? En welk aandeel van de bevolking ondersteunt actief het culturele veld?

Omdat we kijken naar cijfers uit 2022 en eerder krijgen we een beeld van de situatie tot vlak na de coronacrisis. Sinds 2022 heeft de culturele sector ook nog te maken gekregen met andere uitdagingen op het gebied van kostenstijgingen door inflatie en krapte op de arbeidsmarkt. De effecten van deze ontwikkelingen op kunst- en cultuurdeelname zullen pas bij de volgende meting van de VTO in 2024 inzichtelijk worden.

Bezoek

Negen op de tien Nederlanders bezoekt jaarlijks minimaal een keer een culturele activiteit. Waar in de cijfers van brancheverenigingen al zichtbaar was dat de bezoekcijfers gedurende de coronajaren flink daalden, zien we ook in de VTO over de gehele linie een sterke afname van cultuurbezoeken in 2020. Dat is niet verbazingwekkend: juist deze vorm van cultuurparticipatie had in de coronapandemie met de meest impactvolle maatregelen te maken. Het aandeel Nederlanders dat in een jaar ten minste één bezoek aan cultuur bracht daalde van 90 procent in 2018 naar 73 procent in 2020. In 2022 zien we dat het aandeel cultuurbezoekers weer flink is gestegen: 87 procent van de Nederlanders bezocht een of meer culturele activiteiten. Zij die cultuur bezoeken deden dat in 2022 nog wel met minder regelmaat dan in 2018: het gemiddeld aantal bezoeken ligt in 2022 op 16, tegenover 18 bezoeken in 2018.

Cultuurbezoek

Aandeel van de Nederlanders van 6 jaar en ouder die vormen van cultuur, kunst of erfgoed bezoeken en de gemiddelde bezoekfrequentie

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder
gemiddelde bezoekfrequentie gegeven bezoek

VTO 2012 – 2022

Hoewel cultuurbezoek in 2022 daarmee weer bijna op het niveau van vóór corona ligt, is er een duidelijk verschil tussen kunst- en erfgoedbezoeken. Ondanks dat beide vormen van cultuurbezoek na 2020 weer toenemen, blijken alleen de bezoekcijfers voor erfgoed alweer op het niveau van voor de coronapandemie te liggen. In zowel 2018 als 2022 bracht rond de 67 procent van de Nederlanders namelijk een bezoek aan erfgoed, waar dit in 2020 nog minder dan de helft van de Nederlandse bevolking was (49 procent).

Het beeld voor kunstbezoek is anders: hoewel we het geheel van kunstbezoeken ook zien terugveren na de dip in de coronajaren (van 64 procent in 2020 naar 82 procent in 2022), is dit nog niet gelijk aan het niveau van vóór corona. In 2018 bezocht namelijk 87 procent van de Nederlanders een van de kunstdisciplines. Bij kunstbezoeken ligt de gemiddelde bezoekfrequentie relatief hoog: gemiddeld brengen bezoekers van de kunsten 12 bezoeken per jaar. Daarbij is het aantal bezoeken aan podiumkunsten het hoogst (gemiddeld 7 voorstellingen per jaar), al lag het gemiddelde voor corona nog hoger (9 voorstellingen per jaar). Ook bij bezoekers van beeldende kunst zien we een relatief hoge bezoekfrequentie: gemiddeld bezoekt men 6 keer per jaar locaties met beeldende kunst.

Podiumkunsten

Voor podiumkunsten geldt dat het herstel na de coronapandemie nog niet volledig is doorgezet: het aandeel dat bezoeken (minimaal één) aan podiumkunsten brengt daalde van 74 procent in 2018 naar 47 procent in 2020. In 2022 zien we dat ruim twee derde (68 procent) van de Nederlanders een bezoek bracht aan podiumkunsten (nog ruim 6 procentpunt lager dan in 2018).

Het grootste deel van bezoeken aan podiumkunsten vindt plaats in de categorie van muziekconcerten: 36 procent van de Nederlanders bezocht in 2022 een popmuziekconcert. Daarnaast bezoekt één op de vijf (19 procent) toneelvoorstelling(en) en worden dance- en housefeesten (18 procent) door een relatief grote groep Nederlanders bezocht.

Binnen de podiumkunsten zijn bezoeken aan dance- of housefeesten de enige discipline die in 2022 weer op het niveau van voor corona zitten: na een halvering van 16 procent in 2018 naar 8 procent in 2020, bezoekt 18 procent van de Nederlanders in 2022 een dance of een housefeest.

Er zijn ook disciplines binnen de podiumkunsten die zich na de coronapandemie nog niet hebben hersteld. Zo zien we dat klassieke muziek en opera na de daling van 18 procent in 2018 naar 8 procent in 2020 nog niet volledig is teruggeveerd in 2022 (12 procent). Cijfers van het CBS (zie domein Muziek) laten eenzelfde ontwikkeling zien: ondanks dat het aantal voorstellingen van klassieke muziek dat werd georganiseerd in 2022 weer op het niveau van voor corona zit, blijft het aantal bezoeken nog achter.

Musea & Beeldende kunst

Ruim de helft van de Nederlanders bezoekt in 2022 minstens één keer een museum (in het binnen- of buitenland). Ten opzichte van coronajaar 2020 is dit een stijging met 10 procentpunt: van 42 procent naar 52 procent. Het aantal museumbezoeken bleef echter wel gelijk met 2020: gemiddeld 3,4 bezoeken per jaar. Als we dit vergelijken met 2018 dan wordt duidelijk dat de meest recente cijfers nog niet terug zijn op hetzelfde niveau: in 2018 lag het aandeel dat musea bezoekt met 57 procent nog ruim hoger dan in 2022. Net als voorgaande jaren lag het gemiddeld aantal bezoeken ook rond de 4 bezoeken per jaar.

Een vergelijkbare trend zien we bij de cijfers van de Museumvereniging uit 2022. Het aantal binnenlandse bezoeken stijgt met 57 procent van 11,4 miljoen in 2020 naar 17,9 miljoen bezoeken in 2022. In 2018 lag het aantal binnenlandse bezoeken hoger: 21,7 miljoen (Blaker et al. 2023).

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2014 – 2022

Als we specifiek kijken naar musea voor beeldende kunst dan zien we dat bijna drie op de tien Nederlanders (28 procent) musea voor kunst, mediakunst of vormgeving bezocht in 2022. Daarbij zien we dat het aandeel bezoeken aan tentoonstellingen voor oude kunst vergelijkbaar is aan tentoonstellingen voor moderne kunst of vormgeving: beide 20 procent in 2022. Met name bezoeken aan tentoonstellingen voor oude kunst zijn nog niet op het niveau van vóór de coronacrisis: in 2018 bezocht 28 procent tentoonstellingen voor oude kunst.

Van alle Nederlanders bezocht de helft (49 procent) locaties met beeldende kunst. Het gaat dan niet alléén om bezoeken aan musea of tentoonstellingen, maar bijna twee op de vijf Nederlanders bezoekt ook beeldende kunst op openbare plekken (36 procent).

Film

Een film of documentaire kijken in de bioscoop of het filmhuis is een populaire vorm van vrijetijdsbesteding. In 2022 bekeek bijna drie op de vijf Nederlanders (57 procent) minstens één film op het grote doek. Een groot deel (44 procent) van de bioscoop- en filmhuisbezoekers bekijkt echter meer dan één film in de bioscoop of het filmhuis: gemiddeld bekijkt men 4,8 keer een film in de bioscoop of het filmhuis.

Bezoek aan film

Aandeel van de Nederlanders van 6 jaar en ouder dat films of documentaires in een bioscoop of filmhuis bezoekt en de gemiddelde bezoekfrequentie van bezoekers

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder
gemiddelde bezoekfrequentie gegeven bezoek

VTO 2012 – 2022

Vergelijken we deze cijfers met eerdere jaren dan zien we dat het deel van de Nederlanders dat naar de bioscoop of het filmhuis gaat niet even groot is als in de situatie voor corona: in 2018 bekeek ruim twee derde van de Nederlanders (68 procent) een of meer films of een documentaires in een bioscoop of het filmhuis. Dat is ruim 11 procentpunt hoger dan in 2022.

Deze trend zien we ook terug in de bezoekcijfers van de NVBF: het aantal bezoeken aan Nederlandse bioscopen en filmhuizen halveerde tussen 2018 (35,7 miljoen bezoeken) en 2020 (16,8 miljoen). In 2022 steeg het aantal bezoeken naar 24,8 miljoen: 69 procent van het totaal in 2018. Meer over de ontwikkelingen binnen deze sector is te vinden op de pagina Audiovisueel.

Letteren

Het bibliotheeklandschap in Nederland is volop in ontwikkeling. Het aantal vestigingen laat in het afgelopen decennium een daling zien en ook in het aantal leden van bibliotheken is een licht dalende trend waar te nemen. Desalniettemin vervullen bibliotheken op veel plekken een groeiende maatschappelijke rol en is het aantal activiteiten georganiseerd door openbare bibliotheken nog niet eerder zo hoog geweest. Daarnaast wordt er vanuit de overheid een nieuwe financiële impuls gegeven om bibliotheken te versterken (zie de domeinpagina Letteren).

Bezoek letteren

Aandeel van de Nederlanders van 6 jaar en ouder die in een jaar tenminste één activiteit bezoeken en de gemiddelde bezoekfrequentie van bezoekers

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder
gemiddelde bezoekfrequentie gegeven bezoek

VTO 2012 – 2022

Ruim een derde van de Nederlanders (34 procent) van zes jaar en ouder bezoekt in 2022 weleens een bibliotheek en een kwart (24 procent) doet dit 3 keer of vaker per jaar. Dat is een lichte stijging ten opzichte van 2020 toen 31 procent van de Nederlanders een of meer bibliotheekbezoeken bracht. In de jaren vóór de coronacrisis zagen we een lichte afname van het aandeel bibliotheekbezoekers van 43 procent in 2012 tot 40 procent in 2018. Het is nog de vraag of het bibliotheekbezoek onder de Nederlanders met de extra inspanningen van de overheid in de komende jaren weer op een vergelijkbaar niveau komt.

Buiten het bezoeken van bibliotheken zijn er ook evenementen zoals boekpresentaties, schrijversbezoeken of lezingen. Onder de Nederlanders bezoekt 6 procent in 2022 een dergelijk literair- of voorleesevenement.

Erfgoed

Onder erfgoed vallen zowel roerend (archieven/museumcollecties) als onroerend (gebouwen/monumenten) erfgoed, maar ook immaterieel erfgoed in de vorm van gebruiken of tradities. In 2022 bezochten twee op de drie Nederlanders (67 procent) een vorm van erfgoed. Het bezoeken van historische steden, dorpen of gebouwen is de meest populaire vorm van erfgoedbezoek (60 procent in 2022). Ook hier zien we tussen 2018 en 2020 het aandeel bezoekers dalen van 60 procent naar 43 procent. In 2022 zien we weer een vergelijkbaar niveau met 2018, bovendien ligt het gemiddeld aantal bezoeken hoger dan voorheen: 4,8 bezoeken aan historische plaatsen per jaar, ten opzichte van 4,3 in 2018.

Ook het bezoeken van musea voor geschiedenis en archeologie (28 procent) is, na een dip in 2020 (21 procent), nagenoeg op het niveau van 2018 (30 procent). Daarnaast zien we dat één op de vijf Nederlanders (20 procent) in 2022 een locatie met archeologische vondsten bezoekt.

Onder erfgoedbezoeken verstaan we ook het bezoeken van archieven. Dit betreft een relatief kleine groep: 4 procent van de Nederlanders bezocht in 2022 een keer of vaker een archief.

Festivals

Nederland kent een groot aanbod aan festivals. Van alle Nederlanders bezoekt 36 procent in 2022 één of meer festivals. Met name festivals met popmuziek (23 procent) en filmfestivals (12 procent) zijn populair.

In 2020 zagen veel festivalorganisaties zich onder de druk van het coronabeleid genoodzaakt (een groot deel van) de activiteiten te staken. Het aantal optredens van artiesten op popfestivals daalde met 87 procent. Lees meer over de impact van de coronacrisis op de muzieksector op de domeinpagina Muziek. De daling in het aantal festivalactiviteiten zagen we terug in het aandeel festivalbezoekers onder de Nederlandse bevolking: van 40 procent in 2018 naar 25 procent in 2020.

Consumptie

Boeken

Lezen blijft een populaire vorm van vrijetijdsbesteding voor veel mensen. Vanaf 2012 geeft ongeveer 80 procent van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder aan in de afgelopen 12 maanden wel eens te hebben gelezen. Ook leest ongeveer 40 procent wekelijks. Van de verschillende leesvormen blijft het gedrukte boek hierbij het meest voorkomend. Ondanks dat er een kleine maar betekenisvolle afname is in het aantal mensen dat in de afgelopen 12 maanden een gedrukt boek heeft gelezen, namelijk van 79 procent in 2012 naar 73 procent in 2022, blijft het gedrukte boek de favoriete leesvorm. E-boeken zijn in opkomst: waar in 2012 17 procent van de Nederlanders aangaf een e-boek te hebben gelezen, is dit in 2022 al 28 procent . In 2022 geeft 15 procent van de Nederlanders aan een luisterboek te hebben beluisterd. Een klein deel van de Nederlanders (2 procent) wisselt van gedachten over gelezen boeken in een (online) leesclub.

% van de Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2012 – 2022

Muziek

Vanaf 2020 is Nederlanders gevraagd naar de manieren waarop ze naar muziek luisteren. Op jaarbasis geeft 88 procent van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder in 2020 en 2022 aan wel eens naar muziek te luisteren, op het werk, thuis of onderweg. Radio is hiervan de meest populaire vorm: 81 procent van de bevolking luisterde in 2022 muziek via (online) radio. 63 procent luisterde muziek via streamingdiensten en 42 procent deed dat via muziek uit eigen collectie, bijvoorbeeld een CD of elpee. De (online) radio en streamingdiensten werden ook dagelijks het meest gebruikt. In 2022 luisterde 53 procent van de Nederlanders dagelijks naar (online) radio en 37 procent maakte dagelijks gebruik van streamingdiensten. Voor radio is dit met 3 procent afgenomen sinds 2020, het dagelijks gebruik van streamingsdiensten is juist met 4 procent toegenomen ten opzichte van 2020.

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2022

Films & Documentaires

Zowel in 2020 als in 2022 keek 89% van de Nederlandse bevolking wel eens films, series of documentaires. De meeste Nederlanders van 6 jaar en ouder keken films series en documentaires op tv in 2022, namelijk 90 procent. Streamingsdiensten werden daarnaast het meest gebruikt, door 76 procent van de populatie in 2022. Een op de drie Nederlanders keek in het afgelopen jaar films die digitaal werden aangeboden via filmhuizen of bioscopen (34 procent).

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2022

Games

In 2022 zijn er voor het eerst vragen meegenomen over het spelen van games. Uit de cijfers blijkt duidelijk de populariteit van deze vorm van vrijetijdsbeoefening:. ruim de helft 52% van de Nederlandse bevolking geeft namelijk aan in de afgelopen 12 maanden games te hebben gespeeld op een telefoon, tablet, computer of spelcomputer (52 procent). Hiervan speelt 21 procent dagelijks en 15 procent eens per week of vaker. Het overgrote deel van de Nederlanders gamet voornamelijk alleen: 69 procent in 2022. Daarnaast speelt men ook graag tegen anderen via het internet (41 procent van de Nederlanders die gamen) en met of tegen anderen die in dezelfde ruimte zijn (36 procent). E-sport werd beoefend door 4% van de Nederlanders die gamen.

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2022

Beoefening

Het zelf beoefenen van kunst- en cultuur is een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding voor veel mensen: 64 procent van de Nederlanders van 6 jaar en ouder beoefent weleens een vorm van kunst of cultuur, of erfgoed. Kunstbeoefening wordt gedaan door 55 procent van de Nederlanders. De Monitor Amateurkunst van het Landelijk Kenniscentrum van Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) uit 2023 laat vergelijkbare cijfers zien: 55 procent van de Nederlandse bevolking van zes jaar en ouder doet volgens deze monitor in de vrije tijd iets kunstzinnigs, creatiefs of muzikaals (Neele 2023). Opvallend uit de cijfers van de VTO is dat de meeste vormen van zowel kunst- als cultuurbeoefening ongeveer gelijk blijven over de jaren vanaf de eerste meting in 2012. Van de kunstvormen die mensen zelf beoefenen, zijn de podiumkunsten het populairst. Vanaf 2012 geeft steevast zo’n 40 procent van de Nederlanders aan jaarlijks weleens een vorm van podiumkunst te beoefenen.

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2012 – 2022

Podiumkunsten

Binnen de podiumkunsten is met name zingen populair: op jaarbasis geeft ongeveer 30 procent van de Nederlanders van 6 jaar en ouder dit wel eens te doen, waarvan 17 procent dit zelfs wekelijks beoefent. Alleen in 2020 neemt het aantal Nederlanders dat zingt af naar 25 procent, mogelijk doordat veel mensen dit in groepsverband beoefenen en dit vaak niet mogelijk was gedurende de coronasluitingen. Naast zingen is het bespelen van een instrument populair. In 2022 bespeelde een op de vijf Nederlanders een instrument (21 procent), waarvan 8 procent dit op wekelijkse basis deed. Andere vormen van podiumkunsten, waaronder toneel spelen, verschillende vormen van dans en cabaret of stand-up comedy, werden in veel mindere mate beoefend.

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2022

Andere vormen van kunst- en erfgoedbeoefening

Na de podiumkunsten zijn activiteiten op het gebied van beeldende kunst en erfgoed de meest voorkomende vormen van vrijetijdsbeoefening binnen kunst en cultuur. Ongeveer 30 procent van de Nederlanders geeft sinds 2012 aan vormen van beeldende kunst of erfgoed wel eens te beoefenen. Beide worden met name op jaarbasis beoefend, dat wil zeggen ten minste een keer in de afgelopen 12 maanden. Binnen de beeldende kunst is met name tekenen, schilderen of grafische beeldvorming populair: in 2022 deed 26 procent van de Nederlanders dit op jaarbasis. Dit is een lichte toename ten opzichte van 2012: toen deed 23 procent van de populatie dit op jaarbasis.

Mediakunst, denk hierbij bijvoorbeeld aan het maken van films of het schrijven van verhalen, wordt het minst beoefend, namelijk door ongeveer 20 procent van de Nederlanders. Het maken van films, videokunst en grafisch werk werd in 2022 door 21 procent van de Nederlanders gedaan en het schrijven van verhalen, gedichten en weblogs door 13 procent. Beide typen Mediakunst worden voornamelijk op jaarbasis beoefend.

Voor erfgoed is met name het onderzoek doen naar historische gebeurtenissen of personen (21 procent) en onderzoek naar lokale of regionale geschiedenis (15 procent) populair. In zowel 2020 als 2022 had slechts 1 procent van de Nederlandse bevolking meegedaan of bijgedragen aan archeologisch onderzoek.

Beoefening van kunst en erfgoed

Aandeel van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder die een hobby beoefenen in beeldende kunst, mediakunst of erfgoed.

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder
% van Nederlanders van 6 jaar en ouder
% van Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2022

Draagvlak & Ondersteuning

Meer dan de helft van de Nederlanders (53 procent) is in 2022 tevreden met het culturele aanbod in hun woonomgeving, slechts 5 procent is hiermee ontevreden.

% van Nederlanders van 6 jaar en ouder

VTO 2022

Naast bezoekers en consumenten van de kunst- en cultuursector zijn er ook Nederlanders die de sector actief ondersteunen: bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk, donaties of lidmaatschap van een vriendenvereniging. Met name het geven van geld is hierbij populair: 17 procent van de Nederlanders geeft aan kunst- en cultuur met geld te ondersteunen. We zien echter wel dat dit aandeel in de afgelopen jaren duidelijke terugloopt: van 23 procent in 2012 naar 17 procent in 2022. Ook betrokkenheid bij culturele instellingen via een lidmaatschap van een vriendenkring nam licht af: van 9 procent in 2012 naar 7 procent in 2022.

Een andere vorm van ondersteuning is het verrichten van onbetaald werk: in 2022 ondersteunde 10 procent van de Nederlanders de kunst- en cultuursector via deze weg. Ondanks een lichte afname van vrijwilligerswerk tussen 2014 en 2020, zit vrijwilligerswerk op 2022 weer op het niveau van 2012. Nederlanders die op deze manier het culturele veld ondersteunen deden dit in 2022 het vaakst binnen het muziekveld (16 procent van de Nederlanders die onbetaald werk verricht), gevolgd door erfgoed en oude kunst (11 procent) en festivals (10 procent).

Hoe nu verder?

Op deze themapagina hebben we verschillende ontwikkelingen rondom het bezoeken, beoefenen en de consumptie van kunst en cultuur verder in kaart gebracht. In een update van deze themapagina, die volgt in 2024, lichten we deze ontwikkelingen verder toe met aandacht voor persoonskenmerken. Ook vergelijken we de bevindingen uit deze themapagina met een andere belangrijke vorm van vrijetijdsbeoefening, namelijk sport. Dit rapport zal in de loop van 2024 worden uitgebracht, in samenwerking met het Mulier Instituut. Hoe besteden Nederlanders hun vrije tijd het liefst, en welke rol spelen sport en kunst en cultuur daarin?

Meer weten over het thema Cultuur en Participatie?

Bekijk meer data over het thema Cultuur en Participatie in het Dashboard van de Cultuurmonitor.    

Een eerdere publicatie met cijfers over cultuurparticipatie afkomstig uit de VTO 2020 zijn te vinden in de Jaarrapportage 2021.    

Meer lezen over cultuur en participatie? Klik dan op de volgende link voor een lijst met beschikbare literatuur in de Kennisbank van de Boekmanstichting.

Literatuur

Berkers, P.P.L., Schaap, J.C.F., Vandenberg, F., Everts, R.A., Swartjes, B., Goossens, D.M., Berghman, M.J., & Kimenai, F.F.P. (2021) Muziek als medicijn tegen maatschappelijke kwalen?. Sociologie Magazine, 29(1), 6-9.

Blaker, N., Veldkamp, J., Beijersbergen, A., Booij, H.M., Niessen, K. (2023) Trends in de museumsector: museumcijfers 2022. Amsterdam: Museumvereniging, stichting Museana

Engelshoven, I. van (2019) Uitgangspunten cultuurbeleid 2021-2024. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Gielen, P., Elkhuizen, S., van den Hoogen, Q., Lijster, T. & Otte, H. (2020). De waarde van cultuur. Groningen: Onderzoekscentrum Arts in Society Rijksuniversiteit Groningen.

Goedhart, M., Michael, J. & Verhagen, M. (2020). ‘Thema Cultuur en Participatie’. In: Cultuurmonitor Jaarrapportage 2021. Amsterdam: Boekmanstichting, 143-164.

Goudriaan, R. (et al.) (2021) Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund: effecten van de coronacrisis in de culturele sector. Amsterdam/Utrecht/Den Haag: Boekmanstichting/SiRM/Significant APE.

Neele, A. (2023) Kunstzinnig, creatief en muzikaal in de vrije tijd: monitor amateurkunst 2023Utrecht: Landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst.

Uslu, G. (2023) Uitgangspunten cultuursubsidies 2025-2028. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Verantwoording beeld

Oerol 2022 / Fotografie: Lisa Maatjens